Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Hirsch, Piri en Dobbe over de situatie in de Democratische Republiek Congo en de rol van de Europese Unie
Vragen van de leden Hirsch en Piri (beiden GroenLinks-PvdA) en Dobbe (SP) aan de Ministers voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp en van Buitenlandse Zaken over de situatie in de Democratische Republiek Congo en de rol van de Europese Unie (ingezonden 7 februari 2025).
Antwoord van Minister Veldkamp (Buitenlandse Zaken) en van Minister Klever (Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingshulp) (ontvangen 21 maart 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2024–2025, nr. 1501.
Vraag 1
Op wat voor manier zet het kabinet zich in om effectief, in gezamenlijkheid met internationale
partners, te reageren op de humanitaire crisis die gaande is in de Democratische Republiek
Congo (DRC)?
Antwoord 1
Dankzij de flexibele financiering van Nederland kunnen hulporganisaties snel reageren
op crises en hulp bieden waar die het hardst nodig is. Zo kon het Verenigde Naties
(VN)-noodhulpfonds, Central Emergency Response Fund (CERF), waarvan Nederland een
donor is, op 26 januari 2025 direct 19,1 miljoen dollar vrijmaken voor de acute noodsituatie
in de DRC en was UNICEF in staat om meteen te reageren op een cholera uitbraak. Ook
maakte de Dutch Relief Alliance (DRA) op 6 februari 2025 EUR 3 miljoen vrij voor hulp
in Oost-Congo en steunde Nederland in 2024 het humanitaire landenfonds in de DRC met
een bijdrage van EUR 10 miljoen. Ook in 2025 zal Nederland aan het humanitaire landenfonds
bijdragen.
Verder zet Nederland zich via diplomatieke kanalen in voor een einde aan het geweld
in Oost-Congo en een terugkeer naar de regionale vredesprocessen. Zo vroeg de Minister
van Buitenlandse Zaken recent aan zijn Rwandese ambtsgenoot in een telefoongesprek
aandacht voor de humanitaire situatie in Oost-Congo, en pleitte hij tijdens de Europese
Unie (EU) Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) op 24 februari 20251 voor een staakt-het-vuren in de DRC. Ook heeft Nederland in multilateraal verband
middels de International Contact Group for the Great Lakes (ICG) in verklaringen op
25 januari en 19 februari 2025 grote zorgen geuit over de humanitaire situatie in
Oost-Congo en aangegeven dat humanitaire hulp zonder enige vertraging of voorwaarden
toegelaten moet worden.
Vraag 2
Wat zullen de gevolgen zijn voor de humanitaire situatie in de DRC van de bevriezing
van USAID door president Trump, een organisatie die verreweg de grootste donor aan
het land is, en in 2023 alleen al 5,3 miljoen Congolezen bereikte met humanitaire
hulp?
Antwoord 2
In 2024 bedroeg de bijdrage van de VS aan humanitaire hulp in de DRC 68% van het totaal.
De gevolgen van de aankondiging om de financiering van USAID programma’s wereldwijd
grotendeels stop te zetten worden momenteel in kaart gebracht. Nederland bespreekt
met andere donoren hoe de humanitaire inzet onder deze nieuwe omstandigheden zo efficiënt
mogelijk kan verlopen.
Vraag 3
Kunt u specifiek ingaan op de dringende zorgen van vrouwenorganisaties over wijdverbreid
seksueel geweld in het oosten van de DRC en grote tekortkomingen op het gebied van
bescherming en sociale basisvoorzieningen? Wat zijn de gevolgen van het bevriezen
van USAID voor de vele vrouwen die van Amerikaanse financiering afhankelijk zijn voor
veilige abortuszorg, bescherming, en nazorg na gendergerelateerd seksueel geweld?
Antwoord 3
De gevolgen van de aankondiging om de financiering van USAID programma’s wereldwijd
grotendeels stop te zetten worden nog in kaart gebracht. Wel is al duidelijk dat door
de geweldsuitbraken in Oost-Congo vrouwen en kinderen vaker slachtoffer worden van
seksueel geweld. De hogere noden leiden tot meer vraag naar reeds schaarse sociale
basisvoorzieningen. Het wegvallen van USAID programma’s kan leiden tot verdere schaarste
en minder voorspelbare toegang tot deze diensten, waaronder op het gebied van veilige
abortuszorg, bescherming en nazorg. Daarnaast kan het er voor zorgen dat diversifiëring
van toeleveringsketens nodig is, bijvoorbeeld voor pep-kits (kits met antivirale medicijnen
die ingenomen kunnen worden nadat mensen risico hebben gelopen op een Hiv-infectie)
en anticonceptie. Als onderdeel van bredere inzet op mondiale gezondheid, blijft het
kabinet zich inspannen voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, juist
ook in conflictgebieden waar deze hulp hard nodig is.
Vraag 4
Kunt u specifiek ingaan – in acht nemend dat USAID in 2024 medicijnen en andere levensreddende
middelen verzorgde voor 11 miljoen inwoners van de DRC – op de dringende zorgen van
gezondheidsorganisaties, die zien dat essentiële hiv-medicijnen niet meer de juiste
mensen bereiken door het wegvallen van USAID?
Antwoord 4
UNAIDS geeft aan dat het door USAID gefinancierde PEPFAR programma (US President’s
Emergence Plan for AIDS Relief) in de DRC grotendeels stil is komen te liggen. De
toekomst van PEPFAR is op dit moment nog niet duidelijk. Als onderdeel van het BHO
beleid blijft Nederland zich inzetten tegen de verspreiding van infectieziektes. De
preventie en behandeling van hiv-aids voor vrouwen, meisjes en risicogroepen wordt
onderdeel van Nederlandse inzet via het maatschappelijk middenveld.
Vraag 5
Klopt het dat door het wegvallen van de steun vanuit USAID de risico’s op het versnellen
van besmettingen van cholera sterk verhoogd is? Hoe schat u het risico in op de uitbraak
van andere mogelijk dodelijke ziektes, zoals mpox en ebola? Welke risico’s brengt
dit met zich mee op het gebied van pandemieën voor Europa en Nederland? Welke maatregelen
zijn er volgens uw ministerie nodig om die risico’s te beperken?
Antwoord 5
De impact van de aankondiging om de financiering van USAID programma’s wereldwijd
stop te zetten is nog niet duidelijk. Zie ook het antwoord op vraag 2. De Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) geeft aan dat de gezondheidssituatie door het recente geweld heel zorgwekkend
is. Veel mensen in Goma zijn aangewezen op vervuild water uit het Kivu-meer. Ook zijn
veel van de 128 mpox patiënten die tijdens gewapende gevechten de behandelcentra in
Goma ontvluchtten nog niet teruggevonden. Door het geweld is surveillance van ziekte-uitbraken
moeilijk en door de uitval van de elektriciteitsvoorziening komt de gekoelde distributieketen
van vaccins en medicijnen in gevaar. Al dit tezamen verhoogt de kans op ziekte-uitbraken.
Zo werden in het Buhimba district in Goma binnen een week 70 nieuwe cholerapatiënten
gemeld, waarvan 80% afkomstig was uit vluchtelingenkampen in Noord-Kivu. Ziektes stoppen
niet aan de grens. Met name toegang tot goede gezondheidsdiensten voor vrouwen, meisjes
en kwetsbare groepen zijn van belang. Dit vergroot de kans dat ziektes vroegtijdig
worden ontdekt en verkleint de kans op pandemieën. Daarom blijft het Kabinet hier
wereldwijd in investeren.
Vraag 6
Hoe zullen deze gevolgen van de bevriezing van USAID verergerd worden met de bezuinigingen
op humanitaire hulp die plaatsvinden in de EU en haar lidstaten, waaronder Nederland?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 2.
Vraag 7
Ziet het kabinet een rol voor de EU als het gaat om het opvangen van mogelijk negatieve
consequenties voor de al nijpende situatie in de DRC van het bevriezen van USAID?
Is het kabinet het eens dat dit niet alleen een kwestie is van solidariteit, maar
dat het ook in het Europese belang is, met het oog op geopolitiek, gezondheid en economie?
Antwoord 7
In EU-verband wordt momenteel in kaart gebracht wat de impact zal zijn van de aankondiging
om de financiering van USAID programma’s wereldwijd grotendeels stop te zetten. De
impact op ontvangende landen en organisaties, hoe dat raakt aan EU-belangen en -programma’s
en wat daarbij het handelingsperspectief is, maakt hier onderdeel van uit.
Vraag 8
Bij welke vorm van ontwikkelingssamenwerking hoort volgens u de prioriteit te liggen
in de DRC?
Antwoord 8
Nederland heeft geen bilaterale ontwikkelingshulprelatie met de DRC. Wel draagt Nederland
bij aan het bevorderen van veiligheid en stabiliteit in Oost-Congo en de bredere regio
via het regionale Grote Merenprogramma. Zoals op 20 februari jl. in de Beleidsbrief
Ontwikkelingshulp aan de Tweede Kamer gemeld, zal dit programma worden afgebouwd.
Dat zal op verantwoorde wijze gebeuren. Wel wordt er blijvend humanitaire hulp geboden
aan DRC, zie ook het antwoord op vraag 1.
Vraag 9
Bent u het eens met de stelling dat Nederlandse en Europese bedrijven een verplichting
hebben om bij inkopen van grondstoffen ook rekening te houden met potentiële negatieve
effecten op de lokale bevolking van de handelspartner?
Antwoord 9
Het kabinet verwacht dat Nederlandse bedrijven ondernemen in lijn met de OESO-richtlijnen
voor multinationale ondernemingen inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen. Wanneer
Nederlandse (en Europese) bedrijven boven bepaalde drempelwaarden de zogeheten conflictmineralen
(goud, tin, tantaal en wolfraam) importeren hebben zij, op basis van de Europese Conflictmineralenverordening
(Verordening 2017/821), een gepaste zorgvuldigheidsverplichting. Dat betekent dat
zij potentiële negatieve effecten op mens en milieu in hun waardeketens moeten identificeren
en waar mogelijk tegen moeten gaan. In het artikel van de Verordening over verslaglegging
en evaluatie is opgenomen dat ook de effecten ter plaatse moeten worden meegenomen.
Uit de eerste evaluatie2 gepubliceerd eind 2024 kwam naar voren dat er meer tijd en data nodig zijn om de
effecten op lokale stakeholders vast te kunnen stellen. Na dit eerste review zal de
Verordening elke drie jaar geëvalueerd worden. In Nederland houdt de Inspectie Leefomgeving
en Transport (ILT) toezicht op de Verordening.
Vraag 10
Kunt u een beeld schetsen van de omstandigheden in de mijnbouw in de DRC, specifiek
in het gebied onder controle van M23?
Antwoord 10
Met betrekking tot de winning van conflictmineralen in Oost-Congo is het relevant
een onderscheid te maken tussen grootschalige mijnbouw en artisanale kleinschalige
mijnbouw (ASM). In de provincies waar M23 zijn invloed uitbreidt is vooral de ASM
winning van goud, tin, tantaal en wolfraam relevant en als bron van inkomsten tevens
een grondoorzaak van het voortdurende conflict.
De situatie in de ASM is ondanks jarenlange inspanning van lokale actoren en internationale
partners zeer complex. Deze sector is grotendeels informeel en vindt in Oost-Congo
onder andere plaats in afgelegen gebieden waar de overheid geen effectieve controle
heeft. Misstanden zoals aanwezigheid van of controle door niet-statelijke en statelijke
gewapende groeperingen in de mijnen, geweld, corruptie en ernstige schendingen van
mensenrechten waaronder vrouwenrechten en ook kinderarbeid worden veelvuldig gerapporteerd.
Inkomsten uit de mijnen worden gebruikt voor conflictfinanciering, en controle over
de mijnen geven aanleiding tot conflict en spanningen, bijvoorbeeld over land- en
exploitatierechten. Ook de werkomstandigheden in de mijnbouw, sociale impact zoals
de positie van vrouwen en milieu-impact zijn zorgpunten.
Ondersteuning vanuit donoren, internationale partners, ngo’s en bedrijven voor formalisatie,
certificerings- en traceerbaarheidsinitiatieven brengen verbetering in specifieke
mijnbouwgemeenschappen. Tegelijkertijd wijzen onderzoeken uit dat schaalbaarheid vaak
ontbreekt en er op veel plekken nog geen sprake is van een betere veiligheidssituatie
of van betere mijnbouwpraktijken.3 Private certificeringsmechanismes worden omzeild en er vindt «vervuiling» van schone
ketens plaats. Ook is het een probleem om de mijnwerkers eerlijk te laten delen in
de verdiensten van verantwoorde productie, en worden kosten van certificering vaak
gedragen door de actoren aan het begin van de keten. Internationale bedrijven blijven
daarom huiverig om ASM grondstoffen, ook al zijn ze gecertificeerd, in te kopen. Het
kabinet volgt ontwikkelingen in de regio en de situatie in de mijnbouw.
Vraag 11
Bent u bekend met het oordeel van de VN dat Rwanda de facto controle heeft over M23?
Wat is de beoordeling van Nederland en de Europese Unie?
Antwoord 11
Nederland deelt de visie van de VN over de Rwandese steun aan M23, zoals ook bewezen
in rapporten van de VN Group of Experts. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties
(VNVR) en de EU hebben verklaard dat de opmars van M23 en de aanwezigheid van Rwandese
troepen op Congolees grondgebied een schending van het internationaal recht en het
VN Handvest betekent. Tijdens de VN Veiligheidsraad op 21 februari jl. werd dan ook
resolutie 2773 unaniem aangenomen, met als belangrijkste punten een oproep aan M23
om gewelddadigheden te staken en zich onmiddellijk terug te trekken uit Goma, Bukavu
en andere veroverde gebieden. Ook wordt Rwanda in deze resolutie opgeroepen steun
aan M23 te staken en Rwandese troepen van DRC grondgebied terug te trekken. De VNVR
sprak ook de mogelijkheid uit tot opleggen van aanvullende maatregelen om het bovenstaande
te bewerkstelligen.
Nederland spreekt Rwanda bilateraal, via de EU, en via de International Contact Group
for the Great Lakes (ICG) aan op zijn steun voor M23 en zijn schending van de soevereiniteit
van de DRC door de aanwezigheid van duizenden Rwandese militairen op Congolees grondgebied.
Zie ook het antwoord op vraag 1.
Vraag 12
Bent u bekend met de oproep van 64 organisaties, voornamelijk uit de Democratische
Republiek Congo, aan de Europese Unie om het Memorandum of Understanding met Rwanda
ter waarde van 900 miljoen te annuleren vanwege de steun van het land aan de rebellengroep?4 Wat vindt Nederland dat de Europese reactie moet zijn op deze oproep?
Antwoord 12
Ja wij zijn bekend met deze oproep. De brief5, onderschreven door het maatschappelijk middenveld uit zowel de EU als uit de DRC,
roept op het partnerschap tussen de EU en Rwanda op het gebied van kritieke grondstoffen
op te schorten, de beoordeling van strategische projecten onder de CRMA in Rwanda
te pauzeren, anti-corruptie en beheer van de mijnbouwsector in de DRC te bevorderen
en in te zetten op transparantie en accountability in de grondstoffenketen.
Het grondstoffenpartnerschap met Rwanda is in de vorm van een niet-bindend Memorandum
of Understanding (MoU). Daarin wordt gesteld dat het partnerschap beoogt bij te dragen
aan de transparantie, traceerbaarheid en het versterken van de strijd tegen de illegale
handel in grondstoffen in de regio. Het partnerschap ziet specifiek toe op het aanpakken
van illegale handel en witwassen. Het MoU dient zodoende als vertrekpunt voor de dialoog
met Rwanda over deze zorgen. De 900 miljoen euro waarnaar verwezen wordt in de vraag
is niet direct verbonden met het MoU, dit budget is in den brede beschikbaar gesteld
onder de Global Gateway-inzet met Rwanda, hierbij worden investeringen gedaan in de
gezondheidssector, agrofood en educatie. Momenteel wordt in EU-verband gesproken over
mogelijke opschorting van het MoU, als onderdeel van maatregelen richting Rwanda om
de steun aan M23 en de recente opmars in Oost-Congo te veroordelen. Tijdens de EU
RBZ op 24 februari 2025 heeft Nederland gepleit voor een schorsing van het MoU als
één van de mogelijke maatregelen tegen Rwanda. Wel benadrukt Nederland dat maatregelen
als deze hand in hand moeten gaan met politiek dialoog op hoog niveau.
In overeenstemming met de oproep in de brief beogen de EU en Nederland verantwoorde
winning, transparantie van grondstoffenketens en traceerbaarheid/certificering van
grondstoffen uit de Grote Merenregio te vergroten en tegelijkertijd een bijdrage te
leveren aan de directe veiligheidssituatie en de (werk)omstandigheden in de mijnbouw
en lokale handel, zoals ook aangegeven in de beantwoording van eerdere vragen van
het lid Ceder met kenmerk 2025Z01800.
Vraag 13
Herinnert u zich uw antwoord op de vragen van 10 december 2024, dat Europese steun
aan het Rwandese leger specifiek is bedoeld voor hun inzet in Cabo Delgado, en niet
als steun voor het Rwandese leger in het algemeen? Kunt u zich echter voorstellen
dat álle steun aan het Rwandese leger negatief gepercipieerd wordt in de regio vanwege
de vermoedelijke steun van dit leger aan M23? Voert de Nederlandse ambassade gesprekken
hierover met lokale actoren en zo ja, wat komt er uit deze gesprekken?
Antwoord 13
Zoals in de beantwoording op de vragen van 10 december 2024 gemeld6, is Rwanda voor Mozambique en de EU een belangrijke veiligheidspartner die actief
en met succes bijdraagt aan terrorismebestrijding in de provincie Cabo Delgado. Omdat
ook Nederland belang hecht aan de veiligheid en stabiliteit van Mozambique, heeft
het ingestemd met continuering van de steunmaatregel aan Mozambique via het European
Peace Facility (EPF). Vanwege de verslechterde situatie in Oost-Congo en de betrokkenheid
van het Rwandese leger daarbij, is in dat besluit opgenomen dat Rwanda zich constructief
op dient te stellen in de regionale vredesprocessen die beogen een duurzame vrede
in Oost-Congo te bereiken. Over de toekomst van de steunmaatregel wordt op dit moment
in EU-verband gesproken.
De Nederlandse ambassade in Mozambique voert geen gesprekken met lokale autoriteiten
over de inzet van Rwandese troepen in Mozambique noch over de activiteiten van Rwandese
troepen elders in de regio. Indien met Mozambikaanse actoren gesprekken over militaire
inzet plaatsvinden, gaat dat over de steun die door de EU wordt gegeven aan het Mozambikaanse
leger en onder leiding van de EU ambassadeur: voorheen via het trainen van specialistische
eenheden (EUTM, tot en met medio 2024) en nu via meer generieke steun aan het Mozambikaanse
defensieapparaat via de EU Militaire Assistentie Missie (EUMAM). De Mozambikaanse
autoriteiten laten zich blijvend positief uit over de Rwandese bijdrage aan stabiliteit
in Cabo Delgado, maar hebben geen formeel standpunt ingenomen ten aanzien van de Rwandese
militaire activiteiten in de DRC.
Vraag 14
Bent u bekend met de berichtgeving die suggereert dat hooggeplaatste officieren in
de door de EU gesteunde missie in Cabo Delgado ook worden geplaatst in het Oosten
van Congo?7 Wordt deze berichtgeving onafhankelijk geverifieerd? Zo nee, kunt u zich er in Europa
voor inzetten dat dit gebeurt? Wat moet de consequentie volgens u zijn als dit waar
blijkt?
Antwoord 14
Ja, hier zijn wij mee bekend. Net als bij andere steunmaatregelen zijn er via het
EPF monitoringsmaatregelen ingesteld om adequaat gebruik van middelen en de naleving
van mensenrechten en internationaal recht te waarborgen. Wanneer sprake is van misbruik
van EPF-steun, kan de EU een steunmaatregel opschorten of beëindigen. Er wordt momenteel
in EU-verband gesproken over de strategische inzet in de Grote Meren regio als gevolg
van recente gebeurtenissen, de EPF steunmaatregel en de naleving van internationaal
recht maakt hier onderdeel van uit.
Vraag 15
Bent u het eens met de stelling dat als Rwanda M23 inderdaad actief steunt, het tegenstrijdig
beleid is om zowel op te roepen tot een verbetering van de humanitaire situatie in
de DRC, maar ondertussen ook nieuwe deals te sluiten met Rwanda die negatief bijdragen
aan de huidige humanitaire situatie?
Antwoord 15
Het mij niet duidelijk op welke nieuwe deals hier wordt gedoeld.
Het kabinet veroordeelt de steun van Rwanda aan rebellengroep M23, alsook de schending
van de soevereiniteit van de DRC. Nederland roept Rwanda op deze steun te staken en
haar troepen terug te trekken uit de DRC. Tegelijkertijd is het kabinet bezorgd over
de snelle opmars van M23 in Oost-Congo en de verslechterde humanitaire situatie. Hierom
roept Nederland op tot een verbetering van de humanitaire situatie en draagt het middels
financiële bijdragen aan verschillende humanitaire fondsen en programma’s bij aan
verlichting van humanitaire noden in Oost-Congo. Zie ook het antwoord op vraag 1 en
vraag 11.
Vraag 16
Wat is de positie van Nederland in Europese gesprekken over sancties tegen Rwanda?
Antwoord 16
Er zijn momenteel EU-sancties in werking tegen leden van M23 en functionarissen van
het Rwandese leger. In EU verband is gesproken over maatregelen de druk op M23 en
Rwanda te vergroten om de territoriale integriteit van de DRC en het VN-Handvest te
respecteren. In de eerdergenoemde EU-verklaring van 25 januari 2025 benadrukte de
Hoge Vertegenwoordiger (HV) van de Unie dat de EU alle middelen waarover zij beschikt
zal inzetten om degenen die verantwoordelijk zijn voor de instandhouding van het gewapende
conflict en van instabiliteit en onveiligheid in de DRC ter verantwoording te roepen.
Sancties maken hier ook onderdeel van uit. Nederland heeft tijdens de RBZ op 24 februari
jl. aangegeven additionele sancties te verwelkomen. Momenteel wordt in EU verband
gesproken over de verdere uitwerking van het politieke besluit tijdens deze RBZ op
het implementeren van additionele sancties, als na afloop aangekondigd door de HV.
Vraag 17
Hoe zet de Europese Unie zich in om te bemiddelen tussen M23 en de regering van de
DRC?
Antwoord 17
In september 2024 is een EU Speciaal Vertegenwoordiger (EUSV) voor de Grote Meren
regio aangetreden. Hiermee komt tot uitdrukking het engagement van de EU om vrede,
stabiliteit en duurzame ontwikkeling te bevorderen in het Grote Meren gebied.
De EUSR steunt zowel het door Angola geleide Luanda Proces, als de door het East African
Community (EAC) geleide Nairobi Proces, welke er naar streeft om alle belanghebbenden,
waaronder de regering van de DRC en gewapende groepen zoals M23, te betrekken bij
het vinden van een vreedzame oplossing voor het conflict door middel van dialoog en
onderhandelingen. Uit recente diplomatieke inspanningen door de Ontwikkelingsgemeenschap
voor Zuidelijk Afrika (SADC) en de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (EAC) is een voorstel
gekomen om de Luanda en Nairobi processen samen te voegen en onder te brengen bij
de Afrikaanse Unie, onder leiderschap van drie nieuwe bemiddelaars.
Vraag 18
Hoe weegt u de opmerkingen van VN vredesmissieleider Vivian van de Perre dat MONUSCO
aanloopt tegen tekorten? Hoe gaat u gehoor geven aan haar oproep aan de internationale
gemeenschap om zo snel mogelijk actie te ondernemen om de situatie in de DRC te verbeteren?
Antwoord 18
De tekorten bij MONUSCO en de grote behoefte aan hulpgoederen acht Nederland zorgelijk,
gegeven dat de reeds dramatische humanitaire situatie in Oost-Congo verder verslechterd.
Graag verwijzen wij u voor nadere analyse van de humanitaire situatie en de tekorten
bij MONUSCO naar de Kamerbrief inzake de humanitaire situatie in Oost-Congo in reactie
op verzoek (kenmerk 2025Z02162/2025D07513), welke de Kamer spoedig zal toekomen.
VN vredesmissieleider Van de Perre benadrukt het belang van terugkeer naar de onderhandelingstafel,
hetgeen alleen mogelijk is als de leden van de VNVR en verdere internationale gemeenschap
genoeg druk uitoefenen op Rwanda en de DRC.8 Het kabinet streeft naar een hernieuwd staakt-het-vuren en een politieke oplossing
voor de oorlog in Oost-Congo. Zie tevens de beantwoording op vraag 1 en vraag 11.
Vraag 19
Kunt u een beeld schetsen van de gevolgen voor de veiligheids- en humanitaire situatie
in de DRC mocht MONUSCO zich terugtrekken?
Antwoord 19
De VN Veiligheidsraad uitte op 19 februari jl. zorgen over de impact van M23 op de
effectiviteit van MONUSCO. De opmars van M23 heeft impact op de bewegingsvrijheid
van MONUSCO en negatieve consequenties voor het effectief uitvoeren van het mandaat.
Voor een schets van de gevolgen hiervan, evenals de gevolgen van mogelijke terugtrekking
van MONSUCO voor de veiligheids- en humanitaire situatie in de DRC, verwijzen wij
u naar de Kamerbrief inzake de humanitaire situatie in Oost-Congo in reactie op verzoek
met kenmerk 2025Z02162/2025D07513, welke uw Kamer spoedig zal toekomen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C.C.J. Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
R.J. Klever, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.