Behandeling Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten afgerond
1 april 2025, wetsvoorstel - Uitzendorganisaties mogen voortaan alleen nog actief zijn als ze officieel zijn toegelaten. De Kamer debatteert met minister Van Hijum (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) over het wetsvoorstel dat dit regelt.
Onderbetaling, overschrijding van arbeidstijden, illegale tewerkstelling en niet-naleving van socialezekerheidswetten. Met dit soort misstanden krijgen uitzendkrachten, vaak arbeidsmigranten, regelmatig te maken. Aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer waren een belangrijke aanleiding om de regels aan te scherpen.
De nieuwe wet moet volgens Van Hijum leiden tot een fatsoenlijke omgang met arbeidsmigranten en meer grip op arbeidsmigratie. De minister kijkt met voldoening terug op het eerste deel van het debat en hoopt de behandeling van het wetsvoorstel nu tot een afronding te brengen.
Reikwijdte
Er is lang nagedacht over de juiste reikwijdte, vertelt Van Hijum. Een eerder voorstel gold alleen voor uitzendbureaus, maar dat maakt omzeiling makkelijker en handhaving ingewikkeld, denkt de minister. De administratieve lasten uit de wet ontregelen het bedrijfsleven volgens Van Hijum niet onnodig.
Flach (SGP) vindt de reikwijdte wel heel erg groot. We weten dat de problemen vooral spelen bij laagbetaalde arbeidsmigranten en we kiezen bij andere wetten ook vaak voor een grens, bijvoorbeeld een uurtarief, dus waarom nu niet?
Het gaat niet alleen om arbeidsmigranten, maar om alle uitleenvormen, onderstreept Patijn (GroenLinks-PvdA). Als je categorieën gaat uitzonderen, kunnen er altijd weer schijnconstructies bedacht worden, vreest zij.
Sectoren uitzonderen
De minister ziet het risico van een waterbedeffect als uitzonderingen voor bepaalde sectoren worden vastgelegd, maar de mogelijkheid voor een uitzondering blijft open. Bedrijven met publieke taken voldoen vaak al goeddeels aan de eisen, benadrukt hij.
Er moet toch een soort rationale zitten achter het maken van uitzonderingen, als die mogelijkheid in de wet bestaat, vraagt Aartsen (VVD). Hoe voorkomen we willekeur?
Waarom staat de uitzonderingsmogelijkheid in de wet als de minister geen uitzondering wil maken, vraagt Ergin (DENK). Hij vindt dat topsport en leerbedrijven er niet in horen.
De minister ziet door de bomen het bos niet meer, vindt Ceder (ChristenUnie). De wet moet namelijk arbeidsuitbuiting voorkomen, maar sectoren waar al controle plaatsvindt, krijgen zo onnodige druk op de publieke taak.
Saris (NSC) vindt dat bedrijven die het publieke belang dienen, zoals leer- en sociale ontwikkelbedrijven, uitgezonderd moeten worden van de wettelijke verplichtingen.
Registratie van arbeidsmigranten
Al sinds het rapport-Roemer wordt het van groot belang geacht om te weten wie er in Nederland woont en onder welke omstandigheden, illustreert de minister. Daarom maakt de wet uitleners medeverantwoordelijk. We gaan werkgevers stevig aanspreken, maar het is ieders eigen plicht in dit land om je te registreren, dus de verantwoordelijkheid ligt voor een deel bij werknemers zelf, aldus de minister.
De verantwoordelijkheid bij de arbeidsmigrant leggen vindt Podt (D66) heel lastig als we niet ook fatsoenlijk investeren in taalonderwijs.
Van Kent (SP) mist in het voorstel een registratieverplichting voor werkgevers. Hoe voorkomen we dat er een vlucht van uitzendbureaus naar buurlanden plaatsvindt?
Om de wet effectief te maken moeten de toelatende instantie en de inspectie nauw samenwerken, onderstreept Rikkers (BBB). Maar ondernemers moeten ook fouten kunnen maken, vindt zij. Ze is daarom blij met de in de wet opgenomen hersteltijd.
Toelatingskosten
Er zijn hoge waarborgsommen bedacht om te voorkomen dat allerlei vluchtige bedrijven de markt opgaan om de regels te omzeilen, legt de minister uit. Maar hij stelt de Kamer gerust dat bedrijven die al bewezen hebben aan de regels te voldoen, gewoon tot de markt kunnen toetreden onder het nieuwe stelsel.
Het is goed dat de misstanden in de uitzendsector eindelijk aangepakt worden, zegt Boon (PVV). Maar hij heeft nog wel zorgen over de hoge toelatingsvergoedingen. Van Dijk (CDA) maakt zich ook zorgen over het oplopende kosten. Alleen transparantie is volgens haar onvoldoende. Ze pleit voor een kostenrem.
De Kamer stemt op 8 april over het wetsvoorstel en de tijdens het debat ingediende moties.
Zie ook:
- Het overzicht van de laatste debatten in het kort
- De geredigeerde woordelijke verslagen van Kamervergaderingen (het stenogram). Deze zijn maximaal vier uur na het uitspreken beschikbaar.
- Kijk debatten terug via Debat Direct