Schriftelijke vragen : De scheepsramp voor de kust van Hull
Vragen van de leden Gabriëls en De Hoop (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over de scheepsramp voor de kust van Hull (ingezonden 13 maart 2025).
Vraag 1
Welke schadelijke effecten op natuur en milieu in de Noordzee moeten we vrezen van
de scheepsramp voor de kust van Hull (Groot-Brittanië)? Zijn er effecten voor het
Nederlandse of internationale deel van de Noordzee te verwachten?
Vraag 2
Kunt u de Kamer informeren over de oorzaak van het ongeluk?
Vraag 3
Gelden er voor het Britse deel van de Noordzee andere regels voor de scheepvaartveiligheid
dan voor het Nederlandse of internationale deel?
Vraag 4
Kan een dergelijk ongeluk redelijkerwijs ook voor de Nederlandse kust plaatsvinden?
Of zijn er hier maatregelen van kracht die dat onwaarschijnlijk maken of uitsluiten?
Vraag 5
Hoe verhoudt deze scheepsramp zich tot de door de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV)
geconstateerde risico’s? Moet deze ramp gevolgen hebben voor het opvolgen van de aanbevelingen
uit het OVV-rapport over de scheepvaartveiligheid op de Noordzee? Is uw brief van
17 februari in die zin nog actueel?1
Vraag 6
Welke maatregelen neemt u om de scheepvaartveiligheid te verbeteren en risico’s zoals
deze aanvaring te verkleinen?
Vraag 7
Welke maatregelen neemt u om de gevolgen van aanvaringen te bestrijden?
Vraag 8
Als we bij elk incident met een containerschip moeten vrezen voor ernstige gevolgen
voor de Noordzeenatuur door vervuiling met zeer gevaarlijke en giftige stoffen, moeten
we dan niet het vervoer van deze stoffen anders regelen? Bijvoorbeeld met strengere
eisen aan containers of schepen, apart vervoer of andere maatregelen?
Vraag 9
Hoe kan de natuur tijdens of na een scheepsramp waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen
worden beschermd? Zijn er ook gespecialiseerde schepen of andere apparatuur beschikbaar
voor andere lekkages dan alleen olie? Is er iets dat gedaan kan worden als schadelijke,
in water oplosbare, stoffen vrij komen?
Vraag 10
Acht u de huidige aanpak van risicobeheersing op de Noordzee voldoende in lijn met
de snelle ontwikkelingen in het gebied, zoals de groei van de scheepvaartindustrie
en de uitrol van windparken? In hoeverre houdt de in de Kamerbrief van 17 februari
geschetste aanpak gelijke tred met deze ontwikkelingen? Acht u aanvullende maatregelen
noodzakelijk om de scheepvaartveiligheid en ecologische bescherming op de Noordzee
toekomstbestendig te maken?
Indieners
-
Gericht aan
B. Madlener, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Indiener
Geert Gabriëls, Kamerlid -
Medeindiener
Habtamu de Hoop, Kamerlid