Brief regering : Resultaten van het ADR-onderzoek over de uitvoering van de motie van het lid Marijnissen c.s. over een voorstel hoe binnen overheidsinstellingen vervuilde data worden opgeruimd (Kamerstuk 35510 nr. 21)
26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
35 510
Parlementaire ondervraging kinderopvangtoeslag
Nr. 1247
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 december 2024
Hierbij bied ik uw Kamer de resultaten aan van het door de Auditdienst Rijk (ADR)
uitgevoerde onderzoek naar de kwaliteit van de uitvoering van Motie#211. In deze brief reageer ik op de bevindingen van de ADR. In de rode draden rapportage
staan de onderzoeksresultaten aangaande het inventariseren en beoordelen van het gebruik
van afkomstgerelateerde indicatoren in risicomodellen en in andere verwerkingen bij
de Rijksoverheid en het opruimen ervan wanneer deze niet rechtmatig of behoorlijk
zijn bevonden. Bovendien worden geleerde lessen en handelingsperspectieven voorgelegd.
Het rapport Ongekend Onrecht2 van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag was een belangrijke
aanleiding voor Motie#21. Ongekend onrecht gaat niet louter over gegevensgebruik maar
ook over onrecht, financiële problemen, problemen met de wet, en gezinnen die werden
gebroken. De Moties van het lid Marijnissen (SP)3 c.s. en het lid Klaver (GroenLinks)4 c.s. (tezamen Motie#21) vroegen om het inventariseren en beoordelen van rechtmatigheid
en behoorlijkheid, en het opruimen van risicomodellen wanneer deze onrechtmatig of
onbehoorlijk bleken. Overwegende dat het risico op discriminerende algoritmes niet
enkel afhangt van de indicator «nationaliteit», werd verzocht om het gebruik van nationaliteit,
etniciteit en geboorteplaats als datavariabele in risicomodellen te toetsen.
De overheid gebruikt een breed scala aan algoritmes, op basis waarvan belangrijke
beslissingen worden gemaakt die grote impact kunnen hebben op veel Nederlanders. Motie#21
was een eerste stap, een opruimactie bedoeld om zeker te stellen dat de overheid niet
onrechtmatig of oneigenlijk afkomstgerelateerde indicatoren in risicomodellen inzet.
Onder andere in het kielzog van deze motie zijn verdere stappen gezet om bij te dragen
aan dit doel. Het is belangrijk als overheid aanhoudend waakzaam te blijven op het
voorkomen van onrecht en deze aandacht vast te houden, ook na dit rapport en deze
motie.
Opdracht ADR
Met de brief van 8 april 20215 is uw Kamer geïnformeerd over de uitwerking van Motie#21. De motie van het lid Van
Baarle (DENK) c.s. verzocht het kabinet om een externe toets te laten uitvoeren op
de departementale uitkomsten van Motie#216. In navolging hierop heeft de CIO Rijk namens de Staatssecretaris van BZK, als coördinator
van de uitvoering van Motie#21, de ADR gevraagd een externe toets uit te voeren naar
de kwaliteit van de uitvoering van Motie#21 en of de uitkomsten in de rapportages
procesmatig zijn geborgd. In juli 20237 is uw Kamer geïnformeerd over de onderzoeksopdracht van de ADR naar de uitvoering
van Motie#21.
Bevindingen ADR en repliek
De ADR heeft onderzocht hoe de betrokken departementen de accuraat- en volledigheid
van de uitvoering van Motie#21 en de uitkomsten in de rapportage procesmatig hebben
geborgd. De ADR concludeert dat departementen waarborgen hebben getroffen voor een
accurate en volledige uitvoering van Motie#21. De ADR concludeert dat de toetsing
op rechtmatigheid zichtbaar is uitgevoerd en dat de toetsing op oneigenlijk gebruik
verschillend is uitgevoerd. Dat de ADR verschillen heeft aangetroffen in de wijze
waarop departementen Motie#21 hebben uitgevoerd, is in lijn met de gekozen aanpak
waarbij werd gesteld dat departementen ruimte krijgen om een aanpak te bepalen die
aansluit bij hun situatie. De departementale plannen van aanpak zijn vervolgens aan
de Kamer aangeboden. Via rapportages aan de Kamer hebben de departementen toegelicht
op welke wijze de beoordeling op oneigenlijk gebruik is uitgevoerd. De in de motie
bedoelde wijze van toetsing heeft zodoende plaatsgevonden en is naar mijn mening door
de toelichtingen en de departementale contexten zo repliceer- en navolgbaar mogelijk
uitgevoerd. Daarnaast constateert de ADR dat er bij departementen waar na onderzoek
bleek dat er sprake was van onrechtmatige of oneigenlijke verwerkingen van afkomstgerelateerde
indicatoren (opruim)acties zijn opgesteld en uitgevoerd, volgend uit de uitvoering
van Motie#21.
De ADR heeft vijf aanbevelingen geformuleerd, zoals hieronder beschreven in tabelvorm.
Ik heb hiernaast toegelicht of ik deze aanbeveling overneem.
nr.
ADR aanbeveling
Overgenomen?
Toelichting
1
Zorg voor een gezamenlijk startpunt.
Ja
De aanbeveling van de ADR om voorafgaand een gezamenlijk startpunt te formuleren onderschrijf
ik in vergelijkbare gevallen. Voor toekomstige moties zouden, net zoals bij Motie#21,
departementen ruimte kunnen krijgen voor het invullen van het hoe (de aanpak) maar dan is overeenstemming over het wat (de interpretatie van de motie) een randvoorwaarde.
2
Verken de mogelijkheden voor aanvullende capaciteit, wanneer wordt besloten tot de
uitvoering van een dergelijk omvangrijke opdracht.
Ja
Deze aanbeveling neem ik over. Zoals genoemd in de bevindingen, zorgt meer capaciteit
ervoor dat er meer waarborgen kunnen worden getroffen voor de correcte uitvoering
van de moties.
3
Voer een impactanalyse uit op basis van taakuitvoering.
Ja
Ook de aanbeveling van een impactanalyse neem ik over. De behoefte aan capaciteit
vergt een integrale afweging tussen taakuitvoering ten opzichte van andere prioriteiten.
4
Streef naar een praktische aanpak die bijdraagt aan een duurzame beheersing in de
toekomst.
Ja
De aanbeveling om te streven naar een duurzame aanpak onderschrijf ik. Dit waarborgen
we nu met het lanceren en invullen van het Algoritmeregister. Mede door dit register
zouden toekomstige moties efficiënter opgepakt kunnen worden.
5
In het verlengde van het voorgaande kan overwogen worden alleen vanuit CIO Rijk de
voortgang en resultaten te rapporteren.
Nee
De ministeriële verantwoordelijkheid voor verwerking van persoonsgegevens en rapportage
daarover ligt bij de bewindspersonen van de departementen zelf. Wel onderschrijf ik
dat eenduidiger rapporteren kan worden bewerkstelligd door middel van het vaststellen
van een gezamenlijk format voor deze rapportages.
Blik op de toekomst
De burger moet erop kunnen vertrouwen dat zorgvuldig wordt omgegaan met afkomstgerelateerde
indicatoren, en dat verwerking alleen gebeurt als vooraf getoetst is of daar een wettelijke
grondslag voor is. De uitvoering van Motie#21 heeft het bewustzijn van deze zorgvuldigheid
bij de Rijksoverheid aantoonbaar vergroot. De departementen hebben afgesproken om
alle hoog-risico algoritmes die zij gebruiken uiterlijk eind 2025 in het Algoritmeregister
op te nemen8. Het bijhouden van dergelijke registers biedt uw Kamer en burgers inzicht in de werking
van de Rijksoverheid.
Ik dank de ADR hartelijk voor het uitvoeren van de externe toets die is verricht naar
de kwaliteit van de uitvoering van Motie#21. De onderzoeksresultaten helpen de Rijksoverheid
bij de verdere vormgeving van hun verantwoorde omgang met (gevoelige) indicatoren.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
F.Z. Szabó
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F.Z. Szabó, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties