Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kröger over het bericht ‘BBB geeft signaal aan provincies en is tegen windmolens op het land: ‘Wij gaan tot het gaatje’’
Vragen van het lid Kröger (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over het bericht «BBB geeft signaal aan provincies en is tegen windmolens op het land: «Wij gaan tot het gaatje»» (ingezonden 2 oktober 2024).
Antwoord van Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen 16 december 2024).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «BBB geeft signaal aan provincies en is tegen windmolens
op het land: «Wij gaan tot het gaatje»»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het artikel.
Vraag 2
Wat vindt u van de uitspraak van het lid Vermeer (BBB) dat er in het regeerakkoord
staat dat er geen windturbines bij komen op land?
Antwoord 2
In het regeerprogramma zijn geen afspraken gemaakt om te stoppen met wind op land.
Er zijn wel afspraken gemaakt die betrekking hebben op windturbines op land. Zo is
afgesproken dat windturbines zoveel mogelijk op zee worden gerealiseerd en dat in
nieuw te bestemmen gebieden woningbouw voorrang heeft op windturbines.
Wind op land blijft daarnaast noodzakelijk voor het versterken van de energiezekerheid
en -onafhankelijkheid van Nederland, zoals benadrukt in de Energienota 2024. Daarnaast
is het nodig voor het behalen van onze nationale klimaatdoelen, zoals vastgelegd in
de Klimaatwet, en de Europese klimaat- en energiedoelen voor 2030. Hoewel het kabinet
prioriteit geeft aan wind op zee, is de ruimte ook daar beperkt. Verdere uitbreiding
van wind op zee vereist concessies in de beschikbare ruimte voor andere activiteiten,
zoals visserij en defensie. Bovendien leidt de opwekking van windenergie op zee tot
meer hoogspanningsmasten op land, wat een maatschappelijke en ruimtelijke uitdaging
vormt en gevolgen heeft voor woningbouwmogelijkheden.
Vraag 3
Hoe verhouden de uitspraken van het lid Vermeer zich volgens u tot de passage uit
het regeerprogramma dat het kabinet het aanbod van energie gaat diversifiëren door
kosteneffectief verschillende energiebronnen te stimuleren (zon, wind, aardgas, geothermie,
kernenergie, etc.) en de passage dat windmolens zoveel mogelijk op zee komen, in plaats
van op land?
Antwoord 3
De inzet op diversificatie van het energieaanbod is nog steeds een prioriteit van
het kabinet. Hierbij blijft ook altijd de noodzaak bestaan om per energiebron en toepassing
de verschillende publieke belangen af te blijven wegen. Deze afweging maakt het kabinet
bij windenergie op de manier zoals in de beantwoording van vraag 2 is toegelicht.
Vraag 4 en 5
Kunt u bevestigen dat het hele kabinet achter bovenstaande citaten uit het regeerakkoord
staat, en dat dit dus betekent dat ook wind-op-landprojecten de komende jaren door
het kabinet gestimuleerd zullen blijven worden?
Hoe verhouden de uitspraken van het lid Vermeer zich volgens u tot het Nationaal Plan
Energiesysteem, waarin wordt uitgegaan van een flinke toename van wind op land de
komende jaren?
Antwoord 4 en 5
In het regeerakkoord is als doel vastgesteld om de energieonafhankelijkheid te vergroten
en duurzame energieproductie te stimuleren, met oog voor een veilige en gezonde leefomgeving
en een weerbaar energiesysteem. Ook wordt gestreefd naar een significante vermindering
van de uitstoot van broeikasgassen, conform de doelstellingen van het Parijsakkoord
en zoals vastgelegd in de Europese en Nationale Klimaatwet. Zoals eerder aangegeven
in de beantwoording van vraag 2, is wind op land noodzakelijk om de doelstellingen
voor CO2-reductie en energieonafhankelijkheid te behalen.
Het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) zet, gezien de onzekerheid van de vraagontwikkeling
en mogelijke sterke groei van de elektriciteitsvraag, in op het nu maximaal haalbaar
opschalen van het energieaanbod en de infrastructuur, binnen de geldende randvoorwaarden
voor ruimtelijke inpassing en ecologische impact. De uitrol van wind op zee is al
vertraagd ten opzichte van het in het NPE geschetste pad. Daarnaast zijn de richtwaarden
voor wind op land in het NPE, ook met de huidige projecten die al gepland zijn én
de vervanging van bestaande windturbines op land, uitdagend om te behalen. Wind op
land is dus noodzakelijk om voldoende CO2-vrij elektriciteitsaanbod te kunnen realiseren.
Vraag 6
Staat het kabinet voor de handtekening onder het klimaatakkoord en de uitvoering van
de Regionale Energie Strategieën?
Antwoord 6
Zie beantwoording vraag 7.
Vraag 7
Uit zowel de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2023 als de RES-monitor 2023 bleek
het doel voor hernieuwbare energie en elektriciteit lastig haalbaar omdat de ontwikkeling
van hernieuwbare elektriciteitsproductie de afgelopen jaar is gestagneerd, hoe gaat
u de bouw van windturbines versnellen om de doelen te halen?
Antwoord 7
Ja, het kabinet staat achter het Klimaatakkoord en de uitvoering van de Regionale
Energie Strategieën (RES). In het regeerprogramma heeft het kabinet zich verschillende
doelen gesteld, waaronder het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, in lijn
met de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs en zoals vastgelegd in de Europese
en Nationale Klimaatwet. Met de RES 1.0 hebben gemeenten, waterschappen en provincies
in de regio plannen opgesteld om concreet invulling te geven aan het Klimaatakkoord.
Het kabinet vindt het belangrijk dat er voldoende ruimte is om lokaal energie op te
wekken in Nederland. De RES-foto en de RES-monitor laten zien dat het RES doel van
35 TWh bereikt kan worden. Het opgetelde totale bod vanuit de regio’s van 55 TWh voor
2030 is echter buiten bereik. De pijplijn voor opwekprojecten stokt, waardoor de ambities
uit het NPE niet kunnen worden waargemaakt.
Daarover ben ik blijvend in gesprek met medeoverheden, bijvoorbeeld via het Nationaal
Programma RES. Er zijn versnellingsmogelijkheden voor regio’s zoals de Renewable Energy
Directive (RED) III; enkele RES regio’s hebben aangegeven hier interesse in te hebben.
Binnen de RED III kunnen versnellingsgebieden worden aangewezen waar procedures voor
duurzame energieprojecten versneld kunnen worden uitgevoerd.
Vraag 8
In het regeerprogramma staat dat u netcongestie gaat aanpakken en dat er aanvullende
maatregelen getroffen worden als de klimaatdoelen niet worden gehaald. Deelt u de
mening dat ook wind op land hiervoor een belangrijk onderdeel is?
Antwoord
Windenergie kan een rol spelen in het slimmer en efficiënter benutten van ons elektriciteitsnet,
afhankelijk van de specifieke lokale omstandigheden. Windturbines hebben een complementair
opwekprofiel ten opzichte van zonne-energie. Het opwekprofiel van windenergie op land
sluit goed aan bij de energievraag, zowel gedurende de dag als in verschillende seizoenen.
Hierdoor kunnen windturbines in bepaalde situaties bijdragen aan een betere verdeling
van de ruimte op het elektriciteitsnet en zelfs helpen om congestie te verlichten,
wat mogelijk ruimte creëert in gebieden met netcongestie voor andere ontwikkelingen,
zoals woningbouw.
Door windturbines strategisch te plaatsen, bijvoorbeeld nabij bedrijventerreinen,
kan vraag en aanbod van energie nog effectiever op elkaar worden afgestemd. Dit draagt
niet alleen bij aan het verminderen van netcongestie, maar biedt ook kansen voor de
ontwikkeling van lokale (semi-autonome) energiesystemen en energiehubs. Dit vereist
echter een zorgvuldige afweging van technische, ruimtelijke en maatschappelijke factoren.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.