Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda JBZ-Raad 12-13 december 2024 (Kamerstuk 32317-907)
2024D48583 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen en opmerkingen
voorgelegd over de volgende brieven:
• Verslag van de JBZ-Raad van 10 en 11 oktober 2024 (Kamerstuk 32 317, nr. 903);
• Ontwikkelingen CSAM-Verordening en de uitvoering van de motie van het lid Kathmann
c.s. over zich uitspreken tegen een detectiebevel op privécommunicatie van burgers
en komen tot gezamenlijke uitgangspunten voor het tegengaan van verspreiding van beeldmateriaal
van onlinekindermisbruik (Kamerstuk 32 317, nr. 891) (Kamerstuk 32 317, nr. 906)
• Geannoteerde agenda JBZ-Raad 12–13 december 2024 (Kamerstuk 32 317, nr. 907)
De voorzitter van de commissie,
Pool
Adjunct-griffier van de commissie,
Paauwe
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
II Reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Met betrekking tot de mogelijke agendering van de EU-verordening ter bestrijding van
online seksueel kindermisbruik (hierna: CSAM-verordening) willen de leden van de PVV-fractie dat er niet zonder steun van de Kamer
wordt afgeweken van het eerder door het kabinet ingenomen standpunt waarmee Nederland
tot de groep landen blijft behoren die de algemene oriëntatie op dit onderwerp niet
steunt. Graag ontvangen deze leden een toezegging van de Minister.
Wat betreft de aanpak van mensensmokkel zijn de leden van de PVV-fractie teleurgesteld
dat het kabinet geen steun heeft verleend aan het voorstel van de Europese Commissie
tot het strafbaar stellen van «het publiekelijk aanzetten tot illegale binnenkomst,
doortocht of verblijf». Dit is een gemiste kans van het kabinet om illegale migratie
en alle ondermijnende criminele organisaties die hierbij betrokken zijn, een slag
toe te brengen. Deze leden vragen de Minister zich in te spannen om alsnog tot een
werkbare definitie te komen, zodat het aansporen tot illegale binnenkomst, doortocht
of verblijf strafbaar kan worden gesteld.
De leden van de PVV-fractie zijn verbolgen over het feit dat de EU voorstelt om in
de aanpak van mensensmokkel de minimumnorm voor strafmaxima te verlagen. Voor mensensmokkel
met de dood tot gevolg wordt deze verlaagd van vijftien jaar naar maximaal tien jaar
en voor overige zwaardere gevallen wordt deze verlaagd van tien jaar naar maximaal
acht jaar. De EU geeft hiermee het signaal af dat het wel wat minder kan met het bestraffen
van mensensmokkelaars en dat ze vooral niet te hard moeten worden aangepakt. Een heel
verkeerd signaal, vinden deze leden. Dit is ook niet in lijn met de afspraken in het
Hoofdlijnenakkoord waar wordt ingezet op zwaarder bestraffen van zware misdrijven.
Deelt de Minister deze mening van deze leden en kan hij toezeggen dat deze Europese
oriëntatie niet tot gevolg zal hebben dat in Nederland de straffen worden verlicht
voor betreffende zware misdrijven? Hoe gaat hij dit bewerkstelligen?
Tot slot hechten de leden van de PVV-fractie eraan te melden dat deze leden graag
zien dat mensensmokkel te allen tijde strafbaar wordt gesteld, ongeacht of dit onder
de vlag van een ngo gebeurt of niet. Het gaat niet om de intentie, maar om de strafbaarheid
van het feit. Deelt de Minister dit standpunt? Of mag iedereen met goede bedoelingen
voortaan misdrijven begaan? Graag ontvangen deze leden een reflectie van de Minister.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de agenda van de
JBZ-Raad op 12 en 13 december 2024. Deze leden zien dat de CSAM-verordening weer op
tafel ligt en hebben hierover vragen en opmerkingen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse gelezen hoe de motie-Kathmann c.s.
(Kamerstuk 32 317, nr. 891) is uitgevoerd. Deze leden constateren dat voorstellen die alleen mogelijk zijn met
client side scanning en voorstellen die een detectiebevel bevatten, nu principieel
worden uitgesloten door het kabinet. Klopt deze constatering? Heeft de Minister nog
aan andere scenario’s gedacht over hoe deze motie uit te voeren? Zo ja, waarom zijn
deze denkrichtingen niet verder uitgewerkt?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn blij met de degelijke uitwerking, maar
verwachten dat er zonder grondige aanpassingen van het voorstel te veel bezwaren blijven
bestaan die effectieve wetgeving op de korte termijn in de weg blijven staan. Heeft
de Minister ten tijde van het schrijven nieuwe tekstwijzigingen ontvangen van het
Hongaarse voorzitterschap? Waren deze gewijzigd ten opzichte van eerder ontvangen
voorstellen? Bovendien hebben deze leden begrepen dat er vrijdag een aanvullende bijeenkomst
is geweest van het Coreper II-vooroverleg. Deze leden zijn benieuwd waarom deze is
geagendeerd en wat hier besproken is. Kan de Minister dit toelichten?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat de toekomst is van de derogatie
voor detectie voor techbedrijven, die nu in 2026 afloopt. Zet deze naderende deadline
de onderhandelingen in de Raad te veel onder druk? Acht de Minister het wenselijk
en aannemelijk dat de derogatie verlengd wordt als lidstaten niet snel tot een akkoord
komen? Kan hij bovendien iets meer zeggen over welke lidstaten nu twijfelen over hun
positie en welke bezwaren zij hebben? Richt het Hongaarse voorzitterschap zich nu
tot de blokkerende minderheid of de meerderheid bij het verder afstemmen van de tekst
van de verordening? Met welke lidstaten trekt de Minister nu samen op om richting
te geven aan de onderhandelingen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zouden graag zien dat de strekking van de
CSAM-verordening verandert en de principiële bezwaren van de blokkerende minderheid
wegneemt. Alleen op die manier hangt effectieve wetgeving die kan rekenen op brede
steun, niet langer af van voorstellen die volgens deze leden leiden tot onacceptabele
schendingen van digitale grondrechten. Zij pleiten voor een verordening met een beter
afgebakend doel: om beelden van seksueel kindermisbruik te verwijderen van het internet.
De vervlechting met het strafrecht en de onzekere technologie die dit mogelijk moet
maken, achten zij als een te grote inbreuk op de privacy en cyberveiligheid van alle
Europeanen. Dat laat onverlet dat een stevige Europese aanpak van onlinekindermisbruik
bittere noodzaak is, mits deze uitgaat van bewezen effectieve maatregelen en Europese
grondrechten respecteert.
Onder welke voorwaarden zou de Minister een gewijzigd voorstel van deze strekking
steunen? Verandert de positie van de Minister als client side scanning niet meer in
het voorstel staat en er geen sprake meer is van detectiebevelen op versleutelde een-op-eenchatdiensten?
Heeft de Minister zijn voorwaarden kenbaar gemaakt aan het Hongaarse voorzitterschap?
Tot slot zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benieuwd naar de planning de
komende tijd. Als bij de JBZ-Raad een algemene oriëntatie wordt aangenomen, welke
acties en onderhandelingen volgen hier dan op? Acht de Minister het huidige voorstel
kansrijk in de triloogfase, gezien de kritische houding van het Europees Parlement?
Als het Hongaarse voorzitterschap er niet in slaagt met een gerechtvaardigde meerderheid
tot een oriëntatie te komen, hoe zal het Poolse voorzitterschap de onderhandelingen
verder brengen? Behorende tot de blokkerende minderheid, is het aannemelijk dat Polen
concessies doet richting andere kritische lidstaten? Is hierover al gesproken en wat
was de strekking van dit contact? Welke rol gaat de Minister spelen als bewindspersoon
van een kritische lidstaat om de zorgen en bezwaren zo veel mogelijk weg te nemen
in de gewijzigde tekst?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
eerstvolgende JBZ-Raad. Deze leden stellen daar nog enkele vragen over.
De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet zich positief heeft opgesteld over
het meenemen van kindersekspoppen in het voorstel voor de richtlijn ter voorkoming
en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen. Hoe groot is de kans dat dit onderdeel
wordt van de richtlijn en hoe staat het met de inwerkingtreding van het Nederlandse
verbod op kindersekspoppen? Is dat al genotificeerd bij de Europese Commissie? Zo
nee, waarom niet?
De leden van de VVD-fractie hebben gezien dat er aarzelingen waren over de voorgestelde
verplichting voor werkgevers en vrijwilligersorganisaties om informatie op te vragen
over het bestaan van strafrechtelijke veroordelingen, omdat niet geheel duidelijk
was hoe die verplichting zich verhoudt tot de Nederlandse VOG-systematiek. Kan de
Minister dit nader toelichten? Welke exacte verplichtingen vloeien voort uit de algemene
oriëntatie en welke daarvan vergen aanpassing van wet- en regelgeving, ervan uitgaande
dat de algemene oriëntatie wordt bereikt deze JBZ-Raad? Graag ontvangen deze leden
ook een analyse wat het richtlijnvoorstel voor de Nederlandse VOG-systematiek en praktijk
betekent.
De leden van de VVD-fractie vragen, met betrekking tot de richtlijn tot harmonisatie
van bepaalde aspecten van het insolventierecht, in hoeverre er in het kader van het
bereiken van een (gedeeltelijke) algemene oriëntatie ook is gesproken over nut en
noodzaak van harmonisering van de procedures van de Wet homologatie onderhands akkoord
(Whoa-procedures).
De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister kan expliciteren dat Nederland ten
aanzien van de positie over herziening van de EOM-verordening (Europees Openbaar Ministerie)
de uitkomst van de evaluatie zal afwachten. Ook vragen deze leden of het kabinet bereid
is te handelen naar de letter en geest van de motie Kamerstuk 35 429, nr. 8 waarin de Kamer heeft gevraagd te waken voor een verdere uitbreiding van het EOM-mandaat
en in ieder geval niet zonder expliciet voorafgaand overleg met de Kamer hierin stappen
te zetten. Is het kabinet bereid in 2026 in een zo vroeg mogelijk stadium de evaluatie
van de EOM-verordening te delen met de Kamer en geen positie in te nemen zonder overleg
met de Kamer over de evaluatie van de EOM-verordening?
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de ontwikkelingen
inzake de CSAM-verordening. Deze leden onderschrijven met het kabinet de noodzaak
dat Europese landen beter moeten samenwerken bij het voorkomen en tegengaan van onlinekindermisbruik.
Als last resort bij een effectieve aanpak van online kinderpornografisch materiaal
is het wat deze leden betreft wenselijk om nader te bezien onder welke voorwaarden
en adequate waarborgen voor privacy en digitale veiligheid een verplichtend detectiebevel
vorm kan krijgen. Staat de Minister open als landen die duidelijk voorstander zijn
van een vorm van een verplichtend detectiebevel, met Nederland in gesprek willen om
tegemoet te komen aan de zorgen van de Minister? Is de Minister ook bereid om actief
het gesprek aan te gaan met voorstanders om een poging te wagen uit de huidige impasse
te raken?
De leden van de VVD-fractie lezen in de brief dat nieuwe technologische ontwikkelingen
of andere relevante inzichten aanleiding kunnen geven om bestaande standpunten opnieuw
te bekijken. Indien dergelijke technieken of omstandigheden zich voordoen, zal de
regering deze nader onderzoeken en de Kamer hierover informeren. Vooralsnog bestaat
volgens het kabinet te weinig zekerheid om te kunnen concluderen dat een voldoende
veilige manier beschikbaar is om vorm te geven aan alternatieve mogelijkheden. Kan
de Minister concretiseren welke technologische ontwikkelingen en relevante inzichten
aanleiding kunnen geven om het bestaande standpunt van het kabinet opnieuw te bekijken?
Ook wordt een aantal keren verwezen dat nader onderzoek nodig is, onder andere naar
aanleiding van het advies van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD).
Kan de Minister aangeven wanneer de Kamer nader wordt geïnformeerd over deze onderzoeken?
De leden van de VVD-fractie vragen of het in de lijn der verwachting ligt dat het
voorstel de komende maanden zal worden gewijzigd. In hoeverre bestaat de inschatting
dat onder het inkomend Pools voorzitterschap een nieuw compromisvoorstel zal worden
geagendeerd in Coreper en in de Raad?
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
De leden van de NSC-fractie lezen op de agenda voor de JBZ-Raad dat in 2021 een EU-strategie
is ontwikkeld met betrekking tot het bestrijden van antisemitisme, welke nadruk legt
op preventie, bescherming van Joodse gemeenschappen en bevordering van Holocausteducatie.
Hierna hebben meerdere lidstaten zelf strategieën geïntroduceerd. Het kabinet heeft
op 22 november 2024 een nieuwe antisemitismestrategie 2024–2030 gepresenteerd. Deze
leden vragen naar de verschillen en overeenkomsten in antisemitismestrategieën tussen
lidstaten.
De leden van de NSC-fractie vragen het kabinet om tijdens de JBZ-Raad te vragen welke
verschillen en overeenkomsten in antisemitismestrategieën er zijn tussen lidstaten
en of Nederland nog kan leren van antisemitismestrategieën van andere lidstaten. Deze
leden vragen de Minister om hierover een brief te sturen naar de Kamer.
De leden van de NSC-fractie zien op de agenda een stand van zaken-bespreking over
het EOM. In de geannoteerde agenda staat dat Nederland van mening blijft dat er geen
directe aanleiding is het mandaat van het EOM uit te breiden tot bijvoorbeeld de strafrechtelijke
handhaving van EU-sancties. Nederland staat wel open voor een discussie over een beperkte
aanpassing van de EOM-verordening indien een dergelijke aanpassing het EOM in staat
zou stellen zijn werkzaamheden binnen het huidige mandaat, dat zich richt op de bestrijding
van EU-fraude, effectiever te vervullen. Nederland wacht de uitkomsten van de evaluatie
van de EOM-verordening, die is voorzien voor 2026, met belangstelling af om dan nader
een positie in te kunnen nemen over de rol en mandaat van het EOM. Deze leden kunnen
zich daar op zich in vinden. Zij hebben wel een aantal vragen over het EOM. Het EOM
is sinds 2021 operationeel en heeft als bevoegdheid strafbare feiten die de financiële
belangen van de EU schaden te onderzoeken en vervolgen. Reden van de oprichting is:
de EU-landen zijn in 2018 naar schatting € 140 miljard aan btw-inkomsten misgelopen
als gevolg van grensoverschrijdende fraude. Kan het kabinet, vooruitlopend op de evaluatie,
alvast wat zeggen over de werking van het EOM en de resultaten tot nu toe? En is de
Minister tevreden met de huidige prestaties? Waar ziet de Minister verbeterpunten?
Heeft de Minister al ideeën over manieren waarop kan worden gewerkt aan een effectievere
vervulling van de werkzaamheden?
Ook zien de leden van de NSC-fractie op de agenda dat de Minister tijdens de lunchbespreking
over het gebruik van kunstmatige intelligentie op het gebied van justitie zal benadrukken
dat kunstmatige intelligentie mogelijkheden biedt op het justitieterrein, zoals op
het gebied van rechtsbescherming, rechtspraak en rechtshandhaving, maar dat dit gepaard
moet gaan met inachtneming van randvoorwaarden, zoals respect voor grondrechten, gegevensbescherming
en de blijvende centrale rol van de mens in het nemen van juridische beslissingen.
Deze leden vinden deze randvoorwaarden van groot belang. Zij vragen wat de plannen
zijn met betrekking tot het gebruik van kunstmatige intelligentie in de rechtspraak.
Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat de hiervoor genoemde randvoorwaarden in acht
worden genomen in het geval kunstmatige intelligentie binnen de rechtspraak zal worden
ingezet? En welke winst is er te behalen qua doorlooptijden, capaciteitsproblemen
en toegang tot de rechter als kunstmatige intelligentie wordt ingezet binnen de rechtspraak?
Tot slot willen de leden van de NSC-fractie deze inbreng gebruiken om in te gaan op
onlinekindermisbruik en de bescherming van kinderen tegen onlinekindermisbruik. Deze
leden vragen hoe de regering aankijkt in het licht van bestrijding van onlinekindermisbruik
tegen het op Europees niveau vaststellen van verplichte «safety by design»-standaarden
die op het niveau besturingssysteem geïmplementeerd zouden moeten worden. Hierbij
denken deze leden aan iets als de Harmblock-oplossing van het Britse SafeToNet, waarbij
kinderpornografisch materiaal op apparaten geblokkeerd wordt met een accuratesse van
boven de 95%, maar alles volledig lokaal plaatsvindt en er dus geen rapporteringslijn
richting een instantie als Interpol ingebouwd wordt. Hiermee doorbreekt men wel de
enorme verspreiding van onlinekindermisbruik en kinderen worden aan de voorkant beschermd,
maar wordt er geen systeem opgetuigd van massasurveillance. Hoewel deze leden nog
kritische kanttekeningen hebben bij de praktische uitvoerbaarheid, is dit wel een
richting die wat deze leden betreft serieus verkend zou moeten worden. Is de Minister
bereid dat te doen en met een kabinetsstandpunt op safety by design te komen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben de geannoteerde agenda voor de JBZ-Raad gelezen.
Deze leden hebben hier nog een aantal vragen over.
De leden van de SP-fractie hebben consequent de kritiek vanuit deskundigen, organisaties
en andere Kamerfracties op de CSAM-verordening gesteund, omdat deze leden constateerden
dat de verordening een bijzonder grote inbreuk maakt op de privacy op het internet
en niet bijdraagt aan het doel dat wij met zijn allen nastreven: het effectief bestrijden
van kinderporno. Tegelijkertijd zijn deze leden niet ongevoelig voor de wens om een
aanpak op Europees niveau voor deze bestrijding, waar ook veel maatschappelijke organisaties
in dit land recent een oproep voor hebben gedaan in de vorm van een brief van twaalf
kinderrechtenorganisaties. Dat uiteindelijk privacy en bescherming geen tegenpolen
hoeven te zijn, delen deze leden met de organisaties. Deze leden vragen de Minister
concreet hoe hij momenteel deze belangen afweegt. Deze leden hebben de sterke wens
dat Nederland de koploper blijft in de bestrijding van kinderporno en zij vragen de
Minister dan ook naar alternatieve manieren waarop dit ook zonder de huidige voorliggende
versie van de CSAM-verordening nog kan worden verbeterd. Hoe kijkt de Minister specifiek
aan tegen hash matching? Hoe kijkt hij naar het enkel detecteren en het blokkeren
van het doorsturen van kindermisbruikmateriaal, gecombineerd met het versturen van
een melding naar de gebruiker die hem waarschuwt of doorverwijst? Zijn dit nog verbeteringen
die de CSAM-verordening meer in balans kunnen brengen en die op draagvlak kunnen rekenen?
De leden van de SP-fractie zien dat er gesproken wordt over de bestrijding van mensensmokkel.
Deze leden zien inderdaad het nut van Europese afspraken, omdat deze onvermijdelijk
ook op Europees niveau moeten plaatsvinden. De gevoeligheid zit momenteel in de bestrijding
van mensensmokkel gecombineerd met humanitaire hulp op zee bijvoorbeeld. Evident zou
dit niet moeten worden gezien als mensensmokkel, maar er zijn geluiden dat partijen
in Europa dit zien als een mogelijkheid om humanitaire hulp van mensenrechtenorganisaties
die levens op zee redden, te gaan bestempelen als mensensmokkel. Er lijken verbeteringen
in het voorstel te zijn aangebracht, maar deze leden hebben nog een aantal zorgen.
De leden van de SP-fractie zien dat er in de afgelopen jaren steeds meer hulpverleners
in diverse landen binnen de EU vervolgd worden of dat hiertoe gedreigd wordt, zoals
omschreven in het rapport1 van het Platform for International Cooperation on Undocumented Migrants (PICUM).
Zowel humanitaire en vluchtelingenorganisaties als de Meijers Committee2 benadrukken het belang van het opnemen van een juridisch bindende humanitaire uitzonderingsclausule
in de wettekst zelf, en niet alleen in de overwegingen van de richtlijn, om te zorgen
dat humanitaire hulpverlening niet strafbaar wordt gesteld. Het kabinet heeft eerder
uitgesproken dat het niet de intentie heeft om humanitaire hulpverleners te vervolgen.
Waarom steunt de Minister het compromisvoorstel van het Hongaarse voorzitterschap
waarin alleen in de overwegingen is opgenomen dat humanitaire hulp niet strafbaar
wordt gesteld, waardoor lidstaten de ruimte houden om strafrechtelijk onderzoek te
starten naar hulpverleners?
De leden van de SP-fractie merken op dat het kabinet aangeeft strafrechtelijke aansprakelijkheid
niet expliciet bij wet te willen uitsluiten, omdat de beslissing over vervolging gemaakt
moet worden op basis van omstandigheden. Is de Minister het ermee eens dat de bewijslast
dan bij de hulpverlener komt te liggen? Deelt de Minister de mening dat het risico
op strafbaarstelling een ontmoedigend effect heeft op de bereidheid tot het uitvoeren
van reddingen op zee en hulpverlening over land aan kwetsbare personen die bescherming
zoeken in EU-landen?
De leden van de SP-fractie merken op dat in het voorstel van de Europese Commissie
staat dat de definitie van mensensmokkel is gespecificeerd tot gevallen waarin dit
gebeurt ten behoeve van financieel of materieel gewin. Is de Minister het ermee eens
dat dit een positieve aanpassing is, omdat hiermee de strafbaarstelling duidelijk
gericht wordt aan mensen en groepen die profiteren van de kwetsbaarheid van migranten,
en omdat dit de wetgeving in lijn brengt met het VN-Protocol tegen de smokkel van
migranten? Klopt het dat in het compromisvoorstel van het Hongaars voorzitterschap
wordt gesteld dat lidstaten alsnog activiteiten mogen criminaliseren waar geen financieel
of materieel gewin is bewezen? Is de Minister het ermee eens dat dit ongewenst is,
omdat dit een belangrijke waarborg is om humanitaire hulpverleners vrij te stellen
van strafbaarstelling?
De leden van de SP-fractie constateren dat er nieuwe eurocommissarissen zijn benoemd
op het gebied van justitie en veiligheid met een nieuw werkplan. Deze leden zijn benieuwd
welke wetgevende initiatieven op dit gebied de Minister verwacht in 2025–2026. Kan
de Minister reflecteren op de grotere ambities van de inzet van Europol en deze leden
garanderen dat het doel blijft dat Europol enkel ondersteunend is en niet op eigen
initiatief onderzoeken kan starten?
De leden van de SP-fractie willen aandacht vragen voor de discussie omtrent het Europees
verbod op zwaar vuurwerk, dit ook ter onderstreping van de motie-Mutluer/Michon-Derkzen
over met kracht inzetten op een Europees verbod op zwaar vuurwerk (Kamerstuk 29 911, nr. 445). Deze leden vragen welke inzet de Minister concreet heeft gepleegd sinds de aanname
van deze motie. Kan de Minister hierop reflecteren? Welke andere landen hebben zich
aangesloten of staan open voor het verbod? Is er ook concreet gesproken over het schrijven
van een non-paper over dit onderwerp? Wat zijn volgens de Minister goede redenen voor
andere landen om vast te blijven houden aan de vrije verkoop van zwaar vuurwerk zoals
cobra’s? Zijn zij hierop aanspreekbaar? Verwacht de Minister draagvlak voor zijn inspanningen?
Welke successen verwacht hij te kunnen boeken?
II Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J. Pool, voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
B.A. Paauwe, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.