Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg Voortgang internationaal cultuurbeleid (ICB) (Kamerstuk 31482-124)
2025D04242 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties
de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Buitenlandse
Zaken over de brief Voortgang internationaal cultuurbeleid (ICB) (Kamerstuk 31 482, nr. 124).
De voorzitter van de commissie,
Klaver
Adjunct-griffier van de commissie,
Blom
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
II Antwoord/Reactie van de Minister
III Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de voortgangsrapportage over
het Nederlands internationaal cultuurbeleid (ICB). Deze leden hebben enkele vragen
en opmerkingen over de rapportage én de actualiteit.
De leden van de PVV-fractie constateren dat uit de voortgangsrapportage blijkt dat
er in 2023 circa 18 miljoen euro is uitgegeven aan 1.430 projecten in het kader van het ICB. Wat deze leden betreft is dat teveel, omdat het gros
van de projecten niet direct bijdraagt aan het Nederlands belang. Deze leden willen
daarom weten in hoeverre er de komende jaren bezuinigd gaat worden op het ICB. Tevens
willen deze leden van de Minister horen hoeveel hij in totaal verwacht uit te geven
aan het ICB in 2025.
Het valt de leden van de PVV-fractie op dat er buitengewoon veel cultuurprojecten
gesubsidieerd worden in landen in onze eigen regio, zoals in Duitsland, België, Frankrijk
en het Verenigd Koninkrijk. Waar ligt de meerwaarde om juist in deze welvarende landen
projecten te subsidiëren, waar we al uitstekende bilaterale betrekkingen mee hebben,
ook op cultureel gebied? In bijlage 1 van de Voortgangsrapportage 2023 staat dat er
in 2023 nog zeven projecten gefinancierd zijn in Rusland. Waarom is de financiering
van projecten in Rusland niet gestopt na de grootschalige inval van Rusland in Oekraïne?
Is de Minister bereid om geen projecten meer te financieren in Rusland zolang de illegale
oorlog van Rusland in Oekraïne voortduurt? Deze leden ontvangen graag een antwoord
op deze vragen.
Wat de leden van de PVV-fractie verder opvalt is dat in het landenoverzicht een bedrag
van circa vier miljoen euro wordt geschaard onder posten en fondsen onder de categorie
«Overig». Deze leden vinden dit een opmerkelijke werkwijze omdat over meerdere landen
juist zeer zorgvuldig gerapporteerd wordt, ook waar het gaat over relatief kleine bedragen. Kan deze categorie
daarom alsnog uitgesplitst worden naar landen/gebieden waar de projecten plaatsvonden?
Zo nee, waarom niet?
De leden van de PVV-fractie willen tevens weten of er ook geld is gegaan naar ICB-projecten
in de Palestijnse gebieden. Zo ja, om wat voor projecten gaat het en hoeveel is er
in totaal aan uitgegeven?
De leden van de PVV-fractie willen het tot slot hebben over de Roemeense kunstschatten
die gestolen zijn uit het Drents Museum. Deze leden waren verbaasd over de amateuristische
beveiliging van de gestolen objecten, zoals de gouden helm van Coțofenești. Het is
deze leden uit mediaberichtgeving en uitspraken van experts duidelijk geworden dat
de beveiliging ondermaats was. Het leverde Nederland een flinke berisping op van de
Roemeense premier. De diefstal levert Nederland dus flinke immateriële schade op,
zo constateren deze leden, in ieder geval voor wat betreft de bilaterale relatie met
Roemenië. Deelt de Minister deze mening en wat heeft deze Minister in de richting
van Roemenië gedaan om deze schade te herstellen?
Is de Minister over het algemeen van mening dat ook de betrouwbaarheid van Nederland
als partner in internationale cultuuruitwisseling schade is toegebracht? Zo ja, wat
gaat de Minister doen om deze te herstellen en heeft hij hierover contact met zijn
collega van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)? Is er wellicht
wetgeving nodig om moderne eisen te stellen aan tentoonstellingen waarin kostbare
en onvervangbare voorwerpen internationaal worden uitgeleend?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met grote belangstelling kennisgenomen
van de voortgangsrapportage over de uitvoering van het internationaal cultuurbeleid
(ICB) in 2023. Deze leden zijn geschokt door de recente kunstroof uit het Drents Museum
te Assen, waarbij cultuurgoederen van internationaal historisch belang zijn gestolen.
Zij spreken hun grote waardering uit voor politie en justitie die nu alles op alles
zetten om de daders op te sporen en de gestolen voorwerpen ongeschonden te achterhalen.
Maar bovenal willen deze leden hun enorme waardering en warme sympathie uitdrukken
richting de medewerkers van het Drents Museum Assen die al jarenlang erin slagen geweldige
tentoonstellingen van groot cultuurhistorisch belang te organiseren. Deze leden hopen
van harte dat deze verschrikkelijke recente gebeurtenis hen én alle andere enthousiaste
museummedewerkers niet uit het veld slaat om samen met internationale partners bij
te dragen aan verdieping, verlevendiging en verrijking van de culturele beleving,
hier en elders. Deze leden roepen de betrokken bewindspersonen van Buitenlandse Zaken,
voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
ertoe op al het mogelijke te doen om culturele organisaties en instellingen daarbij
actief, direct en indirect te ondersteunen. Concreet willen deze leden graag weten
welke mogelijke gevolgen te verwachten zijn van deze kunstroof voor de bi- en multilaterale
culturele samenwerking en hoe het kabinet deze mogelijke gevolgen zo veel mogelijk
hoopt te voorkomen en/of te beperken.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het ICB, zo wordt in de voortgangsrapportage
gesteld, in belangrijke mate bijdraagt aan de wereldwijde culturele scene en aan de
Nederlandse economie. Deze leden delen deze constatering, maar vragen de Ministers
om dit nader te concretiseren. Deze leden zijn sowieso overtuigd van het grote belang
van cultuur voor het maatschappelijke en individuele welbevinden, maar ervaren regelmatig
een zekere onderschatting van het economische belang van de culturele sector voor
de Nederlandse economie. Het zou naar het oordeel van deze leden goed zijn als periodiek
inzicht wordt gegeven in het verdienvermogen van de culturele sector. Kan inzicht
worden gegeven in het aandeel van cultuur in het bruto nationaal product en is het
kabinet bereid om de Kamer over de ontwikkelingen in het culturele aandeel periodiek
te informeren, bijvoorbeeld in onderhavige toekomstige voortgangsrapportages?
Bij de mondiale spreiding van de ICB-activiteiten valt het de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
op dat er, met uitzondering van Marokko, Egypte en Zuid-Afrika, op het Afrikaanse
continent geen ICB-activiteiten plaatsvinden. Klopt dat en waardoor wordt dit veroorzaakt,
zo vragen deze leden. Deze leden onderschrijven van harte het streven om met cultuur
nieuwe deuren te openen en zijn erg benieuwd hoe dit lovenswaardige streven wordt
ingevuld, specifiek als het om initiatieven op het Afrikaanse continent gaat. Zijn
er meer regio’s waarvan het kabinet vindt dat een intensivering van de culturele samenwerking
gewenst is en zo ja, hoe wordt dit opgepakt, zo vragen deze leden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het rapport
internationaal cultuurbeleid 2023 en de verdere voortgang van het internationale cultuurbeleid
(ICB). Deze leden hebben hierover enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie zijn positief over het feit dat Nederland zich inzet om
de Oekraïense culturele identiteit te beschermen. Zij constateren echter dat er in
2023 in Oekraïne slechts zes projecten liepen, terwijl in veel andere Europese landen
aanzienlijk meer projecten werden uitgevoerd. Deze leden vragen dan ook welke overwegingen
het kabinet heeft gemaakt om relatief weinig projecten in Oekraïne uit te voeren.
In dit verband willen zij concreet weten waarom in een land als Oekraïne, waar directe
culturele investeringen van groot belang zijn, binnen het ICB aanzienlijk minder wordt
uitgegeven in vergelijking met Frankrijk, waar het meeste geld heengaat. Daarnaast
vragen deze leden aan het kabinet middels welke projecten zij in het komende jaar
verder willen inzetten op de bescherming van de Oekraïense identiteit binnen het ICB.
De leden van de VVD-fractie merken op dat er geen criterium is voor het aangaan van
nieuwe projecten binnen het ICB-beleidskader dat zich richt op geopolitieke belangen
of belangen zoals het tegengaan van irreguliere migratie. Dit terwijl het voldoen
aan één van de Sustainable Development Goals (SDG’s) wel als expliciet criterium benoemd
wordt om subsidie te verkrijgen. Hierom willen deze leden het kabinet vragen waarom
de SDG’s een prominente plaats krijgen in het beleidskader, terwijl dit niet geldt
voor geopolitieke belangen of belangen op asiel en migratie. Tot slot vragen deze
leden op welk type projecten het kabinet de komende jaren wil gaan inzetten en of
hier veranderingen in zullen plaatsvinden t.o.v. het vorig jaar gepubliceerde beleidskader
voor de periode 2025–2028.
De leden van de VVD-fractie constateren dat het beleidskader voor 2025–2028 stelt
dat cultuur kan fungeren als «soft power», terwijl bij de «focus» landen bijna geen
landen staan waarbij het tegengaan van irreguliere migratie een rol speelt. Landen
uit het Midden-Oosten, kritieke doorreislanden in Noord-Afrika en andere landen waar
een groot belang m.b.t. migratiesamenwerking bestaat, ontbreken. Dit terwijl culturele
samenwerking een bijzonder platform kan bieden om na te denken over o.a. het bevorderen
van terugkeersamenwerking. Deze leden willen het kabinet vragen hoe zij op de selectie
van «focus» landen reflecteert en hoe zij aankijkt tegen het betrekken van belangen
op het gebied van migratie in het internationale cultuurbeleid.
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
De leden van de NSC-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de stukken bijgaand
dit schriftelijk overleg. In de voortgangsrapportage van het ICB misten deze leden
informatie rond het thema restitutie van kunstobjecten die, in het verleden, oneigenlijk
verkregen zijn. Deze leden hebben daarom nog enkele vragen.
De leden van de NSC-fractie constateren dat er, met betrekking tot restitutie van
objecten uit een koloniaal verleden, al langere tijd processen in gang zijn met betrekking
tot de restitutie van kunst en andere waardevolle objecten uit het koloniale verleden
aan hun vermoedelijk rechtmatige eigenaar. Voor de teruggaveverzoeken van nazi-roofkunst
bestaat een restitutiecommissie. Deze leden vragen of een soortgelijke commissie ook
voor koloniale roofkunst bestaat. En zo niet, zou het niet waardevol zijn om een soortgelijke
commissie of een ander toezichthoudend orgaan in het leven te roepen? Deze leden zijn
zich ervan bewust, dat deze vraag ook de portefeuilles van andere Ministers raakt.
De leden van de NSC-fractie zien dat restitutie een kans biedt om onrecht uit het
verleden recht te zetten. Nog te vaak spelen er politieke en financiële belangen mee
in restitutiezaken, terwijl het herkomstonderzoek en erfgoedbescherming van betrokken
partijen zwaarder zou moeten wegen. Deze leden vragen dan ook of er niet een objectieve
instantie vanuit de Nederlandse overheid op teruggave van koloniale kunst toe zou
moeten zien.
Daarnaast hebben de leden van de NSC-fractie nog een vraag over de diefstal van de
Roemeense topstukken uit het Drents museum. Enkele dagen geleden werden Roemeense
topstukken uit het Drents museum in Assen gestolen. Deze diefstal en het verwijt dat
de stukken niet adequaat waren beveiligd, raakt ook het nationale Nederlandse belang,
omdat musea in het buitenland huiverig zullen zijn om in de naaste toekomst waardevolle
objecten aan Nederlandse musea uit te lenen. Onder deze omstandigheden vragen deze
leden of niet ook bruikleenovereenkomsten op de een of andere manier aan toezicht
vanuit het Rijk onderhevig zouden moeten zijn. Brengt het feit dat het blijkbaar om
een contract gaat, zoals tussen ieder andere partij, niet het risico met zich mee,
dat bepaalde criteria (bijvoorbeeld verzekeringen) in te hoge mate onderhevig zijn
aan inschattingen en (markt)belangen van de betrokken partijen en te weinig aan de
verdediging van Nederlandse nationale belangen?
II Antwoord/Reactie van de Minister
III Volledige agenda
− Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken over Voortgang internationaal cultuurbeleid
(ICB) (Kamerstuk 31 482, nr. 124)
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
L.B. Blom, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.