Brief regering : Diverse visserij-onderwerpen
21 501-32 Landbouw- en Visserijraad
29 675 Zee- en kustvisserij
Nr. 1689
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2024
Hierbij informeer ik u over een aantal onderwerpen aangaande het visserijbeleid. Het
gaat om de invulling van de motie-Van der Plas (Kamerstuk 36 600 XIV, nr. 17) van 16 oktober 2024) over het actief inzetten van Europese subsidies voor promotie
visconsumptie in Nederland, de stand van zaken van de natuurvergunning garnalenvisserij
(TZ202410–071), de onderhandelingen uitvoerings- en gedelegeerde handelingen van de
controleverordening, de evaluatie van het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij
(EFMZV) en het ADR-rapport daarover en het jaarverslag van het EFMZV.
Invulling motie Van der Plas
Op 16 oktober 2024 is de motie-Van der Plas1 aangenomen betreffende actieve inzet om bestaande EU subsidies te bestemmen voor
de promotie van visconsumptie in Nederland. Dit betreft het promotiebeleid en de inzet
van financiële middelen ter bevordering van de consumptie van vis, schaal- en schelpdieren
(mariene eiwitten).
Voorheen werden er geen Europese of nationale financiële middelen ingezet voor de
promotie van mariene eiwitten in verband met de uitvoering van de motie-Wassenberg2. Het aannemen van de bovengenoemde motie-Van der Plas maakt het inzetten van financiële
middelen ter bevordering van de consumptie van duurzame en gezonde mariene eiwitten
van dichtbij opnieuw mogelijk.
De motie-Van der Plas sluit aan bij de doelen van de Visie op voedsel uit zee en grote
wateren. In het kader van de uitvoeringsagenda voor deze visie zal ik met de sector
afspraken maken hoe invulling te geven aan deze motie. Tijdens gesprekken met de sector
heb ik gemerkt dat er bij verschillende vertegenwoordigers ideeën zijn om met dit
onderwerp aan de slag te gaan.
Daarbij ga ik kijken hoe Europese financiële instrumenten zoals het European Maritime
Fisheries and Aquaculture Fund (EMFAF) of nationale middelen kunnen worden ingezet
voor de uitvoering van motie-Van der Plas.
Stand van zaken natuurvergunning garnalenvisserij
In het commissiedebat Tuinbouw, visserij en biotechnologie van 3 oktober 2024 heb
ik uw Kamer toegezegd (TZ202410–071) u nader te informeren over de stand van zaken
in relatie tot de natuurvergunningverlening voor de garnalenvisserij.
Ik ben blij met de vorderingen die de sector hierin maakt. Zij heeft recent een alternatieve
aanpak in haar stikstoftoets verkend en deze aanpak wordt door de sector momenteel
operationeel gemaakt. Op die basis heb ik de verwachting om aan het einde van het
eerste kwartaal van 2025 ontwerpvergunningen voor de groep van Nederlandse, en als
gewenst ook de Belgische garnalenvissers, te kunnen publiceren. Daarop hebben alle
belanghebbende partijen de gelegenheid tot inspraak. Ik zal op korte termijn een nieuwe
kortlopende gedoogbeschikking, lopend tot juli 2025, afgeven om de beide groepen van
vissers de ruimte te bieden om zorgvuldig, maar uiteraard met spoed, toe te werken
naar een definitieve onderbouwing van hun vergunningaanvragen. Parallel hieraan blijf
ik, samen met de sector, doorwerken aan een vernieuwde «black box» en de «Visserijmonitor».
Beide instrumenten moeten het toezicht en handhaving op onder andere de activiteiten
van de garnalensector verder optimaliseren en borgen.
Onderhandelingen uitvoerings- en gedelegeerde handelingen van de controleverordening
Op 1 oktober 2024 heb ik de Tweede Kamer onder meer geïnformeerd over de controlemaatregelen
uit de herziene Controleverordening die per 10 januari 2026 in werking zullen treden
en dat deze maatregelen door de Europese Commissie (EC), in overleg met lidstaten,
verder uitgewerkt zullen worden in gedelegeerde- en uitvoeringshandelingen (comitologie)
(Kamerstuk 21 501-32, nr. 1672). Deze handelingen moeten voor de zomer van 2025 worden vastgesteld in verband met
het tijdig kunnen voorbereiden van gewijzigde systemen en werkinstructies van uitvoeringsinstanties,
toezichthouders en de sector. Middels deze brief wil ik een stand van zaken geven
over dit proces.
Momenteel vinden gesprekken plaats tussen de EC en de lidstaten over de invulling
van de regelgeving die per 10 januari 2026 in werking treedt. Belangrijke onderwerpen
die besproken zijn hebben betrekking op de regels over de weging van visserijproducten,
het Vessel Monitoring System (VMS), de minimale datavereisten (en bijbehorende controleactiviteiten),
traceerbaarheid, het puntensysteem voor kapiteins en de registratie van recreatieve
vissers en hun vangsten.
De visserijsector en ketenpartijen hebben aangegeven dat er werkbare regels moeten
komen die aansluiten bij de praktijk, ook als hier eventueel extra controlemaatregelen
tegenover komen te staan. Alle betrokken partijen hechten grote waarde aan administratieve
lastenverlichting en proportionaliteit. Ik zet mij tijdens het proces in voor effectieve,
uitvoerbare en handhaafbare controlemaatregelen die aansluiten bij de Nederlandse
situatie. Naar verwachting zal het besluitvormingsproces hierover in het voorjaar
van 2025 worden afgerond.
REM/CCTV (cameratoezicht aan boord), continumeting van motorvermogen en de maatregelen
voor de kleinschalige vloot zijn geen onderdeel van de huidige voorstellen, omdat
deze pas in 2028 geïmplementeerd moeten zijn. Ik zal de Tweede Kamer over dit traject
blijven informeren.
Evaluatie EFMZV en ADR-rapport
Het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) heeft van 2014 tot en
met 2023 gelopen en is inmiddels grotendeels afgerond. In opdracht van het Ministerie
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) hebben Sira Consulting en
de Auditdienst Rijk (ADR) beide een evaluatie uitgevoerd over het EFMZV. Sira Consulting
heeft de doelmatigheid en doeltreffendheid van het fonds onderzocht. De ADR heeft
een oorzakenanalyse uitgevoerd naar termijnoverschrijdingen bij de afhandeling van
subsidieverstrekkingen, betalingsverzoeken en vaststellingen door de Rijksdienst voor
Ondernemend Nederland (RVO). Hierbij bied ik uw Kamer beide rapporten aan.
De ADR concludeert dat de onderliggende oorzaken voor de termijnoverschrijdingen op
verschillende terreinen liggen, zowel bij de opdrachtgever als bij de opdrachtnemer.
De ADR doet onder andere aanbevelingen die zien op het inzetten van innovatieve oplossingen
bij de beoordeling van de dossiers, het inrichten van een concrete meerjarenplanning,
ontwikkelen van betere monitoringstools van de beslistermijnen en het eerder betrekken
van RVO bij het inrichten van programma’s zoals het Operationeel Programma EFMZV.Uit
de eindevaluatie van Sira Consulting volgt dat het EFMZV voldoende doeltreffend is.
De opengestelde subsidieregelingen sluiten goed aan op de behoefte en prioriteiten
van de doelgroep. Ook blijkt dat de doelgroep de instrumenten uit het EFMZV goed weet
te vinden. Er zijn veelvuldig subsidieaanvragen ingediend en het honoreringspercentage
wordt als hoog beoordeeld. Dit is een indicatie voor de goede kwaliteit van de subsidieaanvragen,
maar ook voor een functionerend subsidieproces. Daarnaast is Sira Consulting positief
over de adaptiviteit van het EFMZV, waardoor flexibel gereageerd is op veranderde
omstandigheden, zoals de COVID-19-pandemie. Uit de eindevaluatie volgt dat de doelmatigheid
van het EFMZV beperkt is. Dit is gebaseerd op de uitvoeringskosten van de uitvoeringsorganisatie
RVO, de administratieve lasten en de ervaren lasten van aanvragers. Conform o.a. de
Stand van RVO3 wordt er actief gewerkt om complexiteit en administratieve lasten tegen te gaan.
Hoewel het EFMZV en het huidige fonds, het European Maritime Fisheries and Aquaculture
Fund (EMFAF, 2021–2027), van elkaar verschillen en daarmee sommige aandachtspunten
reeds zijn ondervangen, vind ik het belangrijk dat de doelmatigheid onder het EMFAF
wordt vergroot. Daarom zijn er vereenvoudigingen doorgevoerd in de ICT- systemen en
beoordelingssystematiek van RVO, is er meer aandacht voor de communicatie aan begunstigden
en wordt er gekeken hoe het aanvraagproces verder kan worden vereenvoudigd. In mijn
reactie aan de toenmalige Eurocommissaris Šefčovič voor ENVI en MARE, op de consultaties
over de ex-post-evaluatie van het EFMZV en de baseline-evaluatie van het EMFAF heb
ik benadrukt dat de vereenvoudiging en vermindering van administratieve lasten van
belang is.4 Ook in mijn contacten met de huidige Eurocommissaris Kadis voor Visserij en Oceanen,
zal ik hier blijvend aandacht voor vragen.
De bevindingen van Sira Consulting en de ADR zijn complementair aan elkaar. De aanbevelingen
die door beide partijen zijn geformuleerd, neem ik integraal mee in de uitvoering
van het lopende fonds (EMFAF). Het Ministerie van LVVN werkt al samen met RVO om de
aanbevelingen om te zetten in concrete werkafspraken en acties, zoals het vastleggen
van key perfomance indicators (KPI’s) en zorgvuldige monitoring. Het gezamenlijke
doel is om toe te werken naar een doelmatig fonds, dat opereert binnen de wettelijke
termijnen en daardoor een zo groot mogelijke bijdrage levert aan het ondersteunen
van het toekomstbestendig maken van de visserij- en aquacultuursector.
Jaarverslag 2023 Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV)
Hierbij stuur ik u tevens het jaarverslag Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij
(EFMZV) 2023 alsmede de publiekssamenvatting van het jaarverslag EFMZV 2023 toe. In
dit jaarverslag kunt u meer lezen over de Nederlandse uitvoering van het EFMZV in
2023.
De programmaperiode van het EFMZV liep van 2014 tot en met 2020. De subsidiabiliteitsperiode
van het EFMZV loopt op 31 december 2024 af. Dit betekent dat de inspanning in 2023
zich vooral heeft gericht op afrondende werkzaamheden. Aangezien het European Maritime
Fisheries and Aquaculture Fund (EMFAF) voor de programmaperiode 2021–2027 reeds is
gestart, is er in 2023 voor het EFMZV niet meer ingezet op de selectie van nieuwe
subsidieprojecten.
De focus van de afrondende werkzaamheden lag voornamelijk op de laatste betalingen
voor lopende projecten en het afhandelen van dossiers door de Rijksdienst voor Ondernemend
Nederland (RVO). Dit mede door de vertraging die opgelopen is door COVID-19. Een andere
vertragingsfactor is de Nederlandse inzet op innovatieve projecten waarbij het meer
tijd heeft gekost om op gang te komen. Dit heeft als gevolg gehad dat kosten die gepaard
gaan met de indiening van een betaalaanvraag, pas later in het proces gedeclareerd
konden worden. De geselecteerde projecten en overheidsopdrachten zijn inmiddels afgerond.
In 2023 wordt vrijwel het gehele budget verleend. In 2024 zal er nog een laatste verslag
volgen waarin de eindstand van het fonds zal worden weergegeven.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur