Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Eerdmans over de natuurvergunningproblematiek bij Defensie
Vragen van het lid Eerdmans (JA21) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Staatssecretaris van Defensie over de natuurvergunningproblematiek bij Defensie (ingezonden 12 februari 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Rummenie (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur),
mede namens de Staatssecretaris van Defensie (ontvangen 28 maart 2025). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 1473
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Tegenslag dreigt voor Defensie: rechtbank heropent
onderzoek naar natuurvergunning» van Omrop Fryslân?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat de stikstofregels momenteel uitbreidingen en trainingen van Defensie
blokkeren?
Antwoord 2
Ja, de recente uitspraken hebben impact, vooral vanwege de werking met terugwerkende
kracht als het gaat om intern salderen, Defensie doet onderzoek naar de precieze impact
op de activiteiten die nodig zijn voor de gereedstelling en de uitbreiding van Defensie.
Zoals ook aangegeven in de beantwoording van de schriftelijke vragen van Nordkamp
(GL-PvdA) op 7 februari 2025 (kenmerk 2025Z00721) gelden, als gevolg van de recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State (Afdeling) van 18 december 2024, aangescherpte eisen voor het
verlenen van een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit (hierna: natuurvergunning).
Het nieuwe beoordelingskader is direct van toepassing en heeft niet alleen gevolgen
voor lopende en toekomstige vergunningprocedures, maar ook voor activiteiten die de
afgelopen vijf jaar met toepassing van intern salderen vergunningvrij zijn gerealiseerd
en waarvoor nu mogelijk alsnog een natuurvergunning nodig is. De beoordelings- en
vergunningseisen kunnen ertoe leiden dat de uitbreiding van bestaande activiteiten
en toevoeging van nieuwe activiteiten, die noodzakelijk zijn om onze militairen voor
te bereiden op een gevecht, onvergunbaar zijn. We onderzoeken nog of de ADC aanpak
in de gevraagde ruimte kan voorzien.
Vraag 3
Klopt het dat oefenterreinen en kazernes momenteel niet kunnen uitbreiden vanwege
stikstofbeperkingen? Welke gevolgen heeft dit voor de operationele inzetbaarheid van
onze krijgsmacht?
Antwoord 3
Ja, dat klopt. De uitvoering van de grondwettelijke taak van de krijgsmacht staat
met de uitspraken van de Afdeling van 18 december 2024 extra onder druk. Omdat Defensie
geen uitzondering heeft op wetgeving en tevens veel in en nabij natuurgebieden opereert,
zijn uitbreidingen lastig te realiseren.
De invloed van Defensie op de totale stikstofdepositie in Nederland is gering. Echter,
de impact van de aangescherpte eisen op de activiteiten van Defensie lijkt groot.
De precieze impact wordt nog geanalyseerd. De Ministeriële Commissie Economie en Natuur
(MCE&N) is opgericht om de vergunningverlening vlot te trekken en de natuur te herstellen.
Hierbij wordt ook nadrukkelijk gekeken naar vergunningverlening voor Defensie.
Vraag 4
Hoeveel tijd, geld en capaciteit gaan er binnen Defensie op aan het verkrijgen en
verdedigen van natuurvergunningen?
Antwoord 4
Hoeveel tijd, geld en capaciteit specifiek wordt ingezet voor het verkrijgen en verdedigen
van natuurvergunningen is niet precies te zeggen. Wel is duidelijk dat de inzet van
Defensie op dit gebied de laatste jaren is toegenomen en dat de huidige capaciteit,
inclusief de juridische capaciteit, ontoereikend is. Enerzijds omdat er achterstanden
waren, zoals ook is aangegeven in de beleidsreactie op de Signaalrapportage van de
Inspectie, Leefomgeving en Transport.2 Daarbovenop is deze inzet, ook vanwege de groei van defensieactiviteiten, geïntensiveerd.
De Afdelingsuitspraken van 18 december 2024 zullen er naar verwachting toe leiden
dat meer tijd, geld en capaciteit, waaronder personele capaciteit, nodig zal zijn
voor natuurvergunningen voor defensielocaties.
Vraag 5
Deelt u de analyse dat strenge stikstofregels onze nationale veiligheid in gevaar
brengen?
Antwoord 5
Zoals op vragen 2 en 3 is geantwoord, raken de recente uitspraken maatschappelijke
ontwikkelingen, waaronder Defensie.3
Defensie is gehouden aan bestaande wet- en regelgeving. Tegelijkertijd staat ook vast,
zoals gecommuniceerd in de eerder genoemde Signaalrapportage, dat de verantwoordelijkheden
en maatschappelijke opgaven van Defensie niet vergelijkbaar zijn met andere sectoren
in Nederland. Politieke keuzes zijn noodzakelijk nu Defensie groeit vanwege de toegenomen
geopolitieke dreiging. Er moet worden voorkomen dat Defensie door de aangescherpte
eisen voor het verkrijgen van een natuurvergunning wordt belemmerd in deze taakuitvoering
of het nakomen van deze internationale verplichtingen. Het is daarom de inzet van
de MCE&N om o.a. de belangen van Defensie mee te nemen in de ontwikkeling van maatregelen
in het licht van de recente rechtspraak.
Vraag 6
Bent u bereid om Defensie volledig vrij te stellen van stikstofregels om haar taken
niet in gevaar te brengen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Het uitgangspunt is dat Defensie de activiteiten en projecten die nodig zijn voor
de gereedstelling, zoals trainen en oefenen, binnen de bestaande wettelijke kaders
en procedures uitvoert. De reële dreiging als gevolg van de geopolitieke situatie
in Europa vereist echter dat de krijgsmacht zich sneller, beter en in grotere mate
gereed moet stellen om hoofdtaak 1 te kunnen uitvoeren: het beschermen van ons grondgebied
en/of dat van onze bondgenoten. Dit is een grote opgave voor Defensie. De tijdige
en stelselmatige gereedstelling – het voorbereiden van militairen op een gevecht –
wordt belemmerd door de (aanscherping van) huidige wet- en regelgeving en procedures.
Met verschillende initiatieven die nu vanuit Defensie lopen te weten het Nationaal
Programma Ruimte voor Defensie en het voornemen om te komen tot een Wet op de defensiegereedheid,
worden keuzes voorgelegd aan het kabinet waarbij het gewenste evenwicht moet worden
gevonden tussen het beschermen van de leefomgeving en het uitvoeren van defensieactiviteiten
voor de nationale veiligheid en de voorbereiding van onze militairen op een gevecht.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede namens
G.P. Tuinman, staatssecretaris van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.