Brief regering : Aanpak van stalbranden
36 600 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2025
Nr. 75
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 december 2024
In 2023 hebben er 43 stalbranden plaatsgevonden1. Hierbij zijn in totaal 37.305 dieren omgekomen. Een stalbrand is een vreselijke
gebeurtenis voor alle betrokkenen. Ik vind het belangrijk dat de brandveiligheid op
veehouderijbedrijven verbeterd wordt. Met deze brief informeer ik de Kamer over hoe
ik verder invulling geef aan de aanpak van stalbranden, en de uitwerking van de motie
Ouwehand (Kamerstuk 28 286, nr. 1347) die de Kamer recent heeft aangenomen. Daarnaast informeer ik de Kamer met deze brief
ook over de stand van zaken van de motie Graus (Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 36).
Maatregelenpakket aanpak stalbranden
De Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OvV) heeft in 2021 het rapport Stalbranden gepubliceerd2. In dit rapport heeft de OvV een aantal aanbevelingen gedaan, onder andere aan de
toenmalige Minister van LNV. Op 8 oktober 2021 heeft de toenmalige Minister van LNV
naar aanleiding van dit rapport een verscherpte aanpak van stalbranden3 aangekondigd, met als doel het realiseren van een halvering van het aantal dodelijke
stalbranden en dodelijke dierlijke slachtoffers per sector in 2026. Mijn ambtsvoorganger
heeft de Kamer op 25 januari 2024 geïnformeerd4 over de stand van zaken van het maatregelenpakket. Met de motie Ouwehand wordt de
regering verzocht om de aanpak van stalbranden – zoals geformuleerd door de voormalige
landbouwminister – niet verder af te zwakken maar juist met aanvullende maatregelen
te komen om dieren te beschermen tegen stalbranden. Ik voer deze motie uit door het
maatregelenpakket stalbranden verder te brengen. Hieronder licht ik toe hoe ik vervolg
geef aan elke maatregel uit dit pakket. Conform de motie neem ik ook een aanvullende
maatregel in de vorm van een brandveiligheidscampagne.
Meer inzicht in oorzaken en factoren brand door intensivering brandonderzoek
Bij 40% van de branden is de oorzaak onbekend. Omdat de stal in veel gevallen volledig
afbrandt, is het vaak lastig om naderhand de oorzaak te achterhalen. Het Veiligheidsberaad
en het Verbond van Verzekeraars (VvV) hebben naar aanleiding van de aan hen gerichte
aanbeveling5 van de OvV uit 2021 onder andere ingezet op de ontwikkeling van de zogenoemde risicomonitor
stalbranden. De risicomonitor wordt jaarlijks gepubliceerd door het VvV en biedt inzicht
in het aantal stalbranden, het aantal dodelijke dierlijke slachtoffers, en de oorzaken
van de stalbranden voor zover bekend6. Ik bekijk momenteel in overleg met het VvV of de risicomonitor verder uitgebreid
kan worden. Bij uitbreiding kan bijvoorbeeld gedacht worden aan verdiepende informatie
over de oorzaak van de brand, en het bouwjaar en de omvang van de stal. Door meer
inzicht te krijgen in de oorzaak van de brand en de factoren die invloed hebben gehad
op de ontwikkeling van het incident, kan ik in de toekomst gerichtere brandveiligheidsmaatregelen
treffen.
Uitvoerbare en proportionele elektra- en brandveiligheidskeuring
Onderdeel van de aanpak van stalbranden is een verplichting tot het doen van keuringen
die gericht zijn op het voorkomen van brand. Het gaat om een elektrakeuring gericht
op de brandveiligheid van technische installaties op het erf. En om een brandveiligheidskeuring
gericht op het brandveiligheidsmanagement en bewustwording van brandrisico’s. Deze
keuringen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de brandveiligheid van bestaande
stallen. Het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit Houders van dieren, waarin
beide keuringen opgenomen zijn, is op 10 januari 2024 ter voorhang aangeboden aan
beide Kamers (Kamerstuk 28 286-1325). De antwoorden op de vragen van de fracties heeft de Kamer op 28 februari jl. ontvangen7.
De volgende stap zou zijn dat het ontwerpbesluit voor advisering aan de Raad van State
wordt voorgelegd. Er zijn echter twee redenen om dat nu toch nog niet te doen. Ten
eerste heeft Stichting Milieukeur (SMK) recent zorgen geuit over de praktische uitvoerbaarheid
en effectiviteit van een jaarlijkse brandveiligheidskeuring, zoals opgenomen in het
ontwerpbesluit. SMK heeft namelijk de opdracht gekregen om het keuringsschema voor
deze keuring te ontwikkelen. SMK is een zogenoemde schemabeheerder en heeft al veel
kennis en ervaring met de veehouderijsector op basis van certiciatieschema’s op andere
terreinen. SMK adviseert om een alternatieve keuringsfrequentie uit te werken, rekening
houdend met de te verwachten effectiviteit, draagvlak en keuringscapaciteit.
Ten tweede was de Autoriteit Toetsing Regeldruk (ATR) kritisch in haar advies over
het ontwerpbesluit. De ATR heeft geadviseerd om de regeldrukgevolgen nader in beeld
te brengen met specifieke aandacht voor concretisering van de herstelkosten, aangezien
scenario’s en bandbreedtes ontbraken. Op dit moment is echter onvoldoende duidelijk
wat de exacte kosten voor de veehouders zullen zijn ten aanzien van eventuele herstelreparatie(s)
die voortkomen uit beide keuringen. Voor de brandveiligheidskeuring heeft dit te maken
met het feit dat deze keuring nog in ontwikkeling is. Bij de elektrakeuring zijn de
herstelkosten lastig in te schatten, omdat onbekend is wat de constateringen op de
betreffende veehouderij zullen zijn. Voor het overgrote deel van de veehouderijlocaties
waarbij gebreken hersteld moeten worden, zal naar inschatting een paar honderd tot
hooguit een paar duizend euro moeten worden betaald voor het herstel. Bij ernstige
gebreken, bijvoorbeeld als een installatie niet goed is aangelegd of als er lange
tijd geen onderhoud heeft plaatsgevonden, en met name als er ook een grote zonnestroominstallatie
aanwezig is, kunnen de kosten echter oplopen tot in de honderdduizenden euro’s. Er
is momenteel onvoldoende inzicht in hoe deze range van herstelkosten (van een paar
honderd euro tot honderdduizenden euro’s) verdeeld is over de sector. Beide aspecten
vormen een risico voor de uitvoerbaarheid, effectiviteit en proportionaliteit van
de keuringen. Ik hecht veel waarde aan uitvoerbare, effectieve en proportionele regelgeving.
Daarom is er nu eerst een tussenstap nodig om de ontwerpregelgeving op deze punten
te gaan verbeteren.
Ten eerste ga ik proefkeuringen uit laten voeren om de gevolgen van een verplichte
elektrakeuring voor veehouders nader in kaart te brengen. Hierbij worden een aantal
SCIOS keuringen (Scope 10 Elektrisch Materieel en Scope 12 Zonnestroominstallaties)8 in opdracht en op kosten van LVVN uitgevoerd bij veehouders in verschillende sectoren.
Hiermee kan in kaart worden gebracht wat de huidige staat van installaties op veehouderijen
is, wat de oorzaak is van veel voorkomende gebreken (incorrectie installatie of onvoldoende
onderhoud) en welke kosten verbonden zouden zijn aan eventuele herstelwerkzaamheden.
Hoewel er bij de proefkeuringen geen verplichting zal zijn om eventuele gebreken te
herstellen ga ik er van uit dat veehouders de uitkomsten van de keuring wel zullen
gebruiken om de brandveiligheid op het bedrijf te verbeteren.
Ten tweede gaat SMK ondertussen door met het ontwikkelen van het keuringsschema voor
de brandveiligheidskeuring. Onderdeel van deze opdracht is het in kaart brengen van
de belangrijkste brandveiligheidsrisico’s, in samenspraak met experts. Deze nieuw
ontwikkelde keuring zal ook in een aantal proefkeuringen op veehouderijen uitgevoerd
worden om de financiële gevolgen ervan voor veehouders in kaart te brengen. Parallel
hieraan zal samen met SMK een effectieve frequentie en opzet voor de keuring worden
uitgewerkt. Het keuringsschema zal naar verwachting in juli 2025 gereed zijn.
Aan de hand van de uitkomsten van deze stappen bezie ik of aanpassingen in het ontwerpbesluit
nodig zijn om te zorgen dat de regelgeving effectief, proportioneel en uitvoerbaar
gaat zijn. Tevens ben ik voornemens om sowieso enkele aanpassingen aan het ontwerpbesluit
te doen naar aanleiding van de voorhang bij de Tweede Kamer. Zo ben ik bijvoorbeeld
voornemens om, in het kader van uitvoerbaarheid, een bevoegdheid op te nemen om bij
ministeriële regeling een ondergrens vast te stellen voor de keuringsplicht, gekoppeld
aan het aantal gehouden dieren. Na aanpassingen van het ontwerpbesluit op basis van
bovengenoemde stappen zal ik het ontwerpbesluit zo spoedig mogelijk opnieuw voorhangen
aan beide Kamers.
Ontwikkelen denkkader brandveiligheid voor het bedrijfsmatig houden van dieren
Onderzoek door Wageningen University & Research (WUR) heeft aangetoond dat de brandveiligheid
van een stal integraal benaderd dient te worden9. Er zijn namelijk vele factoren die invloed hebben op het ontstaan en de verspreiding
van brand. Wanneer maatregelen in het kader van brandveiligheid los toegepast worden
zonder integrale benadering, is de kans groot op schijnveiligheid en desinvestering.
Daarom heb ik het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) de opdracht gegeven
om een integraal denkkader «Basis voor brandveiligheid» specifiek voor het bedrijfsmatig
houden van dieren te ontwikkelen, waar dierkenmerken in opgenomen worden. Aan de hand
van dit denkkader kan inzichtelijk worden gemaakt bij het verlagen van welk risico
het meeste effect wordt bereikt op het gebied van brandveiligheid in stallen. Het
denkkader is naar verwachting in juli 2025 gereed.
Verlagen grenswaarde omvang brandcompartimenten en effectieve toepassing gelijkwaardigheidsbeginsel
Als er een brand uitbreekt in een stal met grote brandcompartimenten is de kans op
veel dierlijke slachtoffers meteen groot. Dat risico moet verkleind worden. In de
huidige situatie is de maximum omvang van een brandcompartiment voor een stal in het
Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) vastgesteld op 2.500m2. Als een veehouder een groter brandcompartiment wilt bouwen dan is dat ook mogelijk,
mits conform het gelijkwaardheidsbeginsel extra brandveiligheidsmaatregelen worden
getroffen waarmee aangetoond wordt dat het compartiment even brandveilig is als een
compartiment van 2.500 m2. Samen met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) verken
ik hoe de grenswaarde voor de omvang van een brandcompartiment in het dierenverblijf
bij nieuwe en te verbouwen stallen verlaagd kan worden in het Bbl. Hierdoor wordt
in de basis de maximum omvang van een compartiment in een nieuwe stal kleiner, tenzij
een veehouder conform het gelijkwaardigheidsbeginsel extra brandveiligheidsmaatregelen
treft. Hierbij hecht ik veel waarde aan de gevolgen voor de veehouder van deze maatregel.
Bij de verkenning van een nieuwe grenswaarde worden de financiële en bouwtechnische
gevolgen voor veehouders betrokken. Daarnaast wil ik waarborgen dat wanneer het gelijkwaardigheidsbeginsel
toegepast wordt, dit op een effectieve wijze gebeurt. Hierover ben ik in gesprek met
de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de vereniging bouw- en woningtoezicht Nederland
en het Ministerie van VRO.
Brandveiligheidscampagne
Aanvullend op het voornoemde maatregelenpakket, ga ik ook inzetten op een brandveiligheidscampagne
om veehouders op korte termijn te helpen bij het verbeteren van de brandveiligheid
van hun bedrijf. Werkzaamheden zijn een veelvoorkomende oorzaak van stalbranden. Uit
een gedragsonderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) onder veehouders
blijkt dat veehouders het risico op brand erg laag inschatten en er daarom niet altijd
bewust naar handelen in de dagelijkse praktijk op het erf. Een brandveiligheidscampagne
draagt bij aan vergrote bewustwording en biedt veehouders inzicht in laagdrempelige
brandveiligheidsmaatregelen die ze kunnen treffen (zoals «De tien tips van het VvV
om stalbranden te voorkomen»10). Samen met sectororganisaties, de Brandweer, veiligheidsregio’s, en het Verbond
van Verzekeraars ga ik daarom initiatieven opzetten om veehouders en erfbetreders
te informeren over brandrisico’s en brandveiligheidsmaatregelen.
Motie Graus: pilot met het Stable Safe systeem en met valwanden
De motie van lid Graus (PVV) verzoekt de regering, mede in het kader van het stalbrandpreventieplan,
om een pilot met de Stable Safe-systemen en valwanden waardoor dieren kunnen vluchten
in plaats van stikken. Ik heb de Kamer op 20 september jl. geïnformeerd over de invulling
van deze pilot. Ik heb WUR de opdracht gegeven om een integrale analyse uit te voeren
van de twee systemen. Dit om te achterhalen hoe effectief de systemen zijn voor de
overlevingskans van dieren bij brand, aan welke randvoorwaarden deze systemen dan
moeten voldoen en of die voorwaarden haalbaar zijn. Bij het ontstaan, de verspreiding
en de beheersing van brand spelen namelijk veel verschillende factoren een rol. Bij
deze integrale analyse zijn onder andere experts op het gebied van (stal)brandveiligheid,
veehouders, ingenieurs en brandonderzoekers betrokken. Er heeft een expertbijeenkomst
plaats gevonden over het valwandensysteem. De bijeenkomst over het Stable Safe systeem
zal nog plaatsvinden, het streven is om hierbij ook de ontwerper van het systeem te
betrekken. Ik zal de Kamer na afronding van de pilot, naar verwachting begin 2025,
informeren over de resultaten.
Tot slot
Het verbeteren van de brandveiligheid op veehouderijen vind ik van groot belang. Geen
enkele veehouder wil een stalbrand meemaken. Met bovengenoemde maatregelen breng ik
de aanpak van stalbranden verder, en werk ik samen met de sector aan het verlagen
van de kans op het ontstaan van brand en aan het beperken van het aantal dierlijke
slachtoffers bij brand.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur