Mededeling (uitstel antwoord) : Uitstel beantwoording vragen van de leden Hirsch, Piri en Dobbe over de situatie in de Democratische Republiek Congo en de rol van de Europese Unie
Vragen van de leden Hirsch en Piri (beiden GroenLinks-PvdA) en Dobbe (SP) aan de Ministers voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp en van Buitenlandse Zaken over de situatie in de Democratische Republiek Congo en de rol van de Europese Unie (ingezonden 7 februari 2025).
Mededeling van Minister Klever (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp) (ontvangen
3 maart 2025)
Vraag 1
Op wat voor manier zet het kabinet zich in om effectief, in gezamenlijkheid met internationale
partners, te reageren op de humanitaire crisis die gaande is in de Democratische Republiek
Congo (DRC)?
Vraag 2
Wat zullen de gevolgen zijn voor de humanitaire situatie in de DRC van de bevriezing
van USAID door president Trump, een organisatie die verreweg de grootste donor aan
het land is, en in 2023 alleen al 5,3 miljoen Congolezen bereikte met humanitaire
hulp?
Vraag 3
Kunt u specifiek ingaan op de dringende zorgen van vrouwenorganisaties over wijdverbreid
seksueel geweld in het oosten van de DRC en grote tekortkomingen op het gebied van
bescherming en sociale basisvoorzieningen? Wat zijn de gevolgen van het bevriezen
van USAID voor de vele vrouwen die van Amerikaanse financiering afhankelijk zijn voor
veilige abortuszorg, bescherming, en nazorg na gendergerelateerd seksueel geweld?
Vraag 4
Kunt u specifiek ingaan – in acht nemend dat USAID in 2024 medicijnen en andere levensreddende
middelen verzorgde voor 11 miljoen inwoners van de DRC – op de dringende zorgen van
gezondheidsorganisaties, die zien dat essentiële hiv-medicijnen niet meer de juiste
mensen bereiken door het wegvallen van USAID?
Vraag 5
Klopt het dat door het wegvallen van de steun vanuit USAID de risico’s op het versnellen
van besmettingen van cholera sterk verhoogd is? Hoe schat u het risico in op de uitbraak
van andere mogelijk dodelijke ziektes, zoals mpox en ebola? Welke risico’s brengt
dit met zich mee op het gebied van pandemieën voor Europa en Nederland? Welke maatregelen
zijn er volgens uw ministerie nodig om die risico’s te beperken?
Vraag 6
Hoe zullen deze gevolgen van de bevriezing van USAID verergerd worden met de bezuinigingen
op humanitaire hulp die plaatsvinden in de EU en haar lidstaten, waaronder Nederland?
Vraag 7
Ziet het kabinet een rol voor de EU als het gaat om het opvangen van mogelijk negatieve
consequenties voor de al nijpende situatie in de DRC van het bevriezen van USAID?
Is het kabinet het eens dat dit niet alleen een kwestie is van solidariteit, maar
dat het ook in het Europese belang is, met het oog op geopolitiek, gezondheid en economie?
Vraag 8
Bij welke vorm van ontwikkelingssamenwerking hoort volgens u de prioriteit te liggen
in de DRC?
Vraag 9
Bent u het eens met de stelling dat Nederlandse en Europese bedrijven een verplichting
hebben om bij inkopen van grondstoffen ook rekening te houden met potentiële negatieve
effecten op de lokale bevolking van de handelspartner?
Vraag 10
Kunt u een beeld schetsen van de omstandigheden in de mijnbouw in de DRC, specifiek
in het gebied onder controle van M23?
Vraag 11
Bent u bekend met het oordeel van de VN dat Rwanda de facto controle heeft over M23?
Wat is de beoordeling van Nederland en de Europese Unie?
Vraag 12
Bent u bekend met de oproep van 64 organisaties, voornamelijk uit de Democratische
Republiek Congo, aan de Europese Unie om het Memorandum of Understanding met Rwanda
ter waarde van 900 miljoen te annuleren vanwege de steun van het land aan de rebellengroep?1 Wat vindt Nederland dat de Europese reactie moet zijn op deze oproep?
Vraag 13
Herinnert u zich uw antwoord op de vragen van 10 december 2024, dat Europese steun
aan het Rwandese leger specifiek is bedoeld voor hun inzet in Cabo Delgado, en niet
als steun voor het Rwandese leger in het algemeen? Kunt u zich echter voorstellen
dat álle steun aan het Rwandese leger negatief gepercipieerd wordt in de regio vanwege
de vermoedelijke steun van dit leger aan M23? Voert de Nederlandse ambassade gesprekken
hierover met lokale actoren en zo ja, wat komt er uit deze gesprekken?
Vraag 14
Bent u bekend met de berichtgeving die suggereert dat hooggeplaatste officieren in
de door de EU gesteunde missie in Cabo Delgado ook worden geplaatst in het Oosten
van Congo?2 Wordt deze berichtgeving onafhankelijk geverifieerd? Zo nee, kunt u zich er in Europa
voor inzetten dat dit gebeurt? Wat moet de consequentie volgens u zijn als dit waar
blijkt?
Vraag 15
Bent u het eens met de stelling dat als Rwanda M23 inderdaad actief steunt, het tegenstrijdig
beleid is om zowel op te roepen tot een verbetering van de humanitaire situatie in
de DRC, maar ondertussen ook nieuwe deals te sluiten met Rwanda die negatief bijdragen
aan de huidige humanitaire situatie?
Vraag 16
Wat is de positie van Nederland in Europese gesprekken over sancties tegen Rwanda?
Vraag 17
Hoe zet de Europese Unie zich in om te bemiddelen tussen M23 en de regering van de
DRC?
Vraag 18
Hoe weegt u de opmerkingen van VN vredesmissieleider Vivian van de Perre dat MONUSCO
aanloopt tegen tekorten? Hoe gaat u gehoor geven aan haar oproep aan de internationale
gemeenschap om zo snel mogelijk actie te ondernemen om de situatie in de DRC te verbeteren?
Vraag 19
Kunt u een beeld schetsen van de gevolgen voor de veiligheids- en humanitaire situatie
in de DRC mocht MONUSCO zich terugtrekken?
Mededeling
Naar aanleiding van schriftelijke vragen van de leden Hirsch en Piri (beiden GroenLinks-PvdA)
en Dobbe (SP) over de situatie in de Democratische Republiek Congo en de rol van de
Europese Unie, ontvangen op 7 februari 2025 (2025Z02298), wil ik u meedelen dat de beantwoording hiervan meer tijd vergt. Hierdoor is het
niet mogelijk om de beantwoording van deze vragen binnen de gestelde termijn aan uw
Kamer te doen toekomen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.J. Klever, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.