Brief regering : Verslag JBZ-Raad van 12 en 13 december 2024
32 317 JBZ-Raad
Nr. 925 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN DE MINISTER
VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 december 2024
Hierbij bieden wij uw Kamer, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
het verslag aan van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) op 12 en 13 december
2024 in Brussel. De Minister van Asiel en Migratie, de Minister van Justitie en Veiligheid
en de Staatssecretaris Rechtsbescherming namen deel.
Ook informeren wij uw Kamer hieronder over de bijeenkomst van de Coalitie van Europese
landen tegen georganiseerde criminaliteit, over de kopgroep contraterrorisme en een
toezegging gedaan over organisaties zoals Samidoun1 en over een intentieverklaring politiesamenwerking. Daarnaast wordt er een terugkoppeling
gegeven van de Calaisgroep en wordt teruggekomen op het stopzetten van de financiële
ondersteuning aan de Landelijke Vreemdelingen Voorziening.
Coalitie van Europese landen tegen georganiseerde criminaliteit
Voorafgaand aan de JBZ-Raad organiseerde Nederland een bijeenkomst van de Coalitie
van zeven Europese landen tegen georganiseerde criminaliteit. Daar sprak de Minister
van Justitie en Veiligheid met Duitsland, Zweden, Frankrijk, Spanje, België, Italië
en met de nieuwe Eurocommissaris voor Interne Zaken en Migratie Magnus Brunner over
de prioriteiten in de aanpak van de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit
de komende periode. Het belang van verdere samenwerking ten aanzien van de havens,
de samenwerking met Latijns-Amerika, het verder brengen van de bestuurlijke aanpak
en het bestrijden van voortgezet crimineel handelen in detentie kwamen aan de orde.
De Commissie blikte vooruit op de te ontwikkelen EU-veiligheidsstrategie, die met
pijlers als een integrale aanpak, aandacht voor zowel de offline als online-dimensie
van veiligheid en security-by design de basis zal vormen voor de komende Commissie-ambtsperiode.
Kopgroep contraterrorisme en toezegging Samidoun
Voor de start van de JBZ-Raad vond ook een kopgroep contraterrorisme bijeenkomst plaats
waar Nederland, België, Zweden, Frankrijk, Finland, Oostenrijk, Duitsland en de EU
contraterrorismecoördinator (EU CTC) aan deelnamen. Er vond een uitwisseling plaats
over maatregelen ter bescherming van de Joodse gemeenschap in de EU en over statelijke
actoren die criminele netwerken inzetten bij voor terrorisme binnen de EU.
En marge van de JBZ-Raad heeft de Minister van Justitie en Veiligheid daarnaast met
de Duitse Minister van Binnenlandse Zaken, Nancy Faeser, gesproken over het verbieden
van organisaties zoals Samidoun. Aangegeven is dat Nederland graag meer van Duitsland
leert en dat een Nederlandse ambtelijke delegatie hiervoor graag op bezoek komt. Duitsland
reageerde hier positief op.
Intentieverklaring politiesamenwerking Duitsland-Nederland
En marge van de JBZ-Raad is verder een intentieverklaring ondertekend door de Minister
van Justitie en Veiligheid en zijn Duitse counterpart Minister Nancy Faeser. Deze
intentieverklaring benadrukt de wens om de bestaande bilaterale politiesamenwerking
uit te breiden en (indien gewenst) te actualiseren. De uitbreiding ziet op het aangaan
van een nieuw bilateraal verdrag voor grensoverschrijdende inzet van speciale interventie
eenheden, zoals de Dienst Speciale Interventies (DSI). De actualisatie ziet op het
inventariseren van de behoefte en noodzaak voor herziening van het al bestaande politiesamenwerkingsverdrag
tussen Duitsland en Nederland (Verdrag van Enschede, 2005). Het kabinet is tevreden
met deze eerste stap. De verklaring versterkt de samenwerking in de gezamenlijke aanpak
van grensoverschrijdende criminaliteit, zoals georganiseerde misdaad en terrorisme.
Calaisgroep
Op 10 december jl. nam de Minister van Asiel en Migratie deel aan een ministeriële
bijeenkomst van de zogenaamde «Calais Groep» in Londen. Het is de vierde keer dat
deze groep (Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de
Europese Commissie) op ministerieel niveau samenkwam. In Calais-verband bespreken
de landen operationele samenwerking om irreguliere migratie en mensensmokkel tegen
te gaan. Deze bijeenkomst vond plaats op uitnodiging van de Ministers van Duitsland
en het Verenigd Koninkrijk, in aanwezigheid van Europol en Frontex. Na afloop van
de bijeenkomst is een actieplan gepubliceerd met de prioriteiten waar de Calais Groep
de komende periode op zal focussen: preventieve communicatie in herkomst- en doorreislanden,
versterkte samenwerking op het gebied van rechtshandhaving via Europol, het verstoren
van financieringsstromen en het verstoren van het gebruik van sociale media van mensensmokkelnetwerken,
en samenwerking op data-uitwisseling.2
Stopzetten financiële ondersteuning Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV)
In het tweeminutendebat van 11 december jl. heeft de Minister van Asiel en Migratie
aan het lid Ceder toegezegd schriftelijk nader in te gaan op een recente uitspraak
van het Hof van Justitie van de Europese Unie (EU) in relatie tot het stopzetten van
de financiële ondersteuning aan de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV). Het
kabinet verwijst u hiervoor naar de brief over de stand van zaken beëindiging LVV.3
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, T.H.D. Struycken
De Minister van Asiel en Migratie, M.H.M. Faber-van de Klashorst
Verslag van de formele bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 12
en 13 december 2024
I. Binnenlandse Zaken
Belangrijkste resultaten
• De JBZ-Raad nam het besluit voor de opheffing van de personencontroles aan de landbinnengrenzen
met en tussen Bulgarije en Roemenië vanaf 1 januari 2025.
• Een blokkerende minderheid van lidstaten waaronder Nederland, gaf aan de gedeeltelijke
algemene oriëntatie voor de CSAM-Verordening niet te kunnen steunen en zich daarom
te zullen onthouden bij een officiële stemming. Het voorstel gaat daarom op dit moment
niet door naar de triloog-fase.
• De JBZ-Raad keurde de strategische JBZ-richtsnoeren voor wetgevende en operationele
planning op het gebied van vrijheid, veiligheid en justitie goed.
• De JBZ-Raad nam raadsconclusies aan over een strategischer inzet van het EU-visumbeleid.
1. Staat van het Schengengebied – Uitvoering van de prioriteiten voor de jaarlijkse
Schengenraadscyclus: veiligheidsverhoging door digitalisering
De Europese Commissie (Commissie) gaf tijdens dit agendapunt een overzicht van de
recente migratiecijfers naar en binnen de EU. Vervolgens vond een uitgebreide tafelronde
plaats. Er was brede eensgezindheid onder lidstaten over het belang van robuuste buitengrenzen
en digitalisering van grenssystemen voor een veilig Schengengebied, mede gezien de
onzekere situatie in het Midden-Oosten en de Sahel-regio. Nederland vroeg om aanvullende
monitoring en snelle respons van Frontex in het geval de druk aan de Schengenbuitengrenzen
te hoog wordt, hetgeen Frontex heeft toegezegd. Ten aanzien van digitalisering benadrukte
een aantal lidstaten dat vooral focus moet liggen op betere naleving van huidige regels,
implementatie van bestaande systemen en verbetering van de interoperabiliteit, en
niet op (ontwikkeling van) nieuwe systemen. Ook werd door een aantal lidstaten het
belang van passende en toegankelijke EU-financiering voor de digitaliseringsopgave
benadrukt. Ten slotte wezen enkele lidstaten in het kader van sterke buitengrenzen
op de kort voor de JBZ-Raad verschenen mededeling van de Commissie4, waarin werd ingegaan op maatregelen die lidstaten kunnen inzetten om instrumentalisering
van migratie tegen te gaan. Uw Kamer ontvang hiervan separaat een appreciatie.
2. Interoperabiliteit
De Commissie lichtte het op 4 december jl. gepubliceerde aanvullende voorstel voor
de Entry/Exit Systeem-verordening toe. Dit aanvullende voorstel maakt gefaseerde inwerkingtreding
mogelijk. Uw Kamer wordt separaat via een BNC-fiche over de kabinetsappreciatie van
het aanvullende voorstel geïnformeerd. De Commissie heeft benadrukt dat de gereedheidsverklaringen
van alle lidstaten noodzakelijk zijn voor een gefaseerde inwerkingtreding. Lidstaten
verwelkomden het voorstel, maar gaven ook aan de tekst van het voorstel nog te bestuderen.
Meerdere lidstaten vroegen om een realistische implementatieplanning door eu-LISA.
Het Voorzitterschap heeft eu-LISA verzocht eind januari 2025 tot een herziene versie
van de interoperabiliteits-roadmap te komen5, met 2027 als streefdatum voor de afronding van de gehele interoperabiliteitsarchitectuur.
3. Besluit van de Raad tot vaststelling van de datum voor de afschaffing van de personencontroles
aan de landbinnengrenzen met Bulgarije en Roemenië
De JBZ-Raad stemde unaniem in met het opheffen van de persoonscontroles aan de landsgrenzen
met en tussen Bulgarije en Roemenië per 1 januari 2025. Daarmee treden Bulgarije en
Roemenië per 1 januari 2025 volledig toe tot het Schengengebied.
Nederland kwam in december 2023 tot de conclusie dat Bulgarije en Roemenië voldoen
aan de gestelde voorwaarden voor Schengentoetreding en kon toen instemmen met de volledige
toetreding van Roemenië en Bulgarije tot het Schengengebied. Voorts zijn Bulgarije
en Roemenië met Hongarije, Oostenrijk op 22 november jl. een gezamenlijke verklaring
overeengekomen waarin zij zich opnieuw committeerden aan de eerdere verklaring, en
afspraken maakten over aanvullende maatregelen om het buitengrensbeheer verder te
versterken en dat binnengrenscontroles in ieder geval nog zes maanden van kracht blijven.
Ook heeft Frontex, in reactie op een verzoek van Nederland daartoe, toegezegd om aanvullend
te monitoren en snel te reageren indien de druk aan de Schengenbuitengrenzen te hoog
wordt. Doorlopende monitoring via de bestaande mechanismes blijft daarnaast essentieel.
4. Verordening ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen
Een kleine groep landen waaronder Nederland, gaf aan de gedeeltelijke algemene oriëntatie
voor de CSAM-Verordening niet te kunnen steunen en zich daarom te zullen onthouden
bij een officiële stemming. Deze groep landen vormt een blokkerende minderheid. De
bezwaren van deze lidstaten zien net als in het geval van Nederland op het detectiebevel-onderdeel
van de CSAM-Verordening.6 Het Voorzitterschap concludeerde dat er meer werk nodig is voordat een akkoord gesloten
kan worden en de triloog van start kan gaan.
5. Strategische richtsnoeren voor wetgevende en operationele planning op het gebied
van vrijheid, veiligheid en justitie
De JBZ-Raad keurde, zonder interventie of discussie, de strategische JBZ-richtsnoeren
voor wetgevende en operationele planning op het gebied van vrijheid, veiligheid en
justitie goed.7 De Commissie werd opgeroepen om de richtsnoeren mee te nemen bij het opstellen van
het nieuwe Commissie werkprogramma.
6. Migratie en asiel: implementatie van hervormingen op het gebied van migratie en
asiel
Onder dit agendapunt werd stilgestaan bij de voortgang van de implementatie van het
Asiel- en Migratiepact. De Commissie stelde vast dat ten tijde van het plaatsvinden
van de JBZ-Raad nog niet alle lidstaten hun nationale implementatieplan hadden ingediend
en maande lidstaten dit alsnog met spoed te doen. Nederland heeft de Commissie en
het inkomend Voorzitterschap opgeroepen op een volgende JBZ-raad op basis van de informatie
uit de nationale implementatieplannen een strategische discussie te agenderen om gezamenlijk
de voortgang te kunnen monitoren en uitdagingen te identificeren. Meerdere lidstaten,
waaronder Nederland, riepen daarnaast op tot een tijdig voorstel van de Commissie
voor de allocatie van de implementatiemiddelen die in de tussentijdse herziening van
het Meerjarig Financieel Kader zijn gereserveerd.
Daarnaast wees de Commissie in de JBZ-Raad op de mogelijkheid om vrijwillig onderdelen
van het Pact, zoals screenings- en grensprocedures en vrijwillige solidariteit, versneld
te implementeren en moedigde de lidstaten aan hier gezamenlijk aan te werken. Het
gaat om versnellingen die mogelijk zijn binnen het nu nog geldend acquis. Meerdere
lidstaten, waaronder Nederland, toonden interesse in deze versnelde implementatie
en gaven aan daarbij graag gezamenlijk op te trekken. Enkele lidstaten benadrukten
dat ook bij versnelling de balans tussen solidariteit en verantwoordelijkheid behouden
moet blijven, en dat versnelde implementatie niet ten koste mag gaan van voortgang
op de implementatie van het gehele Pact.
7. Uitdagingen op het gebied van veiligheid: beoordeling door de Inlichtingen Adviesraad
Namens de European Domestic Security Intelligence Services (EDSIS) gaven de directeuren
van de Hongaarse binnenlandse veiligheidsdienst en contraterrorismedienst een toelichting
over de veiligheidsuitdagingen van de EU. Hierbij werden de situatie in Israël en
Gaza, de oorlog in Oekraïne, de dreiging die uitgaat van ISKP, de verspreiding van
propaganda en online radicalisering van jongeren, het misbruik van migratiestromen
door terroristen, en de hybride en cyberdreigingen met name afkomstig vanuit Rusland
en China toegelicht. Daarnaast benadrukt de EDSIS het belang van het Niinistö-rapport8 en herhaalde diens oproep tot versterking van inlichtingensamenwerking. De Commissie
reageerde daarop en gaf aan dat opvolging van het Niinistö-rapport met prioriteit
zal worden opgepakt.
Tot slot werd ingegaan op de veiligheidsdreigingen die zijn ontstaan door de recente
ontwikkelingen in Syrië. De EU-contraterrorismecoördinator gaf daarbij drie aanbevelingen
en riep de lidstaten op om 1) aandacht te hebben voor public messaging; 2) actief
betrokken te blijven bij belangrijke spelers in de regio, zoals Turkije; 3) na te
denken over hoe om te gaan met HTS, aangezien een dialoog met deze partij van belang
is, maar zij als terroristische organisatie is aangemerkt door de EU.
8. Innovatieve partnerschappen en de situatie in Syrië
De lunchbespreking viel uiteindelijk uiteen in twee tafelrondes: de reeds geplande
ronde over innovatieve partnerschappen en terugkeer, en een ronde die op verzoek van
de lidstaten werd ingelast over de zich snel ontwikkelende situatie in Syrië.
In de tafelronde over innovatieve partnerschappen bevestigde de Commissie dat het
voorstel voor de herziening van de Terugkeerrichtlijn eerder zal verschijnen dan aangekondigd
(maart 2025), en dat bij deze herziening ook de juridische ruimte voor innovatieve
partnerschappen wordt betrokken. Daarnaast zegde de Commissie toe het concept terugkeerhubs
nader te zullen verkennen en spoedig met de herziening van het veilig derde landenconcept
te komen. Een grote groep lidstaten, waaronder Nederland, toonde zich voorstander
van innovatieve partnerschappen. Er was veel steun voor het verder uitwerken van de
genoemde wetswijzigingen. De lidstaten waren het er ook over eens dat, om aan deze
initiatieven samen te kunnen werken met derde landen, brede partnerschappen nodig
zijn die alle beschikbare beleidsterreinen en -instrumenten beslaan. Enkele lidstaten
benadrukten dat innovatieve oplossingen niet ten koste mogen gaan van de implementatie
van het Pact en de effectiviteit van andere migratiepartnerschappen met derde landen.
In de tafelronde over de situatie in Syrië werden zorgen over de onzekere en volatiele
situatie in het Midden-Oosten breed gedeeld. Meer dan de helft van de lidstaten heeft
inmiddels een besluit- en vertrekmoratorium voor Syrische asielverzoeken afgekondigd.
Er was steun voor een Europees gecoördineerde en stapsgewijze aanpak, met name op
het terrein van terugkeer, waarbij oog is voor de nu nog onduidelijke situatie ter
plaatse.
9. Toegang tot gegevens voor een doeltreffende rechtshandhaving: eindrapport van de
«High-Level Group»
Zowel het Voorzitterschap als de Commissie onderstreepte het belang van de aanbevelingen
die zijn gedaan door de High Level Groep (HLG). De Commissie lichtte toe aan de slag
te zullen gaan met een Roadmap waarin de aanbevelingen worden uitgewerkt er waarvoor ondersteuning door de lidstaten,
tech industrie en relevante stakeholders wordt gezocht. Een groot aantal lidstaten
sprak steun uit voor de aanbevelingen en gaf aan te willen participeren in de verdere
implementatie van de Roadmap. Ook benadrukte de JBZ-Raad het belang van een goede communicatiestrategie waarin
duidelijk wordt gemaakt dat waarborgen voor burgers zullen worden gegarandeerd.
Het Voorzitterschap concludeerde dat via de «A-agenda» (hamerstukken agenda) de Raadconclusies
unaniem zijn aangenomen waarmee brede steun wordt uitgesproken voor het werk van de
HLG.9
10. De strijd tegen drugshandel en georganiseerde criminaliteit
Het Voorzitterschap benadrukte het belang van het onderwerp en liep de punten uit
de voortgangsrapportage langs. Tijdens het Hongaarse voorzitterschap is onder andere
het werk aan de EU-havenalliantie voortgezet en de samenwerking met derde landen zoals
Latijns-Amerika en de Westelijke-Balkan verder versterkt. De Commissie benadrukte
het belang van de doorontwikkeling van de bestrijding van georganiseerde (drugs)criminaliteit,
wat onder andere zal worden vormgegeven met de komst van een nieuwe EU-veiligheidsstrategie,
een nieuw actieplan tegen drugshandel en de doorontwikkeling van de Ports Alliance
middels een EU-havenstrategie.
11. Overige onderwerpen
a. EU-Westelijke Balkan ministerieel forum voor Justitie en Binnenlandse Zaken (Budva,
28–29 oktober 2024)
= Debriefing van het Voorzitterschap
Het Voorzitterschap koppelde terug over de bijeenkomst met vertegenwoordigers van
de Westelijke-Balkan landen. De samenwerking met de Westelijke Balkan is verbeterd
en de gesprekken tussen agentschappen lopen goed. Het Voorzitterschap gaf aan dat
uitdagingen worden voorzien op het gebied van opvangcapaciteit, asiel, migratie en
terugkeer. Ook de strijd tegen georganiseerde criminaliteit en illegale drugshandel
blijven aandachtspunten.
b. 7e ministeriële conferentie van het Boedapest-proces (Boedapest, 11–12 november
2024)
= Informatie van het Voorzitterschap
Het Voorzitterschap blikte terug op deze conferentie, waarbij een ministeriële verklaring
is aangenomen met zes prioriteiten en domeinen voor verdere samenwerking zijn geïdentificeerd.
c. Werkprogramma van het aantredende Voorzitterschap
= Presentatie van Polen
Het inkomend Poolse Voorzitterschap lichtte haar prioriteiten toe, die in het teken
zullen staan van veiligheid. De focus zal liggen op: het tegengaan van irreguliere
migratie, inclusief instrumentalisering; terugkeer en partnerschappen; de opvang van
Oekraïners; het monitoren en neutraliseren van dreigingen tegen de interne veiligheid
van de EU gerelateerd aan gewapende conflicten; het bestrijden van georganiseerde
criminaliteit; en het versterken van de paraatheid en weerbaarheid van de EU op basis
van het Niinisto-rapport.
d. Paraatheid Unie Finland
Finland riep de JBZ-Raad op om aan de slag te gaan met Europese samenwerking op paraatheid
en verwees daarbij naar het Niinisto-rapport als vertrekpunt. Finland deed verder
de oproep dat de JBZ-Raad vaker spreekt over weerbaarheid en veiligheid.
II. Justitie
Belangrijkste resultaten
• De JBZ-Raad stemde in met de algemene oriëntatie op de Richtlijn inzake minimumvoorschriften
ter voorkoming en tegengaan van mensensmokkel en op de Richtlijn ter bestrijding van
seksueel misbruik van kinderen. Ook stemde de Raad in met de gedeeltelijke algemene
oriëntatie op de Richtlijn tot harmonisatie van bepaalde aspecten van het insolventierecht.
• De Raadsconclusies over maatregelen ter bevordering van het concurrentievermogen op
het gebied van civielrecht en Raadsconclusies over AI en justitie zijn tijdens de
JBZ-Raad aangenomen.
• Bij de bespreking van de toekomst van het EU-strafrecht spraken alle lidstaten steun
uit voor de ontwikkeling van niet-bindende modelbepalingen in het EU-strafrecht. Verder
willen vrijwel alle lidstaten geen algehele herziening van de instrumenten voor wederzijdse
erkenning.
1. Richtlijn inzake wijziging minimumnormen ter voorkoming en tegengaan van mensensmokkel
Het Voorzitterschap constateerde brede steun voor de algemene oriëntatie bij de Richtlijn
inzake minimumvoorschriften ter voorkoming en tegengaan van mensensmokkel. Een aantal
lidstaten benadrukte het belang van de richtlijn en benoemde voor hen relevante elementen.
Een lidstaat kon de algemene oriëntatie niet steunen omdat deze graag de humanitaire
clausule in het corpus van de richtlijn had gezien in plaats van in de preambule.
2. Richtlijn ter bestrijding van seksueel misbruik van kinderen
De Raad stemde in met de algemene oriëntatie (AO) op de herziening van de Richtlijn
ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting en van materiaal van
seksueel misbruik van kinderen. Deze is gericht op de verdere aanscherping en harmonisering
van strafbaarstellingen op het terrein van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting
van kinderen, de opsporing en vervolging daarvan en versterking van preventie en ondersteuning
aan slachtoffers.
Het Voorzitterschap lichtte ter introductie enkele punten uit de algemene oriëntatie
uit, met name het concept «consent» dat in de richtlijn gebruikt wordt in strafbaarstellingen
voor seksuele activiteiten met seksueel meerderjarige kinderen. Het Voorzitterschap
gaf aan tevreden te zijn met het compromis.
Een kleine groep lidstaten kon niet instemmen met de algemene oriëntatie of onthield
zich van stemming omdat ze een uitgebreidere definitie van «consent» wilden. Enkele
andere lidstaten onderschreven de wens tot een uitgebreidere definitie maar konden
de AO wel steunen. Weer een andere groep lidstaten sprak expliciet steun uit voor
de AO, inclusief de wijze waarop «consent» erin terecht is gekomen.
Nederland sprak steun uit voor de algemene oriëntatie en benadrukte dat dit een belangrijke
stap is voor het beschermen van kinderen in de EU tegen seksueel misbruik. Nederland
kon de in de algemene oriëntatie opgenomen definitie van «consent» steunen nu deze
aansluit bij artikel 36, tweede lid, van het Verdrag van de Raad van Europa inzake
het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (het Verdrag
van Istanbul). In een bij de richtlijn opgenomen overweging is dit begrip van een
nadere uitleg voorzien, waarin onder meer wordt ingegaan op situaties waarin het slachtoffer
niet in staat is een vrije wil te bepalen. Deze overweging is op voorspraak van Nederland
opgenomen.
3. Richtlijn tot harmonisatie van bepaalde aspecten van het insolventierecht
De nieuwe Eurocommissaris voor Democratie, Justitie en de Rechtsstaat, Michael McGrath,
stelde zichzelf voor aan de JBZ-Raad en lichtte zijn prioriteiten toe. Zijn prioriteit
zal met name liggen bij de rechtsstaat en democratie, corruptiebestrijding, aanpak
georganiseerde criminaliteit en digitalisering van het justitiesysteem.
Het Voorzitterschap benadrukte het belang van concurrentievermogen en verwees naar
de Boedapest verklaring. Het Voorzitterschap gaf verder aan dat het gaat om minimumharmonisatie
en dat landen meer mogen doen indien gewenst.
De Commissie onderstreepte het belang van harmonisatie van het insolventierecht voor
de kapitaalmarktunie, vanwege de rechtszekerheid. De Commissie hoopte op een voortvarend
vervolg van de onderhandelingen op de overige delen en noemde als streven tot een
politiek akkoord te kunnen komen in juni van het komend jaar. Wel moet het Europees
Parlement nog een positie bereiken.
Een enkele lidstaat steunde de gedeeltelijke algemene oriëntatie, maar gaf al aan
geen steun te kunnen verlenen bij enkele openstaande titels. Polen gaf aan tijdens
hun voorzitterschap te streven naar afronding van de onderhandelingen.
De JBZ-Raad ging verder zonder discussie akkoord met de gedeeltelijke algemene oriëntatie
op Titels I, II, III, V en VIII van de Richtlijn inzake gedeeltelijke harmonisatie
van het insolventierecht.
4. Strategische richtsnoeren voor wetgevende en operationele planning op het gebied
van vrijheid, veiligheid en justitie
Het Voorzitterschap gaf een korte toelichting op de strategische richtsnoeren. De
Commissie gaf aan tevreden te zijn met het opnemen van de passage over bespreking
van de rechtsstaat in de JBZ-Raad op basis van het jaarlijkse rechtsstaatrapport van
de Commissie. De Commissie wil graag deelnemen aan deze discussies. Verder ondersteunde
de Commissie nadrukkelijk de passages over onder andere kunstmatige intelligentie
in justitie, de rol van agentschappen, interoperabiliteit van IT systemen, de naleving
van grondrechten en de verbetering van het bestaande acquis op civielrecht.
5. Conclusies over maatregelen ter bevordering van het concurrentievermogen van de
EU en haar lidstaten op het gebied van civielrecht
Tijdens de JBZ-Raad zijn Raadsconclusies over maatregelen ter bevordering van het
concurrentievermogen van de EU en haar lidstaten op het gebied van civielrecht goedgekeurd.10
6. Het gebruik van kunstmatige intelligentie op het gebied van justitie
Tijdens de JBZ-Raad zijn Raadsconclusies over het gebruik van kunstmatige intelligentie
(AI) op het gebied van justitie goedgekeurd.11
De lunchbespreking stond vervolgens ook in het teken van dit thema, het gebruik van
kunstmatige intelligentie in het justitiedomein. Door alle lidstaten, inclusief Nederland,
en de Commissie werd het belang van gedachtewisselingen en uitwisseling van best practices onderstreept en lidstaten gaven voorbeelden van het gebruik van AI in het justitie-domein.
Zo wordt AI ingezet voor het begrijpelijker maken van juridische teksten, vertaalwerk,
anonimiseren van uitspraken.
Nederland onderstreepte de toegevoegde waarde die AI kan hebben voor het verbeteren
van de toegang tot het recht voor burgers en bedrijven. Concrete AI-tools kunnen hier
aan bijdragen. Zo lichtte Nederland de pilot toe waarin AI wordt gebruikt om complexe
teksten begrijpelijk te maken.
7. Toekomst van het EU-strafrecht
Het Voorzitterschap vroeg de lidstaten om in een ronde tafel sessie te reflecteren
op een door hem gepresenteerd voorstel ten aanzien van modelbepalingen en op de vraag
of er behoefte is aan brede herziening van het EU-kader voor wederzijdse erkenning.
De Commissie steunde het voorstel voor nieuwe modelbepalingen, aangezien deze kunnen
zorgen voor meer coherentie. De Commissie ziet dat sommige instrumenten gemoderniseerd
moeten worden en wil werken aan een meer coherent en logisch systeem. In het najaar
van 2025 verwacht de Commissie afronding van een onderzoek naar instrumenten die eventueel
versterking behoeven. De Commissie sprak in dit kader verder over een gemeenschappelijke
visie op de toekomst van het EU-strafrecht.
Eurojust stelde dat de instrumenten voor wederzijdse erkenning de kern van diens werkzaamheden
zijn. Hierbij wees Eurojust op noodzaak voor goede interactie tussen instrumenten.
Eurojust verwelkomde de discussie en riep op de praktijk hier goed bij te betrekken.
In een volledige tafelronde spraken alle lidstaten, inclusief Nederland, steun uit
voor het voortzetten van de gesprekken over het opstellen van niet-bindende modelbepalingen.
Hierbij benadrukten lidstaten het belang van consistentie in het EU-strafrecht. Ook
kunnen modelbepalingen toekomstige onderhandelingen over wetgeving efficiënter maken.
Lidstaten spraken de wens uit over de modelbepalingen afstemming te zoeken met het
Europees Parlement en de Commissie. Verder gaven vrijwel alle lidstaten, net zoals
Nederland, aan dat zij geen algehele herziening van de instrumenten voor wederzijdse
erkenning voorstaan. De focus moet liggen op het verbeteren van de uitvoering van
de bestaande instrumenten. Eventuele herziening moet alleen als het doelgericht is,
toegevoegde waarde heeft voor de praktijk en er een effectbeoordeling aan voorafgaat.
Daarbij stelden enkele lidstaten tevens dat rekening moet worden gehouden met de nationale
stelsels en dat «soft law» de voorkeur heeft boven nieuwe wetgeving. Tevens gaf een
aantal lidstaten aan jurisprudentie van het EU Hof van Justitie niet in wetgeving
te willen vastleggen.
Nederland steunde nadrukkelijk de modernisering van modelbepalingen in het materieel
strafrecht als investering in de kwaliteit van het EU-strafrecht. Ook steunde Nederland
de oproep tot afstemming met de Commissie en het Europees Parlement. Net als de meeste
lidstaten is Nederland geen voorstander van een alomvattende herziening van het EU-strafrecht.
Wel stond Nederland open voor een herziening van specifieke instrumenten, wanneer
dat toegevoegde waarde voor de praktijk heeft. Hierbij noemde Nederland specifiek
de richtlijn Europees Onderzoeksbevel en de onderlinge verhouding tussen de kaderbesluiten
Europees Aanhoudingsbevel en Overdracht gevonniste personen.
Het Voorzitterschap herhaalde de steun voor verdere uitwerking van niet-bindende modelbepalingen
en het belang van samenwerking met de andere EU-instellingen. Ook concludeerde het
Voorzitterschap dat de meeste lidstaten een algehele herziening van instrumenten voor
wederzijdse erkenning niet steunen.
8. Europees Openbaar Ministerie (EOM)
Dit onderwerp werd, vanwege de afwezigheid van de Hoofdaanklager van het EOM, uiteindelijk
van de agenda van de JBZ-Raad gehaald.
9. Toegang tot gegevens voor een doeltreffende wetshandhaving: eindverslag van de
«High-Level Group»
Het Voorzitterschap blikte terug op de bespreking van dit onderwerp op de Home-dag,
waar is aangegeven dat het momentum behouden moet worden. Enkele aanbevelingen uit
het rapport van de High-Level Group zijn van belang voor justitie, waaronder gegevensbewaring
en juridische verplichtingen voor online platforms. Hierover zijn duidelijke aanbevelingen
opgenomen in het rapport.
Eurocommissaris McGrath erkende het werk van de High-level Group en nam nota van de
Raadsconclusies. De Commissie gaf aan betrokken te willen blijven bij de uitwerking
van de aanbevelingen, waarbij toekomstige technologische ontwikkelingen en jurisprudentie
van het EU Hof van Justitie in acht moeten worden genomen.
Eurojust was positief over zijn betrokkenheid bij de High-Level Group. Eurojust benadrukte
het belang van de gerechtelijke dimensie bij de routekaart en het belang van bewaringstermijnen.
Een duidelijk en samenhangend kader voor dataretentie is daarbij essentieel.
10. De strijd tegen drugshandel en georganiseerde criminaliteit
Het Voorzitterschap gaf een toelichting op de eigen voortgangsrapportage. Samenwerking
met derde landen en de private sector is van belang. Verder meldde het Voorzitterschap
dat het Europese netwerk georganiseerde criminaliteit (EJOCN) eind september is gestart.
De Commissie benadrukt het belang van aanpak van georganiseerde criminaliteit vanwege
de grote impact op de maatschappij. Volgens de Commissie speelt digitalisering hierbij
een belangrijke rol aangezien criminele netwerken makkelijker grensoverschrijdend
kunnen opereren. De Commissie benadrukte het belang van de doorontwikkeling van de
bestrijding van georganiseerde (drugs)criminaliteit en noemde daarbij onder andere
het belang van het EJOCN alsook de samenwerking met EMPACT. Tot slot benadrukte de
Commissie dat versterking van de internationale samenwerking op dit onderwerp een
prioriteit is.
11. Russische agressie tegen Oekraïne: strijd tegen straffeloosheid
Het Voorzitterschap gaf een korte introductie, waarna de Commissie diens prioriteiten
presenteerde, te weten middelen voor Eurojust, de Claimscommissie en het schaderegister.
Eurojust benadrukte het belang van dit onderwerp en gaf een toelichting op de activiteiten
van onder andere de JIT-teams en als gastheer van de ICPA. Enkele lidstaten spraken
waardering uit voor de inzet van de Commissie en Eurojust en benadrukten het belang
van de strijd tegen straffeloosheid.
12. Het verbeteren van het Europees onderzoeksbevel (EOB): resultaten van het eindverslag
over wederzijdse evaluaties (10e ronde)
Het Voorzitterschap benadrukte het belang van het EOB bij grensoverschrijdende onderzoeken.
Ook stelde het Voorzitterschap dat peer-to-peer-evaluaties kunnen bijdragen aan wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten. Uit het
verslag blijkt dat het EOB in de praktijk goed werkt, hetgeen te danken is aan de
inzet van de lidstaten. Wel is er een aantal verbeterpunten aan het licht gekomen,
waaronder het onderscheppen van communicatie en het grensoverschrijdend tracken van
voertuigen.
De Commissie gaf aan de aanbevelingen verder te zullen bestuderen, met name wat betreft
de hiervoor genoemde verbeterpunten.
13. Overige onderwerpen
a. EU-Westelijke Balkan ministerieel forum voor Justitie en Binnenlandse Zaken (Budva,
28–29 oktober 2024)
Het Voorzitterschap blikte kort terug op de vergadering, waarin onder andere is gesproken
over grensoverschrijdende samenwerking in het kader van bestrijding van georganiseerde
criminaliteit en de Russische agressie tegen Oekraïne.
b. EU-VS onderhandelingen inzake e-evidence
De Commissie meldde dat er vooruitgang is geboekt op een aantal elementen, onder andere
met betrekking tot gegevensbescherming. Het streven is de onderhandelingen begin 2025
af te ronden.
c. Strijd tegen antisemitisme: ontwikkelingen op het gebied van de bestrijding van
antisemitisme
Het Voorzitterschap gaf aan dat de strijd tegen antisemitisme voor hen een van de
prioriteiten is geweest. De raadsverklaring op dit terrein is een belangrijk resultaat.12 Het Voorzitterschap benadrukte dat dit een onderwerp is wat blijvende aandacht vraagt.
d. Werkprogramma van het inkomend Voorzitterschap
Het inkomend Poolse voorzitterschap lichtte zijn prioriteiten toe. Tegen de achtergrond
van de eigen ervaringen, prioriteert Polen de rechtsstaat, onder andere in het kader
van uitbreiding, en richt zich daarbij ook op versterking van het maatschappelijk
middenveld. Verder zijn prioriteiten de toekomst van het EU-strafrecht, civielrechtelijke
dossiers zoals de ouderschapsrichtlijn, insolventierecht en toewijzing van claims,
en digitalisering van justitie.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
T.H.D. Struycken, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
M.H.M. Faber-van de Klashorst, minister van Asiel en Migratie