Memorie van toelichting : Memorie van toelichting
36 669 Wijziging van het Belastingplan BES-eilanden 2025
Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING
ALGEMEEN
Deze novelle strekt tot aanpassing van het wetsvoorstel Belastingplan BES-eilanden
20251. Tijdens de behandeling van het Belastingplan BES-eilanden 2025 is door de Tweede
Kamer het amendement Grinwis c.s.2 aangenomen. Dit amendement regelt dat de inwerkingtreding van vier maatregelen in
het door het kabinet ingediende Belastingplan BES-eilanden 2025 wordt uitgesteld met
ten minste een jaar, tot in ieder geval 1 januari 2026. Het gaat – kort gezegd – om
de volgende vier maatregelen:
1. de koppeling van de belastingvrije som in de inkomstenbelasting en de loonbelasting
aan het wettelijk minimumloon;
2. de verhoging van het tarief van de opbrengstbelasting van 5% naar 7,5% en de daarmee
overeenstemmende verhoging van het belastingtarief voor aanmerkelijkbelangwinst, eveneens
van 5% naar 7,5%;
3. de verlaging van de instap van de tweede tariefschijf van de inkomstenbelasting naar
USD 50.000 en invoering van diezelfde tariefschijf in de loonbelasting; en
4. de verhoging van het tarief in de vastgoedbelasting van 10% naar 11% voor onroerende
zaken waarin een hotelbedrijf wordt uitgeoefend.
Het door het amendement Grinwis c.s. bewerkstelligde uitstel van de koppeling van
de belastingvrije som in de inkomsten- en loonbelasting aan het wettelijk minimumloon
leidt ertoe dat minima loon- of inkomstenbelasting moeten gaan betalen. Het wettelijk
minimumloon wordt namelijk hoger dan de belastingvrije som. Op dit moment worden de
aanvullende belastingbedragen ingeschat op USD 95 per jaar op Bonaire, USD 133 op
Sint Eustatius en USD 65 op Saba.
Tijdens de behandeling van de Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2025 is de
motie Ceder c.s.3 aangenomen. In deze motie wordt het kabinet verzocht alle maatregelen die door het
aannemen van het amendement Grinwis c.s. zijn uitgesteld toch weer op 1 januari 2025
in werking te laten treden, door middel van het indienen van een novelle. Ook vanuit
de Eerste Kamer4 komen signalen dat het uitstel van de koppeling van de belastingvrije aan het wettelijk
minimumloon ongewenste gevolgen heeft voor de minima. Ook het kabinet vindt deze gevolgen
ongewenst, daarom is het amendement ontraden.5
Gelet op al het voorgaande, wordt door middel van deze novelle voorgesteld de gevolgen
van het amendement Grinwis c.s. ongedaan te maken. Daartoe regelt deze novelle dat
de belastingvrije som alsnog (reeds) per 1 januari 2025 wordt gekoppeld aan het wettelijk
minimumloon en dat de in het (oorspronkelijke) wetsvoorstel Belastingplan BES-eilanden
2025 opgenomen maatregelen die deze koppeling deels dekken eveneens doorgang vinden
met ingang van de genoemde datum.
Budgettaire gevolgen
De in deze novelle voorziene wijzigingen van het Belastingplan BES-eilanden 2025 zorgen
ervoor dat het uitstel van de maatregelen die zijn genoemd in het amendement Grinwis
c.s. wordt teruggedraaid. Dit betekent dat het Belastingplan BES-eilanden 2025 op
deze punten in overeenstemming wordt gebracht met het oorspronkelijke wetsvoorstel.
Voor de budgettaire gevolgen wordt daarom verwezen naar de memorie van toelichting
bij het oorspronkelijke wetsvoorstel Belastingplan BES-eilanden 20256.
Uitvoeringsgevolgen
De Belastingdienst heeft de met deze novelle doorgevoerde wijzigingen van het Belastingplan
BES-eilanden 2025 beoordeeld met een uitvoeringstoets7. Uit deze uitvoeringstoets volgt dat de wijzigingen per 1 januari 2025 uitvoerbaar
zijn voor de Belastingdienst Caribisch Nederland.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel I (artikel XII van het Belastingplan BES-eilanden 2025) (inwerkingtreding)
Dit artikel regelt dat alle in het wetsvoorstel Belastingplan BES-eilanden 2025 opgenomen
maatregelen, waaronder dus ook de vier maatregelen die worden genoemd in de in het
algemeen deel van deze memorie opgenomen toelichting, in werking treden met ingang
van 1 januari 2025.
Artikel II (inwerkingtreding)
Dit artikel regelt dat deze wet op hetzelfde tijdstip in werking treedt als het Belastingplan
BES-eilanden 2025.
De Staatssecretaris van Financiën, T. van Oostenbruggen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T. van Oostenbruggen, staatssecretaris van Financiën
Bijlagen
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
---|---|---|
PVV | 37 | Voor |
GroenLinks-PvdA | 25 | Voor |
VVD | 24 | Voor |
NSC | 20 | Voor |
D66 | 9 | Voor |
BBB | 7 | Voor |
CDA | 5 | Voor |
SP | 5 | Tegen |
ChristenUnie | 3 | Voor |
DENK | 3 | Tegen |
FVD | 3 | Tegen |
PvdD | 3 | Voor |
SGP | 3 | Voor |
Volt | 2 | Voor |
JA21 | 1 | Voor |
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.