Brief regering : Uitkomsten beleidsverkenning n.a.v. de motie van de leden Joseph en Westerveld over de algemene medische keuring voor mensen met autisme, ADD en ADHD afschaffen voor het afleggen van een rijexamen (Kamerstuk 24170-318) en advies Gezondheidsraad over rijgeschiktheid na psychose
29 398 Maatregelen verkeersveiligheid
24 170
Gehandicaptenbeleid
Nr. 1171
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 maart 2025
Op 3 april 2024 is een motie ingediend door Kamerleden Joseph (NSC) en Westerveld
(GL-PvdA) tijdens een debat met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
over de implementatie van het VN-verdrag Handicap.1 Met deze motie wordt de regering verzocht om met een voorstel te komen om de algemene
medische keuring bij een psychiater (in het kader van het halen van een rijbewijs)
voor mensen met autisme, ADD en ADHD af te schaffen, en deze mensen alleen nog te
beoordelen op hun rijvaardigheid. In de Kamerbrief van 29 april 2024 heeft het Ministerie
van Infrastructuur en Waterstaat aangegeven een beleidsverkenning te doen naar de
mogelijkheden om invulling aan de motie te geven. Daarbij is het uitgangspunt dat
het ministerie de keuringen zo proportioneel mogelijk wil vormgeven, waarbij de verkeersveiligheid
niet in het gedrang mag komen en Nederland blijft voldoen aan Europese regelgeving.
In deze brief wordt de Kamer op de hoogte gebracht van de uitkomsten van deze beleidsverkenning
en de vervolgstappen. Daarnaast wordt de Kamer geïnformeerd over het advies «Rijgeschiktheid
na het doormaken van een psychose» dat de Gezondheidsraad op 19 december 2024 heeft
uitgebracht2 en het vervolg op dit advies.
Rijgeschiktheid bij autisme
Uit de wetenschappelijke literatuur3 komt naar voren dat het hebben van een rijbewijs heel belangrijk is voor de arbeidskansen
en het welbevinden van mensen met autisme. Ook komt naar voren dat mensen met autisme
meer uitdagingen dan gemiddeld ervaren om het rijbewijs te behalen. Tegelijk blijkt
uit medisch-wetenschappelijke literatuur niet eenduidig, dat rijbewijshouders met
autisme meer ongelukken veroorzaken of meer verkeersovertredingen begaan dan andere
rijbewijshouders.
Dit laatste komt overeen met informatie uit een expertsessie over rijgeschiktheid
bij autisme, en met de laatste inzichten vanuit Europa4,
5.
In lijn met het VN-verdrag Handicap6 wil het ministerie geen strengere eisen stellen aan rijbewijshouders dan strikt noodzakelijk
is voor het bewaken van de verkeersveiligheid. Daarom is het Ministerie van plan om
de eisen voor rijgeschiktheid bij autisme volledig te verwijderen uit de Regeling
eisen geschiktheid 2000 (REG2000). Dit heeft impact op de medische beoordeling van
de rijgeschiktheid door het CBR, en op de af te nemen praktijkexamens. Daarom heeft
het ministerie het CBR gevraagd om een uitvoeringstoets te doen naar de voorgenomen
wijziging. De uitkomsten hiervan worden in juni 2025 verwacht. Tegelijkertijd bereidt
het ministerie de juridische stappen voor die nodig zijn voor de wijziging van de
REG2000. Mede afhankelijk van de uitkomsten van de uitvoeringstoets is het streven
om de voorgenomen beleidswijziging op 1 januari 2026 in te laten gaan.
Rijgeschiktheid bij AD(H)D
Uit wetenschappelijke literatuur over rijgeschiktheid bij AD(H)D komt een ander beeld
naar voren. Mensen met AD(H)D zijn vaker dan gemiddeld betrokken bij verkeersongelukken
en verkeersovertredingen, en vormen dus een verhoogd risico voor de verkeersveiligheid.
Zo noemt een studie uit 2017 dat adolescenten met AD(H)D in de eerste 48 maanden na
het behalen van het rijbewijs 30 tot 40% meer kans hebben om betrokken te zijn bij
een auto-ongeluk dan adolescenten zonder AD(H)D.7,
8 Een studie uit 2019 geeft aan dat rijbewijshouders met AD(H)D (ongeacht de leeftijd)
in de eerste maanden na het behalen van een rijbewijs vaker betrokken zijn bij aanrijdingen
en verkeersovertredingen, en dat in het eerste jaar de kans op een alcohol- of drugsovertreding
in het verkeer 3 tot 4 keer hoger ligt dan bij mensen zonder AD(H)D.9 Het rapport van CIECA (International Commission for Driver Testing) uit 2019 bevestigt
dit en adviseert om voor AD(H)D meer concrete medische eisen op te nemen in de Europese
rijbewijsrichtlijn.
Vanwege de impact van AD(H)D op de verkeersveiligheid en mogelijk strengere Europese
eisen op het gebied van AD(H)D in de toekomst, is het niet wenselijk om de medische
eisen in de REG2000 bij AD(H)D te laten vervallen.
Wel bleek tijdens een expertsessie dat de keuringen bij een onafhankelijk keurend
psychiater voor alle mensen met AD(H)D op dit moment niet voldoende proportioneel
zijn.
Daarom heeft het ministerie het CBR gevraagd om aanvullend onderzoek te doen hoe de
keuringen voor deze groep mensen gerichter kunnen worden gedaan. waarmee de algemene
keuring afgeschaft kan worden en gericht gekeurd kan worden op rijgeschiktheid. In
dat onderzoek betrekt het CBR de relevante stakeholders zoals de Nederlandse Vereniging
voor Psychiatrie (NVvP) en patiëntenorganisaties. Het doel is om alleen nog mensen
met AD(H)D door een psychiater te laten keuren waarbij een grotere kans op rijongeschiktheid
bestaat. Uiterlijk eind 2025 wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang van dit
onderzoek.
Rijgeschiktheid na het doormaken van een psychose
Op verzoek van het ministerie heeft de Gezondheidsraad op 19 december 2024 advies
uitgebracht over de rijgeschiktheid in de eerste maanden na het doormaken van een
psychose. De Gezondheidsraad adviseert om mensen na het doormaken na een psychose
niet langer standaard 6 maanden ongeschikt te beschouwen voor het rijbewijs. Het ministerie
vindt het belangrijk dat mensen na een psychose niet langer als ongeschikt worden
aangemerkt, dan nodig is voor de verkeersveiligheid. Daarom is het de inzet van het
ministerie om de REG2000 zo aan te passen dat de standaardtermijn van 6 maanden komt
te vervallen waardoor een keuring eerder mogelijk wordt. De beoordeling door het CBR
of iemand (weer) rijgeschikt is, kan hierbij alleen worden gedaan op basis van het
rapport van een onafhankelijk keurend psychiater.10 Het ministerie en het CBR zijn op dit moment in overleg over de manier waarop gevolg
wordt gegeven aan het advies van de Gezondheidsraad. Uiterlijk eind 2025 wordt de
Kamer geïnformeerd over de uitkomst van dit overleg en de beoogde vervolgstappen.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
B. Madlener
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
B. Madlener, minister van Infrastructuur en Waterstaat