Schriftelijke vragen : Het bericht 'Faber beperkt inspraak van adviesorganen bij overhaaste wetgeving’
Vragen van de leden Piri (GroenLinks-PvdA), Ceder (ChristenUnie), Koekkoek (Volt) en Podt (D66) aan de Minister-President en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Minister van Asiel en Migratie over het bericht «Faber beperkt inspraak van adviesorganen bij overhaaste wetgeving» (ingezonden 11 december 2024).Toelichting:Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van Nispen (SP), ingezonden 11 december 2024 (vraagnummer 2024Z20786).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Faber beperkt inspraak van adviesorganen bij overhaaste
wetgeving»?1
Vraag 2
Kunt u toelichten waarom u niet de gangbare consultatieperiode van minimaal vier weken
hanteert bij deWijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de introductie
van een tweestatusstelsel en het aanscherpen van de vereisten bij nareis?
Vraag 3
Kunt u toelichten waarom de asielnoodmaatregelenwet niet ter consulatie is gestuurd
naar de Nederlandse Orde van Advocaten, in tegenstelling tot wat u eerder schreef
in de kamerbrief van 14 november?2
Vraag 4
Aan welke organisaties is de asielnoodmaatregelenwet wel ter consulstatie voorgelegd?
Vraag 5
Op basis van welke kenmerken kan een wetsvoorstel als vertrouwelijk geclassificeerd
worden en kunt u aangeven welke van deze kenmerken voorkomen bij de asielnoodmaatregelenwet?
Vraag 6
Welke maatregelen treft u om de verkorte consultatieperiode niet tot gebruikelijke
werkwijze te maken?
Vraag 7
Kunt u aangeven of het proces voor beide wetsvoorstellen geheel verloopt volgens de
Aanwijzingen voor de regelgeving? Zo nee, op welke punten wordt precies afgeweken
en waarom?
Vraag 8
Hoe verhoudt dit proces zich tot de recent gepubliceerde eerste versie van de Staat
van de wetgeving?3
Vraag 9
Wordt het gebruikelijke proces van ambtelijke afstemming en onderraden doorlopen,
of gaan deze twee wetsvoorstellen zonder de gebruikelijke voorfase direct naar de
ministerraad? Zo ja, wat is hiervan de precieze reden?
Vraag 10
Klopt het dat de IND niet voor alle wetsvoorstellen die op de planning staan vooraf
een uitvoeringstoets heeft kunnen doen en klopt het dat de IND hiertegen (formeel)
bezwaar heeft ingediend? Zo ja, bij welke wetsvoorstellen is dit niet gebeurd en wat
bent u voornemens te doen na het bezwaar van de IND?
Vraag 11
Herkent u het beeld dat de Nederlandse Orde van Advocaten door uw werkwijze «buiten
spel» wordt gezet? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Bent u in gesprek met de Nederlandse Orde van Advocaten over de bezwaren die zij uiten,
waaronder de ingekorte consultatieperiode? Zo nee, waarom niet?
Vraag 13
Kunt u motiveren waarom maartschappelijke organisaties zonder toelichting van u de
vraag krijgen om vertrouwelijke met informatie om te gaan? Hoe gebruikelijk is deze
werkwijze?
Vraag 14
Kunt u aangeven bij welke op de planning staande wetsvoorstellen u de spoedprocedure
met een verkorte consultatie periode wilt hanteren, en kunt u per wetsvoorstel toelichten
waarom het gebruik van de spoedprocedure gerechtvaardigd is?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van Nispen
(SP), ingezonden 11 december 2024 (vraagnummer 2024Z20786).
Indieners
-
Gericht aan
J.J.M. Uitermark, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Gericht aan
M.H.M. Faber-van de Klashorst, minister van Asiel en Migratie -
Gericht aan
H.W.M. Schoof, minister-president -
Gericht aan
T.H.D. Struycken, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Kati Piri, Kamerlid -
Medeindiener
Don Ceder, Kamerlid -
Medeindiener
Anne-Marijke Podt, Kamerlid -
Medeindiener
Marieke Koekkoek, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.