Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Wilders over de uitlevering van drie veroordeelde Pakistanen
Vragen van het lid Wilders (PVV) aan de Minister-President en de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Buitenlandse Zaken over de uitlevering van drie veroordeelde Pakistanen (ingezonden 25 februari 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister van
Algemene Zaken (ontvangen 7 maart 2025).
Vraag 1
Zijn de drie Pakistanen, de imam, de politiek leider en de cricketspeler, die in Nederland
tot gevangenisstraffen zijn veroordeeld wegens verschillende zware misdrijven tegen
mij gericht, al uitgeleverd aan Nederland om hier hun gevangenisstraf uit te zitten?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 1
Nederland heeft Pakistan eind vorig jaar formeel verzocht om de uitlevering van diverse
in Nederland veroordeelde personen. Het is op dit moment aan Pakistan om op de uitleveringsverzoeken
te reageren. Wij kunnen uw Kamer verzekeren dat Nederland de uitleveringsverzoeken
met grote regelmaat op politiek, diplomatiek en ambtelijk niveau nadrukkelijk onder
de aandacht brengt van de Pakistaanse autoriteiten. Het belang dat Nederland hieraan
hecht is duidelijk overgebracht.
Politieke ambtsdragers moeten hun werk vrij en veilig kunnen verrichten. Bedreigingen
tegen politieke ambtsdragers door of vanuit andere landen die niet meewerken aan opsporing,
vervolging of berechting hiervan, worden niet geaccepteerd en hierop wordt geacteerd.
Dit uitgangspunt staat buiten kijf.
Wanneer personen die verdacht worden van strafbare feiten of daarvoor veroordeeld
zijn zich in het buitenland bevinden, dan is Nederland afhankelijk van de medewerking
van andere staten. Diverse middelen kunnen worden ingezet om bij andere staten het
belang van reactie op en uitvoering van verzoeken te benadrukken.
De vraag welk middel op welk moment wordt ingezet, wordt van geval tot geval beoordeeld.
Dit gebeurt in samenspraak tussen de verzoekende justitiële autoriteit (in dit geval
het Openbaar Ministerie) en onze ministeries, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid.
Vraag 2
Kunt u in een tijdlijn gedetailleerd aangeven wat de Nederlandse regering respectievelijk
het Openbaar Ministerie hebben gedaan sinds de vonnissen definitief zijn geworden
om betrokkenen uitgeleverd te krijgen? Wanneer is door wie namens Nederland met wie
in Pakistan precies contact opgenomen, welke stukken en verzoeken zijn precies gewisseld,
kunt u die met de Kamer delen, en hoe is er op gereageerd?
Antwoord 2
Zoals gezegd is Pakistan formeel om de uitlevering van diverse in Nederland veroordeelde
personen verzocht. Op alle geëigende niveaus wordt bij de Pakistaanse autoriteiten
de noodzaak van adequate opvolging van de Nederlandse verzoeken benadrukt.
Over welke inspanningen precies zijn gepleegd, doen wij gezien de vertrouwelijke aard
van het diplomatieke verkeer met buitenlandse autoriteiten, geen verdere uitspraken.
Bovendien zou dit de internationale strafrechtelijke samenwerking met andere landen,
het land in kwestie in algemene zin, maar ook in deze specifieke zaken, kunnen belemmeren.
Wij benadrukken nogmaals dat het kabinet het onacceptabel acht indien personen die
politieke ambtsdragers bedreigen vrijuit gaan. In onze brief van 2 september 2024
hebben wij al kort geschetst welke inspanningen het kabinet levert in geval van rechtshulp-
en uitleveringsverzoeken.1 Daarnaast wordt ingegaan op de diplomatieke inzet van het kabinet indien landen niet
meewerken aan de opsporing, vervolging of berechting van personen die verdacht worden
van, of veroordeeld zijn voor, het bedreigen van politieke ambtsdragers.
Indien uitvoering van een verzoek om rechtshulp aan een andere staat uitblijft, kunnen
diverse middelen worden ingezet om bij het aangezochte land op uitvoering aan te dringen.
In beginsel wordt hierbij een escalatiemodel gehanteerd, waarbij wordt begonnen met
schriftelijk rappel op ambtelijk niveau en waarbij inzet op politiek niveau, al dan
niet door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het uiterste middel is. De vraag
welk middel op welk moment wordt ingezet, wordt van geval tot geval beoordeeld. Dit
gebeurt in samenspraak tussen de verzoekende justitiële autoriteit (het Openbaar Ministerie
of de rechtspraak), het Ministerie van Justitie en Veiligheid als centrale autoriteit
voor rechtshulp en uitlevering, en het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ieder vanuit
zijn eigen rol en verantwoordelijkheid.
Het doorlopen van eventueel noodzakelijke stappen vergt steeds een zorgvuldige afweging
en kost tijd maar Nederland zal niet schuwen om te blijven aandringen op uitvoering,
waarbij ook zwaardere diplomatieke stappen voor het aangezochte land niet kunnen worden
uitgesloten.
Vraag 3
Wanneer heeft de Minister-President hierover de afgelopen maanden persoonlijk met
zijn Pakistaanse ambtgenoot contact opgenomen en met welk resultaat?
Antwoord 3
De Minister-President hecht aan een gesprek met zijn Pakistaanse ambtgenoot over het
belang dat Nederland hecht aan adequate opvolging van de Nederlandse verzoeken. Dit
verzoek is aan Pakistan gecommuniceerd.
Vraag 4
Wanneer heeft de Minister van Justitie en Veiligheid hierover de afgelopen maanden
persoonlijk met zijn Pakistaanse ambtgenoot contact opgenomen en met welk resultaat?
Antwoord 4
Een gesprek tussen de Minister van Justitie en Veiligheid met zijn Pakistaanse ambtgenoot
wordt voorbereid door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, in samenspraak met
het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Vraag 5
Wanneer heeft de Minister van Buitenlandse Zaken hierover de afgelopen maanden persoonlijk
contact opgenomen met zijn Pakistaanse ambtgenoot en met welk resultaat?
Antwoord 5
De Minister van Buitenlandse Zaken heeft in november 2024 voor het laatst telefonisch
gesproken met zijn Pakistaanse ambtgenoot. Daarin werd afgesproken om een gesprek
tussen de Minister van Justitie en Veiligheid en de Pakistaanse Minister van justitie
als ambtgenoot te zullen opzetten. Verder heeft de Minister van Buitenlandse Zaken
in september 2024 en marge van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de
Pakistaanse premier aangesproken.
Vraag 6
Wanneer heeft het Openbaar Ministerie contact opgenomen met de Pakistaanse autoriteiten
met het doel de drie veroordeelde Pakistaanse criminelen uitgeleverd te krijgen en
met welk resultaat?
Antwoord 6
Er zijn geen rechtstreekse contacten tussen het Nederlandse Openbaar Ministerie en
de Pakistaanse autoriteiten. Dergelijke contacten verlopen bij derde landen via het
Ministerie van Justitie en Veiligheid als centrale autoriteit voor rechtshulp en uitlevering,
in samenspraak en afstemming met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Vraag 7
Kunt u bevestigen dat de Nederlandse regering dan wel het Openbaar Ministerie met
niets anders genoegen zullen nemen dan met de uitlevering van de drie veroordeelde
Pakistaanse criminelen die veroordeeld zijn voor verschillende misdrijven tegen mij
gericht als Nederlands parlementariër? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Door Nederland is aan Pakistan verzocht om de uitlevering van diverse in Nederland
veroordeelde personen (zie ook het antwoord op vraag 1). Zoals ook geschetst in de
beantwoording van eerdere vragen van het lid Wilders, zal Nederland duidelijk blijven
maken dat opvolging wordt verwacht. Het is aan Pakistan als aangezochte staat om te
reageren.2
Vraag 8
Deelt u mijn mening dat het totaal onaanvaardbaar zou zijn om met iets anders genoegen
te nemen dat de uitlevering van de drie veroordeelde Pakistaanse criminelen?
Antwoord 8
Nederland heeft Pakistan verzocht om de uitlevering van diverse in Nederland veroordeelde
personen. Er kan aan de zijde van de Pakistaanse autoriteiten geen misverstand bestaan
over de noodzaak van een adequate opvolging van de Nederlandse verzoeken.
Vraag 9
Wilt u al deze vragen apart en dus niet gecombineerd beantwoorden?
Antwoord 9
Ja.
Vraag 10
Wilt u deze vragen met spoed, doch uiterlijk voor dinsdag 4 maart 11.00 uur beantwoorden
en wil de Minister-President zich er persoonlijk van verzekeren dat met niets anders
genoegen zal worden genomen dan de uitlevering van alle betrokkenen nu het gaat om
zware misdrijven gericht tegen een parlementariër?
Antwoord 10
De vragen zijn zo snel als mogelijk beantwoord. Zoals ook gememoreerd in onze eerder
genoemde brief van 2 september 2024 en in het hoofdlijnenakkoord, worden bedreigingen
tegen politieke ambtsdragers door of vanuit andere landen die niet meewerken aan opsporing,
vervolging of berechting hiervan, niet geaccepteerd en wordt hierop geacteerd. Dit
uitgangspunt staat buiten kijf. Er kan geen enkel misverstand bestaan over het grote
belang dat Nederland hieraan hecht, en Nederland blijft dit op alle geëigende niveaus
onder de aandacht brengen van de Pakistaanse autoriteiten. Zie ook het antwoord op
vraag 1.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
H.W.M. Schoof, minister van Algemene Zaken -
Mede ondertekenaar
C.C.J. Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.