Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dijk over het bericht ‘Fysio om de hoek redt het vaak niet meer’
Vragen van het lid Dijk (SP) aan de Minister en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn Sport over het bericht «Fysio om de hoek redt het vaak niet meer» (ingezonden 20 februari 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Maeijer (Volksgezondheid, Welzijn en Sport ) (ontvangen
31 maart 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 1606.
Vraag 1
Heeft u het bericht «Fysio om de hoek redt het vaak niet meer» gelezen en wat is uw
reactie hierop?1
Antwoord 1
Ja. Paramedici, waaronder fysiotherapeuten en logopedisten, zijn een belangrijke schakel
in de eerstelijnszorg en leveren een belangrijke bijdrage aan de zorg voor patiënten.
Ik vind het in het licht van de toenemende vergrijzing en arbeidsmarktproblematiek
zorgelijk dat een aanzienlijk deel van de fysiotherapeuten en logopedisten overweegt
met de praktijk te stoppen. Ik ga daarbij onder andere uit van de in het artikel aangehaalde
«Kleinbedrijf Index fysiotherapie»2 en «Kleinbedrijf Index logopedie»3. In de beantwoording van de volgende vragen ga ik hier uitgebreider op in.
Vraag 2
Schrikt u van de cijfers dat de helft van de zelfstandig gevestigde fysiotherapeuten
en logopedisten erover denkt om te stoppen en ongeveer 15% zelfs actief bezig is met
de verkoop van hun praktijk?
Antwoord 2
Ja. Het is zorgelijk om te lezen dat zoveel zelfstandig gevestigde fysiotherapeuten
en logopedisten overwegen te stoppen. We hebben deze zorgprofessionals hard nodig om de zorg toegankelijk te houden, nu en in de toekomst. Daarom
heb ik, in lijn met de aangenomen motie Krul (27 november 2024), de NZa gevraagd onderzoek
te doen naar het functioneren van de markt van de paramedische zorg in de volle breedte,
met in het bijzonder aandacht voor de toegankelijkheid en toekomstbestendigheid van
de sector.
Vraag 3
Ziet u ook dat de continuïteit van de zorg in gevaar komt omdat de grote leegloop
aan fysiotherapeuten ertoe leidt dat de ziekenhuiszorg en huisartsen overbelast worden
met extra werk dat op hun bordje komt?
Antwoord 3
Ik onderschrijf dat paramedici, waaronder fysiotherapeuten, een belangrijke rol vervullen
in de continuïteit van de eerste- én tweedelijnszorg. Met name als het gaat om het
bevorderen van de dagelijkse kwaliteit van leven van patiënten, het ontlasten van
de huisartsen en andere zorgverleners, en het voorkomen en het overnemen van zorg
uit de tweedelijnszorg.
Als het gaat om de korte termijn heeft de NZa op dit moment geen concrete signalen
dat zorgverzekeraars hun zorgplicht onvoldoende invullen ten aanzien van de fysiotherapeutische
zorg. Tegelijkertijd neem ik de signalen van de fysiotherapeuten zeer serieus, zeker
in relatie tot de toenemende vraag naar zorg. Daarom heb ik, zoals aangegeven in vraag 2,
de NZa gevraagd om onderzoek te doen naar het functioneren van de markt.
Vraag 4
Welke concrete maatregelen bent u bereid te nemen om te voorkomen dat de helft van
deze belangrijke praktijken in de eerstelijnszorg hun deuren sluiten?
Antwoord 4
Uitgangspunt is dat zorg die onder de basisverzekering valt altijd binnen een redelijk
tijdsbestek en afstand beschikbaar moet zijn. Daartoe zijn zorgverzekeraars ook verplicht
vanuit hun zorgplicht. De NZa ziet hierop toe. Op dit moment heeft de NZa geen concrete
signalen dat zorgverzekeraars hun zorgplicht voor de fysiotherapeutische sector onvoldoende
invulling geven. Daarnaast zetten de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
(VWS) en ik vanuit de Visie op de eerstelijnszorg 2030 breder in op het versterken
van de eerstelijnszorg waarin fysiotherapeuten een belangrijke rol vervullen. Mede
afhankelijk van de uitkomsten van het marktonderzoek en de aanbevelingen die de NZa
hierin doet, kan ik overwegen aanvullende maatregelen te nemen.
Vraag 5
Hoe gaat u ervoor zorgen dat jonge fysiotherapeuten en logopedisten worden aangetrokken
en dat zij in het vak blijven? Bent u bereid in gesprek te gaan met de opleidingen
om te kijken wat hierin mogelijk is?
Antwoord 5
Ik vind het belangrijk dat fysiotherapeuten en logopedisten trots zijn op hun werk
en zich onderdeel voelen van een sterke eerstelijnszorg. Naast versterking van de
eerstelijnszorg vanuit de Visie op de eerstelijnszorg en het aangekondigde marktonderzoek,
zet ik mij op verschillende manieren in voor paramedici waaronder fysiotherapeuten
en logopedisten. Zo loopt het programma Paramedische Zorg 2023–2026 waarin wordt gewerkt
aan kennisvergroting en kwaliteitsverbetering, en is er geld beschikbaar gemaakt voor
de doorontwikkeling van het kwaliteitskader fysiotherapie/oefentherapie. Ook is in
het kader van de vermindering administratieve lasten per 1 oktober 2024 de subsidie
gegevensuitwisseling verleend aan de paramedische beroepsgroepen zodat zorgverleners
efficiënter kunnen samenwerken.
Ten aanzien van opleidingen, laten instroomcijfers een wisselend beeld zien de afgelopen
jaren:
Jaar
Instroom opleiding fysiotherapie
Instroom opleiding logopedie
Instroom HBO
2015
1.930
600
126.870
2016
2.060
560
131.140
2017
2.220
540
137.240
2018
2.700
540
142.190
2019
2.930
520
146.690
2020
3.210
590
156.080
2021
3.140
500
143.700
2022
3.100
550
138.720
2023
2.900
520
136.940
Er zijn op dit moment onvoldoende gegevens die de toe- en afnames in instroomcijfers
de afgelopen jaren verklaren. Daarbij wil ik opmerken dat het lastig is aan instroomcijfers
de populariteit van een opleiding af te meten. Door demografische ontwikkelingen heeft
het hbo als geheel te maken met een dalende studentenaantallen de laatste jaren. In
beginsel ga ik ook niet over de inhoud van opleidingen, dat is aan instellingen en
de sector zelf. Ik zie daarom geen directe aanleiding om in gesprek te gaan, maar
mocht daar vanuit de opleidingsinstellingen toch behoefte aan zijn ben ik gaarne bereid
om dat gesprek te voeren.
Vraag 6
Wat is uw reactie op het pleidooi van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
(KNGF) om minimumtarieven in te voeren om leegloop tegen te gaan, zonder hierbij te
refereren naar onderzoeken die nog volgen?
Antwoord 6
Zorgverzekeraars hebben voor de eerstelijnsfysiotherapie die onder het basispakket
valt zorgplicht en moeten voldoende kwalitatief goede zorg inkopen.
Daarbij is het van belang dat er goed is gedefinieerd wat kwalitatief goede zorg is.
In de fysiotherapie hebben de zorgaanbieders nog stappen te zetten in het verbeteren
van de kwaliteit van zorg. Daartoe worden zij ondersteund in het Programma Paramedische
Zorg 2023–2026 waarin wordt gewerkt aan kennisvergroting en kwaliteitsverbetering,
en is er geld beschikbaar gemaakt voor de doorontwikkeling van het kwaliteitskader
fysiotherapie/oefentherapie.
Nader onderzoek naar de aard en omvang van de problematiek met betrekking tot de toegankelijkheid
en toekomstbestendigheid van de fysiotherapie is wenselijk. Op dit moment heb ik echter
geen signalen ontvangen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) dat zorgverzekeraars
onvoldoende invulling geven aan hun zorgplicht voor fysiotherapie. Daarom acht ik
het op dit moment prematuur om te concluderen dat het instellen van minimumtarieven
de juiste of enige oplossing is.
Eerst dient het onderzoek naar de marktomstandigheden te worden afgerond. Het invoeren
van minimumtarieven kan aanzienlijke budgettaire consequenties met zich meebrengen
en daarmee van invloed zijn op de hoogte van de zorgpremie. Bovendien is het effect
van een dergelijke maatregel op de bereidheid van verzekerden om een aanvullende verzekering
af te sluiten nog onduidelijk. Dit kan eveneens gevolgen hebben voor de toegankelijkheid
van de fysiotherapiesector.
Daarom is het essentieel om eerst een helder en volledig beeld te krijgen van de feiten.
Ik wil hierbij zowel de achterliggende oorzaken als de mogelijke druk op de toegankelijkheid
van o.a. fysiotherapie en oefentherapie zorgvuldig in kaart brengen. Op basis van
deze inzichten kan ik vervolgens gerichter naar passende oplossingen zoeken die specifiek
inspelen op de geïdentificeerde knelpunten en tegelijkertijd rekening houden met de
financiële uitdagingen in de zorg.
Vraag 7 en 8
Hoe staat het met het «marktonderzoek» dat door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
wordt gedaan om te kijken naar welke maatregelen nodig zijn voor de toegankelijkheid
van fysiotherapie? Wanneer worden de resultaten hiervan verwacht?
Kunt u aangeven wat de stand van zaken is van het overleg dat u met de NZa en de zorgverzekeraars
zou hebben om voor de zomer een oplossing te presenteren voor de tarifering van de
fysiotherapeuten? (aangenomen motie Krul 33 578, nr. 131)
Antwoord 7 en 8
De NZa is gestart met een marktonderzoek. Uw kamer wordt voor het Commissiedebat over
het zorgverzekeringsstelsel op 19 juni a.s. geïnformeerd over een eerste analyse van
de NZa met inzichten rondom het functioneren van de markt en de toegankelijkheid binnen
de fysiotherapie. Mogelijke oplossingsrichtingen voor de fysiotherapie die hieruit
naar voren komen volgen naar verwachting in de herfst van 2025.
Vraag 9
Erkent u dat het gebrek aan financiële zekerheid ertoe leidt dat veel praktijkhouders
overwegen te stoppen? Zo ja, maakt u zich geen grote zorgen dat wanneer deze financiële
zekerheid er niet komt, de sector straks met nog grotere problemen te maken krijgt?
Antwoord 9
In de in het artikel aangehaalde Kleinbedrijf Index Fysiotherapie worden verschillende
redenen genoemd die een correlatie vertonen met het overwegen te stoppen. Veelgenoemde
motieven in het onderzoek zijn onder andere grote schulden moeten maken (88%) en hinder
van (nieuwe) regelgeving (86%). Het motief stoppen wanneer financiële zekerheid buiten
het bedrijf groter wordt dan binnen de praktijk scoort hierin lager (35%). Hoewel
de redenen divers zijn en financiële zekerheid lager scoort, maak ik mij zorgen wat
deze gegevens in – combinatie met andere signalen – zeggen over de kwaliteit en de
toegankelijkheid van de sector op de lange termijn. Dat is ook de reden dat ik de
NZa heb gevraagd onderzoek te doen naar de marktomstandigheden en mogelijke oplossingen
voor knelpunten in de paramedische zorg.
Vraag 10
Ziet u ook de meerwaarde van praktijken om de hoek die lokaal zijn georganiseerd,
de mensen en de behoeften kennen en hoogwaardige zorg leveren? Welke extra stappen
bent u bereid te zetten om juist deze praktijken te ondersteunen?
Antwoord 10
Gelijkwaardiger toegang tot zorg begint in de eerste lijn. Het is inderdaad van grote
waarde dat mensen in hun eigen wijk, stad of dorp snel terecht kunnen bij bijvoorbeeld
een fysiotherapeut. Dit draagt bij aan de leefbaarheid en het welzijn van de gemeenschap.
Maar dat is niet altijd vanzelfsprekend. De zorgvraag groeit en wordt complexer, en
de samenleving verandert. Dat kan betekenen dat zorgverleners, zoals fysiotherapeuten,
soms kiezen voor samenwerking in een samenwerkingsverband of keten om de kwaliteit
van zorg te waarborgen.
De Minister van VWS en ik blijven ons inzetten voor het verbeteren van de zorg in
de buurt en het versterken van de eerstelijnszorg vanuit de Visie op de eerstelijnszorg
2030. Hierbij spelen fysiotherapeuten een belangrijke rol.
Vraag 11
Wat vindt u van de oproep van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie
(NVLF) om de tarieven voor logopedisten te verhogen met 20% om te voorkomen dat kleinere
praktijkhoudende logopedisten stoppen?
Antwoord 11
Het is niet aan mij om uitspraken te doen over de gewenste hoogte van tarieven en
ik vind het te voorbarig antwoord te geven op de vraag of aanpassing van tariefsoort
de juiste en enige manier is. Tegelijkertijd maak ik mij zorgen dat een aanzienlijk
deel van de logopedisten onder meer om financiële redenen overweegt de praktijk te
stoppen. Daarom heb ik de NZa gevraagd onderzoek te doen naar het functioneren van
de markt voor de paramedische zorg in de volle breedte.
Vraag 12
Bent u – net als naar de toegankelijkheid van de fysiotherapie – bereid om onderzoek
te doen naar mogelijke maatregelen om logopedisten voor dit vak te behouden? Zo nee,
waarom niet? Zo ja, wanneer gaat dit onderzoek van start?
Antwoord 12
Het onderzoek dat nu loopt is gericht op de paramedische zorg in de volle breedte,
dus ook op de logopedie. Vanwege de hoge urgentie heeft de NZa samen met het Ministerie
van VWS een balans gezocht tussen uitvoerigheid en snelheid. In die fasering wordt
in eerste instantie gestart met fysiotherapie. Daarna zal worden gestart met andere
sectoren, waarbij eveneens de lessen uit de fysiotherapie zullen worden meegenomen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V. Maeijer, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.