Brief regering : Reactie op brief 'Dit kabinet kiest voor hoge zorgkosten, kiest u voor welzijn’
32 793 Preventief gezondheidsbeleid
Nr. 790
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 november 2024
Op 10 oktober jl. ontving ik uw verzoek aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport (VWS) om een reactie op de brief die Caring Movement op 26 september jl.
naar de vaste commissie voor VWS stuurde. Met deze brief geef ik, mede namens de Minister
van VWS, gehoor aan uw verzoek.
Hieronder ga ik in op de inzet die wij plegen op de onderwerpen die Caring Movement
in de brief noemt. Voor een nadere duiding van het beleid ten aanzien van landbouw(emissies)
verwijs ik naar de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
Daarnaast noemt de brief beleid t.a.v. bereikbaarheid en economische ontwikkeling.
Hiervoor verwijs ik naar mijn collega’s van Infrastructuur en Waterstaat en van Economische
Zaken.
Caring Movement pleit voor een grotere focus op gezondheid in plaats van zorg. Het
kabinet onderschrijft dit in het hoofdlijnenakkoord1, waarin we stellen dat we preventie meer centraal zetten, inclusief sport en bewegen,
om de gezondheid te verbeteren, gezondheidsverschillen te verkleinen en de zorgvraag
te beheersen.
Dit is nader uitgewerkt in het regeerprogramma2, waarin we onder andere noemen dat we een gezondere leef- en schoolomgeving stimuleren,
marketing van ongezonde producten gericht op kinderen tegengaan en een sportinfrastructuur
en leefomgeving ondersteunen die uitnodigt tot bewegen. Dit sluit goed aan bij het
pleidooi van Caring Movement voor de toegankelijkheid van sport en een gezonde voedselomgeving.
Er wordt door het kabinet een samenhangende, effectieve preventiestrategie uitgewerkt.
In deze strategie wordt ingegaan op de doelstellingen van het preventiebeleid en de
inzet om deze te bereiken.
Caring Movement stelt dat hoog pesticidengebruik in de landbouw bijdraagt aan toename
van ziektes als Parkinson. De toelating van gewasbeschermingsmiddelen is binnen de
EU wettelijk vastgelegd binnen de Verordening (EG) nr. 1107/2009. Het voorzorgsbeginsel
is het uitgangs- én startpunt van deze Verordening. Dit houdt in dat gewasbeschermingsmiddelen
uitgebreid worden beoordeeld aan de hand van op Europees niveau vastgestelde criteria
en daarna nationaal toegelaten door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen
en biociden (Ctgb). Dit toetsingskader kan worden herzien als nieuwe kennis hier aanleiding
toe geeft. Onder leiding van het RIVM voert een consortium aan kennisinstituten daarom
een omvangrijk onderzoeksprogramma uit, in opdracht van de Ministeries van LVVN, Sociale
Zaken en Werkgelegenheid en VWS. Dat programma heeft een looptijd van 8 jaar. Naast
de ziekte van Parkinson wordt ook gekeken naar kanker, cognitieve effecten en luchtwegaandoeningen
COPD en astma. Daarnaast is ook het SPARK-onderzoek gestart waarin o.a. de resultaten
worden opgeleverd waarmee uitspraken kunnen worden gedaan over de mogelijke relatie
tussen Parkinson en glyfosaat. In dit onderzoek worden nieuwe in vivo en in vitro
(dierproefvrije) testmethoden voor de ziekte van Parkinson ontwikkelt. Dit onderzoek
heeft een looptijd van 5 jaar.
Net als Caring Movement ziet dit kabinet het gezondheidsbelang van voldoende groen
in de leefomgeving. Dit is uitgebreid in kaart gebracht door het RIVM in het rapport
«De maatschappelijke waarde van een gezonde en groene leefomgeving – een verkenning»3. Dit rapport is uitgebracht onder de vlag van het Programma Gezonde Leefomgeving
dat het RIVM en ZonMw in opdracht van het Ministerie van VWS uitvoeren4. In het Programma Gezonde Leefomgeving wordt kennis (door)ontwikkeld, onder andere
over hoe een groenere leefomgeving kan bijdragen aan gezondheid. Zo worden bijvoorbeeld
door ZonMw onderzoeksprojecten gefinancierd in Leiden en in de regio Zuid-Limburg
naar hoe de gezondheid van mensen in kwetsbare wijken kan worden verbeterd door aanpassingen
in het groen. Deze projecten worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met bewoners.
Het belang van groen en gezondheid wordt ook breder binnen het kabinet gezien. Zo
werkt het kabinet, onder aanvoering van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening (VRO), aan een nieuwe Nota Ruimte. Dit wordt de nieuwe visie op de ruimtelijke
inrichting van Nederland in 2030, 2050 en met een doorkijk naar 2100. In deze Nota
Ruimte maken we integrale en gebiedsgerichte ruimtelijke keuzes voor nu en in de toekomst.
Uitgangspunt voor de Nota Ruimte is het creëren van een aantrekkelijke, veilige en
gezonde leefomgeving zodat we ook toekomstige generaties een hoge kwaliteit van leven
kunnen bieden.
Daarnaast werken de Ministeries van LVVN en VRO samen aan de programmatische aanpak
Groen In en Om de Stad (GIOS). Vanuit GIOS wordt gestreefd naar een groene, gezonde,
klimaatbestendige, natuur-inclusieve, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving
voor mens, plant en dier in en in de nabijheid van bebouwd gebied. Onder deze vlag
is eerder dit jaar de handreiking GIOS5 uitgebracht om andere overheden te helpen zowel inhoudelijk
als procesmatig groen beter mee te nemen in de ruimtelijke planvorming. Daarbij wordt
ingezet op het zoveel mogelijk realiseren van groenblauwe gezonde netwerken in het
bebouwd gebied met ruimtelijke kwaliteit: van de voordeur tot het buitengebied.
Het onderwerp gezondheid is onderdeel van de leeragenda van de handreiking GIOS. Inhoudelijk
wordt hiervoor samengewerkt met het Programma Gezonde Leefomgeving van het Ministerie
van VWS.
Binnen het ruimtelijk domein zet het kabinet zich ervoor in, conform het hoofdlijnenakkoord,
in de directe leefomgeving te zorgen voor landbouw inclusieve natuur. Dit kan het
kabinet onder andere doen met de in het Hoofdlijnenakkoord gereserveerde middelen
voor agrarisch natuurbeheer van € 500 mln. per jaar vanaf 2026. Het regeerprogramma
zet ook in op het realiseren van de natuurdoelen via verdere integratie van natuur
in onze woon-, werk- en leefomgeving en stimulering van actieve betrokkenheid van
betrokken sectoren, inclusief private financiering, bijvoorbeeld via de Agenda Natuurinclusief.
De Agenda Natuurinclusief, een samenwerking tussen overheden, burgers, maatschappelijke
organisaties en het bedrijfsleven, streeft met het domein gezondheid6 naar een groenblauwe gezonde toekomst. Via co-creatie wordt gewerkt aan preventie
door een groene, gezonde leefomgeving toegankelijk te maken.
Met diverse voorbeelden wijst Caring Movement op het belang van andere beleidsterreinen
voor de gezondheid. Dat zie ik ook. De toegankelijkheid en kwaliteit van ons zorgsysteem
bepaalt maar voor een beperkt deel hoe gezond mensen zich voelen. In het regeerprogramma
is daarom opgenomen dat we afspraken maken over hoe beleid op andere terreinen de
gezondheid kan bevorderen. Binnenkort ontvangt uw Kamer de reactie van dit kabinet
op het briefadvies van de SER «Gezond opgroeien, wonen en werken»7. Met deze beleidsreactie ontvangt u ook de eerste versie van de beleidsagenda «Health
for all Policies» die in het Gezond en Actief Leven Akkoord8 is aangekondigd.
Ik vertrouw erop uw Kamer hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
V.P.G. Karremans
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport