Brief regering : Voortgang aanpak versterking toegang tot het recht
29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde
Nr. 920
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 december 2024
Goed bestuur en de democratische rechtsstaat vormen het fundament van onze samenleving.
Een rechtsstaat, omdat iedereen – dus ook de overheid – zich aan het recht moet houden.
Burgers dienen door en tegen de overheid beschermd te zijn en ondersteuning te krijgen
als dat nodig is. Toegang tot het recht, waaronder toegang tot de rechter, is dan
ook een belangrijke voorwaarde voor een goed functionerende rechtsstaat.
Het waarborgen en versterken van de toegang tot het recht versterkt niet alleen het
rechtssysteem, maar draagt ook bij aan het vertrouwen van burgers in de overheid.
Ik vind het belangrijk dat burgers, zzp’ers, bedrijven en organisaties (hierna: rechtzoekenden)
in staat worden gesteld om sneller, eenvoudiger en beter een passende en duurzame
oplossing te vinden voor een juridisch probleem. Conform het regeerprogramma (p. 84)
zet ik mij hiervoor in.
Dit uit zich allereerst in meer budget voor de versterking van de toegang tot het
recht. Het kabinet trekt hier vanaf 2027 structureel € 35,6 mln. voor uit. Dit budget
wordt als volgt besteed:
Tabel 1. Budget versterking van de toegang tot het recht (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
Versterken Juridisch Loket
7.000
14.000
14.000
14.000
14.000
Toegang tot het recht
3.400
2.100
0
0
0
Versterken Rechtspraak
13.600
15.100
21.600
21.600
21.600
Totaal
24.000
31.200
35.600
35.600
35.600
De verschillende posten worden verderop in deze brief nader toegelicht.
Dit jaar heeft ook nadere besluitvorming plaatsgevonden omtrent de verdeling van middelen
versterking toegang tot het recht uit de brief van 27 juni 2023. Op basis hiervan
is er vanaf 2025 structureel extra subsidie voor de Stichting Geschillencommissies
voor Consumentenzaken (€ 100.000) en de rechtswinkels (€ 400.000), en is er € 250.000
ingezet voor de aanpak versterking toegang tot het recht. Het gereserveerde bedrag
voor het register voor mediators (€ 1,5 mln.) wordt in tegenstelling tot wat eerder
is gecommuniceerd opgevangen binnen de bestaande kaders.
Daarnaast is met partijen gestart met de ontwikkeling van een visie op de versterking
toegang tot het recht.1 Dit heeft geleid tot de volgende missie, visie en kernwaarden2:
Missie
Samen de toegang tot het recht borgen en versterken. De rechtzoekende staat hierbij centraal.
Visie
Iedereen in Nederland kan een passende en duurzame uitkomst vinden voor een (juridisch)
probleem.
Deze missie, visie en kernwaarden zijn toegelicht in het visiedocument in bijlage 1
bij deze brief. Met partijen wordt gewerkt aan de verdere uitwerking van deze visie.3 Doel van de visieontwikkeling is om vanuit een gemeenschappelijk kader maatregelen
te kunnen nemen om de toegang tot het recht te versterken.
Leeswijzer
Over de versterking toegang tot het recht en de voortgang van de stelselvernieuwing
rechtsbijstand werd uw Kamer tot op heden door middel van aparte voortgangsbrieven
geïnformeerd. Vanwege de sterke inhoudelijke samenhang meen ik er goed aan te doen
de voortgang op alle onderwerpen die de toegang tot het recht raken in één brief samen
te brengen.
In deze brief ga ik in op ontwikkelingen ten aanzien van maatregelen die ik wil nemen
om de toegang tot het recht te versterken. Omdat er al verschillende trajecten lopen
op het gebied van het strafrecht, richt ik me hier met name op het civiel- en bestuursrecht.4 Voor een totaaloverzicht van lopende maatregelen verwijs ik naar bijlage 1 van de
brief Aanpak versterking toegang tot het recht die op 27 juni 2023 naar uw Kamer is
gestuurd.5 De inzet is erop gericht de toegang tot het recht langs de volgende drie pijlers
te versterken: 1. informatie, 2. advies en ondersteuning en 3. beslissing van een
neutrale instantie. Bij de toelichting van de maatregelen wordt de structuur van deze
pijlers aangehouden. Vervolgens bied ik een korte vooruitblik en geef ik aan welke
onderzoeken er lopen.
Maatregelen nu en in de toekomst
Om de toegang tot het recht te versterken zet ik de aanpak versterking toegang tot
het recht voort. Uw Kamer is, bij eerder genoemde brief van 27 juni 2023, over deze
aanpak geïnformeerd.6 Belangrijk onderdeel van de aanpak is het nemen van concrete maatregelen om de toegang
tot het recht te versterken. Ik ben dan ook verheugd te melden dat hier in het kader
van het regeerprogramma aanvullende incidentele middelen voor zijn gereserveerd. Voor
2025 gaat het om € 3,4 mln. en voor 2026 om € 2,1 mln. (zie tabel 1). Komende periode
wordt met betrokken partijen bezien hoe deze middelen het beste kunnen worden ingezet
om de toegang tot het recht met dit beschikbare budget zo optimaal mogelijk te kunnen
versterken.
Hieronder ga ik per pijler in op de verschillende maatregelen die worden genomen.
Pijler 1: Informatie
1.1 Informatievoorziening vanuit de overheid
Het is van belang dat rechtzoekenden toegang hebben tot bereikbare, begrijpelijke
en objectieve informatie. Zoals ook is opgenomen in het regeerprogramma (p. 84), kunnen
mensen door een verbeterde informatievoorziening over de verschillende vormen van
geschiloplossing beter beoordelen wat voor hun de meest passende wijze is om hun probleem
op te lossen, bijvoorbeeld via mediation, een geschillencommissie of de gang naar
de rechter. Met het Ministerie van Algemene Zaken werk ik eraan om de informatie over
de verschillende manieren om een juridisch probleem op te lossen op een begrijpelijke
manier op de website van Rijksoverheid.nl weer te geven. Ik streef ernaar dat de pagina
begin 2025 online gaat.
Daarnaast heb ik gewerkt aan een aantal zogenaamde boegbeeldvideo’s waarin een beroepsbeoefenaar
inzicht geeft in een bepaalde oplossingsrichting. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om
video’s over mediation, het notariaat, de sociale advocatuur en de geschilleninstanties.
Hiermee beoog ik de kenbaarheid van de verschillende vormen van geschiloplossing te
bevorderen. Ik streef ernaar om deze video’s begin 2025 op de nieuwe pagina op Rijksoverheid.nl
te publiceren.
1.2 Publicatie rechterlijke uitspraken
Ik werk samen met de Raad voor de rechtspraak, de Hoge Raad en de Afdeling Bestuursrechtspraak
van de Raad van State aan de voorbereiding van een wetsontwerp rond het publiceren
van rechterlijke uitspraken.7 Een wettelijke regeling biedt de rechterlijke organisaties duidelijkheid en ondersteuning
bij het uitvoeren van het programma voor het meer én verantwoord publiceren van uitspraken.
Een goede uitvoerbaarheid voor de rechterlijke organisaties staat daarbij voorop.
Om de wettelijke regeling goed te laten aansluiten bij andere recente regelgeving,
zoals de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Data Governance Verordening
(2022/868), vindt kennisuitwisseling plaats met het Ministerie van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties. Daarbij is gebleken dat dit complexer is dan aanvankelijk
gedacht. Het wetsvoorstel moet een goede balans vinden tussen enerzijds de openbaarheid
van de rechtspraak en anderzijds bescherming van de persoonsgegevens van de bij de
uitspraken betrokkenen. Over de vraagpunten en denkrichtingen wil ik uw Kamer graag
nader informeren in een contourenbrief over het publiceren van rechterlijke uitspraken,
die ik uw Kamer in het eerste kwartaal van 2025 zal toesturen.
Pijler 2: Advies en ondersteuning
2.1 Stelselvernieuwing rechtsbijstand
Het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand werkt aan een stelsel van gesubsidieerde
rechtsbijstand waarin de rechtzoekende met een (juridisch) probleem vroegtijdig, laagdrempelig
en adequaat geholpen wordt met de oplossing van zijn of haar probleem en waarin de
rechtsbijstandverleners die binnen het stelsel werkzaam zijn zo goed mogelijk zijn
toegerust voor hun taak. Hiermee vormt de stelselvernieuwing rechtsbijstand een belangrijk
onderdeel van het brede traject versterking toegang tot het recht. Hieronder zijn
enkele belangrijke mijlpalen van de stelselvernieuwing uit de afgelopen periode opgenomen.
Bijlage 2 bij deze brief bevat een de stand van zaken ten aanzien van alle maatregelen
die lopen in het kader van de stelselvernieuwing rechtsbijstand.
2.1.1 Eerste lijn
Landelijk dekkend netwerk sociaaljuridische dienstverlening (motie Van Nispen/Palmen)
Op 26 november jongstleden is de motie van de leden Van Nispen (SP) en Palmen (NSC)
aangenomen waarin de regering wordt verzocht met voorstellen te komen hoe een landelijk
dekkend netwerk tot stand zou kunnen komen waarin lokale en regionale samenwerkingsvormen
zoals het Huis van het Recht een plek krijgen, te beginnen met regio’s waar de sociaaljuridische
problematiek het grootst is en/of het aanbod beperkt is, en de Kamer over een concreet
tijdspad met doelstellingen te informeren.8
Ter uitvoering van deze motie zal ik laten verkennen hoe een landelijk dekkend netwerk
van sociaaljuridische dienstverlening het best vormgegeven kan worden. Mijn streven
is om voor de zomer van 2025 een kwartiermaker hiervoor benoemd te hebben. Ik geef
hierbij graag mee dat de insteek van de vormgeving van een landelijk dekkend netwerk
niet zal zijn om nieuwe loketten te introduceren, maar om te versterken en te verbinden
wat er al is. Voor de vormgeving van een dergelijk netwerk is samenwerking binnen
het Rijk en tussen Rijk, regio’s en gemeenten nodig om de toegang te verbeteren en
netwerken te bouwen. Ik zal hiervoor in de komende periode in gesprek gaan met mijn
ambtgenoten van onder andere SZW en BZK en met de VNG. Ook andere organisaties, zoals
het Juridisch Loket, Divosa en Sociaal Werk Nederland, zal ik hierbij betrekken. Voor
de zomer van 2025 zal ik uw Kamer informeren over de stand van zaken. Het WODC-rapport
«Onderweg naar betere rechtshulp» levert waardevolle inzichten voor de vorming van
een landelijk dekkend netwerk. In bijlage 3 bij deze brief treft u de beleidsreactie
op dit rapport.
Investeren in het Juridisch Loket (n.a.v. regeerprogramma)
Het kabinet vindt het belangrijk dat burgers goede toegang tot rechtshulp hebben.
Een deel van de financiële middelen voor het versterken van de rechtstaat en goed
bestuur zijn daarom toegekend aan het Juridisch Loket (7 miljoen in 2025 en vanaf
2026 14 mln. zie tabel 1). De medewerkers van het Juridisch Loket helpen iedere dag
vele mensen met een laag inkomen bij hun juridische vragen en problemen. Dit doen
zij online, tijdens (inloop)spreekuren en telefonisch. Sinds 2023 heeft het Juridisch
Loket een gratis telefoonnummer (0800 8020) en een spoedlijn.
De vraag naar rechtshulp is momenteel heel hoog. Er is sprake van een toename van
25% van het aantal contacten ten opzichte van vorig jaar. De extra subsidie voor het
Juridisch Loket is bedoeld om de toegang tot en kwaliteit van rechtshulp te borgen.
Ook kan hiermee de ontwikkeling van meer probleemoplossend vermogen van de dienstverlening,
zoals in gang gezet in het kader van de stelselvernieuwing rechtsbijstand, structureel
geïmplementeerd worden. Het Juridisch Loket gaat aan de slag met coördinatie van eerstelijns
rechtshulp en breidt de samenwerking uit met overheidsdiensten en sociaal domein,
zodat problemen sneller opgelost kunnen worden. Het kabinet wil ten slotte signalen
uit de uitvoeringspraktijk benutten om (de uitvoering van) wet- en regelgeving te
verbeteren. Tegen die achtergrond zal het Juridisch Loket een signaleringsmethode
ontwikkelen, waarmee het mogelijk wordt om de juridische hulpvragen van mensen met
een inkomen onder de Wrb-grens, te analyseren. Hierdoor ontstaat een duidelijker beeld
van de kwesties waar rechtzoekenden tegenaan lopen.
Subsidieregeling rechtswinkels geactualiseerd
Rechtswinkels zijn een waardevolle aanvulling op de rechtshulp die het Juridisch Loket
en sociaal raadslieden aanbieden. Rechtswinkels zijn gemakkelijk toegankelijk voor
iedereen die hulp zoekt bij juridische vragen en problemen. Sommigen richten zich
op specifieke groepen of thema’s, zoals vrouwen, jeugdigen, belastingzaken of strafrecht.
Bij rechtswinkels zijn veelal studenten en andere vrijwilligers werkzaam. Daarmee
zijn het mooie maatschappelijke initiatieven en voor studenten een plek om praktijkervaring
op te doen. De rechtswinkels kunnen een goede kweekvijver zijn voor maatschappelijk
betrokken juristen in spé en bijdragen aan jonge aanwas voor de sociale advocatuur.
Al sinds jaar en dag bestaat er bij de Raad voor Rechtsbijstand een (bescheiden) subsidieregeling
voor de rechtswinkels. De regeling is sinds 2009 niet meer toegankelijk voor nieuwe
aanvragers en het subsidieplafond is sindsdien niet geïndexeerd. Slechts 33 rechtswinkels
kunnen gebruik maken van de regeling terwijl er in Nederland inmiddels 115 rechtswinkels
actief zijn. Vanuit mijn ambitie om de toegang tot het recht te versterken laat ik
de subsidieregeling actualiseren, zodat iedere rechtswinkel in aanmerking kan komen
voor een subsidie. Vanaf 2025 is er met de extra subsidie van € 400.000 jaarlijks
€ 515.000 beschikbaar. Rechtswinkels kunnen hierdoor beter dan voorheen hun bijdrage
leveren aan de laagdrempelige toegang tot het recht, een meer volwaardige samenwerkingspartner
zijn in het netwerk van de eerstelijns rechtshulp, investeren in scholing van de medewerkers
en de kweekvijverfunctie beter ontwikkelen.
De geactualiseerde regeling wordt begin volgend jaar gepubliceerd waarna aanvragen
bij de Raad voor Rechtsbijstand ingediend kunnen worden om in aanmerking te komen
voor subsidie op basis van deze regeling.
Ontwikkelingen eerstelijnsvoorziening Caribisch Nederland
De afgelopen tijd is hard gewerkt aan de nadere concretisering van de eerstelijns
voorziening voor rechtshulp voor burgers in Caribisch Nederland. Ik spreek mijn waardering
uit voor het werk dat de kwartiermaker van het Juridisch Loket in korte tijd heeft
geleverd en de inzichten die dit heeft opgeleverd. Zo is er belangrijke input geleverd
over de reikwijdte van de dienstverlening, de mogelijke huisvesting en de werving
en opleiding van personeel. Gedurende de kwartiermakersfase werd echter ook duidelijk
dat de organisatorische inbedding op een andere manier vorm gegeven moet worden. Inwoners
van Caribisch Nederland moeten kunnen rekenen op een stevige en duurzame voorziening,
waar zij juridische hulp kunnen krijgen die doorlopend fysiek toegankelijk is. Het
is duidelijk geworden dat dit – om juridische redenen – lastiger valt te realiseren
vanuit het Juridisch Loket in Europees Nederland dan aanvankelijk werd gedacht. Het
recente onderzoek naar ervaren juridische problemen maakt inzichtelijk dat rechtshulp
van groot belang is, maar onderstreept ook het belang van een gedegen en zorgvuldige
start. Daarom heb ik samen met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
besloten om in te zetten op de gezamenlijke oprichting van een nieuwe, lokale stichting.
Deze stichting wordt verantwoordelijk voor het verlenen van rechtshulp en zal dienen
als antidiscriminatievoorziening. Het oprichten van een stichting kost tijd. De komende
tijd zal het voornemen om een stichting op te richten worden voorgelegd aan het Ministerie
van Financiën en de Algemene Rekenkamer, gevolgd door een voorhangprocedure bij uw
Kamer. De verwachting is dat dit circa 10 maanden extra in beslag zal nemen.
2.1.2 Tweede lijn
Versterking van de sociale advocatuur
Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat ze hulp kunnen krijgen bij een juridisch
probleem of geschil. Hun toegang tot het recht is een fundament van onze democratische
rechtsstaat. Sociaal advocaten zijn deze toegang voor de meest kwetsbare mensen in
onze samenleving. De beroepsgroep staat echter onder grote druk, door vergrijzing
en gebrek aan aanwas. De oplossing hiervoor is niet eenvoudig, en niet alleen een
kwestie van veel meer geld. Bij het vinden van een oplossing is een rol weggelegd
voor veel betrokken partijen, bijvoorbeeld de overheid, de Raad voor Rechtsbijstand,
de advocatuur zelf en het onderwijs.
Allereerst ligt er een handschoen voor de advocatuur om zelf op te pakken. Punt van
aandacht is vooral de uitstroom van jonge advocaten, die na een paar jaar de sociale
advocatuur verlaten. Jonge juristen werken graag in een kantoor waar voortdurende
opleiding, een gedeeld ideaal en sociaal contact belangrijk worden gevonden. Er moet
worden nagedacht over een kantoormodel of samenwerkingsvorm die bestendig en aantrekkelijk
is. Daarbij kijk ik ook welke rol hier voor mij noodzakelijk is om op te pakken.
De afgelopen periode zijn de nodige stappen gezet waar ik samen met de Nederlandse
orde van advocaten (NOvA), de Vereniging Sociale Advocatuur (VSAN) en de Raad voor
Rechtsbijstand een vervolg aan wil geven. Daarbij sluit ik aan op een aantal maatregelen
die in de afgelopen periode in gang zijn gezet. De maatregelen op het gebied van de
beroepsopleiding, onderwijs en vergoedingen uit het plan van aanpak sociale advocatuur
in de brief van 20 april 2023 zijn in gang gezet, dit geldt tevens voor de maatschappelijke
bijdrage van de advocatuur. Het is nu ook tijd om naar de langere termijn te kijken.
Het heeft mijn prioriteit om jonge advocaten te laten toetreden en te behouden voor
het stelsel.
Ik zie een gedeelde opdracht om samen met de NOvA, de VSAN en de Raad voor Rechtsbijstand
een vervolgplan op te stellen voor de middellange en lange termijn, waarin alle betrokkenen
vanuit hun eigen verantwoordelijkheid meedenken op de aandachtspunten innovatie, maatschappelijke
bijdrage en fundamentele aanpassingen. Met de NOvA wil ik toewerken naar een meer
duurzaam kantoormodel voor sociaal advocaten, dat bedrijfsmatig efficiënt is, dat
aantrekkelijk is voor jonge advocaten en waarin de kwaliteit is gewaarborgd. Daarbij
zou ik ook willen verkennen hoe een betere mix van toevoegings- en commerciële praktijk
kan worden gecreëerd en hoe de barrières tussen de sociale en de commerciële advocatuur
kunnen worden geslecht. Ik betrek hierbij ook de aanbevelingen van de Commissie-Van
der Meer II die zien op het verdienvermogen van sociaal advocaten en de verdere duiding
van de cijfers – zowel landelijk als regionaal – over de uittredende advocaten waarnaar
het Kenniscentrum van de Raad voor Rechtsbijstand op dit moment onderzoek naar doet.
Nog dit jaar vindt over deze gedeelde opdracht een vervolgoverleg met NOvA, VSAN en
de Raad voor Rechtsbijstand plaats. Naast de stand van zaken en voortgang van en mogelijke
aanvullende maatregelen op het bestaande plan van aanpak, is het ook nodig om met
elkaar een visie op de toekomst van de sociale advocatuur vorm te geven. Vanuit die
gezamenlijke visie wil ik gericht doelen kunnen stellen en concrete vervolgmaatregelen
afspreken. Deze doelen en vervolgmaatregelen moeten bijdragen aan een volwaardig en
toekomstgericht beroep van sociaal advocaat, zodat daarmee de toegang tot het recht
voor de rechtsbijstandsgerechtigde, ook naar de toekomst toe, geborgd blijft. Ik ben
voornemens u nog voor het commissiedebat rechtsbijstand, dat gepland staat op 13 maart
aanstaande, in een separate brief over de voortgang op dit onderwerp te berichten.
Slachtofferadvocatuur: besluit landelijke implementatie ernstig geweld
Slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven hebben recht op kosteloze rechtsbijstand
door een gespecialiseerde slachtofferadvocaat gefinancierd door de overheid, ongeacht
de financiële draagkracht van het slachtoffer. In 2020 en 2021 heeft een pilot plaatsgevonden
om een werkwijze voor actieve doorverwijzing door de politie naar slachtofferadvocaten
te beproeven. Uiteraard gebeurt dit alleen indien een slachtoffer dat wenst. De werkwijze
voor slachtoffers van ernstig geweld was in deze pilot nog niet voldoende uitgekristalliseerd
om landelijk te implementeren. Daarom wordt er sinds medio juli 2023 een vervolgpilot
uitgevoerd waarbij het aantal pilotregio’s is uitgebreid van twee naar drie. Door
het toevoegen van Rotterdam-Zuid komt ook de grootstedelijke context beter in beeld.
Deze vervolgpilot is onlangs afgerond en daarna geëvalueerd. Het beeld dat naar voren
komt uit deze evaluatie is overwegend positief. De evaluatie toont aan dat de werkwijze
uit de pilot doeltreffend is en de drempel lijkt te verlagen voor slachtoffers om
hun recht op een kosteloze advocaat te effectueren. Daarnaast kan de werkwijze uit
de pilot rekenen op overwegend positieve ervaringen bij slachtoffers en professionals.
Begin november is daarom met de betrokken ketenpartners besloten om deze werkwijze
landelijk te gaan implementeren en hiervoor een projectleider aan te stellen. Hierbij
zal zo veel mogelijk aansluiting worden gezocht bij de reeds gestarte voorbereiding
van de landelijke implementatie van de werkwijze voor zedenzaken.
Kernpunt in beide implementatietrajecten is het tot stand brengen van een digitale
systematiek voor de doorverwijzing van slachtoffers vanuit de politie naar een slachtofferadvocaat.
Hiervoor dient een koppeling gemaakt te worden tussen de systemen van de politie,
de Raad voor Rechtsbijstand en een slachtofferadvocaat, met afschrift van de doorverwijzing
aan Slachtofferhulp Nederland.
De Raad voor Rechtsbijstand heeft hier een haalbaarheidsonderzoek naar uitgevoerd.
De komende periode wordt met de betrokken ketenpartners een concreet implementatieplan
opgesteld voor beide trajecten, en wordt het realiseren van een automatische koppeling
verder voorbereid. Uw Kamer zal over de verdere implementatie van de werkwijze in
de volgende voortgangsrapportage worden geïnformeerd. Ondertussen zal de beproefde
werkwijze in de voormalige pilotregio's worden voortgezet.
2.1.3 Burgergerichte overheid
Actieplan project procedeergedrag overheid
De afgelopen periode is uitvoering gegeven aan het Actieplan «Meer vertrouwen, minder
onnodige procedures», dat als bijlage 4 bij deze brief is gevoegd. Dit Actieplan richt
zich op het terugdringen van onnodige procedures in het bestuursrecht en het stimuleren
van behoorlijk, burgergericht procedeergedrag. Het is voorbereid in samenwerking met
een brede groep betrokkenen – waaronder vertegenwoordigers vanuit burgers, wetenschap,
overheid, rechtspraak en rechtsbijstandverleners – en is het vervolg op eerdere publicaties
met inzichten over en een probleemanalyse van het procedeergedrag van de overheid.9
Het aantal procedures in het bestuursrecht en hoe deze procedures door burgers worden
ervaren is geen geïsoleerd vraagstuk, maar hangt sterk samen met de totstandkoming
en inhoud van beleid en wetgeving en de wijze waarop de overheid is georganiseerd.
Om deze reden geeft het Actieplan een breed beeld van activiteiten en programma’s
van de (decentrale) overheid die invloed hebben op het aantal procedures tussen overheid
en burger en de opstelling van de overheid hierin. In aanvulling op die bestaande
activiteiten is het Actieplan gericht op de wijze waarop de overheid omgaat met de
burger in de fase van besluitvorming en bezwaar en beroep. Vroegtijdig en persoonlijk
contact met de burger helpt bij het doordringen tot de kern van de zaak en draagt
bij aan het vinden van een oplossing voor het probleem. De «informele aanpak» is een
goede methode hiervoor. Vooruitlopend op de in het regeerprogramma (p. 88) aangekondigde
handvatten voor publieke dienstverleners ten behoeve van het wetsvoorstel Wet versterking
waarborgfunctie Awb, ben ik bezig met het inrichten van een kennisplatform met informatie
over het implementeren en werken volgens deze informele aanpak. Daarnaast wil ik bij
bestuursorganen aandacht vragen voor het belang van behoorlijk procederen in het bestuursrecht.
In het bijgevoegde Actieplan is nadere toelichting te vinden. De uitvoering van het
Actieplan is in de afrondende fase en vormt het sluitstuk van het deelprogramma Burgergerichte
overheid dat begin 2025 wordt afgerond.
2.2 Stimuleren van onderlinge overeenstemming
2.2.1 Startbijdrage mediation
Om mediation toegankelijker te maken is, bij een verwijzing vanuit de Rechtspraak
naar mediation, de eerste tweeënhalf uur van de mediation kosteloos voor burgers die
niet in aanmerking komen voor een toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand.
De mediator ontvangt daarvoor een vergoeding, de startbijdrage. Voor degene die al
procedeert op basis van een toevoeging en voor mediation in een strafzaak, is en blijft
de mediation kosteloos.
De startbijdrage gold aanvankelijk tot 1 januari 2025. Op basis van de evaluatie van
de regeling heb ik besloten de startbijdrage met ingang van 1 januari 2025 voor de
duur van vijf jaar te verlengen. De regeling zal blijvend worden gemonitord en aan
de hand van formulieren worden geëvalueerd. In 2029 zal een onafhankelijke evaluatie
plaatsvinden aan de hand waarvan wordt beoordeeld of en zo ja in hoeverre het wenselijk
is de regeling voort te zetten.
2.2.2 Uitwerking contouren centraal mediatorsregister
Eerder is uw Kamer geïnformeerd over de contouren van het te ontwikkelen centraal
mediatorsregister en het onderbrengen daarvan in een publiekrechtelijk zelfstandig
bestuursorgaan (zbo).10 Na verdere verkenning heb ik besloten een kwartiermaker aan te stellen die zich laat
bijstaan door drie deskundigen en daarmee af te zien van de eerder aangekondigde onafhankelijke
commissie.11 Met een kwartiermaker wil ik beter in kaart brengen wat het zbo nodig heeft om zijn
taken goed te kunnen uitoefenen. In mijn opdracht aan de kwartiermaker vraag ik om
aanbevelingen op de in de brief van 26 oktober 2023 genoemde contouren. Daarnaast
vraag ik om in overleg met het departement en het werkveld inzichtelijk te maken welke
aandachtspunten en randvoorwaarden er, gegeven de uitwerking van die contouren, moeten
worden gesteld aan de uitvoering/uitvoerder van het register. Daarbij zullen ook de
governance van het zbo en de organisatiestructuur worden betrokken.
2.2.3 Schuldenproblematiek
Op 11 oktober jl. heb ik samen met de Staatssecretaris Participatie en Integratie
de kabinetsreactie op het Interdepartementaal Beleidsonderzoek problematische schulden
«Naar een beter werkende schulden keten»12 aan uw Kamer aangeboden.13 De maatschappelijke kosten van schulden bedragen minimaal 8,5 miljard per jaar. Het
is daarom belangrijk dat de overheid verantwoordelijkheid neemt om de schuldenproblematiek
aan te pakken. Ik vind het belangrijk dat ook mensen met schulden (en daarmee minder
financiële ruimte om juridische hulp in te schakelen) toegang tot het recht hebben.
In de brief van 11 oktober jl. staan een aantal maatregelen, zoals een zorgplicht
voor deurwaarders en een collectief afbetalingsplan, die ik komende periode verder
zal uitwerken. Uiterlijk 1 mei 2025 deel ik met de Kamer de juridische aanpak civiele
invordering waarin een uitwerking van de maatregelen is opgenomen. Daarnaast is onlangs
een pilot gestart waarbij mensen die worden geconfronteerd met beslag op het inkomen
en/of hun vermogen – en die daardoor niet in aanmerking komen voor gesubsidieerde
rechtsbijstand, of die geconfronteerd worden met een zeer hoge eigen bijdrage – onder
omstandigheden alsnog een toevoeging kunnen krijgen, omdat zij de kosten van een advocaat
door het beslag niet zelf kunnen dragen. Ook is de wetswijziging Wsnp sinds juli 2023
van kracht om de doorstroom naar de Wsnp te verbeteren. Sinds 1 november jl. kunnen
Wsnp-bewindvoerders worden ingezet voor de aanvraag Wsnp. Om de toestroom naar de
Wsnp te vergroten wordt meer en bredere voorlichting hierover gegeven. Tot slot kom
ik begin 2025 met een Kamerbrief bewind waarin ook de toegang tot het recht voor de
onder bewind gestelde aan de orde zal komen.
2.2.4 Online dispute resolution
Sinds eind 2023 kunnen rechtzoekenden in de regio Noord-Holland die problemen hebben
met of binnen de Vereniging van Eigenaars (VvE) van hun woning, binnen de pilot voorRecht,
online zoeken naar hoe de rechter omgaat met vergelijkbare gevallen en tips krijgen
over hoe je weer met de andere partij(en) in contact kan komen. Lukt het niet om er
met de wederpartij uit te komen, dan wordt persoonlijke begeleiding aangeboden, bijvoorbeeld
in de vorm van mediation. Als het nodig is, kan de zaak aan een rechter worden voorgelegd.
Inmiddels zijn meer dan veertig zaken door de pilot in behandeling genomen.
Uit de cijfers van het gebruik van de website en de ingevulde commentaren van gebruikers
blijkt, dat de meeste rechtzoekenden het platform gebruiken om informatie te vinden.
In 2025 wordt de pilot uitgebreid om te onderzoeken of de eerste positieve bevindingen
ook los van de pilot voortgezet kunnen worden. Naast Noord-Holland kunnen rechtszoekenden
voor VvE-zaken ook bij de rechtbanken Amsterdam en Oost-Brabant terecht. Verder wordt
in Noord-Holland de pilot uitgebreid met bouwzaken.
Pijler 3: Beslissing van een neutrale instantie
3.1 Versterking rechtspraak: betere rechtsbescherming in de jeugdbescherming en rechtspraak
jeugd
Ik vind het belangrijk om kwetsbare groepen te beschermen. In dat kader werk ik aan
de versterking van de rechtsbescherming van kwetsbare gezinnen die te maken krijgen
met een kinderbeschermingsmaatregel. Ik heb uw Kamer over de voortgang hiervan apart
geïnformeerd in mijn brief van 18 november 2024.14
Als onderdeel daarvan investeer ik in familie- en jeugdrechtspraak, zodat de kinderrechter
beter in staat wordt gesteld een goede en juiste afweging te maken in kinderbeschermingszaken
en recht te doen aan kinderen en ouders. De familie- en jeugdrechters hebben aangegeven
dat het belangrijk is dat de rechter echt goed kan luisteren naar wat de ouders en
kinderen op zitting vertellen. Dit wordt onder andere gerealiseerd door het financieren
van de afschaffing van de meldbriefprocedure en het realiseren van meer tijd voor
de behandeling van jeugdbeschermingszaken zodat ouders en kinderen zich tijdens de
procedure en op zitting meer betrokken en gehoord voelen.
3.2 Versterking rechtspraak: institutionele vernieuwing Rechtspraak
Daarnaast stel ik financiering beschikbaar aan de Rechtspraak voor investeringen op
het gebied van institutionele vernieuwing. De Rechtspraak kan dit geld aanwenden om
te investeren in innovatief personeelsbeleid, vernieuwing van werkwijzen en het werken
met innovatieve technologie. Dit kan een bijdragen leveren aan het verlagen van de
werkdruk binnen de Rechtspraak. De Rechtspraak heeft aangegeven onder andere structureel
te willen inzetten op de doorgroei van ervaren gerechtsjuristen via de weg van het
rechter-plaatsvervangerschap naar rechter. Deze doorgroeimogelijkheden kunnen ook
bijdragen aan een betere positie van de Rechtspraak op de steeds krapper wordende
arbeidsmarkt. Ook denkt de Rechtspraak na over het op een andere wijze inzetten van
de functie van de gerechtsauditeur (artikel 1 sub b 8°, 14 en 72 Wet RO). De gerechtsauditeur
heeft een zwaardere rol bij de voorbereiding van en tijdens de zitting en kan deels
de werkzaamheden van rechters en raadsheren overnemen. De Rechtspraak ziet hierin
grote meerwaarde omdat ook de inzet van gerechtsauditeurs naar verwachting een waardevolle
bijdrage kan leveren aan het verminderen van de werkdruk van rechters en raadsheren.
Ook via digitalisering kan de werkdruk worden verlicht. AI-technologie ontwikkelt
zich in een hoog tempo en er worden steeds meer toepassingen daarvan binnen bestaande
werkprocessen bereikbaar. Door een terugloop in het personeel en verzwaring van rechtszaken
zet de Rechtspraak in op slimmer en innovatiever werken ten behoeve van de rechtzoekenden.
Daarom is het belangrijk dat de Rechtspraak hierin kan investeren zodat zij op zijn
minst bijblijft bij de maatschappelijke ontwikkelingen op het vlak van data en AI.
Voor het totaalpakket versterking rechtspraak trek ik in 2025 13,6 mln., in 2026 15,1 mln.
en in 2027 e.v. 21,6 mln. structureel uit (zie tabel 1).
3.3 Maatschappelijk effectieve rechtspraak
Wijkrechtspraak
Wijkrechtspraak heeft tot doel effectief bij te dragen aan het oplossen van uiteenlopende,
meervoudige problemen (multiproblematiek) van mensen in geselecteerde wijken. Bij
de behandeling van zaken is extra tijd en aandacht voor het vinden van oplossingen
voor de verschillende problemen die bij partijen spelen. De rechter bekijkt die problemen
integraal en kijkt welke beslissingen nodig zijn om de problemen effectief aan te
pakken.15 Op dit moment zijn in verschillende rechtbanken wijkrechtspraakprojecten opgezet.
De Rechtspraak breidt de komende jaren het aantal locaties wijkrechtspraak uit. Te
beginnen in de gemeenten waar wijken geprioriteerd zijn om de leefbaarheid en veiligheid
te vergroten in het landelijk programma Preventie met gezag. Het uitbreiden van het
aantal locaties wijkrechtspraak sluit aan bij het regeerprogramma (p. 100) waarin
staat dat het bestaande beleid om wijkrechtspraak te stimuleren wordt voortgezet.
Hiermee wordt ook uitvoering gegeven aan de motie van de leden Six Dijkstra en Palmen.16 Die motie verzoekt experimenten te bevorderen waarin ervaring kan worden opgedaan
met een maatwerkbehandeling van zaken waarin sprake is van multiproblematiek en/of
verwarde personen, waarbij rechters meer regie kunnen nemen bij het (duurzaam) oplossen
van de onderliggende problematiek.
Experiment Regelrechter
Ik heb samen met de Raad voor de rechtspraak en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
een ontwerpbesluit voorbereid voor een experiment met de «regelrechter», het eerste
experiment op basis van de Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging. Het experiment,
dat drie jaar zal lopen bij de rechtbanken Den Haag, Overijssel, Rotterdam en Zeeland-West
Brabant, creëert een laagdrempelige ingang bij de kantonrechter voor geschillen over
geldvorderingen tot € 5.000 en vorderingen van een werknemer uit hoofde van een arbeidsovereenkomst,
waaronder werknemers in een kwetsbare positie zoals arbeidsmigranten. Doel is onder
andere de procedure eenvoudiger, sneller en effectiever te maken. Het ontwerpbesluit
is na internetconsultatie en een voorhang bij beide Kamers, ter advisering voorgelegd
aan de Raad van State. Het streven is om begin 2025 met de regelrechter te starten.
Het experiment zal worden geëvalueerd en op basis van de uitkomsten van dit experiment
bezie ik of het wenselijk is (elementen van) de experimentele procedure om te zetten
in een structurele regeling.
3.4 Vereenvoudigen van burgerlijk procesrecht
Rechtzoekenden ervaren procederen bij de rechter vaak als ingewikkeld. Om de toegang
tot de rechter te vergroten onderzoek ik of de procedures voor de burgerlijke rechter
kunnen worden vereenvoudigd. De Adviescommissie voor burgerlijk procesrecht is gevraagd
om hierover advies uit te brengen. De Adviescommissie komt naar verwachting begin
volgend jaar met dit advies. Voor andere onderwerpen die raken aan het burgerlijk
procesrecht verwijs ik naar mijn brief over de privaatrechtelijke (wetgevings)agenda
van 18 oktober 2024.17
3.5 Friese taal in het rechtsverkeer
De motie van de leden Tjeerd de Groot en Meulenkamp18 verzoekt de regering met concrete maatregelen te komen om Fries in het rechtsverkeer
in Fryslân op de kortst mogelijke termijn te bevorderen waaronder te bezien of wet-
en regelgeving geactualiseerd dient te worden om de tweetalige rechtspraktijk te bevorderen,
en te onderzoeken hoe alle Friestalige zaken kunnen worden gecentreerd in Leeuwarden,
en de Kamer daarover te informeren.
Ik onderschrijf dat het gebruik van het Fries in procedures van de rechtbank Noord-Nederland
(hierna: de rechtbank) en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof) van
meerwaarde is en dat de behoefte om het te gebruiken nadrukkelijk aanwezig is bij
de Friestalige rechtzoekenden. De rechtbank en het hof zijn samen met DINGtiid19 na de zomer een werkgroep gestart om te verkennen hoe het gebruik van het Fries tijdens
procedures verder kan worden gefaciliteerd en de gerechtsbesturen daarover te adviseren.
Gelet op de onafhankelijke positie van de Rechtspraak is het vervolgens aan de gerechtsbesturen
om over mogelijke maatregelen een besluit te nemen. De voortgang van de werkgroep
wordt gemonitord.
Met de inwerkingtreding van de Wet gebruik Friese taal in 2014 is uitvoering gegeven
aan de wens van het kabinet om de gelijke rechten van de Nederlandse en de Friese
taal binnen de provincie Fryslân te waarborgen. De bepalingen die zien op het Fries
in de Rechtspraak bieden waarborgen en handvatten om de tweetalige rechtspraktijk
te bevorderen. Ik heb geen aanwijzingen dat die bepalingen op enigerlei wijze tekortschieten
en zie om die reden geen grond die te actualiseren. Wel stel ik vast dat van de drie
C1 tolken Fries die in het Register beëdigde tolken en vertalers zijn ingeschreven,
twee geen tolkdiensten Fries verrichten ten behoeve van de rechtspleging. Daarover
vinden gesprekken plaats en over de voortgang en uitkomsten daarvan zal ik uw Kamer
nader informeren.
Sinds 2022 is bij de rechtbank toedeling op maat mogelijk in zaken die (gedeeltelijk)
in de Friese taal gevoerd worden. Het hof heeft een vergelijkbare regeling. Als gevolg
hiervan worden zaken waarbij Friestalige procesdeelnemers zijn betrokken zo veel mogelijk
op de zittingslocatie Leeuwarden behandeld. Uit gesprekken met de gerechten blijkt
dat deze werkwijze in de praktijk goed werkt en niet ten koste gaat van de mogelijkheden
om het gebruik van het Fries te bevorderen. Ik ga ervan uit dat met deze werkwijze
aan Friessprekenden voldoende waarborgen worden geboden om in de zittingslocatie in
Fryslân terecht te kunnen en zal monitoren of er op een later moment verdere aanpassingen
nodig zijn.
3.6 Tolken en vertalers
Er is toegezegd dat uw Kamer jaarlijks geïnformeerd wordt over de resultaten van de
monitoring van de tolkdienstverlening.20 Voor het kerstreces zal een brief over tolken- en vertaaldiensten naar uw Kamer worden
verzonden waarin de resultaten van deze monitoring gepresenteerd worden en geef ik
inzicht in de vergoedingen die tolken ontvangen. Daarnaast biedt de brief inzicht
in de ontwikkelingen rond de stelselwijziging voor de tolk- en vertaaldienstverlening
bij het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak.
Vooruitblik
Monitoring en onderzoek
Ik vind het belangrijk om op basis van onderzoek inzichtelijk te maken hoe het staat
met de toegang tot het recht, wat de werking van maatregelen op langere termijn is
en na te gaan in welke mate ze bijdragen aan een versterking van de toegang tot het
recht. Hieronder volgt een overzicht van een aantal onderzoeken die momenteel lopen.
Geschilbeslechtingsdelta 2025
Het WODC is gestart met de Geschilbeslechtingsdelta over de periode 2019–2024. De
verwachting is dat de Geschilbeslechtingsdelta eind volgend jaar wordt opgeleverd.
Sinds 2003 doet het WODC elke vijf jaar kwantitatief onderzoek naar de civiel- en
bestuursrechtelijke problemen die burgers ervaren, de wegen die zij bewandelen om
deze problemen op te lossen, het verloop en de afloop van deze aanpak, en hun evaluatie
van geraadpleegde adviseurs en procedures. De uitkomsten hiervan worden gepubliceerd
in de Geschilbeslechtingsdelta.
Onderzoek middeninkomens
Het Kenniscentrum doet in samenwerking met het CBS onderzoek naar de kwetsbaarheid
van de lagere middeninkomens in de toegang tot rechtsbijstand. In de eerste fase is
onderzocht welke inkomensgroepen relatief vaak van positie wisselen tussen wel- en
niet Wrb-gerechtigd zijn, waardoor zij een onzeker recht op rechtsbijstand kunnen
hebben. De tweede fase van het onderzoek gaat dieper in op de verschillende kenmerken
van de groepen die in de eerste fase zijn onderzocht. Denk hierbij aan kenmerken als
leeftijd, gezinssamenstelling, of de belangrijkste inkomensbron. Het CBS start begin
2025 met de gegevensverzameling voor deze tweede fase. Aansluitend zullen in de derde
en laatste fase van het onderzoek met behulp van een enquête de groepen die relatief
veel wisselingen kennen worden bevraagd op de mate waarin zij problemen ervaren door
de onzekerheid over het recht op rechtsbijstand.
Internationaal
Naast de nationale trajecten lopen er op Europees en internationaal niveau verschillende
trajecten. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de uitvoering van Verordening (EU) 2023/2844
over de digitalisering van de justitiële samenwerking en de toegang tot de rechter
(e-Justice). In de komende jaren wordt ter uitvoering van deze verordening digitale
toegang mogelijk voor een aantal grensoverschrijdende Europese procedures, te beginnen
bij het Europees betalingsbevel (Vo 1896/2006 zoals herzien in 2017) en de geringe
vorderingen procedure (Vo (EU) 861/2007), zoals herzien in 2017). Daarnaast werken
we aan de implementatie van de Richtlijn (EU) 2024/1069 betreffende bescherming van
bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen
of misbruik van procesrecht («strategische rechtszaken tegen publieke participatie»,
de anti-SLAPP richtlijn), en de herziening van Richtlijn 2013/11/EU betreffende alternatieve
beslechting van consumentengeschillen. Voor Europese voorstellen op het terrein van
het burgerlijk procesrecht is mijn inzet erop gericht zoveel mogelijk te komen tot
eenduidige processen en hierbij aan te sluiten bij de Nederlandse situatie.
Daarnaast heeft Nederland (JenV) zich aangesloten bij een meerlandenproject in het
kader van het Technical Support Instrument (TSI) programma van de Europese Unie. Het project heeft tot doel om de vier deelnemende
landen (Ierland, Italië, Malta en Nederland) te ondersteunen in de versterking van
de toegang tot het recht en de mensgerichte benadering daarvan (people-centred justice).21 Tijdens de looptijd van 3 jaar zal ten eerste een diagnoserapport (nulmeting) worden
opgeleverd, waarin onderzocht wordt hoe het in deelnemende landen staat met de toegankelijkheid
van het rechtsbestel en het hierbinnen centraal stellen van mensen. Op basis hiervan
zullen een routekaart en actieplan (op maat voor iedere lidstaat) voor de versterking
van de toegang tot het recht en de mensgerichte benadering daarvan opgesteld worden.
Daarnaast zal er implementatieondersteuning (op maat) geboden worden in de uitvoering
en implementatie van het actieplan en zal uiteindelijk een eindrapportage worden opgeleverd.
Het project zal in nauwe samenwerking met Nederlandse partijen door de Organisatie
voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling worden uitgevoerd.
Ook voor deze internationale trajecten blijf ik mij inzetten.
Komende voortgangsbrieven
In deze brief heb ik uw Kamer geïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van
de aanpak versterking toegang tot het recht, met inbegrip van de voortgang op de maatregelen
die lopen onder de stelselvernieuwing rechtsbijstand. Dit zal ik voortaan jaarlijks
op deze wijze doen. De eerstvolgende integrale voortgangsbrief is voorzien voor december
2025.
Het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand loopt tot en met eind 2025. Ik streef
ernaar uw Kamer rond de zomer te informeren over de contouren van het wetsvoorstel
dat hiervan het sluitstuk zal vormen.
Slot
In deze brief heb ik uw Kamer meegenomen in een aantal belangrijke ontwikkelingen
op het gebied van de versterking van de toegang tot het recht. Ook de komende periode
blijf ik mij er samen met betrokken partijen voor inzetten de toegang tot het recht
verder te versterken en geef ik uitvoering aan de in deze brief en het regeerprogramma
aangekondigde maatregelen.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, T.H.D. Struycken
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.H.D. Struycken, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid