Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Welzijn over het risico op hogere prijzen in het nieuw kinderopvangstelsel
Vragen van het lid Welzijn (Nieuw Sociaal Contract) aan de Staatssecretaris van Social Zaken en Werkgelegenheid over risico op hogere prijzen in nieuw kinderopvangstelsel (ingezonden 21 januari 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen
17 februari 2025).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat de voorgenomen stelselherziening kinderopvang
kan leiden tot hogere prijzen in de kinderopvang?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het artikel.
Vraag 2
Hoe voorkomt u dat de voorgenomen investering van 2,9 miljard euro zorgt voor prijsstijgingen
voor ouders, in plaats van de beoogde prijsdaling?
Antwoord 2
In de eerste plaats voert het kabinet de hogere vergoedingen de komende jaren stapsgewijs
in met het ingroeipad. Zo kan de vraag geleidelijk groeien en heeft de sector meer
tijd om daarop te reageren. Hiermee voorkomen we een plotselinge toename van de vraag
naar opvang bij overgang naar het nieuwe financieringsstelsel kinderopvang, wat marktverstorende
effecten zou kunnen hebben. Dit jaar is de eerste stap gezet en de kinderopvangtoeslag
opgehoogd met ruim € 400 miljoen. De gevolgen van die jaarlijkse ophogingen worden
nauwgezet gemonitord. Eventuele tariefstijgingen worden zo al vroeg gesignaleerd.
Ik verken daarnaast mogelijke aanvullende maatregelen om het risico van tariefstijgingen
te beperken, onder andere voor huishoudens met lage inkomens. Bijvoorbeeld: arbeidsmarktbeleid,
het bestendigen van gemeentelijke regelingen, gerichte maatregelen om excessieve prijsstijgingen
te voorkomen en het ondersteunen van kinderopvangorganisaties in de transitie. Daarnaast
wil ik ook een beroep doen op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de sector,
om kinderopvang betaalbaar te houden voor alle werkende ouders. Ik roep de sector
daarom op om werk te maken van een gedragscode.
Vraag 3
Hoe voorkomt u het risico dat dit een subsidiering is die leidt tot winstmaximalisatie
bij commerciële kinderdag opvangaanbieders?
Antwoord 3
Uit onderzoek van het Waarborgfonds Kinderopvang uit 2024 blijkt dat er gemiddeld
genomen geen grote winsten worden gemaakt in de kinderopvangsector2. Er is sprake van een gemiddeld rendement van 2 procent. Een rendement van 3 tot
5% wordt als passend beschouwd voor de kinderopvangsector. Onderzoeken van SEO en
Decisio uit 2023 geven geen aanwijzing dat aan private equity gelieerde aanbieders
winsten aan de sector onttrekken3. Wel blijkt uit deze onderzoeken dat transparantie en een grotere invloed van stakeholders
de continuïteit kunnen versterken. Zoals ook aangegeven in antwoord op vraag 2, is
het daarom belangrijk dat de sectorpartijen in de kinderopvang werk maken van een
gedragscode om de transparantie in de sector te vergroten. Zo wordt risicovol gedrag
inzichtelijk gemaakt en wordt het voor de samenleving zichtbaar of overheidsmiddelen
op een verantwoorde manier besteed worden. Uiteraard blijf ik de markt- en prijsontwikkelingen
de komende jaren nauwlettend monitoren.
Vraag 4
Kunt u met een rekenvoorbeeld laten zien wat prijsstijgingen van respectievelijk 5%,
10% en 15% doen met de betaalbaarheid van kinderopvang voor ouders van respectievelijk
lage, midden en hoge inkomens?
Antwoord 4
In de bijlage bij deze beantwoording vindt u uitgebreide tabellen met rekenvoorbeelden.
Deze rekenvoorbeelden zijn nadrukkelijk indicatief en kunnen niet gebruikt worden
om af te leiden wat de werkelijke hoogte van de (netto) opvangkosten zijn voor een
individueel huishouden.
Voor deze eerste tabel ben ik uitgegaan van de geraamde uitgaven aan de kinderopvangtoeslag
in de huidige SZW-begroting, met een voorlopige invulling van de kinderopvangtoeslag-vergoedingspercentages
in 2026 en invoering van de nieuwe financiering per 2027. Deze percentages kunnen
nog veranderen. Ik ben voornemens het ontwerpbesluit met daarin de vergoedingspercentages
voor 2026 nog voor de zomer aan uw Kamer te zenden voor de voorhangprocedure.
Deze eerste tabel is gebaseerd op een voorbeeldsituatie met twee kinderen die beiden
twee dagen per week naar de dagopvang gaan voor een (voor 2025) verwacht doorsnee
tarief van € 10,974. Het enige waar de voorbeelden in de eerste tabel in verschillen is de hoogte van
het toetsingsinkomen. De in de tabellen genoemde bedragen zijn in lopende prijzen.
Dat betekent dat de opvangkosten, de hoogte van de vergoeding voor opvang en de hoogte
van de eigen bijdrage zijn gebaseerd op het (verwachte) prijsniveau in het betreffende
jaar. Hiervoor is uitgegaan van de CPB-raming van de loon- en prijsontwikkeling5. De tabellen tonen ook de eigen bijdrage en de overheidsbijdrage als percentage van
de totale opvangkosten. Deze percentages corrigeren automatisch voor deze loon- en
prijsontwikkelingen. Voor een analyse van de verandering in de eigen bijdrage tussen
twee jaren moet daarom gekeken worden naar deze percentages.
De tweede, derde en vierde tabel zijn variaties op de eerste tabel, waarbij aangenomen
is dat het opvangtarief in 2029 respectievelijk 5%, 10% en 15% hoger ligt dan wat
verwacht wordt op basis van de CPB-raming van de loon- en prijsontwikkeling. Dit vertegenwoordigt
de mogelijkheid dat opvangtarieven toenemen door een grotere vraag naar opvang door
de hogere, inkomensonafhankelijke vergoedingen in het nieuwe financieringsstelsel.
Het is op voorhand niet te zeggen of (en zo ja: in welke mate) deze extra tariefstijgingen
ook werkelijkheid zullen worden.
De rekenvoorbeelden laten zien dat de eigen bijdrage van huishoudens sterk kan toenemen
door extra tariefstijgingen. Tabel 1 toont dat voor dit rekenvoorbeeld alle voorbeeldhuishoudens
in 2030 een eigen bijdrage van circa 9,7% betalen. Dit percentage is 13,3% bij een
extra tariefstijging van 5% (tabel 2), 16,6% bij een extra tariefstijging van 10%
(tabel 3) en 19,7% bij een extra tariefstijging van 15% (tabel 4).
Bij het interpreteren van dergelijke rekenvoorbeelden is het belangrijk om inzicht
te hebben in de werkelijke inkomensverdeling van huishoudens die kinderopvangtoeslag
ontvangen. Daarom heb ik onderstaande grafiek opgenomen, die gebaseerd is op data
van Dienst Toeslagen van peildatum 31 maart 2024. De grafiek maakt duidelijk dat het
overgrote deel van de huishoudens met kinderopvangtoeslag een bovenmodaal toetsingsinkomen
heeft.
Vraag 5
Bent u bereid door prijsregulering prijsstijgingen te voorkomen?
Antwoord 5
Excessieve prijsstijgingen vind ik onwenselijk. Ik wil nogmaals benadrukken dat het
belangrijk is dat belastinggeld bedoeld voor kinderopvang, ten goede komt aan kinderopvang.
Tariefregulering is echter een forse en ongewenste ingreep in de markt. Een zorgvuldig
ontwerp en implementatie van tariefregulering is tijdrovend. Dit leidt tot vertraging
van het huidige tempo en dat vind ik ongewenst. Ook is het ingewikkeld om de juiste
hoogte van een tariefplafond, dat voldoende recht doet aan verschillen in de sector,
vast te stellen. Tariefregulering begrenst bijvoorbeeld de financiële ruimte van kinderopvangorganisaties
om te investeren in bijvoorbeeld extra opvangplekken. Op deze manier kan de tariefregulering
de groei van het aanbod remmen. Een risico is dat de wachttijden hierdoor langer worden.
Ook vergt tariefregulering een meer nauwkeurige definitie van de «dienst» kinderopvang,
waarbij je tegelijkertijd de diversiteit en klantgerichtheid die de sector nu kenmerkt
niet geheel teniet wil doen. Daarnaast is het onzeker of en hoe tariefregulering kan
worden uitgevoerd. Deze vraagstukken moeten worden onderzocht voordat besloten kan
worden of en hoe tariefregulering in de kinderopvang moet worden geïmplementeerd.
Daarom lopen er nu, zoals toegezegd in de Kamerbrief van 15 september 2023 verschillende
onderzoeken, waaronder een kostprijsonderzoek.6 Ik verwacht dat ik deze onderzoeken voorzien van een kabinetsreactie in september
met uw Kamer kan delen.
Vraag 6
Welke eventuele andere mogelijkheden ziet u om de kinderopvang ook voor lage inkomensgroepen
betaalbaar te houden?
Antwoord 6
Zoals ook aangegeven in antwoord op vraag 2, verkent het kabinet verschillende maatregelen
om kinderopvang toegankelijk te houden. Naast het verkennen van manieren om excessieve
prijsstijgingen tegen te gaan, kunt u hierbij denken aan gericht arbeidsmarktbeleid,
het bestendigen van gemeentelijke regelingen, het ondersteunen van kinderopvangorganisaties
in de transitie naar de nieuwe financiering en het al ingezette ingroeipad.
Vraag 7
Is het juist dat de kinderopvangsector een diensten van algemeen economisch belang
(DAEB) sector is?
Antwoord 7
Op dit moment is de kinderopvangsector geen dienst van algemeen economisch belang.
Het vestigen van een dienst van algemeen economisch belang is een van de manieren
om staatssteun te voorkomen.
Vraag 8
Welke voorwaarden gelden voor staatssteun binnen de sector?
Antwoord 8
Staatssteun is het direct dan wel indirect verstrekken van financiële steun aan ondernemingen
door overheden. Om eventuele steun door overheden in goede banen te leiden, heeft
de Europese Unie staatssteunregels neergelegd in de artikelen 107, 108 en 109 van
het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
In algemene zin is er sprake van staatssteun in de zin van het Europees recht wanneer
voldaan wordt aan vijf cumulatieve staatssteuncriteria, zoals genoemd in artikel 107,
eerste lid van het VWEU.
• de steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht;
• de steun wordt door staatsmiddelen bekostigd;
• deze staatsmiddelen verschaffen een economisch voordeel dat niet via normale commerciële
weg zou zijn verkregen (non-marktconformiteit);
• de maatregel is selectief: het geldt voor één of enkele ondernemingen, een specifieke
sector of regio;
• de maatregel vervalst de mededinging (in potentie) en (dreig te) leiden tot een ongunstige
beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU.
Vraag 9
Voldoet de voorgenomen stelselwijziging aan deze voorwaarden?
Antwoord 9
In het najaar is er op ambtelijk niveau informeel gesproken de Europese Commissie
over het risico op het ontstaan van staatssteun in het nieuwe financieringsstelsel
voor kinderopvang. Zoals blijkt uit de reactie op vraag 8 is staatssteun het direct
dan wel indirect verstrekken van financiële steun aan ondernemingen door overheden.
Uit het overleg wat informeel gevoerd is met de Europese Commissie is geconcludeerd
dat in het nieuwe financieringsstelsel staatssteun volgt uit de directe betaling van
de vergoeding kinderopvang door de uitvoerder aan kinderopvangorganisaties.
Staatssteun is in beginsel verboden, er zijn echter veel mogelijkheden om staatssteun
ofwel in lijn met Europese wetgeving te verlenen dan wel te voorkomen. Een van de
manieren om staatssteun te voorkomen is het kwalificeren van een bepaalde activiteit
als dienst van algemeen economisch belang.
Vraag 10
Kunt u per voorwaarde uiteenzetten hoe het nieuwe stelsel rekening houdt met de voorwaarden
voor staatssteun?
Antwoord 10
Zoals in het antwoord op vraag 9 te lezen is, kan staatsteun voorkomen worden door
een bepaalde activiteit te kwalificeren als een dienst van algemeen economisch belang
(DAEB). DAEB's zijn economische activiteiten die een publiek belang dienen. Lidstaten
hebben een ruime beoordelingsbevoegdheid bij het definiëren van een DAEB.
In het Altmark-arrest7 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie prejudiciële vragen beantwoord over
het verlenen van compensatiesteun van een DAEB. In het arrest legt het Hof uit hoe
een overheidsorganisatie een DAEB kan financieren zonder dat er sprake is van staatsteun.
De compensatiebenadering van het Hof in het Altmark-arrest bestaat uit vier stappen
waaraan voldaan moet worden.
Het gaat om de volgende cumulatieve voorwaarden:
• de begunstigde onderneming moet daadwerkelijk belast zijn met de uitvoering van de
dienst
• er moet sprake zijn van een objectieve en transparante compensatie voor de dienst
• overcompensatie van de organisatie moet voorkomen worden
• de noodzakelijke compensatie moet worden vastgesteld aan de hand van openbare aanbesteding
of via een benchmark
Op welke manier de bovengenoemde voorwaarden voor het vestigen van een DAEB kunnen
worden toegepast op het nieuwe financieringsstelsel voor kinderopvang en welke mogelijke
effecten dit heeft voor de kinderopvangorganisaties wordt momenteel in kaart gebracht.
Deze uitwerking vindt uiteindelijk zijn weerslag in de memorie van toelichting bij
het wetsvoorstel nieuw financieringsstelsel kinderopvang.
Vraag 11
Kunt u deze vragen één voor één en binnen drie weken beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Bijlage 1 – rekenvoorbeelden bij beantwoording vraag 4
Tabel 1 – scenario: neutrale tariefontwikkeling
Laag inkomen
(had recht op 96% in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.102
€ 26.046
€ 27.020
€ 27.966
€ 28.956
€ 29.981
KOT/VKO per jaar:
€ 20.032
€ 22.514
€ 23.524
€ 23.524
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 2.119
€ 1.510
€ 1.578
€ 2.522
€ 2.616
€ 2.708
€ 2.803
€ 2.903
Percentage eigen bijdrage:
9,6%
6,3%
6,3%
9,7%
9,7%
9,7%
9,7%
9,7%
Percentage overheidsbijdrage:
90,4%
93,7%
93,7%
90,3%
90,3%
90,3%
90,3%
90,3%
Middeninkomen
(1 x modaal in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.102
€ 26.046
€ 27.020
€ 27.966
€ 28.956
€ 29.981
KOT/VKO per jaar:
€ 18.968
€ 21.318
€ 23.524
€ 23.524
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 3.183
€ 2.706
€ 1.578
€ 2.522
€ 2.616
€ 2.708
€ 2.803
€ 2.903
Percentage eigen bijdrage:
14,4%
11,3%
6,3%
9,7%
9,7%
9,7%
9,7%
9,7%
Percentage overheidsbijdrage:
85,6%
88,7%
93,7%
90,3%
90,3%
90,3%
90,3%
90,3%
Middeninkomen
(2 x modaal in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.102
€ 26.046
€ 27.020
€ 27.966
€ 28.956
€ 29.981
KOT/VKO per jaar:
€ 16.203
€ 18.210
€ 20.081
€ 21.270
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 5.948
€ 5.814
€ 5.021
€ 4.776
€ 2.616
€ 2.708
€ 2.803
€ 2.903
Percentage eigen bijdrage:
26,9%
24,2%
20,0%
18,3%
9,7%
9,7%
9,7%
9,7%
Percentage overheidsbijdrage:
73,1%
75,8%
80,0%
81,7%
90,3%
90,3%
90,3%
90,3%
Hoger inkomen
(had recht op 33,3% in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.102
€ 26.046
€ 27.020
€ 27.966
€ 28.956
€ 29.981
KOT/VKO per jaar:
€ 12.123
€ 13.626
€ 15.217
€ 16.406
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 10.028
€ 10.398
€ 9.885
€ 9.640
€ 2.616
€ 2.708
€ 2.803
€ 2.903
Percentage eigen bijdrage:
45,3%
43,3%
39,4%
37,0%
9,7%
9,7%
9,7%
9,7%
Percentage overheidsbijdrage:
54,7%
56,7%
60,6%
63,0%
90,3%
90,3%
90,3%
90,3%
Tabel 2 – scenario: +5% tariefstijging in 2029 t.o.v. 2024
Laag inkomen
(had recht op 96% in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.251
€ 26.477
€ 27.704
€ 28.930
€ 30.157
€ 31.225
KOT/VKO per jaar:
€ 20.032
€ 22.514
€ 23.524
€ 23.524
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 2.119
€ 1.510
€ 1.726
€ 2.953
€ 3.300
€ 3.672
€ 4.005
€ 4.146
Percentage eigen bijdrage:
9,6%
6,3%
6,8%
11,2%
11,9%
12,7%
13,3%
13,3%
Percentage overheidsbijdrage:
90,4%
93,7%
93,2%
88,8%
88,1%
87,3%
86,7%
86,7%
Middeninkomen
(1 x modaal in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.251
€ 26.477
€ 27.704
€ 28.930
€ 30.157
€ 31.225
KOT/VKO per jaar:
€ 18.968
€ 21.318
€ 23.524
€ 23.524
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 3.183
€ 2.706
€ 1.726
€ 2.953
€ 3.300
€ 3.672
€ 4.005
€ 4.146
Percentage eigen bijdrage:
14,4%
11,3%
6,8%
11,2%
11,9%
12,7%
13,3%
13,3%
Percentage overheidsbijdrage:
85,6%
88,7%
93,2%
88,8%
88,1%
87,3%
86,7%
86,7%
Middeninkomen
(2 x modaal in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.251
€ 26.477
€ 27.704
€ 28.930
€ 30.157
€ 31.225
KOT/VKO per jaar:
€ 16.203
€ 18.210
€ 20.081
€ 21.270
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 5.948
€ 5.814
€ 5.169
€ 5.207
€ 3.300
€ 3.672
€ 4.005
€ 4.146
Percentage eigen bijdrage:
26,9%
24,2%
20,5%
19,7%
11,9%
12,7%
13,3%
13,3%
Percentage overheidsbijdrage:
73,1%
75,8%
79,5%
80,3%
88,1%
87,3%
86,7%
86,7%
Hoger inkomen
(had recht op 33,3% in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.251
€ 26.477
€ 27.704
€ 28.930
€ 30.157
€ 31.225
KOT/VKO per jaar:
€ 12.123
€ 13.626
€ 15.217
€ 16.406
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 10.028
€ 10.398
€ 10.033
€ 10.071
€ 3.300
€ 3.672
€ 4.005
€ 4.146
Percentage eigen bijdrage:
45,3%
43,3%
39,7%
38,0%
11,9%
12,7%
13,3%
13,3%
Percentage overheidsbijdrage:
54,7%
56,7%
60,3%
62,0%
88,1%
87,3%
86,7%
86,7%
Tabel 3 – scenario: +10% tariefstijging in 2029 t.o.v. 2024
Laag inkomen
(had recht op 96% in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.491
€ 26.958
€ 28.425
€ 29.891
€ 31.358
€ 32.468
KOT/VKO per jaar:
€ 20.032
€ 22.514
€ 23.524
€ 23.524
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 2.119
€ 1.510
€ 1.967
€ 3.433
€ 4.020
€ 4.633
€ 5.206
€ 5.390
Percentage eigen bijdrage:
9,6%
6,3%
7,7%
12,7%
14,1%
15,5%
16,6%
16,6%
Percentage overheidsbijdrage:
90,4%
93,7%
92,3%
87,3%
85,9%
84,5%
83,4%
83,4%
Middeninkomen
(1 x modaal in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.491
€ 26.958
€ 28.425
€ 29.891
€ 31.358
€ 32.468
KOT/VKO per jaar:
€ 18.968
€ 21.318
€ 23.524
€ 23.524
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 3.183
€ 2.706
€ 1.967
€ 3.433
€ 4.020
€ 4.633
€ 5.206
€ 5.390
Percentage eigen bijdrage:
14,4%
11,3%
7,7%
12,7%
14,1%
15,5%
16,6%
16,6%
Percentage overheidsbijdrage:
85,6%
88,7%
92,3%
87,3%
85,9%
84,5%
83,4%
83,4%
Middeninkomen
(2 x modaal in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.491
€ 26.958
€ 28.425
€ 29.891
€ 31.358
€ 32.468
KOT/VKO per jaar:
€ 16.203
€ 18.210
€ 20.081
€ 21.270
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 5.948
€ 5.814
€ 5.409
€ 5.688
€ 4.020
€ 4.633
€ 5.206
€ 5.390
Percentage eigen bijdrage:
26,9%
24,2%
21,2%
21,1%
14,1%
15,5%
16,6%
16,6%
Percentage overheidsbijdrage:
73,1%
75,8%
78,8%
78,9%
85,9%
84,5%
83,4%
83,4%
Hoger inkomen
(had recht op 33,3% in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.491
€ 26.958
€ 28.425
€ 29.891
€ 31.358
€ 32.468
KOT/VKO per jaar:
€ 12.123
€ 13.626
€ 15.217
€ 16.406
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 10.028
€ 10.398
€ 10.274
€ 10.552
€ 4.020
€ 4.633
€ 5.206
€ 5.390
Percentage eigen bijdrage:
45,3%
43,3%
40,3%
39,1%
14,1%
15,5%
16,6%
16,6%
Percentage overheidsbijdrage:
54,7%
56,7%
59,7%
60,9%
85,9%
84,5%
83,4%
83,4%
Tabel 4 – scenario: +15% tariefstijging in 2029 t.o.v. 2024
Laag inkomen
(had recht op 96% in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.731
€ 27.438
€ 29.145
€ 30.852
€ 32.559
€ 33.712
KOT/VKO per jaar:
€ 20.032
€ 22.514
€ 23.524
€ 23.524
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 2.119
€ 1.510
€ 2.207
€ 3.914
€ 4.741
€ 5.594
€ 6.407
€ 6.634
Percentage eigen bijdrage:
9,6%
6,3%
8,6%
14,3%
16,3%
18,1%
19,7%
19,7%
Percentage overheidsbijdrage:
90,4%
93,7%
91,4%
85,7%
83,7%
81,9%
80,3%
80,3%
Middeninkomen
(1 x modaal in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.731
€ 27.438
€ 29.145
€ 30.852
€ 32.559
€ 33.712
KOT/VKO per jaar:
€ 18.968
€ 21.318
€ 23.524
€ 23.524
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 3.183
€ 2.706
€ 2.207
€ 3.914
€ 4.741
€ 5.594
€ 6.407
€ 6.634
Percentage eigen bijdrage:
14,4%
11,3%
8,6%
14,3%
16,3%
18,1%
19,7%
19,7%
Percentage overheidsbijdrage:
85,6%
88,7%
91,4%
85,7%
83,7%
81,9%
80,3%
80,3%
Middeninkomen
(2 x modaal in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.731
€ 27.438
€ 29.145
€ 30.852
€ 32.559
€ 33.712
KOT/VKO per jaar:
€ 16.203
€ 18.210
€ 20.081
€ 21.270
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 5.948
€ 5.814
€ 5.650
€ 6.168
€ 4.741
€ 5.594
€ 6.407
€ 6.634
Percentage eigen bijdrage:
26,9%
24,2%
22,0%
22,5%
16,3%
18,1%
19,7%
19,7%
Percentage overheidsbijdrage:
73,1%
75,8%
78,0%
77,5%
83,7%
81,9%
80,3%
80,3%
Hoger inkomen
(had recht op 33,3% in 2024)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten opvang per jaar:
€ 22.151
€ 24.024
€ 25.731
€ 27.438
€ 29.145
€ 30.852
€ 32.559
€ 33.712
KOT/VKO per jaar:
€ 12.123
€ 13.626
€ 15.217
€ 16.406
€ 24.404
€ 25.258
€ 26.152
€ 27.078
Eigen bijdrage per jaar:
€ 10.028
€ 10.398
€ 10.514
€ 11.032
€ 4.741
€ 5.594
€ 6.407
€ 6.634
Percentage eigen bijdrage:
45,3%
43,3%
40,9%
40,2%
16,3%
18,1%
19,7%
19,7%
Percentage overheidsbijdrage:
54,7%
56,7%
59,1%
59,8%
83,7%
81,9%
80,3%
80,3%
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.