Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Pierik over de import van Russische kunstmest en de mogelijkheden om alternatieven zoals RENURE sneller toe te laten
Vragen van het lid Pierik (BBB) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de import van Russische kunstmest en de mogelijkheden om alternatieven zoals RENURE sneller toe te laten (ingezonden 24 februari 2025).
Antwoord van Minister Wiersma (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
5 maart 2025)
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel in de Financial Times van 21 februari 2025 waarin wordt
gesteld dat de Europese Unie (EU) de import van Russische kunstmest wil verminderen
en deze wil vervangen door producten zoals RENURE?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de recente stijging van de Russische kunstmestimport naar de EU (van
17 procent naar 30 procent van de markt sinds 2022) in relatie tot de afhankelijkheid
van Russische grondstoffen?
Antwoord 2
De toename van de Europese import van Russische kunstmest hangt samen met de lage
binnenlandse gasprijzen in Rusland, die worden gedrukt door een gasoveraanbod als
gevolg van het wegvallen van afzetmarkten in derde landen vanwege de sancties. Rusland
gebruikt aardgas in toenemende mate voor de productie van stikstofkunstmest, waarvan
aardgas een aanzienlijk deel van de kostprijs uitmaakt. Dit is gunstig voor de Russische
export aangezien landbouwproducten tot nu toe waren vrijgesteld van sancties of importheffingen.
De export van Russische kunstmeststoffen leidt op de Europese markt tot oneerlijke
concurrentie. De Europese Commissie heeft een voorstel gedaan voor de invoering van
tarieven op o.a. Russische kunstmestproducten, wat het kabinet steunt en waarover
uw Kamer een appreciatie heeft ontvangen.2
Vraag 3
Hoe voorkomt u dat Nederlandse boeren in een nadelige positie komen ten opzichte van
hun Europese collega’s doordat zij geen gebruik kunnen maken van meststoffen uit eigen
kringloop, terwijl Russische kunstmest nog steeds de markt overspoelt?
Antwoord 3
Er is geen reden aan te nemen dat Nederlandse boeren in een nadelige positie komen
ten opzichte van hun Europese collega’s. De goedkope prijs van Russische kunstmest
heeft een effect op de gehele kunstmestmarkt in de EU, niet specifiek op Nederland.
Daarbij dient opgemerkt te worden dat Nederland een grote exporteur is van kunstmest
en slechts een fractie van de in Nederland geproduceerde kunstmest wordt gebruikt
in de Nederlandse landbouw. Om minder afhankelijk te worden van Russische kunstmest
zie ik een belangrijke oplossing in het toestaan van RENURE producten. Ik zet mij
momenteel vol in voor de toelating van RENURE en breng hierbij ook dit punt onder
de aandacht van mijn Europese collega’s en de Europese Commissie.
Vraag 4
Deelt u de mening dat de import van Russische kunstmest onwenselijk is, vanwege de
financiering van de Russische oorlogskas en omdat kunstmestproductie een zeer energie-intensief
proces is, maar dat de aangekondigde maatregelen zonder flankerend beleid de productiekosten
voor veel boeren in Europa onnodig hoog zouden opdrijven?
Antwoord 4
Ja, het is onwenselijk om bij te dragen aan de Russische oorlogskas. Daarnaast is
het cruciaal om de afhankelijkheid van Russische kunstmest af te bouwen en oneerlijke
concurrentie op de markt tegen te gaan, zoals ook aangegeven in de appreciatie van
het eerder genoemde voorstel van de Europese Commissie om aanvullende tarieven op
o.a. kunstmestproducten uit Rusland en Belarus in te voeren. Tegelijkertijd is het
cruciaal om kunstmeststoffen betaalbaar te houden voor Europese boeren, aangezien
deze een essentiële rol spelen in de voedselproductie en prijsstabiliteit binnen de
landbouwsector. Het is moeilijk in te schatten of de prijs van kunstmest zal stijgen
als gevolg van een importtarief op Russische kunstmest. De Europese Commissie schat
in dat dit niet het geval zal zijn wegens voldoende substitutiemogelijkheden. In 2021,
toen de kunstmestprijzen stegen als gevolg van de toenemende gasprijzen, werd in totaal
iets minder kunstmest afgenomen.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het juiste flankerende beleid een belangrijke rol kan spelen
in het verminderen van deze afhankelijkheid door sneller alternatieven toe te laten,
zoals het mogen aanwenden van meer dierlijke mest en daardoor minder kunstmest binnen
de stikstofplaatsingsruimte, maar ook RENURE en (in Nederland specifiek) een ruimhartigere
toelating van stoffen op de Aa-lijst van de Meststoffenwet?
Antwoord 5
Ik ben inderdaad van mening dat het belangrijk is minder afhankelijk te worden van
de import van Russische kunstmest. Zoals toegelicht bij vraag 2 zie ik RENURE als
een belangrijke route om minder afhankelijk te worden van kunstmeststoffen buiten
de EU en zet ik mij hier vol voor in binnen de EU. De stoffen op de Aa-lijst van de
Uitvoeringsregeling Meststoffenwet betreffen rest- en afvalstoffen die als meststof
verhandeld mogen worden. Ook deze kunnen een nuttig alternatief bieden voor Russische
kunstmest. RENURE producten betreffen geen rest- en afvalstoffen zoals bedoeld op
de Aa-lijst. Het is daarom belangrijk de toelating van RENURE-producten via een andere
weg te regelen waar ik mij op dit moment vol voor inzet. Voor een verdere toelichting
over de Aa-lijst en RENURE verwijs ik u graag naar de beantwoording van Kamervragen
over het aanmerken van het spuiwater uit de stikstofkraker als dierlijke meststof
van het lid Flach (SGP) van 26 februari jl.3
Vraag 6
Welke mogelijkheid ziet u om meer stappen te ondernemen om in Europees verband te
pleiten voor een versnelde toelating van RENURE als volwaardige kunstmestvervanger,
zeker nu de Europese Commissie zelf stelt dat dit een «win-win» is voor klimaat en
milieu?
Antwoord 6
Ik zet mij op dit moment al vol in voor de toelating van RENURE en zie dat met mij
veel andere lidstaten en ook de Europese Commissie de toegevoegde waarde van RENURE
zien. Daarbij moet gezegd worden dat er nog steeds lidstaten zijn die vragen stellen
bij de uitwerking van RENURE in het voorstel van de Europese Commissie. Uiteraard
faciliteert Nederland zo veel als mogelijk deze lidstaten in het voorzien van informatie
en argumenten, opdat zij uiteindelijk voor het voorstel zullen stemmen in het Nitraatcomité.
Vraag 7
Bent u bereid om voor de aankomende Raad Buitenlandse Zaken op 24 februari 2025 de
bewindspersoon die Nederland daar vertegenwoordigt te vragen om dit onderwerp in te
brengen bij het agendapunt «Russische agressie tegen Oekraïne» en te pleiten voor
een snelle Europese goedkeuring van RENURE en meer plaatsingsruimte voor dierlijke
mest binnen de stikstoftoepassingsruimte?
Antwoord 7
Zowel de Minister van Buitenlandse Zaken als de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur hebben op respectievelijk 25 en 24 februari jl. in Europees verband de wens
onder de aandacht gebracht om zo snel mogelijk de toepassing van mestvervangers zoals
RENURE mogelijk te maken en daarmee de afhankelijkheid van Russisch kunstmest af te
bouwen.
Vraag 8
Bent u bereid, in lijn met de motie-Van der Plas (Kamerstuk 33 037, nr. 569), te onderzoeken of er in Europa in het licht van het bovenstaande bericht over Russische
kunstmest, een soepeler beleid geaccepteerd zal worden voor het plaatsen van stoffen
op de Aa-lijst?
Antwoord 8
RENURE producten betreffen geen rest- en afvalstoffen zoals bedoeld op de Aa-lijst.
Ik verwijs u voor een verdere toelichting graag naar mijn reactie op genoemde motie-Van
der Plas en de beantwoording van Kamervragen over het aanmerken van het spuiwater
uit de stikstofkraker als dierlijke meststof van het lid Flach (SGP) van 26 februari
jl.
Vraag 9
Kunt u deze vragen beantwoorden voor de Raad Buitenlandse Zaken op 24 februari 2025?
Antwoord 9
Nee. Beantwoording op dezelfde dag als het insturen van de vragen is niet mogelijk
gebleken.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.