Brief regering : Onderhandelaarsakkoord tussen de EU en de Mercosur-landen
31 985 Buitenlands beleid en handelspolitiek
Nr. 85 BRIEF VAN DE MINISTERS VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSHULP EN VAN BUITENLANDSE
ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 december 2024
Zoals eerder is toegezegd, zal het kabinet uw Kamer op de hoogte houden van ontwikkelingen
in de onderhandelingen over een EU-Mercosur akkoord.1 Voorts wordt in deze brief ingegaan op de motie Teunissen c.s.2, die op 3 december jl. is aangenomen door uw Kamer, en waar in de regeling van werkzaamheden
van 10 december jl. door het lid Ouwehand een kabinetsreactie op is verzocht.
De Europese Commissie en Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay, de zogenaamde
Mercosur-landen, hebben op 6 december jl. de onderhandelingen over een mogelijk EU-Mercosur
akkoord inhoudelijk afgerond. Het nieuwe onderhandelaarsakkoord bevat afspraken over
zowel handel als politieke samenwerking.
De Europese Commissie onderhandelt sinds 1999 over een akkoord met de Mercosur-landen,
op basis van een mandaat van de Raad. Op 28 juni 2019 kondigde de Europese Commissie
al een onderhandelaarsakkoord aan over het handelsdeel. Mede op verzoek van de lidstaten,
waaronder Nederland3, heeft de Europese Commissie zich de afgelopen jaren ingezet om aanvullende afspraken
te maken over het tegengaan van ontbossing en de opname van het klimaatakkoord van
Parijs als essentieel element bij het verdrag. Naar aanleiding van wensen van de Mercosur-landen
zijn daarnaast nadere afspraken uitonderhandeld over onder andere aanbestedingen,
vrijwaring en geschillenbeslechting. In het politieke deel zijn aanvullende afspraken
gemaakt over nauwere politieke samenwerking, bijvoorbeeld op het gebied van mensenrechten,
veiligheid en migratie. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat de afspraken
in het op 6 december aangekondigde nieuwe onderhandelaarsakkoord opnieuw inhoudelijk
worden aangepast door de onderhandelaars.
Het nieuwe onderhandelaarsakkoord wordt binnenkort door de Europese Commissie openbaar
gemaakt4. Die teksten zijn echter nog niet definitief, omdat de teksten de komende maanden
juridisch worden opgeschoond en vertaald in alle EU talen. Op dit moment is nog niet
bekend in welke vorm de Commissie het onderhandelaarsresultaat wil voorleggen aan
de Raad. Naar verwachting worden de definitieve teksten niet eerder dan na ongeveer
een half jaar ter besluitvorming voorgelegd aan de Raad. Pas op dat moment is het
noodzakelijk dat Nederland een formeel standpunt inneemt in de Raad.
Uw Kamer heeft met de motie Teunissen c.s.5 een duidelijk signaal afgegeven dat Nederland tegen een EU-Mercosur akkoord moet
zijn. De zorgen die aan de motie van uw Kamer ten grondslag liggen, neemt dit kabinet
serieus. Hoewel besluitvorming over het EU-Mercosur akkoord nog niet aan de orde is,
zal Nederland het afwijzende standpunt van de Tweede Kamer in Brussel communiceren.
Uw Kamer zal, zoals gebruikelijk bij handelsakkoorden, een kabinetsappreciatie ontvangen
over het EU-Mercosur akkoord. Begin 2025 wordt uw Kamer op basis van de concept teksten
nader geïnformeerd over de inhoud van het akkoord en wat het akkoord betekent voor
Nederland. Het kabinet zal een integrale appreciatie maken van de voor- en nadelen
van het akkoord. Uiteraard zal uitvoerig worden stilgestaan bij de gevolgen voor de
Nederlandse economie, waaronder in het bijzonder de landbouw. De mogelijke effecten
van het akkoord op de Nederlandse economie en specifiek de landbouwsector worden momenteel
conform motie Kamminga6 opnieuw in kaart gebracht door Wageningen Economic Research. In het onderzoek wordt
ook gekeken naar wat het akkoord het Nederlandse bedrijfsleven oplevert. Naar verwachting
wordt het geactualiseerde onderzoek zeer binnenkort afgerond. Naast het onderzoek
zal in de kabinetsappreciatie onder meer worden gekeken naar het bredere geopolitieke
belang van het akkoord. Het kabinet zal in de appreciatie ook nader ingaan op het
politieke deel van het akkoord en voor Nederland relevante afspraken daarin.
Na ontvangst van bovengenoemde kabinetsappreciatie, heeft uw Kamer nog ruim de gelegenheid
om desgewenst in debat te gaan met het kabinet over het akkoord alvorens sprake is
van daadwerkelijke besluitvorming door de Raad.
De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, R.J. Klever
De Minister van Buitenlandse Zaken, C.C.J. Veldkamp
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.J. Klever, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp -
Mede ondertekenaar
C.C.J. Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken