Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op n van de leden Welzijn en Lahlah over "het bericht dat het aantal gemeentelijke meldpunten (kliklijnen) voor uitkeringsfraude blijft stijgen."
Vragen van de leden Welzijn (Nieuw Sociaal Contract) en Lahlah (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht dat het aantal gemeentelijke meldpunten (kliklijnen) voor uitkeringsfraude blijft stijgen (ingezonden 20 februari 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen
1 april 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 1462.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat het aantal gemeentelijke kliklijnen voor
uitkeringsfraude gestegen is en dat inmiddels 208 gemeenten gebruik maken van een
kliklijn?1
Antwoord 1
Ja, ik heb kennisgenomen van dit bericht.
Vraag 2
Deelt u de mening dat na de evaluatie van de huidige Participatiewet en de nodige
vernietigende rapporten over de uitvoeringspraktijk, de overheid vanuit een ander
mensbeeld moet opereren en dat met de invoering van nieuwe wetgeving uitgegaan moet
worden van vertrouwen in plaats van wantrouwen en van een reëel mensbeeld?
Antwoord 2
In de probleemanalyse van de Participatiewet die het kabinet op 16 december jl met
uw Kamer heeft gedeeld, wordt inderdaad geconstateerd dat de Participatiewet niet
aansluit bij wat mensen nodig hebben en bij wat we van mensen kunnen verwachten. Het
kabinet wil mensen niet vanuit wantrouwen, maar vanuit vertrouwen tegemoet treden.
Deze insteek heeft het wetsvoorstel Participatiewet in balans, en ook het wetsvoorstel
Handhaving sociale zekerheid. Er moet ruimte zijn om de mens achter de uitkering te
zien en die niet af te rekenen op een enkele fout. Met de genoemde wetsvoorstellen
krijgen bestuursorganen de mogelijkheden en ruimte om op deze manier te werken.
Vraag 3
Welk mensbeeld schuilt er achter de groei van deze anonieme kliklijnen en hoe verhoudt
zich dit met de lessen die geleerd zijn uit de evaluatie van de huidige Participatiewet?
Antwoord 3
Uit onderzoek blijkt dat verreweg de meeste mensen de regels en verplichtingen van
wet- en regelgeving willen naleven. Met Participatiewet in balans en het nieuwe handhavingsstelsel
dat in de maak is, wordt meer uitgegaan van vertrouwen. Dat betekent echter niet dat
misbruik in het geheel niet voorkomt. Voor het maatschappelijk draagvlak van de sociale
zekerheid is het van belang dat mensen die een uitkering nodig hebben deze kunnen
ontvangen, maar ook dat misbruik van de sociale zekerheid wordt voorkomen en bestreden.
Als iemand misbruik maakt van het socialezekerheidsstelsel, verwacht de maatschappij
dat de overheid responsief optreedt. Handhaving is dus noodzakelijk.
Dat wil niet zeggen dat bij handhaving geen oog kan zijn voor de mens achter de uitkering.
In het nieuwe handhavingsstelsel is er meer begrip en aandacht voor de realiteit dat
mensen (al dan niet tijdelijk) in de problemen kunnen komen. De ingewikkelde wet-
en regelgeving, de zelfredzaamheid die van mensen wordt verwacht en de mate waarin
zij daaraan kunnen voldoen, worden daarbij steeds meer belicht. Hoewel er nog steeds
breed draagvlak is voor handhaving van misbruik van uitkeringen, vinden de meeste
mensen ook dat daar waar een foutje gemaakt is, hier in de sanctionering rekening
mee moet worden gehouden. Het nieuwe handhavingsstelsel dat in de maak is geeft hier
uiting aan.
Wat betreft meldpunten zijn gemeenten (deels) verantwoordelijk voor het invullen van
hun eigen handhavingsbeleid. Het gebruik van een meldpunt, waarbij dus gebruik wordt
gemaakt van signalen vanuit de eigen inwoners, kan door een gemeente worden gezien
als een effectief handhavingsmiddel. Zoals ik aangeef in de beantwoording van de vragen
van de Kamerleden Van Kent en Van Nispen is er geen brede ervaring dat het hebben
van een meldpunt de werking heeft dat mensen elkaar met meer wantrouwen of minder
vertrouwen tegemoet treden en dat mensen actief op zoek gaan naar signalen van misbruik
en/of oneigenlijk gebruik van sociale regelingen2. Het bestaan van meldpunten is enkel en alleen een handhavingsmiddel en doet dus
niets af aan de lessen die geleerd zijn uit de evaluatie van de huidige Participatiewet,
namelijk uitgaan van meer vertrouwen in de burger en een positief mensbeeld.
Vraag 4
Wat vindt u van het voorbeeld van een stad als Rotterdam, waar 710 fraudemeldingen
binnen zijn gekomen via een anonieme kliklijn, waarvan meer dan driekwart op geen
enkele manier fraude blijkt te zijn en ruim 532 mensen valselijk zijn beticht van
fraude?
Antwoord 4
Gemeenten mogen deels hun eigen handhavingsbeleid invullen. Zij bepalen dus zelf of
een meldpunt wenselijk is en beoordelen ook zelf of het een doelmatig instrument is.
Ik vind het hierbij belangrijk te benadrukken dat gemeenten na een melding bezien
of de melding onderzoekswaardig is. Op het moment dat een onrechtmatigheid vermoed
of geconstateerd wordt, doet een gemeente aanvullend onderzoek, waarbij zorgvuldigheid
en proportionaliteit voorop staan. Indien uit onderzoek blijkt dat er niets aan de
hand is geweest heeft de melding uiteraard geen gevolgen voor de betrokkene.
Vraag 5
Deelt u de mening dat dit laat zien dat we in de praktijk nog mijlenver af staan van
het mensbeeld dat uitgangspunt moet zijn van de nieuwe Participatiewet? Kunt u hierop
reflecteren en aangeven hoe u gaat zorgen voor een cultuurverandering bij de uitvoerende
organisaties?
Antwoord 5
De basis van de Participatiewet en ons sociale stelsel is solidariteit met elkaar
en het is belangrijk dat het maatschappelijk draagvlak blijft bestaan. Voor het maatschappelijk
draagvlak van de sociale zekerheid is het van belang dat mensen die een uitkering
nodig hebben deze kunnen ontvangen, maar ook dat misbruik van de sociale zekerheid
wordt voorkomen en bestreden. Handhaving gaat over het controleren of aan de verplichtingen
binnen een uitkering voldaan wordt, en of mensen op rechtmatige basis een uitkering
ontvangen.
In het programma Participatiewet in Balans en het nieuwe handhavingsstelsel dat in
de maak is, staan vertrouwen, menselijke maat en eenvoud centraal. Het wetsvoorstel
Participatiewet in balans is eind 2024 naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit wetsvoorstel
bevat meer dan 20 maatregelen die de uitvoering helpen om de regels en ondersteuning
van de Participatiewet beter te laten aansluiten op wat mensen nodig hebben (Spoor3. Het wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid ligt momenteel bij de Raad van State.
Door deze wettelijke wijzigingen wordt een cultuurverandering bij uitvoerende organisaties
mogelijk gemaakt.
Gelijktijdig is in 2024 gestart met het faciliteren van gemeenten bij de beweging
richting uitvoering vanuit vertrouwen, menselijke maat en eenvoud zodat inwoners zich
gehoord, begrepen en geholpen voelen (Spoor4. Dit doe ik samen met de VNG, Divosa, SAM, EAPN, de LCR en individuele gemeenten.
Een belangrijk onderdeel van spoor 3 is het oprichten van leernetwerken voor en door
uitvoerend professionals, leidinggevenden en bestuurders. In deze netwerken worden
onder andere goede voorbeelden gedeeld.
Vraag 6
Hoe ziet u deze inefficiënte inzet van ambtenaren in het licht van gemeenten die aangeven
dat zij teveel taken hebben? Is dit niet een taak waar ze per direct mee moeten stoppen?
Antwoord 6
Handhaving is van belang in de sociale zekerheid. Ik onderschrijf volmondig dat we
mensen met vertrouwen tegemoet moeten treden: we gaan ervan uit dat mensen een uitkering
aanvragen omdat zij die nodig hebben en niet om misbruik te maken van de sociale zekerheid.
Tegelijk blijven we alert op misbruik en treden we op als hier sprake van is met passende
handhaving. Hierbij moet er ook oog zijn voor de mens achter de uitkering. Ik zie
handhaving daarom niet als een inefficiënte inzet van ambtenaren, maar als een kerntaak
die van belang is voor het maatschappelijk draagvlak van de sociale zekerheid. Meldpunten
vormen een van vele instrumenten die gemeenten inzetten om die handhavingstaak vorm
te geven.
Vraag 7
Kunt u de Kamer informeren over het precieze aantal anonieme kliklijnen en hoeveel
meldingen van vermoedens van fraude zijn binnengekomen en hoeveel daarvan net als
in Rotterdam een wantrouwende, inefficiënte taakverrichting betreft en hoeveel deze
activiteit de gemeenten in kwestie heeft gekost?
Antwoord 7
Ik beschik niet over de gevraagde gegevens. Voor het antwoord op deze vraag verwijs
ik naar de antwoorden op vragen 2, 4, 5 en 6 van set 2025Z03090.
Vraag 8
Wilt u deze vragen volledig en één voor één beantwoorden?
Antwoord 8
Ja.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden Van Kent
en Van Nispen (beiden SP), ingezonden 19 februari 2025 (vraagnummer 2025Z03090).
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.