Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Boswijk en Inge van Dijk over de omzeiling van sancties tegen Rusland door net opgerichte bedrijven
Vragen van de leden Boswijk en Inge van Dijk (beiden CDA) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Economische Zaken over de omzeiling van sancties tegen Rusland door net opgerichte bedrijven (ingezonden 11 december 2024).
Antwoord van Minister Veldkamp (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister voor
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (ontvangen 20 januari 2025).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
en de Rijksuniversiteit Groningen waaruit blijkt dat er mogelijk sprake is van omzeiling
van sancties tegen Rusland door onder andere jonge, kleine bedrijven?1
Antwoord 1
Het kabinet is het CBS erkentelijk voor het inzichtelijk maken van het begin van de
handelsstromen van goederen naar derde landen waarbij er risico’s zijn op sanctie-omzeiling
naar Rusland. Het tegengaan van sanctie-omzeiling is een prioriteit voor het kabinet,
hetgeen ook moge blijken uit de conferentie inzake sanctienaleving die het Ministerie
van Buitenlandse Zaken afgelopen week in Den Haag organiseerde. Nationaal worden deze
goederenstromen ook gemonitord en in recente sanctiepakketten zijn de maatregelen
tegen omzeiling ook uitgebreid. De effecten daarvan zijn nog niet in deze cijfers
verwerkt. Daarbij dient ook opgemerkt te worden dat niet elke verschuiving van handelsstromen
en -praktijken daadwerkelijk een teken is van sanctie-omzeiling. Het is echter gebleken
dat het MKB kwetsbaarder is voor omzeiling dan multinationals.
Het is belangrijk te vermelden dat enkel de export van sanctiegoederen naar het gesanctioneerde
land verboden is. Goederen naar andere landen buiten de EU mogen in merendeel vrij
worden uitgevoerd. Hierbij bestaat het risico dat sancties worden omzeild. Het is
aan Europese personen en bedrijven om zich bekend te maken met dit risico en gepaste
maatregelen te treffen. Voor bepaalde strategische goederen zijn deze (gepaste zorgvuldigheids)maatregelen
verplicht. Dit is voor jonge en kleine zelfstandige mkb-bedrijven niet anders dan
voor grote multinationals.
Vraag 2
Klopt het dat het met de recente uitbreiding van de algemene verbodsbepaling voor
personen of bedrijven expliciet verboden is een transactie aan te gaan als ze zich
ervan bewust zijn dat dit mogelijkerwijs zou kunnen leiden tot het omzeilen van de
sancties en ze het risico daarop toch op de koop toenemen?2
Antwoord 2
Ja. In het 14e sanctiepakket tegen Rusland van juni 2024 is het artikel uitgebreid waarin omzeiling
van de sanctiemaatregelen verboden is gesteld (NB: artikel 12 van sanctieverordening
2014/833). In dit artikel is verduidelijkt dat niet alleen opzettelijke omzeiling
verboden is maar ook de gevallen waarin de omzeiling van sancties op de koop toe wordt
genomen. In Nederland is het in strijd handelen met bepalingen uit EU sanctieverordeningen
verboden en is de strafbaarstelling hiervan geregeld in de Wet economische delicten.
De genoemde uitbreiding heeft ook plaatsgevonden t.a.v. van sanctiemaatregelen tegen
Belarus.
Daarnaast zijn er specifieke maatregelen, waaronder een gepaste zorgvuldigheidsplicht,
voor exporteurs van goederen waar het Russisch militair-industrieel complex een bijzondere
behoefte aan heeft (zogeheten common high priority goederen). Deze maatregelen zijn geïntroduceerd in het 13e (feb 2024) en 14e (juni 2024) sanctiepakket en hebben tot doel om sanctie-omzeiling van deze goederen
te voorkomen. Het niet voldoen aan de vereiste zorgvuldigheidsverplichting is strafbaar
gesteld middels de Wet economische delicten.
Vraag 3
Hoe oordeelt u in het licht van de algemene verbodsbepaling over bedrijven die gesanctioneerde
producten exporteren naar een van de zeven landen (Armenië, Kazachstan, Kirgizië,
Mongolië, Servië, Turkije, en Turkmenistan) die in het onderzoek van het CBS naar
voren komen als landen met een verhoogd risico op sanctieomzeiling?
Antwoord 3
Het is kwalijk en strafbaar indien personen en bedrijven geen maatregelen treffen
om te voorkomen dat sanctiemaatregelen worden omzeild in het geval zij bijvoorbeeld
zaken doen in bepaalde hoogrisicolanden. Het is positief dat personen en bedrijven
binnen Europa, door uitbreiding van de eerdergenoemde verbodsbepaling in meer gevallen
kunnen worden aangesproken op risicovol gedrag wanneer dat sanctie-omzeiling tot gevolg
heeft. De nieuwe sanctiepakketten hebben o.a. tot doel om sanctie-omzeiling steeds
moeilijker te maken. De hoog-risicolanden zijn deels opgenomen in de sanctieverordening
en kunnen ook worden opgemaakt uit berichtgeving en onderzoeken als deze van het CBS.
Het is aan bedrijven zelf om zich te informeren over deze ontwikkelingen.
Vraag 4
Klopt het dat bedrijven die gesanctioneerde producten exporteren zich verplicht bewust
moeten zijn van factoren die erop duiden dat een wederpartij uit is op het omzeilen
van beperkende maatregelen («due dilligence-onderzoek»)? Klopt het dat een voorbeeld
van een dergelijke factor is dat een aanvraag van een nieuwe klant komt die gevestigd
is in een land dat bekendstaat als «ontwijkingshub»?
Antwoord 4
Zie ook het antwoord op vraag 2. Voorbeelden van maatregelen die dit doel dienen zijn
een verplichting voor Europese bedrijven met dochterentiteiten in derde landen om
ervoor te zorgen dat hun dochterentiteiten geen handelingen verrichten die de sanctiemaatregelen
ondergraven (de best efforts-verplichting) en de eerder genoemde verplichting voor Europese bedrijven die common high priority goederen exporteren om gepaste zorgvuldigheids-maatregelen te nemen. Ook zijn exporteurs
van deze goederen verplicht om een contractuele clausule op te nemen die de afnemer
verbiedt de goederen door te voeren naar Rusland.
De Europese Commissie heeft verschillende guidances en Frequently Asked Questions uitgebracht om Europese bedrijven handvatten te bieden om met omzeilingsrisico’s
om te gaan. In de «guidance» van de Europese Commissie worden verschillende rode vlaggen
voor omzeiling geïdentificeerd, waaronder het aangaan van nieuwe klantrelaties of
transacties met landen die bekend staan als «ontwijkingshub». Het is dus inderdaad
zaak dat exporteurs bij nieuwe klanten of transacties opletten of dit van toepassing
is.
Vraag 5
Deelt u de mening dat deze bedrijven (mogelijk) niet voldoen aan de «Best efforts-verplichting»
die op 25 juni 2024 in werking is getreden? Zo niet, waarom niet?
Antwoord 5
Zoals in het vorige antwoord aangegeven heeft de best efforts-verplichting uit het 14e sanctiepakket betrekking op Europese bedrijven met dochterentiteiten in derde landen.
Zij moeten ervoor zorgen dat hun dochterentiteiten in derde landen de Europese sanctiemaatregelen
niet ondergraven. Voor kleine zelfstandige MKB-bedrijven ligt het niet voor de hand
dat zij binnen het bereik van deze best efforts-verplichting vallen. Dit neemt vanzelfsprekend niet weg dat, zoals ook in het antwoord
op vraag 4 gesteld, alle personen en bedrijven in Nederland zich moeten houden aan
de Europese sanctiemaatregelen en dat dit de verwachting schept dat zij hun omzeilingsrisico’s
in beeld hebben. Dit geldt in het bijzonder voor personen en bedrijven die de zogenaamde
common high priority goederen exporteren.
Vraag 6
Kunt u een overzicht geven van alle complianceverplichtingen die de Europese Unie
(EU) voor bedrijven in het leven heeft geroepen met als doel om sanctieomzeiling richting
Rusland en/of Belarus te voorkomen? Kunt u hierbij aangeven voor welke bedrijven deze
complianceverplichtingen gelden, en welke strafrechtelijke gevolgen overtreding hiervan
kunnen hebben?
Antwoord 6
Zie de beantwoording van vraag 2 en 4 voor wat betreft de complianceverplichtingen
die voortvloeien uit de Europese sanctieverordeningen inzake Rusland en Belarus. Zoals
aangegeven zijn deze verplichtingen erop gericht om sanctie-omzeiling tegen te gaan.
Het gaat om de uitbreiding van het omzeilingsartikel, de best efforts-verplichting, de contractclausule «niet naar Rusland reëxporteren» en de due diligence-verplichting. Voor wat betreft het goederenverkeer houdt de Douane toezicht op de
naleving van sanctiemaatregelen bij de in- en uitvoer van goederen en diensten van
en naar bepaalde landen, inclusief de due diligence-verplichting. Een overtreding van de sanctiemaatregelen kan leiden tot een boete
van de 6e categorie (maximaal 1.030.000 euro) en een celstraf van maximaal 6 jaar.
Daarbovenop kan illegaal verkregen winst worden teruggevorderd.
Specifiek voor de financiële sector, trustkantoren en aanbieders van cryptodiensten
gelden in Nederland complianceverplichtingen. Deze partijen zijn gehouden om hun compliance
zo in te richten dat zij sanctiemaatregelen kunnen naleven. Hierop wordt toezicht
gehouden door De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Deze toezichthouders kunnen een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete opleggen
als een instelling haar compliance niet op orde heeft. Dit toezicht wordt met het
Wetsvoorstel internationale sanctiemaatregelen gemoderniseerd en uitgebreid. Zo worden
deze verplichtingen uitgebreid naar juridische beroepsgroepen en accountants.
Voor alle sanctiemaatregelen geldt verder dat bij schendingen van sancties FIOD en
het OM onderzoek kunnen doen en strafrechtelijk kunnen optreden. Het kabinet zet zich
in Europa in voor meer harmonisatie van complianceverplichtingen en versterkte Europese
samenwerking ten aanzien van de handhaving, met het oog op het verhogen van de effectiviteit
en het verbeteren van het gelijke speelveld. Zie hiervoor onderdeel 7 van het Nederlandse
non-paper «Strengthening European cooperation to reinforce national efforts on the
implementation and enforcement of EU restrictive measures» dat op 22 november jl. naar de Kamer is gestuurd (Kamerstuk 2024D45715).
Vraag 7
Op welke manier worden bedrijven op de hoogte gehouden van deze complianceverplichtingen
en de sancties die zij riskeren als zij niet aan deze verplichtingen voldoen?
Antwoord 7
De primaire en meest belangrijke bronnen van informatie zijn het Publicatieblad van
de EU en de website van de Europese Commissie. Het is de verantwoordelijkheid van
exporteurs om zich hierover te informeren. Via gepaste kanalen herhaalt het kabinet
deze informatievoorziening, bijvoorbeeld via het sanctieloket van RVO, de website
van de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer van de Douane en tijdens seminars. Wat
betreft de financiële sector houden toezichthouders DNB en AFM hen op de hoogte van
ontwikkelingen die relevant zijn o.a. door leidraden.
In de week van 13 januari 2025 organiseerde het Ministerie van Buitenlandse Zaken
een sanctieconferentie waarbij nationale en internationale partners, zoals overheden,
bedrijfsleven, NGO’s en academici werden samengebracht. Doel van de conferentie was
het versterken van de nationale- en Europese naleving, mede door bedrijven op de hoogte
te houden van recente (wettelijke) ontwikkelingen op sanctiegebied.
Vraag 8
Welke instantie ziet toe op het nakomen van deze complianceverplichtingen?
Antwoord 8
Zie antwoord op vraag 6.
Vraag 9
Kunt u aangeven hoe vaak er handhavend is opgetreden sinds de complianceverplichtingen
gelden?
Antwoord 9
Er zijn (nog) geen specifieke cijfers bekend sinds de bovengenoemde maatregelen uit
het 14e sanctiepakket eind juni van dit jaar van kracht zijn geworden.
Vraag 10
Kunt u zich herinneren dat u tijdens het tweeminutendebat Sancties van dinsdag 19 november
jl. hebt toegezegd dat u zou onderzoeken en bespreken hoe de compliance van fabrikanten
van computerchips uitgebreid zou kunnen worden, en dat u daarover binnen twee weken
een brief naar de Kamer zou sturen?3 Wanneer kan de Kamer deze toegezegde brief verwachten?
Antwoord 10
Jazeker, dit antwoord is aan uw Kamer gestuurd op 26 november 2024 middels het verslag
van de Raad Buitenlandse Zaken. Voor de volledigheid hieronder de passage uit deze
brief nogmaals:
Sanctieomzeiling en gepaste zorgvuldigheidsmaatregelen
Verder komt het kabinet graag terug op een vraag gesteld door het lid Boswijk tijdens
het tweeminutendebat sancties van 19 november jl. over gepaste zorgvuldigheidsmaatregelen
voor bedrijven waarvan goederen via een omweg terechtkomen in Russisch wapentuig.
Het tegengaan van sanctieomzeiling via derde landen is een prioriteit voor het kabinet,
en hiernaar wordt voortdurend en op verschillende manieren onderzoek gedaan. Van bijzonder
belang zijn de zogenaamde Common High Priority (CHP) goederen waaraan het Russisch
militair-industrieel complex grote behoefte heeft. Hieronder vallen ook bepaalde typen
chips. Het kabinet staat hierover in goed contact met het Nederlandse bedrijfsleven
en werkt actief en succesvol samen om omzeiling tegen te gaan, waaronder door het
delen van gerichte informatie. Levertijden en -kosten voor Rusland zijn namelijk aantoonbaar
opgelopen. Het aanpakken van sanctieomzeiling blijft echter een kat-en-muisspel dat
voortdurende aandacht behoeft en krijgt.
Om deze reden gelden aanvullende zorgvuldigheidsvoorschriften voor exporteurs van
CHP-goederen. Hieronder valt een inspanningsverplichting voor bedrijven om hun dochterondernemingen
in derde landen due diligence te laten uitvoeren, die – mede op Nederlands aandringen – in het 14e EU sanctiepakket
tegen Rusland is opgenomen. Ook is het al langer verplicht om bij transacties van
bepaalde sanctiegoederen naar derde landen de bepaling op te nemen in het verkoopcontract
dat deze goederen niet mogen worden gereëxporteerd naar Rusland. Het kabinet is momenteel
in afwachting van een EU impact assessment ten aanzien van een verzwaring van deze
due dilligence verplichting en neemt de uitkomsten hiervan – zodra bekend – mee in
de voorbereiding voor een volgend sanctiepakket.
Naast de gevraagde inzet van bedrijven werkt het kabinet, al dan niet in EU verband,
aan het tegengaan van omzeiling van CHP-goederen. Zo wordt in bilateraal contact met
derde landen en via de EU-sanctiegezant opgeroepen tot het tegengaan van doorvoer
naar Rusland. Ook kunnen, sinds het 11e EU sanctiepakket, tussenhandelaren in derde
landen die betrokken zijn bij sanctie-omzeiling, opgenomen worden op de sanctielijst.
Sindsdien is dat ook regelmatig gebeurd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C.C.J. Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
R.J. Klever, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.