Schriftelijke vragen : De uitkomsten van de COP29
Vragen van de leden Kröger en Hirsch (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Klimaat en Groene Groei en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp over de uitkomsten van de COP29 (ingezonden 6 december 2024).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de uitkomsten van de COP29?1
Vraag 2
Bent u tevreden met de uitkomsten van de COP29? Zo niet, wat had u graag anders gezien?
Vraag 3
Onderschrijft u de analyse van experts dat de COP29 «is mislukt» en dat de uitkomst
een «klap in het gezicht [is] van alle mensen die al geteisterd worden door klimaatverandering»,
onder meer omdat ontwikkelde landen met dit akkoord geen eerlijke bijdrage leveren
aan het tegengaan van klimaatverandering (en het omgaan met de gevolgen)?2, 3
Vraag 4
Klopt het dat het kabinet de doelen van het Parijsakkoord wil halen? Zo ja, deelt
u de opvatting dat de huidige afspraken over klimaatfinanciering onvoldoende zijn
om ontwikkelingslanden in staat te stellen ambitieuze
Vraag 5
Nationally Determined Contributions (NDCs) in te dienen en er daarmee grote druk staat
op het bereiken van het Parijsakkoord?
Vraag 6
Bent u bereid om, naar aanleiding van deze resultaten, te kijken naar wat vanuit Nederland
aanvullend nodig is aan internationale klimaatfinanciering om het Parijsakkoord in
zicht te houden en de huidige afspraken te versterken? Bent u bereid om hierin zelf
het voortouw te nemen door meer klimaatfinanciering beschikbaar te stellen?
Vraag 7
Onderschrijft u nog steeds het in het Parijsakkoord afgesproken principe van common
but differentiated responsibilities (CBDR), oftewel dat de grootste vervuilers met
de sterkste schouders een grotere bijdrage moeten leveren aan het tegengaan van klimaatverandering
dan armere landen die een veel minder grote (historische) uitstoot hebben?
Vraag 8
Onderschrijft u dan ook dat Nederland dus een verantwoordelijkheid heeft naar landen
die niet verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering maar hier wel grote gevolgen
van ondervinden? Op welke manier neemt Nederland volgens u deze verantwoordelijkheid?
Hoe verhoudt deze verantwoordelijkheid zich met de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking
en internationaal klimaatbeleid?
Vraag 9
Klopt het dat er in de onderhandeltekst van de donderdag van de COP29 nog een tekst
stond over het afbouwen van het gebruik van fossiele brandstoffen, maar dat dit niet
in de uiteindelijke tekst is beland? Waarom niet? Heeft u gepleit voor het opnemen
van teksten over het afbouwen van fossiel?
Vraag 10
Wat heeft Nederland tijdens COP29 gedaan om mensenrechten en gendergelijkheid te beschermen
in klimaatactie? Welke stappen zetten Nederland en de EU om mensenrechten en gendergelijkheid
in internationale klimaatafspraken te waarborgen en versterken, en te voorkomen dat
hier stappen terug op worden gezet?
Vraag 11
Wat wordt de komende tijd uw inzet in de EU als het gaat om internationaal klimaatbeleid?
Verandert deze inzet naar aanleiding van de COP29?
Vraag 12
Kunt u deze vragen voor het commissiedebat over de Energieraad van 12 december 2024
beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei -
Gericht aan
R.J. Klever, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp -
Indiener
Suzanne Kröger, Kamerlid -
Medeindiener
Daniëlle Hirsch, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.