Brief regering : Reactie op burgerbrief m.b.t. zorgelijke situatie over College van Bestuur van TU Delft
29 240 Veiligheid op school
31 288
Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid
Nr. 156
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 december 2024
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op 14 oktober jl. een
brief ontvangen van een persoon met als onderwerp «zorgelijke situatie CvB TU Delft».
In de brief gaat deze persoon in op de sociale veiligheid op de TU Delft en zijn persoonlijke
situatie in deze. Met deze Kamerbrief voldoe ik aan het verzoek van de vaste commissie
om een reactie te mogen ontvangen op de betreffende brief.1
Iedereen die werkt in het onderwijs of de wetenschap moet van een veilige leer-en
werkomgeving op aan kunnen. Iedere melding van (sociale) onveiligheid moet dan ook
serieus worden behandeld.
Uit de correspondentie maak ik op dat deze persoon zich in zijn situatie onjuist behandeld
en onvoldoende gehoord voelt. Ook geeft hij aan dat hij ervaren heeft dat de huidige
procedures onvoldoende waarborgen hebben. Verder vraagt hij aan de Kamercommissie
om als onafhankelijke instantie zijn ontslagdossier te heropenen, te evalueren en
de (wetenschappelijke) integriteit van zijn persoon en zijn werk te wegen. In reactie
hierop kan ik aangeven dat het in de eerste plaats de verantwoordelijkheid is van
de instelling om voor gedegen en volgbare interne procedures wanneer een (ex-)medewerker
zich bij de instelling meldt met een klacht. Daarnaast kan (ex-)hogeronderwijspersoneel
voor een klacht advies vragen bij de onderwijsvakbonden en een melding indienen bij
de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie). De inspectie treedt hierin
op als toezichthouder (op naleving van de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk
Onderzoek) en niet als individuele klachtenbehandelaar. Het is niet aan mij om in
te gaan op individuele casuïstiek, of aan de Kamercommissie om op de door deze persoon
gevraagde wijze in te gaan op individuele casuïstiek.
Uit de correspondentie van deze persoon maak ik tevens op dat hij ervaren heeft dat
de interne procedures van de TU Delft niet naar behoren werken. Als Minister zie ik
uiteraard het belang van goede klacht- en meldprocedures. Ik zet mij dan ook in voor
de verbetering van de voorzieningen voor klachten en meldingen van studenten en medewerkers,
als onderdeel van mijn aanpak om de sociale veiligheid in het hoger onderwijs en wetenschap
te borgen.2
Als het gaat om de sociale veiligheid aan de TU Delft heeft de inspectie onderzoek
verricht naar de naleving van wet- en regelgeving ten aanzien van de zorg voor haar
personeel. De ernstige conclusies van de inspectie vervullen mij met zorg. Dit geldt
ook voor de conclusies van de inspectie over het actieplan van de TU Delft.3 Dat is ook precies de reden dat de ik meteen na mijn aantreden in gesprek ben gegaan
met de Raad van Toezicht van de TU Delft en nadien ook met de Raad van Toezicht ben
blijven spreken. De TU Delft is aan de hand van hun herstelplan (Plan for Change)4 bezig met het verbeteren van de sociale veiligheid op de instelling. In februari
2025 start de inspectie met haar herstelonderzoek, om een oordeel te vormen over het
actieplan en de uitvoering daarvan.
Omdat de inspectie in haar eerdere onderzoek de conclusie «wanbeheer» heeft getrokken,
heb ik het bijbehorende bestuurlijke instrumentarium tot mijn beschikking. Dit betekent
dat ik de mogelijkheid heb tot het geven van een aanwijzing aan de Raad van Toezicht
van de TU Delft. Met een aanwijzing kan ik de Raad van Toezicht de opdracht geven
één of meer maatregelen te nemen gericht op het herstellen van de zorg voor het personeel
en de sociale veiligheid op de instelling. Afhankelijk van de verdere concretisering
van het Plan for Change tot een actieplan, van de wijze van uitvoering van dat plan, de getoonde zelfreflectie
en acties, de uitkomsten van het herstelonderzoek van de inspectie en mijn vervolggesprekken
met de Raad van Toezicht zal ik blijven bezien of ik het geven van een aanwijzing
aan de Raad van Toezicht nodig acht.
Het geven van een aanwijzing is het ultimum remedium. Ik blijf de komende periode
gedurende de uitvoering van het verbeterplan door de TU Delft op gezette tijden in
gesprek met de Raad van Toezicht om mij er blijvend van te vergewissen dat het verbeteren
van de sociale veiligheid op de TU Delft goed wordt opgepakt.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
E.E.W. Bruins
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E.E.W. Bruins, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap