Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. Voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen (Kamerstuk 29477-918)
29 477 Geneesmiddelenbeleid
Nr. 932 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 24 maart 2025
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft een aantal vragen
en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over
de brief van 12 december 2024 inzake reactie op verzoek commissie om een stand van
zakenbrief over de tekortenbesluiten van geneesmiddelen (Kamerstuk 29 477, nr. 917) en over de brief van 12 december 2024 inzake voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen
(Kamerstuk 29 477, nr. 918).
De vragen en opmerkingen zijn op 24 januari 2025 aan de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 24 maart 2025 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie, Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie, Sjerp
Inhoudsopgave
blz.
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
4
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
5
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
6
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
7
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
8
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
9
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
9
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
11
II.
Reactie van de Minister
12
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben de brief inzake de tekortenbesluiten van geneesmiddelen
en de voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen met belangstelling gelezen en
hebben hierover nog enkele aanvullende vragen en opmerkingen.
Bij het overzicht van de activiteiten lezen genoemde leden dat de Minister ondanks
de forse bezuinigingsopgave, voor de periode van 2025 tot en met 2027 € 20 miljoen
extra budget heeft vrijgemaakt voor de verbetering van de beschikbaarheid van geneesmiddelen.
En voor de jaren daarna € 30 miljoen. Waar wordt dit geld specifiek voor gebruikt
en is dit afdoende om alle kosten te dekken?
De Minister heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een aanwijzing gegeven
om tijdens een geneesmiddelentekort tijdelijk niet handhavend op te treden. Hoelang
is «tijdelijk» en blijft deze maatregel van kracht totdat de Geneesmiddelenwet definitief
is aangepast?
In de brief staat ook geschreven dat Europese samenwerking belangrijk is om als Europese
landen sterker en onafhankelijker te worden van de rest van de wereld zodat er goede
afspraken kunnen worden gemaakt over wie wat gaat produceren in Europa. Zijn er al
afspraken gemaakt welke geneesmiddelen Nederland gaat produceren en om welke geneesmiddelen
gaat het dan?
De opzet van het Operationeel Team Geneesmiddelentekorten (OTG) wordt blijvend geëvalueerd.
Alle betrokken partijen is gevraagd naar hun ervaringen met het OTG en de conclusie
is dat het OTG een meerwaarde heeft. Ondanks deze conclusie staat er ook dat er bij
de partijen onduidelijkheid bestaat over de rol en taken van het OTG. Daarom vragen
genoemde leden of deze twee conclusies niet tegenstrijdig zijn. Wat is nu het precieze
doel en de meerwaarde van het OTG?
De Corona Crisisvoorraad (CCV) is ook buiten crisissituaties van toegevoegde waarde
in het voorkomen van beschikbaarheidsproblemen van essentiële geneesmiddelen. Waarom
heeft de Minister de ziekenhuizen dan gevraagd om het huidige niveau van de CCV slechts
tot de zomer van 2025 in stand te houden? Bent u voornemens om deze tijdsperiode te
verlengen en waar is dit van afhankelijk?
In augustus 2024 was er een kritisch tekort van het kankermedicijn Etopiside door
problemen bij de productie en distributie bij de fabrikanten. Ook vanuit het buitenland
kon onvoldoende worden geïmporteerd. Wat waren de oorzaken van deze productie en distributieproblemen
en zijn die nu opgelost? Is de levering van het medicijn Etopiside voor de toekomst
gegarandeerd?
In de brief staat vermeld dat de groep mensen die geneesmiddelen nodig heeft de komende
tijd flink toeneemt. Doelt men hier op de vergrijzing of zijn er nog andere oorzaken?
Bij de uitwerking van de verbeteropties voor het preferentiebeleid staat dat monopolisering
soms lijkt bij te dragen aan de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Kunt u dit specificeren
en hoe voorkomt u oplopende prijzen door de monopolisering?
De leden van de PVV-fractie hebben veel waardering voor de inzet om het geneesmiddelentekort
tegen te gaan. Toch werd december 2024 en januari 2025 gekenmerkt door een groot tekort
aan Ventolin inhalators. Wat was hier de oorzaak van? Werken de oplossingsrichtingen
niet?
Bij de herziening farmawetgeving staat dat de Europese Commissie een voorstel heeft
gepubliceerd om farmaceutische bedrijven te verplichten om gedetailleerde plannen
in te dienen om geneesmiddelentekorten te voorkomen. Omdat de administratieve lasten
bij de uitvoering van dit voorstel erg groot zijn vindt Nederland dat die verplichting
alleen moet gelden voor de belangrijke en kwetsbare geneesmiddelen. Kunt u aangeven
om welke belangrijke en kwetsbare geneesmiddelen het precies gaat?
De kosten voor aanpassing van rioolwaterzuivering uit de herziene Richtlijn Stedelijk
Afvalwater (de Urban Waste Water Treatment Directive (UWWTD) komen voor rekening van
producenten die geneesmiddelen en cosmetica op de markt brengen. Producenten betalen
dit uit hun winstmarge of het doorberekenen aan de gebruiker, de patiënt dus. Vindt
de Minister dat deze kosten vanuit de winstmarge moet worden betaald in plaats van
dat het direct doorberekend wordt aan de gebruiker? Ziet u juridische mogelijkheden
om dit op deze manier te regelen? Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat medicatie
voor de gebruiker betaalbaar blijft? Wat zijn de landelijke kosten voor het aanpassen
van de rioolwaterzuiveringen? Krijgt Nederland subsidie van de Europese Unie, voor
het aanpassen van de rioolwaterzuiveringen? Zo ja, hoe wordt er dan gewaarborgd dat
deze subsidie eraan bijdraagt medicatie betaalbaar en beschikbaar te houden? Of verdwijnt
deze subsidie op de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
(IenW)? Kan de Minister aangeven welke EU-landen ervoor gekozen hebben hun waterzuiveringen
niet aan te passen?
In een eerdere kamerbrief uit 20221 werd al gewaarschuwd dat de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) leidt
tot extra kosten voor de medicijnproducenten en het mogelijk doorrekenen naar patiënten.
Het kabinet hanteert het uitgangspunt dat beschikbaarheid en betaalbaarheid van medicijnen
voor patiënten niet in geding mag komen. Het kabinet gaf toen al aan kritisch te zullen
kijken hoe de extra administratieve lasten voor lidstaten en producenten tot een minimum
beperkt kunnen worden. Hoe gaat dit alles gewaarborgd worden?
Nederland begint met een proef waarbij er geen bijsluiters meer nodig zijn in de verpakkingen
van ziekenhuisgeneesmiddelen. Als deze proef met de digitale bijsluiter bij ziekenhuisgeneesmiddelen
een succes is, gaat u de proef dan uitbreiden naar de wijkapotheken? Bijvoorbeeld
bij patiënten die al jarenlang hetzelfde geneesmiddel gebruiken?
Tot slot lezen genoemde leden dat de samenwerking met China en India wordt versterkt,
kan de Minister aangeven wat de risico's zijn van verre samenwerking met die landen
op dit vlak? En hoe weerhoudt deze samenwerking zich met de doelstelling om minder
afhankelijk te worden van het buitenland als het gaat om de productie van geneesmiddelen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel interesse kennisgenomen van
de voorliggende stukken over de tekortenbesluiten van geneesmiddelen. Zij hebben hierover
enkele vragen.
De leden van GroenLinks-PvdA-fractie hebben zorgen over de gevolgen van de medicijntekorten
voor patiënten en de toegenomen onrust na de recente uitspraak van de Raad van State.
Ook achten zij het van groot belang dat zorgverleners niet met extra administratieve
lasten te maken krijgen. Het is wat de betreffende leden betreft dan ook van groot
belang dat de Geneesmiddelenwet zo snel mogelijk aangepast wordt. Wanneer kan de Kamer
de reparatiewet verwachten? In de Kamerbrief lezen deze leden dat die uiterlijk in
het eerste kwartaal van 2025 wordt gedeeld, hoe staat het hiermee en verwacht de Minister
deze deadline te halen?
Daarnaast hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie enkele vragen over de aanwijzing
die de Minister de IGJ heeft gegeven om onder voorwaarden niet handhavend op te treden
tegen een overtreding van de handelsvergunningsplicht. Hoe pakt de aanwijzing in de
praktijk uit? Welke juridische risico’s kleven er aan de aanwijzing en op welke manier
worden die ondervangen? Heeft de aanwijzing tot gevolg dat de praktijk van voor de
uitspraak van de Raad van State onverminderd doorgaat?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben daarnaast zorgen over of de tekortenbesluiten
tijdig worden genomen. Uit het veld krijgen deze leden signalen dat de benodigde informatie
om een tekortenbesluit te nemen lang niet altijd tijdig bij de desbetreffende instanties
op tafel ligt. Deelt de u deze zorgen en erkent deze Minister dit probleem, zoals
haar voorganger deed? Is de Minister bereid te inventariseren welke knelpunten het
veld ervaart en hoe deze kunnen worden aangepakt? Welke rol neemt de Minister hierin
en hoe gaat zij ervoor zorgen dat de benodigde informatie om tijdig een tekortenbesluit
te nemen ook daadwerkelijk gedeeld wordt met de betreffende instanties?
Om nijpende situaties te voorkomen is het van belang dat tekortenbesluiten genomen
kunnen worden bij een dreigend tekort, dus niet pas wanneer er een daadwerkelijk tekort
is. De GroenLinks-PvdA-leden vragen of dat nog andere normen vraagt voor het aanleveren
van informatie over (dreigende) tekorten van medicijnen. Kan de Minister hier nader
op ingaan? En kan de Minister aangeven hoeveel meer eerdere tekortenbesluiten nu genomen
worden dan voorheen?
Tot slot willen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie graag van de Minister weten
hoe de motie Bushoff c.s. over bewerkstelligen dat dreigende tekorten aan geneesmiddelen
eerder gemeld worden zodat er tijdig een tekortenbesluit kan volgen, wordt meegenomen
in de verduidelijkende beleidsregel over de meldplicht van verwachte tijdelijke leveringsonderbrekingen
van geneesmiddelen. Worden beide verzoeken van de motie in de beleidsregel meegenomen,
ook het verzoek aan de regering om te bewerkstellingen dat het preferentiebeleid bij
een dreigend tekort eerder dan nu het geval is wordt verruimd, opgeschort of aangepast?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de stand van zakenbrief over
de tekortenbesluiten en de voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen. Deze leden
waarderen de inzet van de Minister om geneesmiddelentekorten te voorkomen en op te
lossen, maar zijn niet overtuigd van de te verwachten effecten. Zij hebben daarom
nog vragen aan de Minister.
De uitspraak van de Raad van State over tekortenbesluiten heeft inderdaad grote impact
op patiënten en zorgverleners. Hoewel de leden van de VVD-fractie het snelle handelen
van de Minister door het geven van een aanwijzing aan de IGJ om niet handhavend op
te treden, op prijs stellen, is dit geen structurele oplossing. Hoe lang is deze aanwijzing
van kracht en komt de Minister vóór het verlopen van de aanwijzing met een voorstel
voor aanpassing van de Geneesmiddelenwet- en -regelgeving? Op welke termijn is het
RIVM-onderzoek naar tekortenbesluiten en het effect daarvan op de beschikbaarheid
van geneesmiddelen afgerond? Deze leden zien graag dit onderzoek en een kabinetsreactie
tegemoet, op welke termijn is dat mogelijk?
In 2023 steeg het aantal medicijntekorten tot een recordhoogte2. De leden van de VVD-fractie zijn benieuwd naar de cijfers over 2024 en vragen de
Minister om deze cijfers naar de Kamer te sturen met een toelichting, waarin ook wordt
ingegaan op welke maatregelen uit de afgelopen jaren effect hebben gehad op de ontwikkeling
van de tekorten.
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Minister € 20 miljoen extra vrijmaakt voor
de beschikbaarheid van geneesmiddelen en structureel € 30 miljoen voor de periode
na 2027. Genoemde leden kunnen niet goed beoordelen wat met deze bedragen beoogd wordt
en of dat haalbaar en doelmatig is. Zij vragen daarom welke concrete ambities de Minister
hiermee voor ogen heeft en wat met de miljoenen wordt gedaan.
De leden van de VVD-fractie zien dat er diverse werkgroepen, teams en taskforces in
het leven zijn geroepen om geneesmiddelentekorten te onderzoeken, signaleren, voorkomen
en/of op te lossen. Deze leden vragen de Minister of al die separate groepen nodig
zijn of dat er overlap zit in de taken, werkzaamheden en leden van deze groepen. Bovendien
willen zij weten of deze groepen vooral adviezen en overzichten aanleveren of dat
deze groepen ook besluiten nemen. De Minister noemt dat ze onder andere de rol van
het OTG wil verduidelijken. Deze leden willen graag weten of de Minister bereid is
kritisch te kijken naar alle betrokken groepen etc. en waar nodig groepen samen te
voegen of in te lijven.
De leden van de VVD-fractie benoemen frequent de noodzaak voor strategische autonomie
op Europees niveau. Genoemde leden zijn verbaasd dat de Minister «het belangrijk vindt
om in kaart te brengen hoe we ons als Europese landen sterker en onafhankelijk kunnen
maken van de rest van de wereld». Zij gingen ervan uit dat dit «in kaart brengen»
allang in gang is gezet en vragen de Minister hierop te reageren.
De leden van de VVD-fractie strijden tegen verspilling van onder meer geneesmiddelen
en hebben eerder gepleit voor het verlagen van de standaarduitgifte-periode van medicijnen3. Kan de Minister in het licht van haar brief ook hierop een concrete reactie geven?
Kan de Minister ook een overzicht geven van de concrete stappen naar aanleiding van
de aangenomen motie Tielen over een Nationale apothekerskast?4 In deze motie wordt onder andere gesproken over een evenwichtiger preferentiebeleid.
In de brief geeft de Minister aan wat er niet kan, maar wanneer kan de Kamer concrete
voorstellen voor het preferentiebeleid die wel kunnen, verwachten?
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
De leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de stand van zakenbrief over
de tekortenbesluiten en de voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen. Zij hebben
daarover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de NSC-fractie merken op dat er 4 weken extra voorraad salbutamol wordt
aangelegd. Kan de Minister toelichten wanneer de voorraad salbutamol, volgens het
nieuwe besluit, structureel op orde zal zijn? Is de uitbreiding van de voorraad met
vier weken voldoende, gezien het langdurige tekort aan salbutamol? Kan de Minister
waarborgen dat het aanleggen van deze extra voorraden niet ten koste gaat van de beschikbaarheid
van salbutamol bij apotheken, aangezien deze leden signalen ontvangen dat mensen met
een longziekte nog steeds moeite hebben om dit middel te verkrijgen? Daarnaast blijkt
uit onderzoek van het Longfonds dat 66% van de mensen met een longziekte de jaarlijks
afgesproken herhaalinstructie voor hun medicatie niet krijgt. Deze leden maken zich
zorgen over de gevolgen hiervan, omdat het een risico met zich meebrengt dat patiënten
hun inhalatiemedicatie niet correct gebruiken en daardoor afhankelijker worden van
salbutamol. Overweegt de Minister om initiatieven te intensiveren die het juiste gebruik
van medicatie bevorderen, zoals voorlichting en herhaalinstructies?
De leden van de NSC-fractie lezen dat preferentiebeleid sneller aangepast moet worden
bij (dreigende) tekorten, wat acties van alle stakeholders vereist. Deze leden vragen
of het stimuleren van afspraken tussen stakeholders de enige en meest effectieve stap
is die de Minister kan nemen om dit te realiseren. Kan de Minister aangeven of er
ook andere maatregelen mogelijk zijn?
De leden van de NSC-fractie lezen dat het voorkomen van monopolisering doordat alle
zorgverzekeraars dezelfde producten aanwijzen weinig effect zal hebben, aangezien
het slechts gaat om een klein aantal producten. Daarnaast wordt gesteld dat monopolisering
soms zelfs kan bijdragen aan de beschikbaarheid. Kan de Minister aangeven of er empirische
gegevens of analyses beschikbaar zijn die deze bewering ondersteunen? Zijn er situaties
waarin monopolisering heeft geleid tot negatieve gevolgen, zoals hogere prijzen of
minder keuze voor patiënten? Ook zien deze leden dat wordt beweerd dat zorgverzekeraars
al de ruimte hebben om monopolies te voorkomen door dakpansgewijs te contracteren.
Genoemde leden vragen of er concrete voorbeelden zijn waarbij dakpansgewijs contracteren
door zorgverzekeraars heeft geleid tot een betere beschikbaarheid van geneesmiddelen.
Kan de Minister aangeven of dergelijke voorbeelden bestaan en welke impact dit heeft
gehad op de beschikbaarheid?
De leden van de NSC-fractie constateren dat er taken zijn toegewezen aan de Taakgroep
Preferentiebeleid. Kan de Minister verduidelijken wie er deel uitmaken van deze taakgroep
en welke specifieke verantwoordelijkheden zij dragen? Wat wordt er precies van hen
verwacht in de aanpak van monopolisering? Is hun rol adviserend of hebben zij een
uitvoerende taak?
De leden van de NSC-fractie vinden het belangrijk dat de besluitvorming van zorgverzekeraars
rondom de aanwijzing van voorkeursmiddelen in het preferentiebeleid transparant en
goed onderbouwd is. Kan de Minister aangeven hoe de transparantie gegarandeerd wordt?
Daarnaast hebben de leden van de NSC-fractie nog enkele vragen rondom de zorgplicht
van de zorgverzekeraar. Kan de Minister een opsomming geven van de concrete maatregelen
die zorgverzekeraars nemen om te voldoen aan hun zorgplicht bij geneesmiddelentekorten
of leveringsproblemen? Op welke wijze wordt preventief gecontroleerd of zorgverzekeraars
hun zorgplicht daadwerkelijk nakomen? Kan de Minister ook een overzicht geven van
het aantal gevallen in 2024 waarbij zorgverzekeraars bij geneesmiddelentekorten of
leveringsproblemen hun zorgplicht niet zijn nagekomen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie danken de Minister voor het informeren over de stand van
zaken en voortgang van beschikbaarheid van geneesmiddelen.
Tekorten van medicijnen raken veel Nederlanders in hun dagelijks bestaan. Het niet
kunnen beschikken over het juiste medicijn waardoor je de dag wel op een goede manier
door kunt komen, geeft terecht veel zorgen. Daarbij zien deze leden dat Nederland
ook een kwetsbare positie heeft. Nederland is te afhankelijk van landen buiten Europa
zoals China of India. Wat deze leden betreft, is het echt noodzaak om ook op Europees
vlak aan de slag te gaan met een toekomstbestendig plan om Europa en Nederland te
kunnen voorzien van medicijnen. Daartoe hebben genoemde leden een aantal vragen.
De leden van de D66-fractie lezen dat de Minister aan de slag gaat met het verbeteren
van het melden van de tekorten. Deze leden vragen of de Minister, naast de genoemde
actie aan de kant van de handelvergunninghouders, ook wil kijken naar hoe informatie
en signalering vanuit apothekers kan worden meegenomen bij een tekortenbesluit. Voorts
vragen deze leden naar de betrokkenheid van patiëntenorganisaties bij het Operationeel
Team Geneesmiddelentekorten. Kan de Minister aangeven op welke wijze de communicatie
naar veldspelers verbeterd kan worden, waarbij expliciet aandacht is voor communicatie
met patiëntenorganisaties?
Genoemde leden lezen in de brief dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
(RIVM) een onderzoek uitvoert naar het tekortenbesluit en de effecten hiervan op de
beschikbaarheid van geneesmiddelen. Deze leden vragen of hierin ook wordt gekeken
naar andere instrumenten en tijdelijke maatregelen die import versnelt mogelijk kunnen
maken. Kan de Minister de tijdlijn bij dit onderzoek duiden en aangeven wanneer de
Kamer wordt geïnformeerd over de resultaten van het onderzoek?
De leden van de D66-fractie maken zich zorgen om de kwetsbare positie en afhankelijkheid
van derden landen zoals China en India in de toegang tot medicijnen. Deze leden lezen
dat de Minister aan de slag gaat met een kwetsbaarheid analyse maar dat de resultaten
niet openbaar kunnen worden gedeeld met de Kamer. Kan de Minister dit nader motiveren
en aangeven of het wel mogelijk is om deze analyse in beslotenheid te bestuderen.
Voorts vragen genoemde leden of de Minister de Kamer kan informeren over de tijdlijn.
De leden van de D66-fractie vinden het een goede zaak dat de Minister samenwerkt met
de Ministeries van Buitenlandse Zaken en van Economische Zaken binnen de Taskforce
Strategische afhankelijkheden. Kan de Minister uitgebreid toelichten waar het staat
met de voortgang van de kabinetsaanpak risicovolle strategische afhankelijkheden ten
aanzien van medicijnen? Deze leden vragen de Minister hierbij in te gaan op de doelstelling
en bijbehorende tijdspaden. Voorts vragen zij of de Minister kan toelichten hoe deze
plannen in lijn liggen met de critical medicines alliance, de samenwerking tussen
lidstaten, industrie en koepels om beschikbaarheid van medicijnen voor heel Europa
te verbeteren.
De leden van de D66-fractie begrijpen dat de Minister verder wil inzetten op het versterken
van de productie dichtbij huis en het aanleggen van de actieve farmaceutische ingrediënten
(API) voorraden. Kan de Minister toelichten welke concrete acties hiertoe zijn ondernomen.
Voorts vragen deze leden of de Minister Europa of enkel Nederland bedoelt met «dichtbij
huis». Tot slot, vragen deze leden welke maatregelen de Minister neemt om de productiecapaciteit
van geneesmiddelen op te schalen in geval van calamiteiten, zoals een pandemie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de stand van zakenbrief over
de tekortenbesluiten en de voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen. Genoemde
leden hebben de volgende vragen aan de Minister.
De Minister stelt in haar voortgangsbrief dat zij wil zorgen dat alle partijen in
de geneesmiddelenketen elkaar beter kunnen vinden. Dit wil zij doen door de overlegstructuren
onder de loep te nemen om samenwerking te verbeteren. Genoemde leden zien het nut
van deze stappen volledig, maar zijn ook bang voor een paradoxale werking, helemaal
omdat de Minister weinig uitleg geeft over hoe ze haar stappen vorm wil geven. In
het verleden heeft het analyseren en hervormen van overlegstructuren vaak gezorgd
voor het opstellen van analyseplannen en adviesraden die veel tijd en geld kwijt zijn
aan adviezen die ongelezen in een laadje verdwijnen of zelfs leiden tot overlegstructuren
die in theorie effectief zijn maar in de praktijk nog stroperiger. Hoe gaat de Minister
ervoor zorgen dat het analyseren van de effectiviteit van overlegstructuren niet zal
leiden tot lange, ineffectieve analyses en adviesgroepen?
Ook spreekt de Minister over het belang van solidariteit tussen de Europese lidstaten.
Hoewel de leden van de BBB-fractie solidariteit en samenwerking van harte aanmoedigen,
zien zij ook belang in onafhankelijkheid, met name wat betreft de voorraad van kritieke
geneesmiddelen. In hoeverre is en wordt Nederland afhankelijk van andere Europese
lidstaten voor de voorraad kritieke geneesmiddelen? Ziet de Minister, net als deze
leden, het belang om ook binnen eigen land een basale noodvoorraad te hebben, onafhankelijk
van andere landen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van beide brieven over geneesmiddelen
en maken graag van de gelegenheid gebruik om enkele aanvullende en verduidelijkende
vragen te stellen over de voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen.
De leden van de CDA-fractie hebben de brief met belangstelling gelezen. Zij vinden
het positief dat de Minister alle mogelijkheden aangrijpt om de beschikbaarheid van
medicijnen voor patiënten te vergroten maar hebben hierover ook een opmerking of een
vraag bij. Zowel internationaal als nationaal is er sprake van veel overleg met allerlei
(relevante) veldpartijen. Deze leden lezen over taskforces, regiegroepen, onderzoeksgroepen
etc. Denkt de Minister dat al die verschillende groepen elkaar op een gegeven moment
niet gaan «bijten» of elkaar in de weg zitten waardoor de noodzakelijke voortgang
op dit dossier bemoeilijkt wordt, ongeacht ieders goede bedoelingen? Hoe maakt de
Minister hier een afweging in?
De leden van de CDA-fractie vinden het ook belangrijk dat het aantrekkelijk blijft
om magistraal te kunnen bereiden. De Minister stelt dat ze dit jaar nog in gesprek
gaat met de zorgverzekeraars om de signalen nader te duiden en bekijkt daarna welke
vervolgacties nodig zijn. Bijvoorbeeld door het faciliteren van een gesprek tussen
de zorgverzekeraars en apotheken. Genoemde vinden gesprekken een goede start maar
vragen van de Minister iets meer regie op dit punt. Wat kan de Minister nog meer doen?
De Minister stelt dat de beleidsregel magistraal bereiden wordt uitgesteld omdat tijdens
de recente fase van consultatie vraagstukken naar boven zijn gekomen die impact kunnen
hebben op hoe het beleid uitpakt in de praktijk. Welke vraagstukken bedoelt de Minister
precies en wat is er precies naar boven gekomen? Hoe ziet het vervolgtraject eruit
en aan welk tijdsbestek denkt de Minister, de Kamerbrief dateert immers uit 2019.
Deze leden begrijpen dat de coronacrisis de boel vertraagd heeft maar het duurt wel
al lang.
De leden van de CDA-fractie lezen vervolgens dat de Minister stelt dat de motie van
de leden Dijk en Krul is afgedaan en dat de Minister in overleg is gegaan met het
bedrijfsleven. Maar de motie is wat breder geformuleerd en verzoekt de regering tevens
een plan uit te werken om de productie van deze geneesmiddelen zo veel als mogelijk
te organiseren in eigen land, en indien dit niet mogelijk is Europees, door bijvoorbeeld
collectief meerjarige afspraken te maken met farmaceutische bedrijven. Kan de Minister
toelichten hoe het met het tweede deel van de motie staat? Of staat dit in de wacht
gezien het Europese overleg? Graag een uitgebreide reactie van de Minister op dit
punt.
De leden van de CDA-fractie missen in de brief een reactie op de motie-Inge van Dijk
over het onderzoeken van alternatieve bekostiging van farmaceutische zorg waarmee
«ontpillen» niet langer ontmoedigd wordt (Kamerstuk 36 343, nr. 6). Deze leden zijn benieuwd hoe deze motie wordt uitgevoerd en wanneer de Kamer hier
meer over te horen krijgt.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De SP-fractie heeft kennisgenomen van de twee brieven over het geneesmiddelenbeleid.
Zij hebben hierover nog verschillende vragen en opmerkingen.
De leden van de SP-fractie vragen hoe de Minister op langere termijn omgaat met de
uitspraak van de Raad van State die het verbiedt om schaarse medicijnen uit het buitenland
te importeren. Kan de Minister aangeven hoe de IGJ reageerde op de oproep om deze
uitspraak niet te handhaven? Hoe staat het met het aanpassen van de Geneesmiddelenwet
als onderdeel van de Verzamelwet VWS 2024 om het verbod ongedaan te maken? Kan de
Minister aangeven wat voor invloed deze uitspraak na 25 februari gaat hebben op artsen
die straks per patiënt moeten beargumenteren dat het medicijn geïmporteerd moet worden
door middel van een artsenverklaring? Hoe verhoudt zich dit tot de toenemende administratieve
lasten voor artsen en apothekers? De leden van de SP-fractie lezen dat het langer
moeten wachten op een medicijn kan leiden tot ernstige situaties zoals ziekenhuisopnames
of zelfs het overlijden van een patiënt. Wat gaat de Minister doen om dit te voorkomen?
Het aanpassen van de beleidsregel om tekorten van geneesmiddelen te melden is een
stap in de goede richting. Het is echter onduidelijk of het een voornemen van de Minister
is om deze regel te verduidelijken of ook om het zo aanpassen van de beleidsregel
dat tekorten op een eerder moment al gemeld worden. Kunt u daarop ingaan? Wanneer
kan de Kamer het onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) verwachten dat
zij doen naar de inspanningen van de zorgverzekeraars om geneesmiddelentekorten te
voorkomen?
De leden van de SP-fractie lezen dat er vorig jaar in slechts 2% een apotheekbereiding
een oplossing was. Waarom is dit percentage zo laag? Met welke regels en normen hebben
zij te maken? Is de Minister bereid om te kijken of dit percentage verhoogd kan worden
door aanpassingen in beleid? Bent u bereid om dingen die magistrale apotheekbereidingen
op dit moment tegen kunnen houden, zoals niet-kostendekkende tarieven en declaratieonzekerheid,
op te lossen? Zo ja, op welke manier bent u hiermee bezig? Genoemde leden lezen dat
de regering in gesprek gaat, maar vinden «ergens dit jaar» te lang duren. Is de Minister
van plan om dit gesprek zo snel mogelijk te plannen?
De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister in gesprek is met zowel publieke
als private partijen over hun rol om de beschikbaarheid van geneesmiddelen op de kritieke
middelenlijst te borgen. Kunt u aangeven wat voor soort partijen dit zijn?
De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister verkent hoe er extra voorraden aangelegd
kunnen worden. Hoe staat het hiermee? Waarom is er vooralsnog alleen een extra voorraad
aangelegd voor essentiële antibiotica en salbutamol? Op dit moment geldt er een algemene
voorraadverplichting voor 6 weken bij leveranciers en twee weken bij de groothandels.
Is de regering bereid deze algemene voorraadverplichting aan te passen zodat er voor
een langere tijd een voorraad is in plaats van alleen voor specifieke geneesmiddelen
zoals de motie Dijk (Kamerstuk 29 477, nr. 872) beoogd? De leden van de fractie van de SP lezen dat de kosten hiervoor bij de regering
een grote rol spelen, terwijl er tegelijkertijd mensen in het ziekenhuis kunnen belanden
of overlijden aan medicijntekorten. De leden van de SP vragen de Minister wat voor
hen zwaarder weegt.
De Minister geeft aan dat groothandels subsidie hebben aangevraagd voor het opslaan
en koel houden van geneesmiddelen. De leden van de SP-fractie vragen of er hierbij
rekening wordt gehouden met de financiële situatie van individuele bedrijven. De Minister
zou moeten voorkomen dat er (extra) winst wordt gemaakt door de grotere voorraden.
De leden van de SP-fractie lezen mooie voornemens en vooral veel overleggen over het
versterken van productie van geneesmiddelen dichtbij huis, maar halen er geen concrete
plannen uit. Kan de Minister aangeven wat zij concreet doet om meer geneesmiddelen
te produceren in Nederland? Welke geneesmiddelen worden door de inzet van deze Minister
nu überhaupt, in grotere getallen of op een betere manier geproduceerd? Kunt u precies
aangeven hoe de aangenomen motie van de leden Dijk en Krul over de productie van geneesmiddelen
die essentieel zijn voor Nederlandse patiënten zo veel mogelijk in eigen land te organiseren
wordt uitgevoerd?
De Minister heeft een aantal verbeteropties uitgewerkt van het preferentiebeleid.
De leden van de SP-fractie lezen onder andere dat het sneller aanpassen van het preferentiebeleid
kan bijdragen aan de beschikbaarheid van dreigende geneesmiddelentekorten, maar dat
de Minister slechts het afspraken maken «stimuleert». Op welke manier kan de Minister
hier nog meer op aandringen of welke andere stappen kunnen zij wettelijk zetten? Kan
de Minister verder toelichten waarom zij denkt dat het niet nodig is om monopolisering
te voorkomen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de brieven over
de geneesmiddelentekorten. Zij vinden het zorgelijk dat bepaalde geneesmiddelen in
Nederland al zo lang schaars zijn. Veel patiënten hebben hier elke dag mee te maken.
Genoemde leden stellen hierover graag een aantal vragen aan de Minister.
De leden van de SGP-fractie steunen het besluit van de Minister om de IGJ een aanwijzing
te geven om tijdelijk niet handhavend op te treden tegen een overtreding van de handelsvergunningsplicht.
Zij lezen dat de Minister werkt aan een wijziging van de Geneesmiddelenwet en daarnaast
andere mogelijke oplossingsrichtingen onderzoekt. De leden van de SGP-fractie vragen
of inmiddels duidelijk is of de Geneesmiddelenwet aangepast moet en kan worden en
zo ja, of het lukt om deze wetswijziging nog in het eerste kwartaal van 2025 in te
dienen bij de Kamer. Voorts vragen zij nader toe te lichten welke andere oplossingsrichtingen
de Minister verkent, in het bijzonder voor de periode ter overbrugging tot de wijziging
van de Geneesmiddelenwet. Tot slot vragen zij wanneer het RIVM-onderzoek naar tekortenbesluiten
en het effect op de beschikbaarheid van geneesmiddelen afgerond wordt.
De leden van de SGP-fractie lezen dat in de Joint Action CHESSMEN ervaringen zijn
uitgewisseld over parallelimport en -export van geneesmiddelen. Kan de Minister concreet
aangeven hoe zij de inzichten uit andere EU-landen meeneemt bij aanvullende stappen
die zij kan zetten om geneesmiddelentekorten te voorkomen? Zouden parallelhandelaren
volgens de Minister een bijdrage kunnen leveren bij verminderen van het tekort aan
geneesmiddelen en zo ja, hoe?
De leden van de SGP-fractie vragen de Minister om nader in te gaan op de zorgplicht
van zorgverzekeraars voor wat betreft de beschikbaarheid van medicatie. Betreft die
zorgplicht alleen het preferent aangewezen geneesmiddel, of gaat de zorgplicht van
verzekeraars verder dan dat? Hoe wordt toegezien dat zorgverzekeraars aan hun zorgplicht
voldoen? Spreekt de Minister zorgverzekeraars hier ook op aan? Graag horen de leden
van de SGP-fractie of dit aspect ook onderdeel zal uitmaken van de bestuurlijke afspraken
die de Minister wil gaan maken met alle partijen over het bevorderen van beschikbaarheid
van geneesmiddelen.
II. Reactie van de Minister
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister waar het extra vrijgemaakte budget
van € 20 miljoen voor de periode 2025–2027 en € 30 miljoen voor de jaren daarna specifiek
voor wordt gebruikt en vragen de Minister of dit budget afdoende is om alle kosten
te dekken.
Ik heb afgelopen oktober uw Kamer geïnformeerd over de bezuiniging op het beleidsprogramma
Pandemische Paraatheid5. Ik heb een deel van het vrijgemaakte budget ingezet om al in gang gezette activiteiten
uit dit beleidsprogramma uit te kunnen voeren, zoals de monitoring van vraag en aanbod
van essentiële geneesmiddelen door het Landelijke Coördinatiecentrum Geneesmiddelen
(LCG), het Meldpunt tekorten en de Important Projects of Common European Interest (IPCEI) subsidies. Het laatste betreft drie Nederlandse projecten waarbij innovatieve
productieprocessen worden ontwikkeld en opgezet voor grootschalig gebruik. Op dit
moment onderzoek ik welke acties uit de Voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen
van 12 december jl. het meest effectief en doelmatig zijn binnen het beschikbare budget
voor de komende jaren6. Ik denk daarbij in elk geval aan het aanleggen van extra voorraden van geneesmiddelen
die voor de Nederlandse zorg van groot belang zijn. Ik informeer uw Kamer voor de
zomer over de stand van zaken.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister hoe lang de aanwijzing aan de Inspectie
Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) om tijdens een geneesmiddelentekort tijdelijk niet
handhavend op te treden van kracht blijft en of deze van kracht blijft totdat de Geneesmiddelenwet
definitief is aangepast.
De Aanwijzing aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft op dit moment
geen einddatum. Zoals ik schreef in mijn eerdere brieven7, 8, heb ik ook onderzocht of en op welke manier de Geneesmiddelenwet moet worden aangepast.
De Aanwijzing dient hiervoor ter overbrugging. Mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet
aan te passen en een grondslag te creëren voor het tekortenbesluit is opgenomen in
de Verzamelwet VWS 2024, die recent met uw Kamer is gedeeld9. Parallel bereid ik ook de aanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwet voor.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of de conclusie dat het Operationeel
Team Geneesmiddelentekorten (OTG) een meerwaarde heeft niet tegenstrijdig is met de
constatering dat er onduidelijkheid bestaat over de rol en taken van het OTG. Tevens
vragen de leden wat het precieze doel en de meerwaarde is van het OTG.
Nee, deze conclusie is niet tegenstrijdig. De meerwaarde van het Operationeel Team
Geneesmiddelentekorten (OTG) is onder andere dat (mogelijke) tekorten vroegtijdig
gesignaleerd en opgelost kunnen worden, en dat gebeurt ook. Dit is dan ook het doel
van het OTG. Hiertoe werken in het kernteam van het OTG verschillende partijen (CBG,
IGJ, KNMP, LCG en BG Pharma) samen op operationeel niveau. Om het kernteam heen zit
een tweede schil waarin de deelnemers van de Werkgroep Geneesmiddelentekorten periodiek
op de hoogte worden gehouden van de voortgang van het OTG. Uit de evaluatie bleek
dat met name in deze tweede schil onduidelijkheid was over de precieze rol en taken
van het OTG. Zoals beschreven in de Voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen10, werk ik er daarom aan om de komende maanden deze rol verder te verduidelijken en
de communicatie te verbeteren richting partijen buiten het kernteam OTG.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister waarom ziekenhuizen is gevraagd om
het huidige niveau van de Corona Crisisvoorraad (CCV) slechts tot de zomer van 2025
in stand te houden. Tevens vragen de leden of de Minister voornemens is deze tijdsperiode
te verlengen en waar dit van afhankelijk is.
Mijn ambtsvoorganger heeft tijdens de coronacrisis aan Nederlandse ziekenhuizen gevraagd
een voorraad op te bouwen voor veertien geneesmiddelen voor de Corona IC-gerelateerde
zorg, de zogenoemde Corona Crisisvoorraad (CCV). De CCV blijft ook nu belangrijk in
het ondervangen van beschikbaarheidsproblemen en het creëren van rust, voor het zorgveld
en voor patiënten. Ik geef de voorkeur aan structureel beleid om de beschikbaarheid
van geneesmiddelen te verbeteren. Hiervoor werk ik verschillende opties uit, waaronder
het uitbreiden van de voorraadverplichting voor bepaalde middelen op de Nederlandse
lijst kritieke geneesmiddelen. Daar kunnen ook geneesmiddelen bij zitten die onder
de CCV vallen en die als vitaal aangemerkt staan op deze lijst. Het in stand houden
van de CCV kan bijdragen aan een goede transitie te zijner tijd. In de tussentijd
houd ik de optie open om ziekenhuizen nogmaals te vragen de opgebouwde voorraad langer
in stand te houden mocht dat nodig zijn in als verdere overbrugging naar structureel
beleid.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister wat de oorzaken waren van de productie-
en distributieproblemen van het kankermedicijn Etopiside in augustus 2024 en of deze
productie- en distributieproblemen nu zijn opgelost.
Het is mij alleen bekend dat de handelsvergunninghouder een probleem had met de productie
en distributie van etoposide. De onderliggende oorzaak is mij niet bekend. Etoposide
voor intraveneuze toediening is inmiddels weer beschikbaar op de Nederlandse markt.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of de levering van het medicijn Etopiside
voor de toekomst gegarandeerd is.
Ik kan onmogelijk garanderen dat er geen beschikbaarheidsproblemen zullen optreden
van welk geneesmiddel dan ook. Wel kan ik uw Kamer garanderen dat ik er alles aan
doe om geneesmiddelentekorten als ze optreden waar mogelijk op te lossen of – nog
liever – te voorkomen.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of de toename van de groep mensen die
geneesmiddelen nodig heeft te wijten is aan de vergrijzing, of zijn er nog andere
oorzaken?
Er is niet één oorzaak aan te wijzen waardoor de groep mensen die geneesmiddelen nodig
heeft toeneemt. Wel weten we dat de toename voor medicijnen die via de apothekers
(buiten de ziekenhuizen) verstrekt worden vooral veroorzaakt wordt door de vergrijzing.
Het gemiddeld gebruik per persoon is redelijk stabiel, wat erop duidt dat de toename
in medicijngebruik niet te wijten is aan het feit dat personen meer geneesmiddelen
zijn gaan gebruiken11.
Ook is er niet één oorzaak aan te wijzen voor de toename van het aantal patiënten
dat geneesmiddelen nodig heeft die via het ziekenhuis verstrekt worden. Hierbinnen
moeten we onderscheid maken tussen middelen met concurrentie (generieke medicijnen
en biosimilars waar geen octrooien meer op rusten) en geneesmiddelen zonder concurrentie (monopolie).
Bij generieke middelen stijgt het aantal patiënten, maar de totale uitgaven dalen.
Voor hetzelfde geld worden steeds meer mensen met generieke middelen behandeld. Bij
de monopoliemedicijnen (geen concurrentie) verandert het aantal patiënten niet, maar
de totale uitgaven stijgen harder dan de uitgaven voor andere zorg. De totale uitgaven
aan ziekenhuismedicijnen (zowel generiek als monopolie geneesmiddelen samen) stijgen
niet omdat er meer patiënten behandeld worden, maar vanwege de prijzen van monopoliegeneesmiddelen.12
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister naar aanleiding van de uitwerking van
verbeteropties voor het preferentiebeleid om te specificeren hoe monopolisering bijdraagt
aan de beschikbaarheid van geneesmiddelen.
Monopolisering draagt op zichzelf niet bij aan de beschikbaarheid van geneesmiddelen.
Maar het is evenmin zo dat monopolisering in alle gevallen ten koste gaat van de beschikbaarheid.
Het is bijvoorbeeld zo dat een monopoliepositie een gegarandeerde afzetmarkt met zich
mee brengt. Immers, alle patiënten zijn aangewezen op het middel dat het monopolie
heeft. Uit het onderzoek «Grip op toenemende geneesmiddelentekorten» van Gupta Strategists
dat Zorgverzekeraars Nederland op 18 november 2024 op haar website heeft gepubliceerd
blijkt dat een gegarandeerde afzetmarkt bevorderlijk werkt voor fabrikanten om tekorten
te voorkomen13. Een voorspelbare afname van hun geneesmiddel kan leveranciers stimuleren om meer
voorraad aan te houden en te zorgen voor meer productie. De leverancier hoeft immers
niet bang te zijn dat deze met onverkochte producten blijft zitten.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat monopolisering
leidt tot oplopende prijzen.
In de context van dit VSO dienen twee situaties uit elkaar gehaald te worden. Ten
eerste kan een leverancier de enige aanbieder zijn van een bepaald geneesmiddel en
daarmee een monopolie hebben. Ten tweede kan het voorkomen dat op een bepaald moment
in de tijd alle zorgverzekeraars dezelfde leverancier hebben aangewezen als de preferente
leverancier. Die leverancier heeft dan feitelijk een monopolie. In beide situaties
geldt dat het geneesmiddel een maximumprijs kent in het kader van de Wet geneesmiddelenprijzen
(Wgp). Daarmee wordt voorkomen dat de prijs boven dit maximum uit zou kunnen. In de
tweede situatie geldt dat het aannemelijk is dat de leverancier alleen deze monopolie
positie kon bereiken door aanzienlijke vertrouwelijke kortingen te bieden, waardoor
de zorgkosten ook met de monopolie positie niet stijgen.
Overigens hebben zorgverzekeraars en leveranciers onder mijn regie afspraken gemaakt
om monopolies, zoals in de tweede situatie, te voorkomen. Dat doen zij door, met ingang
van 2025, hun tenders dakpansgewijs uit te schrijven. Doordat zorgverzekeraars uiteindelijk
vanaf 2027 hun tenders om en om per jaar zullen uitschrijven, wordt het voor leveranciers
aantrekkelijker om hun producten op de markt te houden. Zij krijgen op deze manier
namelijk bij de meeste producten jaarlijks de kans om bij een zorgverzekeraar aangewezen
te worden als preferent en het voorkeursgeneesmiddel te leveren. Met deze afspraak
beogen zorgverzekeraars en leveranciers te voorkomen dat de zorgverzekeraars hetzelfde
middel bij één leverancier inkopen. Deze afspraak is met name gemaakt om mogelijke
risico's van verschraling van de markt op de beschikbaarheid van geneesmiddelen te
voorkomen.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister wat de oorzaak was van het grote tekort
aan Ventolin-inhalators in december 2024 en januari 2025. Werken de oplossingsrichtingen
niet?
De werkzame stof van Ventolin inhalatoren is salbutamol. Verschillende leveranciers
van salbutamol hebben productieproblemen. De producent van Ventolin was niet in staat
om te voldoen aan de toegenomen vraag naar hun product. Salbutamol, en dus ook Ventolin
inhalatoren, vallen op dit moment onder de reikwijdte van de Aanwijzing die ik in
november aan de IGJ gaf. Hierdoor kunnen vergelijkbare middelen geïmporteerd worden
uit het buitenland. Er is op dit moment voor alle apotheken in Nederland voldoende
salbutamol (deels via import) leverbaar. Dit betekent dat patiënten het geneesmiddel
kunnen krijgen.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister om aan te geven welke belangrijke en
kwetsbare geneesmiddelen vallen onder het voorstel van de Europese Commissie om farmaceutische
bedrijven te verplichten gedetailleerde plannen in te dienen om geneesmiddelentekorten
te voorkomen.
De Europese Commissie beperkt de verplichting voor gedetailleerde plannen om geneesmiddelentekorten
te voorkomen niet tot belangrijke en kwetsbare geneesmiddelen, maar legt deze verplichting
op voor alle geneesmiddelen. Dit leidt tot hoge administratieve lasten. Ik vind dat
niet voor alle geneesmiddelen nodig. De mate waarin tekorten voorkomen en de gevolgen
hiervan verschillen per geneesmiddel. Ik vind het dan ook gepast om zo’n verplichting
alleen te laten gelden bij belangrijke en kwetsbare geneesmiddelen. Welke geneesmiddelen
hier precies onder vallen, is onderdeel van de lopende onderhandelingen binnen de
Europese Raad. Ik zet in op een duidelijke Europees brede verplichting en laat me
hierbij sturen door de zorg voor en de behoefte van de Nederlandse patiënt. De verschillende
categorieën binnen de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen kunnen hierbij helpen.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of zij vindt dat de kosten voor de
aanpassing van rioolwaterzuiveringen vanuit de winstmarge van producenten betaald
moeten worden in plaats van doorberekening aan de gebruiker.
Uit de Richtlijn Stedelijk Afvalwater (de Urban Waste Water Treatment Directive (UWWTD) volgt dat producenten verantwoordelijk zijn voor ten minste 80% van de kosten.
Of zij dit vervolgens doorberekenen in hun prijs is aan de producent zelf. Ik kan
mij goed voorstellen dat het voor producten van generieke geneesmiddelen niet mogelijk
is deze kosten voor hun eigen rekening te nemen, wanneer de huidige winstmarge ontoereikend
is om deze kosten te dekken. Ik ben over dit onderwerp met leveranciers in gesprek.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of er juridische mogelijkheden zijn
om te regelen dat deze kosten vanuit de winstmarge worden betaald.
Uit de Richtlijn Stedelijk Afvalwater (de Urban Waste Water Treatment Directive (UWWTD) volgt dat producenten verantwoordelijk zijn voor ten minste 80% van de kosten,
dit is de zogenoemde Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV). De UPV zal
vooral ten laste komen van de generieke geneesmiddelen waarvan de winstmarges laag
zijn. Het is onwenselijk om producenten te verplichten om hun winstmarge te gebruiken
voor hun UPV-bijdrage, omdat het onwaarschijnlijk is dat de winstmarges voldoende
zijn en er daarmee risico’s voor beschikbaarheidsproblemen van deze middelen voor
patiënten ontstaan.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister hoe ervoor wordt gezorgd dat medicatie
betaalbaar blijft ondanks de kosten voor de aanpassing van rioolwaterzuiveringen.
Mijn inzet is en blijft om ongewenste gevolgen op de beschikbaarheid en betaalbaarheid
van medicijnen zo veel mogelijk te beperken. De verplichtingen uit de Europese richtlijn
zijn nog niet op alle punten duidelijk. Ik wacht dat af en neem dit mee in de implementatie
van de richtlijn in Nederlandse regelgeving. Tegelijkertijd geven leveranciers bij
mij aan dat de kosten zeer hoog zullen zijn. Dat is ook wat de Unie van Waterschappen
in hun inschatting laat zien. Ik ben over dit onderwerp met leveranciers in gesprek.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister wat de landelijke kosten zijn voor
het aanpassen van rioolwaterzuiveringen.
Een recente inschatting van de Unie van Waterschappen is dat de kosten van de aanvullende
zuivering jaarlijks ten minste € 400 miljoen gaan bedragen. Een berekening van de
daadwerkelijke kosten is op dit moment nog niet te maken omdat de omvang van de verplichtingen
uit de Europese richtlijn nog niet op alle punten duidelijk is.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of Nederland subsidie krijgt van de
Europese Unie voor het aanpassen van rioolwaterzuiveringen.
Nee, er is geen subsidie mogelijk vanuit de Europese Unie.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister hoe wordt gewaarborgd dat deze subsidie
eraan bijdraagt medicatie betaalbaar en beschikbaar te houden en niet verdwijnt op
de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).
Nederland ontvangt geen subsidie voor het aanpassen van rioolwaterzuiveringen. Er
komt dus ook geen geld op de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister welke EU-landen ervoor hebben gekozen
hun waterzuiveringen niet aan te passen.
De verplichting voor waterzuiveringsinstallaties om een extra zuiveringstrap te bouwen
om microverontreinigingen uit het stedelijk afvalwater te zuiveren, is een verplichting
uit de Europese Richtlijn Stedelijk afvalwater. Deze geldt voor alle lidstaten.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister hoe de beschikbaarheid en betaalbaarheid
van medicijnen gewaarborgd worden in het kader van de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid
(UPV).
Mijn inzet is en blijft om ongewenste gevolgen op de beschikbaarheid en betaalbaarheid
van medicijnen zo veel mogelijk te beperken. De verplichtingen uit de Europese richtlijn
zijn nog niet op alle punten duidelijk. Ik wacht dat af en neem dit mee in de implementatie
van de richtlijn in Nederlandse regelgeving. Tegelijkertijd geven leveranciers bij
mij aan dat de kosten zeer hoog zullen zijn. Dat is ook wat de Unie van Waterschappen
in hun inschatting laat zien. Ik ben over dit onderwerp met leveranciers in gesprek.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister hoe de administratieve lasten voor
lidstaten en producenten tot een minimum beperkt worden.
Bij de implementatie van de Europese richtlijn is aandacht voor het zo laag mogelijk
houden van de administratieve lasten. Dit is staand kabinetsbeleid. Gezien de verplichtingen
uit de Europese richtlijn nog niet op alle punten duidelijk zijn, en implementatie
nog moet plaatsvinden, kan ik nu nog niet aangegeven hoe dit er precies uit komt te
zien.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of, bij succes van de proef met digitale
bijsluiters bij ziekenhuisgeneesmiddelen, deze proef wordt uitgebreid naar wijkapotheken,
bijvoorbeeld naar patiënten die al jarenlang hetzelfde geneesmiddel gebruiken.
In algemene zin ondersteun ik de beweging om digitale bijsluiters vaker toe te passen.
De mogelijkheid hiertoe is ook opgenomen in de voorstellen van de Europese Commissie
om de Europese farmaceutische wetgeving aan te passen. De resultaten van de huidige
proef staan hier los van, omdat het om verschillende situaties gaat. In het ziekenhuis
bereikt de bijsluiter de patiënt normaal gesproken niet, terwijl dit wel het geval
is in de wijkapotheek.
De digitale bijsluiter is bij uitstek geschikt voor patiënten die al jarenlang hetzelfde
geneesmiddel gebruiken. In de praktijk is het echter niet wenselijk om onderscheid
te maken op basis van het gebruik door patiënt. Dit houdt namelijk in dat de fabrikant
twee soorten verpakkingen van één geneesmiddel moet leveren; één met bijsluiter en
één zonder, en dat de apotheek deze beide op voorraad moet hebben. Daarnaast zou dit
ook werkdruk genereren voor de apotheek om bij de uitgifte de juiste verpakking te
leveren aan de patiënt.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister wat de risico's zijn van samenwerking
met China en India op het gebied van geneesmiddelenproductie en hoe deze samenwerking
zich verhoudt tot de doelstelling om minder afhankelijk te worden van het buitenland.
China en India zijn belangrijke landen voor de beschikbaarheid van generieke geneesmiddelen
in Nederland. Door een goede relatie met deze landen op het gebied van geneesmiddelenproductie
krijg ik meer zicht op de afhankelijkheden in de productieketens vanuit deze landen
naar Europa. Hierdoor kan de beschikbaarheid vergroot worden in Nederland en Europa.
De samenwerking met China en India op het gebied van geneesmiddelenproductie is op
zichzelf niet risicovol. Daar is pas sprake van bij een risicovolle strategische afhankelijkheid
van deze landen in de toelevering van (bestanddelen van) geneesmiddelen. Daarom gaat
het verstevigen van de relatie hand in hand met het stimuleren van productie in Europa
en het diversifiëren van toeleveringsketens. Door binnen Europa samen te werken om
onder andere de productie in Europa te stimuleren wordt Nederland minder afhankelijk
van één land of regio.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben zorgen over de gevolgen van medicijntekorten
en de toegenomen onrust na de recente uitspraak van de Raad van State. De leden vragen
de Minister wanneer de Kamer de reparatiewet voor de Geneesmiddelenwet kan verwachten
en of de deadline van uiterlijk het eerste kwartaal van 2025 voor het delen van de
reparatiewet gehaald wordt.
Mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet aan te passen en een grondslag te creëren voor
het tekortenbesluit is opgenomen in de Verzamelwet VWS 2024, die recent met uw Kamer
is gedeeld14. Hiermee is de deadline van het eerste kwartaal van 2025 gehaald. Daarnaast bereid
ik parallel ook de aanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwet voor.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister hoe de aanwijzing aan de
IGJ om onder voorwaarden niet handhavend op te treden tegen een overtreding van de
handelsvergunningsplicht in de praktijk uitpakt.
Ik heb van partijen begrepen dat groothandels onder deze Aanwijzing tijdens een tekort
alternatieven uit het buitenland importeren en apotheken deze ter hand stellen. Ik
ben dan ook overtuigd dat de Aanwijzing in de praktijk goed werkt.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister welke juridische risico’s
er aan deze aanwijzing kleven en op welke manier deze worden ondervangen.
De Aanwijzing is een vorm van gedoogbeleid, omdat het vastlegt onder welke voorwaarden
(tijdelijk) niet handhavend wordt opgetreden tegen overtredingen van de wet. Er kunnen
partijen zijn die het gedoogbeleid ter discussie stellen. Bij de voorbereiding van
de Aanwijzing had ik aandacht voor een duidelijke onderbouwing van de noodzaak, het
beperken van de duur van de periode waarin de Aanwijzing nodig is (door zo snel als
mogelijk reparatiewetgeving voor te bereiden) en het formuleren van duidelijke voorwaarden
om de reikwijdte af te bakenen. Zodra uw Kamer en de Eerste Kamer het wetsvoorstel
voor een grondslag van het tekortenbesluit hebben behandeld en het in werking is getreden,
zal de Aanwijzing niet meer nodig zijn.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister of de aanwijzing tot gevolg
heeft dat de praktijk van voor de uitspraak van de Raad van State onverminderd doorgaat.
Met de Aanwijzing heb ik geprobeerd om de negatieve gevolgen van de uitspraak van
de Raad van State zo veel mogelijk te beperken voor patiënten en zorgverleners. Ik
heb begrepen dat groothandels onder deze Aanwijzing tijdens een tekort alternatieven
uit het buitenland importeren en apotheken deze ter hand stellen. Ik heb dan ook geen
signalen dat de Aanwijzing in de praktijk niet goed zou werken.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister of zij de zorgen deelt
en erkent dat de benodigde informatie om een tekortenbesluit te nemen lang niet altijd
tijdig bij de desbetreffende instanties op tafel ligt.
Ik herken de signalen dat de benodigde informatie om een tekortenbesluit te nemen
niet altijd tijdig bij de desbetreffende instanties op tafel liggen. Het is van belang
dat verwachte leveringsonderbrekingen tijdig gemeld worden bij het Meldpunt Geneesmiddelentekorten
en -defecten. Een tijdige én juiste melding zorgt ervoor dat betrokken instanties,
zoals het CBG en de IGJ, in staat zijn om maatregelen te treffen om mogelijke geneesmiddelentekorten
te voorkomen of te mitigeren. Ik werk daarom aan een beleidsregel meldplicht tijdelijke
leveringsonderbrekingen om meer duidelijkheid te bieden aan handelsvergunninghouders
over wanneer zij een melding bij het Meldpunt moeten doen van een verwachte leveringsonderbreking.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister of zij bereid is te inventariseren
welke knelpunten het veld ervaart bij het verkrijgen van tijdige informatie voor tekortenbesluiten
en hoe deze kunnen worden aangepakt.
Ik nodig de betrokken partijen uit om hun ervaringen en mogelijke knelpunten met betrekking
tot het verkrijgen van tijdige informatie voor tekortenbesluiten te delen in de hiervoor
relevante overleggen, zoals de Werkgroep Geneesmiddelentekorten.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister welke rol zij zelf hierin
neemt en hoe zij ervoor gaat zorgen dat de benodigde informatie om tijdig een tekortenbesluit
te nemen daadwerkelijk gedeeld wordt met de betreffende instanties.
Zoals hierboven benoemd en medegedeeld aan uw Kamer15, werk ik aan een beleidsregel meldplicht tijdelijke leveringsonderbrekingen. Deze
beleidsregel moet meer duidelijkheid bieden aan handelsvergunninghouders over wanneer
zij een leveringsonderbreking moeten melden bij het Meldpunt Geneesmiddelentekorten
en -defecten. Een tijdige melding van een verwachte leveringsonderbreking stelt relevante
instanties in de leveringsketen van geneesmiddelen in staat om maatregelen te nemen
om het tekort te voorkomen of mitigeren voor de patiënt.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister of het noodzakelijk is
om andere normen te hanteren voor het aanleveren van informatie over (dreigende) tekorten
van medicijnen, zodat tekortenbesluiten bij een dreigend tekort genomen kunnen worden
en niet pas bij een daadwerkelijk tekort.
Het is niet noodzakelijk om andere normen te hanteren voor het aanleveren van informatie
over (dreigende) tekorten van medicijnen. Er zijn verschillende oplossingen mogelijk
om een (dreigend) geneesmiddelentekort op te lossen. Het afgeven van een tekortenbesluit
was één van de meest ingrijpende oplossingsrichtingen, omdat hierbij tijdelijk een
uitzondering werd gemaakt op verplichtingen uit de Geneesmiddelenwet. Een tekortenbesluit
werd daarnaast alleen ingezet als er in Nederland onvoldoende adequate alternatieven
zijn. Sinds de uitspraak van de Raad van State van 20 november 2024 is het afgeven
van een tekortenbesluit niet meer mogelijk. In plaats daarvan heb ik de IGJ een Aanwijzing
gegeven om tijdelijk niet te handhaven bij de import van ongeregistreerde alternatieve
geneesmiddelen uit het buitenland in het geval van een tekort.
Het Meldpunt kijkt in het geval van een tekort eerst of het binnen Nederland met geregistreerde
alternatieve geneesmiddelen kan worden opgelost. Bijvoorbeeld door een andere leverancier,
een andere farmaceutische vorm of sterkte, een andere werkzame stof, of een tijdelijke
afwijkende verpakking. Pas als dit onvoldoende alternatieven biedt, worden oplossingen
in de vorm van ongeregistreerde geneesmiddelen (bijvoorbeeld uit het buitenland) overwogen,
zoals een magistrale bereiding, of import uit het buitenland van een middel onder
de Aanwijzing.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister hoeveel meer eerdere tekortenbesluiten
er nu genomen worden dan voorheen.
Het is niet mogelijk om antwoord te geven op deze vraag. Er wordt geen onderscheid
gemaakt tussen «eerdere» en «latere» tekortenbesluiten of hoe deze zich over de jaren
heen hebben ontwikkeld. Uit de Jaarrapportage van het Meldpunt 2024 – dat ik uw Kamer
als bijlage bij deze beantwoording doe toekomen en ook beschikbaar is op de website
van het CBG.16 – blijkt dat er in 2024 in totaal 126 tekortenbesluiten zijn afgegeven (waarvan 48 nieuwe
en 78 verlengingen) en 9 tekorten onder de reikwijdte van de Aanwijzing vielen. Het
aantal tekorten waarbij een tekortenbesluit is afgegeven of die onder de Aanwijzing
vallen, is hiermee vergelijkbaar met 2023.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister hoe de motie Bushoff c.s.,
over het eerder melden van dreigende tekorten zodat er tijdig een tekortenbesluit
kan volgen, wordt meegenomen in de verduidelijkende beleidsregel over de meldplicht
van verwachte tijdelijke leveringsonderbrekingen van geneesmiddelen.
De beleidsregel meldplicht tijdelijke leveringsonderbrekingen biedt handelsvergunninghouders
meer duidelijkheid over wat er van hen verwacht wordt in het kader van de meldplicht.
Door handelsvergunninghouders betere kaders te bieden over wanneer te melden, is het
de verwachting dat leveringsonderbrekingen tijdig gemeld worden bij het Meldpunt.
Hierdoor is informatie eerder beschikbaar en worden relevante instanties in staat
gesteld om maatregelen te nemen om het tekort te voorkomen of te mitigeren voor de
patiënt.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister of beide verzoeken uit
de motie Bushoff c.s. worden meegenomen in de beleidsregel, namelijk zowel het eerder
melden van dreigende tekorten als het verzoek om te bewerkstelligen dat het preferentiebeleid
bij een dreigend tekort eerder wordt verruimd, opgeschort of aangepast.
Zoals aangegeven in de Voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen17 wordt het verzoek uit de motie Bushoff c.s. (Kamerstuk 32 805, nr. 177) met betrekking tot het eerder melden van dreigende tekorten meegenomen in de beleidsregel
meldplicht tijdelijke leveringsonderbrekingen. Het verzoek om te bewerkstelligen dat
het preferentiebeleid bij een dreigend tekort eerder wordt verruimd, opgeschort of
aangepast wordt niet in de beleidsregel meegenomen. In de genoemde brief licht ik
toe hoe dit deel van de motie is afgedaan.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie vragen de Minister hoe lang de aanwijzing aan de IGJ om
niet handhavend op te treden van kracht blijft en of de Minister vóór het verlopen
van deze aanwijzing met een voorstel komt voor aanpassing van de Geneesmiddelenwet-
en regelgeving?
De Aanwijzing aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft op dit moment
geen einddatum. Zoals ik schreef in mijn eerdere brieven18, 19, heb ik ook onderzocht of en op welke manier de Geneesmiddelenwet moet worden aangepast.
De Aanwijzing diende hiervoor ter overbrugging. Mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet
aan te passen en een grondslag te creëren voor het tekortenbesluit is opgenomen in
de Verzamelwet VWS 2024, die recent met uw Kamer is gedeeld20. Daarnaast bereid ik parallel ook de aanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwet
voor.
De leden van de VVD-fractie vragen de Minister op welke termijn het RIVM-onderzoek
naar tekortenbesluiten en het effect daarvan op de beschikbaarheid van geneesmiddelen
is afgerond en wanneer zij het onderzoek en de kabinetsreactie hierop naar de Kamer
kan sturen.
Het RIVM heeft het onderzoek in opdracht van de IGJ gedaan. Het onderzoek «Tekortenbesluiten
en het effect op de beschikbaarheid van geneesmiddelen» is inmiddels afgerond en op
20 februari 2025 gepubliceerd.21 Ik voeg het onderzoek als bijlage bij deze beantwoording toe.
Ik ben blij om te lezen dat het RIVM in haar onderzoek concludeert dat tekortenbesluiten
een positief effect hebben op de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Het blijkt dus
een belangrijk instrument in het oplossen van tekorten wanneer er in Nederland (tijdelijk)
geen alternatieven beschikbaar zijn. Vanwege dit belang voor patiënten heb ik na de
uitspraak van de Raad van State (waardoor er geen tekortenbesluiten meer konden worden
afgegeven) de IGJ een Aanwijzing gegeven en heb ik reparatiewetgeving gemaakt voor
een wettelijke grondslag voor tekortenbesluiten. Mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet
aan te passen en een grondslag te creëren voor het tekortenbesluit is opgenomen in
de Verzamelwet VWS 2024, die recent met uw Kamer is gedeeld22. Daarnaast bereid ik parallel ook de aanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwet
voor.
De leden van de VVD-fractie vragen de Minister om de cijfers over medicijntekorten
in 2024 naar de Kamer te sturen met een toelichting, waarin ook wordt ingegaan op
welke maatregelen uit de afgelopen jaren effect hebben gehad op de ontwikkeling van
de tekorten.
De KNMP, de brancheorganisatie voor apothekers, publiceert jaarlijks de cijfers van
de geneesmiddelentekorten van het afgelopen jaar op basis van de tekortmeldingen door
groothandels en apothekers bij KNMP Farmanco. Begin januari 2025 heeft de KNMP de
cijfers over het jaar 2024 gepubliceerd23. Volgens de cijfers van Farmanco is het aantal meldingen van tekorten in apotheken
in 2024 met ruim 30% afgenomen ten opzichte van 2023. De daling van het afgelopen
jaar werd echter niet ervaren door de patiënt en apothekers. Daarnaast is het aantal
maatregelen dat door het Meldpunt is ingezet in 2024 tegen geneesmiddelentekorten
toegenomen. Als bijlage bij deze beantwoording stuur ik uw Kamer de recent opgeleverde
Jaarrapportage van het Meldpunt Geneesmiddelentekorten en -defecten waaruit dat blijkt.
In de Jaarrapportage wordt aangegeven dat er in 2024 in totaal 126 tekortenbesluiten
zijn afgegeven (waarvan 48 nieuwe en 78 verlengingen) en er 9 tekorten vielen onder
de reikwijdte van de Aanwijzing. Er is 117 keer (inclusief verlengingen) toestemming
gegeven voor een tijdelijk afwijkende verpakking. Ook zijn er voor 12 geneesmiddelen
aangepaste behandel- of uitgifte-adviezen afgegeven.
De leden van de VVD-fractie vragen de Minister welke concrete ambities zij voor ogen
heeft met de extra € 20 miljoen voor de beschikbaarheid van geneesmiddelen en de structurele
€ 30 miljoen voor de periode na 2027. De leden vragen de Minister wat er precies met
deze bedragen wordt gedaan en of dit haalbaar en doelmatig is.
Ik heb afgelopen oktober uw Kamer geïnformeerd over de bezuiniging op het beleidsprogramma
Pandemische Paraatheid24. Ik heb een deel van het vrijgemaakte budget ingezet om al in gang gezette activiteiten
uit dit beleidsprogramma doorgang te laten vinden, zoals de monitoring van vraag en
aanbod van essentiële geneesmiddelen door het Landelijke Coördinatiecentrum Geneesmiddelen
(LCG), het Meldpunt tekorten en de Important Projects of Common European Interest (IPCEI) subsidies. Het laatste betreft drie Nederlandse projecten waarbij innovatieve
productieprocessen worden ontwikkeld en opgezet voor grootschalig gebruik. Op dit
moment onderzoek ik welke acties uit de Voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen
van 12 december jl. het meest effectief en doelmatig zijn binnen het beschikbare budget
voor de komende jaren25. Ik denk daarbij in elk geval aan het aanleggen van extra voorraden van geneesmiddelen
die voor de Nederlandse zorg van groot belang zijn. Ik informeer uw Kamer voor de
zomer over de stand van zaken.
De leden van de VVD-fractie vragen de Minister of alle separate werkgroepen, teams
en taskforces die zich bezighouden met geneesmiddelentekorten nodig zijn, of dat er
overlap zit in hun taken, werkzaamheden en leden.
De verschillende groepen zijn een resultaat van een roep om meer regie vanuit mij
en mijn ambtsvoorgangers om de beschikbaarheidsproblemen het hoofd te bieden. De verschillende
groepen die zich bezig houden met het verbeteren van de beschikbaarheid van geneesmiddelen
hebben in het algemeen duidelijk omschreven taken en werkzaamheden en een daarbij
passende groepssamenstelling. Wel constateer ik dat er hier en daar sprake is van
overlap in werkzaamheden. Ook wordt de overlegdrukte door veldpartijen als groot ervaren.
Ik kijk daarom dit voorjaar hoe dat beter kan, bijvoorbeeld door bepaalde groepen
samen te voegen, door het mandaat te verhelderen en/of door de governance te versterken.
Ik betrek daarbij relevante partijen.
De leden van de VVD-fractie vragen de Minister of deze groepen vooral adviezen en
overzichten aanleveren, of dat ze ook besluiten nemen.
De werkgroepen en taakgroepen zijn geen adviesorganen. Ze zijn ingesteld om concreet
aan de slag te gaan met het verbeteren van de beschikbaarheid van geneesmiddelen en
het voorkomen en aanpakken van tekorten. De werk- en taakgroepen hebben de ruimte
om zelf besluiten te nemen binnen het mandaat van hun taakopdrachten. De leden van
de taakgroep preferentiebeleid hebben bijvoorbeeld in gezamenlijkheid tot concrete
acties besloten om mogelijke nadelige effecten van het inkoopbeleid van zorgverzekeraars
op de beschikbaarheid te mitigeren. De leden van de taakgroep distributievergoeding
hebben zo zelf afspraken gemaakt om tot een adequate vergoeding en vergoedingswijze
van de distributie van preferent aangewezen geneesmiddelen door volgesorteerde groothandels
te komen. Wanneer breder draagvlak nodig is voor een oplossingsrichting of wanneer
een taakgroep of een individuele partij breed input over een bepaald thema wil ophalen,
worden de Werkgroep Gezonde Nederlandse Geneesmiddelenmarkt of de Werkgroep Geneesmiddelentekorten
geconsulteerd. Wanneer de leden van de werkgroepen er onderling niet uitkomen of bestuurlijk
mandaat nodig is, vindt escalatie naar het Bestuurlijk Overleg Extramurale Farmacie
plaats waarin alle partijen vertegenwoordig zijn.
De leden van de VVD-fractie vragen de Minister of zij bereid is kritisch te kijken
naar alle betrokken werkgroepen en waar nodig groepen samen te voegen of in te lijven.
Ja daar ben ik zeker toe bereid. Ik kijk daarom dit voorjaar hoe de overlegstructuur
beter kan, bijvoorbeeld door bepaalde groepen samen te voegen, door het mandaat te
verhelderen en/of door de governance te versterken.
De leden van de VVD-fractie vragen de Minister waarom zij aangaf het belangrijk te
vinden om in kaart te brengen hoe Europese landen zich sterker en onafhankelijker
kunnen maken, terwijl de leden ervan uitgingen dat dit proces al in gang was gezet.
Hier horen de leden graag een reactie op.
Ik streef naar een sterker en onafhankelijker Europa om de beschikbaarheid van geneesmiddelen
in de Europese Unie te verbeteren en om de afhankelijkheden van derde landen te verminderen.
Het proces hiervoor is reeds in gang gezet, onder meer met de oprichting van de Critical Medicines Alliance (CMA) in januari 2024. Nederland neemt daaraan actief deel. De CMA heeft onlangs,
middels een strategisch rapport26, haar aanbevelingen gegeven aan de lidstaten en de Europese Commissie om de leveringszekerheid
van kritieke geneesmiddelen te versterken en de productie van deze geneesmiddelen
in de Europese Unie te stimuleren. Dit strategisch rapport zal ook input zijn voor
nieuwe Europese wetgeving, de Critical Medicines Act. Op 11 maart is het voorstel voor deze Critical Medicines Act gepubliceerd. Het kabinetstandpunt op de voorgestelde wetgeving wordt uw Kamer via
het gebruikelijke Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC)-proces voorgelegd.
De leden van de VVD-fractie vragen de Minister om een concrete reactie op hun eerdere
pleidooi voor het verlagen van de standaarduitgifte-periode van medicijnen ter bestrijding
van verspilling.
Ik vind het bestrijden van verspilling van medicijnen belangrijk. Het voor iedereen
verlagen van de standaarduitgifte periode is hier niet de beste oplossing voor en
dat heeft meerdere redenen.
Ten eerste heeft het veld al jaren afspraken over hoeveel medicijnen er per recept
worden afgeleverd aan de patiënt. Dit heet de Prescriptieregeling. Deze regeling draagt
bij aan het voorkomen van verspilling van medicijnen, omdat zorgverleners daarin hebben
afgesproken om vooraf kritisch te zijn op het voorschrijven van een medicijn. Zo zijn
er afspraken over de hoeveelheden bij de eerste uitgifte van een medicijn, bij een
herhaalrecept voor chronisch gebruik, bij dure geneesmiddelen en bij gebruik in de
laatste levensfase.
Bovendien is er nu ook al de mogelijkheid om minder medicijnen af te leveren dan wat
is voorgeschreven om verspilling te voorkomen of wanneer er een tekort is van een
medicijn.
Verder heeft het verlagen van de standaarduitgifte-periode het nadeel dat mensen vaker
naar de apotheek moeten om hun medicijn te halen – en dit soms vergeten. Daarnaast
zal het leiden tot hogere kosten voor patiënten. Ook kost dit het apotheekteam meer
tijd, terwijl de werkdruk in de apotheek al hoog is.
De leden van de VVD-fractie vragen de Minister om een overzicht van de concrete stappen
die zijn genomen naar aanleiding van de aangenomen motie Tielen over een Nationale
apothekerskast. In deze motie werd onder andere gesproken over een evenwichtiger preferentiebeleid.
Met de initiatieven benoemd in de Voortgangsbrief beschikbaarheid medische producten27 heeft mijn ambtsvoorganger invulling gegeven aan de motie van het lid Tielen om met
een breed gedragen, alomvattende en samenhangende strategie te komen om geneesmiddelentekorten
tegen te gaan, een zogenoemde Nationale apothekerskast28, om koersvastheid te bieden voor de toekomst en duidelijkheid voor patiënt en zorgveld.
In deze motie van lid Tielen wordt onder meer aandacht gevraagd voor de strategische
onafhankelijkheid en het vestigingsklimaat in Europa. Een concrete stap hiervoor is
mijn actieve deelname aan de Critical Medicines Alliance (CMA). De CMA is in 2024 is opgericht om de leveringszekerheid van kritieke geneesmiddelen
in Europa te versterken. Eén van de doelen van de CMA is om tot een gecoördineerd
plan van aanpak te komen voor meer productie in Europa. De CMA heeft onlangs, middels
een strategisch rapport, aanbevelingen gegeven aan de Europese Commissie en lidstaten29. Deze aanbevelingen kunnen meegenomen worden in nationale en Europese plannen om
productie dichtbij huis te stimuleren. Ook zullen deze aanbevelingen input zijn voor
nieuwe Europese wetgeving, de aangekondigde Criticial Medicines Act. Op 11 maart is het voorstel voor deze Critical Medicines Act gepubliceerd. Het kabinetstandpunt op de voorgestelde wetgeving wordt uw Kamer via
het gebruikelijke Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC)-proces voorgelegd.
Met betrekking tot een evenwichtiger preferentiebeleid heb ik in mijn Voortgangsbrief
beschikbaarheid geneesmiddelen van 12 december jl.30 een aantal concrete verbeteropties van het preferentiebeleid toegelicht die ik verder
aan het uitwerken ben. Een voorbeeld is het sneller aanpassen van het preferentiebeleid
bij (dreigende) tekorten. De gesprekken hierover lopen al in de Werkgroep Gezonde
Nederlandse Geneesmiddelenmarkt en daarbuiten. Ook stimuleer ik veldpartijen in het
maken van uniforme afspraken over het verlengen van de uitverkooptermijn van bestaande
producten. Verder ga ik de mogelijkheid onderzoeken om het preferentiebeleid los te
laten voor specifieke groepen geneesmiddelen.
De mogelijkheid om meerdere preferente middelen toe te staan bestaat al. Zorgverzekeraars
maken hier gebruik van, maar met wisselend resultaat. Een zorgverzekeraar had bijvoorbeeld
twee middelen aangewezen en in de praktijk werd er in de apotheken maar één afgenomen.
Voor één van de twee leveranciers bood de gewonnen tender dus geen afname. De zorgverzekeraar
is daarom met dit beleid gestopt.
Een andere afspraak die zorgverzekeraars en leveranciers hebben gemaakt voor een evenwichtiger
preferentiebeleid is dat zorgverzekeraars dakpansgewijs inkopen, dus niet allemaal
op hetzelfde moment. Dit maakt het voor zorgverzekeraars mogelijk om te voorkomen
dat zij allemaal hetzelfde geneesmiddel aanwijzen, behalve natuurlijk als er maar
één of een beperkt aantal varianten van het geneesmiddel op de markt is.
De leden van de VVD-fractie vragen de Minister wanneer de Kamer concrete voorstellen
voor het preferentiebeleid kan verwachten, aangezien de Minister in haar brief vooral
aangeeft wat er niet kan.
In mijn Voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen31 heb ik een aantal concrete verbeteropties van het preferentiebeleid toegelicht, die
ik verder aan het uitwerken ben. Zo zie ik mogelijkheden in het sneller aanpassen
van het preferentiebeleid bij (dreigende) tekorten. De gesprekken hierover lopen al
in de Werkgroep Gezonde Nederlandse Geneesmiddelenmarkt en daarbuiten. Ook stimuleer
ik partijen in het maken van uniforme afspraken voor het verlengen van de uitverkooptermijn
van bestaande producten. Daarnaast onderzoek ik de mogelijkheid om het preferentiebeleid
los te laten voor specifieke groepen geneesmiddelen, bijvoorbeeld toedieningsvormen
speciaal voor kinderen, producten op de lijst kritieke middelen, of middelen aan de
onderkant van de markt. Hiervoor voer ik nadere analyses uit en onderzoek ik of een
pilot mogelijk is.
Daarnaast hebben veldpartijen in de Werkgroep Gezonde Nederlandse geneesmiddelenmarkt
aanvullende verbeteropties aangedragen, die ik meeneem in mijn gesprekken met partijen
over veldafspraken en in de Taakgroep Geneesmiddeleninkoop en Beschikbaarheid.
Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie
De leden van de NSC-fractie vragen de Minister wanneer de vier weken extra voorraad
salbutamol structureel op orde zal zijn.
Zoals ik uw Kamer eerder heb geschreven32 is het mijn doel dat in de loop van 2025 het streefpeil van de vier weken extra voorraad
van zowel essentiële antibiotica en als salbutamol aerosolen is bereikt. Hierbij merk
ik wel op dat er alleen (structurele) voorraad opgebouwd kan worden als er voldoende
aanbod is van het geneesmiddel dat voor de Nederlandse markt geregistreerd is. Op
dit moment is dit niet het geval voor salbutamol; de groothandels importeren onder
de Aanwijzing salbutamol uit het buitenland voor patiënten in Nederland. Volgens de
Geneesmiddelenwet mag geen voorraad worden aangehouden van geneesmiddelen die uit
het buitenland zijn geïmporteerd onder een tekortenbesluit of – sinds de uitspraak
van de Raad van State – die vallen onder de Aanwijzing aan de IGJ. Dit betekent dat
het weer beschikbaar komen van de in Nederland geregistreerde geneesmiddelen dus essentieel
is voor het kunnen bereiken van het streefpeil. Het is nog onduidelijk wanneer dat
het geval is. Op dit moment is er wel voldoende salbutamol (via import) leverbaar
voor alle Nederlandse patiënten. Zij kunnen het middel dus wel gewoon krijgen.
De leden van de NSC-fractie vragen de Minister of de uitbreiding van de voorraad met
vier weken voldoende is, gezien het langdurige tekort aan salbutamol.
Ik zie voorraden niet als een oplossing voor geneesmiddelentekorten. Ook niet voor
het tekort aan salbutamol. Wel vormen voorraden een buffer om enerzijds tijdelijke
leveringsonderbrekingen op te vangen en tekorten voor patiënten hiermee te voorkomen,
en anderzijds om tijd te winnen om alternatieven te zoeken. De uitbreiding van de
voorraad van essentiële antibiotica en salbutamol aerosolen van twee naar drie maanden
maakt deze buffer groter. Daarnaast heb ik uw Kamer medegedeeld33 dat ik overweeg om de voorraad te verhogen voor bepaalde middelen op de Nederlandse
lijst kritieke geneesmiddelen. Bij deze verkenning zoek ik onder andere uit voor welke
geneesmiddelen dit meerwaarde heeft, hoe groot deze extra voorraad zou moeten zijn
en op welke manier de extra voorraad zou kunnen worden gerealiseerd.
De leden van de NSC-fractie vragen de Minister of zij kan waarborgen dat het aanleggen
van deze extra voorraden niet ten koste gaat van de beschikbaarheid van salbutamol
bij apotheken, aangezien deze leden signalen ontvangen dat mensen met een longziekte
nog steeds moeite hebben om dit middel te verkrijgen.
Ja, dat waarborg ik. Zoals ik ook heb opgemerkt in eerdere Kamerbrieven34, 35, mag het aanleggen van voorraden geen voorrang krijgen op het huidige gebruik van
deze middelen door patiënten. Dit heb ik ook afgesproken met de groothandels. Dit
betekent dat er alleen een extra voorraad kan worden aangelegd wanneer er meer middelen
op de markt zijn dan op dat moment nodig zijn voor patiënten. Dat is zoals eerder
aangegeven voor salbutamol nog niet het geval.
De leden van de NSC-fractie maken zich zorgen over het onderzoek van het Longfonds,
waaruit blijkt dat 66% van de mensen met een longziekte de jaarlijks afgesproken herhaalinstructie
voor hun medicatie niet krijgt. De leden vragen de Minister of zij overweegt om initiatieven
te intensiveren die het juiste gebruik van medicatie bevorderen, zoals voorlichting
en herhaalinstructies.
Iedereen die medicijnen gebruikt moet kunnen rekenen op goede farmaceutische zorg.
Ondersteuning bij het juiste gebruik van medicatie, waaronder inhalatiemiddelen, is
een belangrijke taak van het apotheekteam. Naar aanleiding van het genoemde onderzoek
heeft het Longfonds recent met partijen gesproken die ook betrokken waren bij het
opstellen van de Leidraad Verantwoord wisselen. Alle partijen hebben aangegeven dat
dit beter moet en zij hebben afgesproken dat ze hier samen mee aan de slag gaan. Ik
verwacht dat de betrokken partijen concrete verbeteringen gaan realiseren.
Daarnaast werken het Ministerie van VWS en de betrokken zorgverlenerskoepels op dit
moment naast de eerstelijnsvisie ook aan een apart veldtraject extramurale farmaceutische
zorg zoals vermeld in de Verzamelbrief eerstelijnszorg. Hier worden door de sector
werkplannen gemaakt die de farmaceutische zorg optimaliseren en dus ook het juiste
gebruik van medicatie bevorderen.
De leden van de NSC-fractie vragen de Minister of het stimuleren van afspraken tussen
stakeholders de enige en meest effectieve stap is die de Minister kan nemen om het
preferentiebeleid sneller aan te passen bij (dreigende) tekorten. Tevens vragen de leden of er ook andere maatregelen mogelijk zijn om het preferentiebeleid sneller aan te
passen bij (dreigende) tekorten.
Het stimuleren van veldafspraken tussen stakeholders is een effectieve stap om het
preferentiebeleid sneller aan te passen bij (dreigende) tekorten. Deze stap heeft
namelijk direct effect in de praktijk, zonder dat aanpassing van wet- of regelgeving
nodig is. De impact van (dreigende) tekorten kan hiermee worden verzacht. De gesprekken
hierover lopen al in de Werkgroep Gezonde Nederlandse Geneesmiddelenmarkt en daarbuiten.
In de werkgroep is ook een aantal aanvullende opties ingebracht voor verbetering van
het preferentiebeleid. Ik neem deze opties mee in mijn gesprekken met partijen over
veldafspraken.
De leden van de NSC-fractie vragen de Minister of er empirische gegevens of analyses
beschikbaar zijn die de bewering ondersteunen dat monopolisering in sommige situaties
positief kan bijdragen aan de beschikbaarheid van geneesmiddelen.
Zorgverzekeraars Nederland heeft op 18 november 2024 het onderzoek «Grip op toenemende
geneesmiddelentekorten» van Gupta Strategists gepubliceerd op haar website. Dit onderzoek
naar de rol van het preferentiebeleid en tekorten maakt het aannemelijk dat het aantal
actieve fabrikanten binnen een PRK-cluster36 niet correleert met het aantal tekorten. Er lijken niet vaker tekorten voor te komen
in PRK-clusters waarin minder fabrikanten actief zijn.
De leden van de NSC-fractie vragen de Minister of er situaties zijn waarin monopolisering
heeft geleid tot negatieve gevolgen, zoals hogere prijzen of minder keuze voor patiënten.
Nee, ik ben niet bekend met situaties waarin monopolisering doordat alle zorgverzekeraars
het zelfde voorkeursmiddelen aanwijzen, heeft geleid tot hogere prijzen. Wanneer een
leverancier de enige aanbieder is van een bepaald geneesmiddel en daarmee een monopolie
heeft, geldt dat het geneesmiddel een maximumprijs kent in het kader van de Wet geneesmiddelenprijzen
(Wgp). Ook in de situatie waarin op een bepaald moment in de tijd alle zorgverzekeraars
dezelfde leverancier hebben aangewezen en desbetreffende leverancier feitelijk een
monopolie heeft, geldt dat het geneesmiddel een maximumprijs kent in het kader van
de Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp). In deze tweede situatie is het ook aannemelijk
dat de leverancier alleen deze monopolie positie kon bereiken door aanzienlijke vertrouwelijke
kortingen te bieden, waardoor de zorgkosten ook met de monopolie positie niet stijgen.
Wat betreft minder keuze voor de patiënt geldt dat het preferentiebeleid de aanspraak
voor de patiënt beperkt door een voorkeursmiddel aan te wijzen. De situatie waarin
alle zorgverzekeraars dezelfde leveranciers aanwijzen verandert daarin niets voor
de individuele patiënt.
Soms is het overigens niet te voorkomen dat zorgverzekeraars allemaal hetzelfde geneesmiddel
aanwijzen, aangezien er maar één (of een beperkt aantal) variant(en) van het geneesmiddel
op de markt is.
De afspraak die zorgverzekeraars en leveranciers hebben gemaakt dat zorgverzekeraars
dakpansgewijs inkopen, dus niet allemaal op hetzelfde moment, maakt het voor zorgverzekeraars
mogelijk om te voorkomen dat zij allemaal hetzelfde geneesmiddel aanwijzen, behalve
natuurlijk als er maar één of een beperkt aantal varianten van het geneesmiddel op
de markt is.
De leden van de NSC-fractie vragen de Minister of er concrete voorbeelden zijn van
dakpansgewijs contracteren door zorgverzekeraars die hebben geleid tot een betere
beschikbaarheid van geneesmiddelen.
In januari 2025 zijn voor het eerst geneesmiddelen geleverd op basis van de afspraken
die zorgverzekeraars en leveranciers begin 2024 in de Taakgroep Preferentiebeleid
hebben gemaakt. Het effect van dakpansgewijs contracteren op de markt wordt pas na
enkele jaren zichtbaar. Op dit moment kan ik dus nog niets zeggen over het effect
van dakpansgewijs contracteren. Ondertussen houd ik een vinger aan de pols en spreek
daartoe regelmatig met de leveranciers en zorgverzekeraars.
De leden van de NSC-fractie vragen de Minister wie er deel uitmaken van de Taakgroep
Preferentiebeleid en welke specifieke verantwoordelijkheden zij dragen.
Bogin, Generieke Leveranciers Nederland, Zorgverzekeraars Nederland en de preferentiebeleid
voerende zorgverzekeraars maakten deel uit van deze taakgroep. De opdracht van de
taakgroep, zoals vastgesteld door de Werkgroep Gezonde Nederlandse Geneesmiddelenmarkt,
was het verder uitwerken van voorstellen vanuit verschillende partijen voor concrete
acties om mogelijke nadelige effecten van het preferentiebeleid op de beschikbaarheid
van geneesmiddelen te verminderen. Dit resulteerde in een drietal afspraken waarover
overeenstemming was tussen genoemde leden. De leden van de Werkgroep Gezonde Nederlandse
Geneesmiddelmarkt achtten deze afspraken onvoldoende om alle nadelige effecten van
inkoopbeleid op de beschikbaarheid te verzachten. Daarom heeft de Werkgroep een nieuwe
Taakgroep ingesteld, de Taakgroep Geneesmiddeleninkoop en Beschikbaarheid. Deze is
inmiddels van start gegaan en heeft een bredere taakopdracht. De Taakgroep Geneesmiddeleninkoop
heeft als taak om gezamenlijke en voor alle partijen geldende afspraken op te stellen,
al dan niet in de vorm van een inkoopleidraad. De afspraken beogen ongewenste effecten
van de inkoop op de beschikbaarheid van geneesmiddelen te voorkomen. De taak die nog
bij de leden van de (voormalige) Taakgroep Preferentiebeleid ligt is het in onderling
overleg in uitvoering brengen, monitoren en evalueren van de gemaakte afspraken, bijvoorbeeld
op het gebied van monopolisering. Ik houd daarbij een vinger aan de pols.
De leden van de NSC-fractie vragen de Minister wat er precies van de Taakgroep Preferentiebeleid
wordt verwacht in de aanpak van monopolisering.
Zorgverzekeraars en leveranciers hebben onder mijn regie in de Taakgroep Preferentiebeleid
afspraken gemaakt om monopolies te voorkomen door hun tenders dakpansgewijs uit te
schrijven met ingang van 2025. Doordat zorgverzekeraars uiteindelijk vanaf 2027 hun
tenders om en om per jaar zullen uitschrijven, wordt het voor leveranciers aantrekkelijker
om hun producten op de markt te houden. Zij krijgen op deze manier namelijk bij de
meeste producten jaarlijks de kans om bij een zorgverzekeraar aangewezen te worden
als preferent en het voorkeursgeneesmiddel te leveren. Met deze afspraak beogen zorgverzekeraars
en leveranciers te voorkomen dat de zorgverzekeraars hetzelfde middel bij één leverancier
inkopen. Ik blijf met zorgverzekeraars en leveranciers in gesprek over de uitvoering
en het effect van deze maatregel en ga deze binnenkort evalueren. Daarnaast is onlangs
de Taakgroep Geneesmiddeleninkoop en Beschikbaarheid gestart met niet alleen zorgverzekeraars
en leveranciers, maar alle inkopende en verkopende partijen, zoals ook groothandels,
ziekenhuizen en apotheken om ongewenste effecten van alle vormen van inkoop op de
beschikbaarheid van geneesmiddelen te voorkomen. Ook de verdere aanpak van monopolisering
maakt onderdeel uit van deze bredere Taakgroep.
De leden van de NSC-fractie vragen de Minister of de rol van de Taakgroep Preferentiebeleid
adviserend is of dat zij een uitvoerende taak heeft.
De Taakgroep Preferentiebeleid had als taak het verder uitwerken van voorstellen vanuit
verschillende partijen voor concrete acties om mogelijke nadelige effecten van het
preferentiebeleid op de beschikbaarheid van geneesmiddelen te verzachten. Inmiddels
brengen de leden van de (voormalige) taakgroep de overeengekomen voorstellen in uitvoering.
De leden van de NSC-fractie vragen de Minister hoe de transparantie van de besluitvorming
van zorgverzekeraars rondom de aanwijzing van voorkeursmiddelen in het preferentiebeleid
gegarandeerd wordt.
Zorgverzekeraars zijn geen publiekrechtelijke instellingen en zijn dus geen «aanbestedende
diensten» in de zin van de Aanbestedingswet. Ze zijn dan ook niet gehouden aan aanbestedingsbeginselen,
zoals het transparantiebeginsel. Zorgverzekeraars hebben geen verplichting tot een
Europese aanbesteding en kunnen eventueel ook onderhandse afspraken maken.
Hoewel zorgverzekeraars niet onder de Aanbestedingswet vallen, zijn zij wel gebonden
aan transparantie-eisen vanuit andere regelingen, zoals de Regeling Transparantie
Zorginkoopproces Zvw. In deze regeling zijn regels opgenomen voor een transparant
en tijdig zorginkoopproces, dat ook van toepassing is op geneesmiddelen die onder
het preferentiebeleid vallen. Zorgverzekeraars moeten bijvoorbeeld tijdig en duidelijk
communiceren over hun inkoop- en contracteerbeleid, inclusief afspraken over geneesmiddelen.
Ook moet de zorgverzekeraar, vanaf het moment van bekendmaking van het zorginkoopbeleid
en de procedure van de zorginkoop tot het moment van het sluiten van het contract,
voldoende beschikbaar zijn voor vragen en opmerkingen van zorgaanbieders.
Op basis van deze regeling transparantie zorginkoop zijn zorgverzekeraars verplicht
om uiterlijk 1 april voorafgaand aan het kalenderjaar hun zorginkoopbeleid bekend
te maken (artikel 4). Iedere zorgverzekeraar publiceert dus zijn eigen beleid. In
dit beleid hebben zorgverzekeraars de inkoopvoorwaarden opgenomen die zij hanteren
voor hun preferentiebeleid en de daarbij horende aanwijsprocedure. Het is dus aan
zorgverzekeraars om te bepalen hoe deze transparantie vormgegeven wordt.
De leden van de NSC-fractie vragen de Minister welke concrete maatregelen zorgverzekeraars
nemen om te voldoen aan hun zorgplicht bij geneesmiddelentekorten of leveringsproblemen.
Zorgverzekeraars hebben hierover onder andere in de landelijke Werkgroep Geneesmiddeltekorten
afspraken gemaakt. Zorgverzekeraars vergoeden producten volledig als er een product
in Nederland niet leverbaar is, bijvoorbeeld door te betalen voor aflevering in kleinere
porties dan gebruikelijk en indien er geen andere oplossing is de beschikbare alternatieven
te vergoeden. Daarnaast maken zorgverzekeraars afspraken met apotheken en groothandels
over voorraden, om voldoende voorraadbeheer te borgen. Zorgverzekeraars hebben bovendien
afspraken gemaakt met groothandels over medefinanciering van de veiligheidsvoorraad.
Tekorten doen zich zowel voor bij geneesmiddelen die door zorgverzekeraars als preferent
middel zijn aangewezen als bij geneesmiddelen waar zorgverzekeraars geen preferentiebeleid
op voeren. Bij een tekort van een preferent aangewezen geneesmiddel nemen zorgverzekeraars
aanvullende maatregelen. Zo kijken zij eerst samen met de fabrikant van het preferente
middel of een alternatief preferent middel kan worden geleverd. Is dit niet mogelijk,
dan wordt gekeken of een andere fabrikant een alternatief middel kan leveren en wijst
de zorgverzekeraar dat tijdelijk aan als preferent. Als geen van de fabrikanten een
alternatief middel beschikbaar heeft, wordt het preferentiebeleid tijdelijk losgelaten.
De leden van de NSC-fractie vragen de Minister hoe preventief gecontroleerd wordt
of zorgverzekeraars hun zorgplicht bij geneesmiddelentekorten of leveringsproblemen
daadwerkelijk nakomen.
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) verwacht van zorgverzekeraars dat zij hun bedrijfsvoering
dusdanig ingericht hebben zodat deze hen maximaal ondersteunt om zo goed mogelijk
te kunnen handelen bijtekorten. Zorgverzekeraars moeten zich inspannen om tekorten
te voorkomen of beheersbaar te houden om onnodige gezondheidsschade te voorkomen.
Wanneer mensen hun geneesmiddelen niet binnen de gestelde normen krijgen vanwege een
geneesmiddeltekort, spreekt de NZa van een tekort. Met normen bedoelen we hier de
geldende behandelrichtlijnen zoals die door het veld zijn opgesteld voor het betreffende
ziektebeeld. In deze situatie kan de zorgplicht in het geding zijn. De NZa doet momenteel
onderzoek naar de geneesmiddeltekorten en de zorgplicht en streeft ernaar dit voor
de zomer af te ronden. De NZa monitort op basis van signalen en eigen onderzoek of
de zorgplicht wordt nageleefd.
De leden van de NSC-fractie vragen de Minister om een overzicht te geven van het aantal
gevallen in 2024 waarbij zorgverzekeraars bij geneesmiddelentekorten of leveringsproblemen
hun zorgplicht niet zijn nagekomen.
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) controleert of zorgverzekeraars zich aan de zorgplicht
houden. Dit doet de NZa door gerichte onderzoeken en acties uit te voeren, geprioriteerd
op basis van beschikbare meldingen, signalen en risicoanalyses. Deze werkwijze genereert
niet het type overzicht waar in deze vraag naar wordt gevraagd. Voor zover mij bekend
is er geen andere bron voor deze informatie.
Zoals hiervoor aangegeven doet de NZa momenteel onderzoek met betrekking tot geneesmiddeltekorten
en de zorgplicht. De NZa streeft ernaar het onderzoek voor de zomer af te ronden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie vragen de Minister of zij, naast de genoemde actie aan
de kant van de handelsvergunninghouders, ook wil kijken naar hoe informatie en signalering
vanuit apothekers kan worden meegenomen bij een tekortenbesluit.
Vanuit de Geneesmiddelenwet zijn handelsvergunninghouders verplicht om tijdig een
melding te doen bij het Meldpunt Geneesmiddelentekorten en -defecten van een verwachte
leveringsonderbreking. In 2024 heeft mijn ambtsvoorganger het OTG opgericht ter ondersteuning
van het Meldpunt. Het OTG heeft als doel om acute tekorten vroegtijdig te signaleren
en waar mogelijk op te lossen. De KNMP is vertegenwoordigd in het OTG, waardoor informatie
van de apothekers wordt meegenomen in de onderzochte maatregelen van het Meldpunt
om het tekort te voorkomen of mitigeren.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister naar de betrokkenheid van patiëntenorganisaties
bij het Operationeel Team Geneesmiddelentekorten. Kan de Minister aangeven op welke
wijze de communicatie naar veldspelers verbeterd kan worden, waarbij expliciet aandacht
is voor communicatie met patiëntenorganisaties?
Op dit moment bestaat het OTG uit een kernteam (met daarin CBG, IGJ, KNMP, LCG en
BG Pharma) en een tweede schil (de overige leden van de Werkgroep Geneesmiddelentekorten).
De Patiëntenfederatie Nederland – die ruim 200 patiëntenorganisaties vertegenwoordigt –
zit in de Werkgroep Geneesmiddelentekorten en daarmee in deze tweede schil. De tweede
schil wordt periodiek op de hoogte gehouden van de voortgang van het OTG. Uit de evaluatie
van het OTG is gebleken dat deze communicatie beter kan. Daarom kijk ik, zoals beschreven
in mijn Voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen van 12 december jl.37, hoe de communicatie van het kernteam OTG naar partijen buiten het kernteam kan worden
verbeterd.
De leden van de D66-fractie vragen naar aanleiding van de brief van het RIVM over
het effect van tekortenbesluiten op beschikbaarheid van geneesmiddelen of ook wordt
gekeken naar andere instrumenten en tijdelijke maatregelen die import versnellen mogelijk
kunnen maken.
Nee, het RIVM kijkt in haar onderzoek (dat zij heeft uitgevoerd in opdracht van de
IGJ) alleen naar het instrument van tekortenbesluiten.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister de tijdlijn bij dit onderzoek te duiden.
Kan de Minister aangeven wanneer de Kamer wordt geïnformeerd over de resultaten van
het onderzoek?
Het RIVM-onderzoek «Tekortenbesluiten en het effect op de beschikbaarheid van geneesmiddelen»,
dat het RIVM deed in opdracht van de IGJ, is inmiddels afgerond. Het onderzoek is
op 20 februari 2025 gepubliceerd38 en als bijlage toegevoegd aan deze beantwoording.
Ik ben blij om te lezen dat het RIVM in haar onderzoek concludeert dat tekortenbesluiten
een positief effect hebben op de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Het blijkt dus
een belangrijk instrument in het oplossen van tekorten wanneer er in Nederland (tijdelijk)
geen alternatieven beschikbaar zijn. Vanwege dit belang voor patiënten heb ik na de
uitspraak van de Raad van State (waardoor er geen tekortenbesluiten meer konden worden
afgegeven) de IGJ een Aanwijzing gegeven en heb ik reparatiewetgeving gemaakt voor
een wettelijke grondslag voor tekortenbesluiten. Mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet
aan te passen en een grondslag te creëren voor het tekortenbesluit is opgenomen in
de Verzamelwet VWS 2024, die recent met uw Kamer is gedeeld39. Daarnaast bereid ik parallel ook de aanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwet
voor.
De leden van de D66-fractie maken zich zorgen om de kwetsbare positie en afhankelijkheid
van derde landen zoals China en India in de toegang tot medicijnen. Deze leden lezen
dat de Minister aan de slag gaat met een kwetsbaarheidsanalyse, maar dat de resultaten
niet openbaar kunnen worden gedeeld met de Kamer. Kan de Minister dit nader motiveren
en aangeven of het wel mogelijk is om deze analyse in beslotenheid te bestuderen?
Tevens vragen de leden of de minsister de Kamer kan informeren over de tijdlijn van
de kwetsbaarheidsanalyse.
Op dit moment lopen er meerdere nationale en Europese onderzoeken waar de kwetsbaarheden
van de productie- en leveringsketens in kaart worden gebracht. Daar waar mogelijk
ondersteun ik deze onderzoeken. Ik zal, na afronding van de onderzoeken, de resultaten
meenemen in mijn beleidsvorming en met uw Kamer delen. Zoals aangegeven kan ik mogelijk
niet alles openbaar met uw Kamer delen in het kader van bedrijfsvertrouwelijke informatie.
Momenteel verken ik of een aanvullende kwetsbaarhedenanalyse nodig en efficiënt is
en hoe dit het beste vormgegeven kan worden. Dat betekent dat ik nog geen opdracht
heb verleend aan een partij en dat ik op dit moment geen zicht heb op de tijdlijn
van een eventueel aanvullende kwetsbaarhedenanalyse.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister om uitgebreid toe te lichten waar het
staat met de voortgang van de kabinetsaanpak risicovolle strategische afhankelijkheden
ten aanzien van medicijnen. Kan de Minister in gaan op de doelstelling en bijbehorende
tijdspaden? Tevens vragen de leden de Minister toe te lichten hoe deze plannen in
lijn liggen met de Critical Medicines Alliance, de samenwerking tussen lidstaten,
industrie en koepels om de beschikbaarheid van medicijnen voor heel Europa te verbeteren.
De kabinetsaanpak van risicovolle strategische afhankelijkheden, waaronder die op
het gebied van geneesmiddelen, is een continu proces op nationaal en Europees vlak.
Voor geneesmiddelen streef ik er naar om deze afhankelijkheden te verminderen zodat
we in Nederland en Europa meer zekerheid creëren over de toeleveringsketens. In Nederland
heb ik hiervoor onder andere de lijst kritieke geneesmiddelen laten opstellen, om
de belangrijkste geneesmiddelen voor de Nederlandse zorg in kaart te brengen. Ook
in Europees verband is een lijst van kritieke geneesmiddelen opgesteld. Ik ben in
gesprek met geneesmiddelenfabrikanten om de knelpunten voor de geneesmiddelenproductie
in Nederland en in Europa in kaart te brengen, vooral voor deze geneesmiddelen.
Parallel daaraan ben ik op Europees gebied actief betrokken bij de Critical Medicines Alliance (CMA), die zich inzet op het versterken van de leveringszekerheid van geneesmiddelen
in Europa door onder meer kwetsbaarheden in de leveringsketens aan te pakken, waardoor
afhankelijkheden worden verminderd. De CMA heeft onlangs, middels een strategisch
rapport, aanbevelingen gegeven aan de lidstaten en de Europese Commissie40. Deze aanbevelingen kunnen meegenomen worden in nationale en Europese plannen om
productie dichtbij huis te stimuleren. Ook zullen deze aanbevelingen input zijn voor
nieuwe Europese wetgeving, zoals de aangekondigde Critical Medicines Act. Op 11 maart is het voorstel voor deze Critical Medicines Act gepubliceerd. Het kabinetstandpunt op de voorgestelde wetgeving wordt uw Kamer via
het gebruikelijke Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC)-proces voorgelegd.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister welke concrete acties zijn ondernomen
voor het versterken van productie dichtbij huis en het aanleggen van active pharmaceutical
ingredient (API) voorraden.
Het versterken van de productie dichtbij huis moet Europees gecoördineerd gebeuren
om efficiënt en effectief te zijn. Ik neem dan ook actief deel aan de Critical Medicines Alliance (CMA), zodat er een gezamenlijk plan binnen de Europese Unie komt voor productie
dichtbij huis. Daarnaast voer ik gesprekken met (koepels van) leveranciers over de
effectiviteit van het aanleggen van API voorraden. Deze gespreksronde loopt nog. Ook
heb ik een subsidie verleend aan projecten om productieketens in Nederland te versterken.
Dit is gedaan in het kader van de Important Projects of Common European Interest
Med4Cure (IPCEI Med4Cure)41. Eén van de projecten zal met behulp van nieuwe productieprocessen generieke geneesmiddelen
weer in Nederland gaan produceren.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister of zij Europa of enkel Nederland bedoelt
met «dichtbij huis».
Met productie dichtbij huis bedoel ik zowel productie in Nederland als in Europa.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister welke maatregelen zij neemt om de productiecapaciteit
van geneesmiddelen op te schalen in geval van calamiteiten, zoals een pandemie.
De mogelijkheid tot opschalen van geneesmiddelenproductie ten tijde van tekorten ben
ik aan het onderzoeken. Ik ben bijvoorbeeld nu in overleg met de meest betrokken partijen
over de effectiviteit van de aanleg van active pharmaceutical ingredient (API) voorraden. Hierin wordt ook opschaling van geneesmiddelenproductie ten tijde
van calamiteiten besproken. Dit zal aanvullend zijn op de rol die de Health Emergency Preparedness and Response Authority (HERA) heeft bij de borging van productiecapaciteit en verdeling van medische producten
in crisissituaties.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister hoe zij ervoor gaat zorgen dat het
analyseren van de effectiviteit van overlegstructuren niet zal leiden tot lange, ineffectieve
analyses en adviesgroepen.
Ik heb gekozen voor een snelle en lichte methode, en heb onlangs in één week vele
partijen laten consulteren. Hen is gevraagd wat er nodig is om het mandaat van de
tafels te versterken, de governance te verhelderen en waar mogelijk de overlegstructuur
te stroomlijnen. Ik ga op korte termijn met partijen in gesprek over de opbrengst
van deze gesprekken, zodat we snel tot een effectievere structuur komen.
De leden van de BBB-fractie vragen de Minister in hoeverre Nederland afhankelijk is
en wordt van andere Europese lidstaten voor de voorraad kritieke geneesmiddelen. Ziet
de Minister het belang om ook binnen Nederland een basale noodvoorraad kritieke geneesmiddelen
aan te houden, onafhankelijk van andere landen?
Er zal altijd een bepaalde mate van afhankelijkheid zijn van andere landen voor de
geneesmiddelen die in Nederland op de markt zijn. Ook voor het aanleggen van voorraden
geldt een zekere mate van afhankelijkheid, omdat deze geneesmiddelen nu eenmaal uit
het buitenland komen. De voorraden zelf worden echter veelal aangelegd binnen Nederland.
Dit geldt nu al voor de reguliere veiligheidsvoorraden van in totaal acht weken (zes
weken bij de handelsvergunninghouders en twee weken bij de groothandel)en de extra
voorraden van essentiële antibiotica en salbutamol aerosolen. Dit zal ook gaan gelden
voor eventuele extra voorraden van geneesmiddelen op de Nederlandse lijst kritieke
geneesmiddelen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister of zij verwacht dat de verschillende
taskforces, regiegroepen en onderzoeksgroepen elkaar op een gegeven moment niet gaan
«bijten» of elkaar in de weg zitten, waardoor de noodzakelijke voortgang op dit dossier
wordt bemoeilijkt.
De verschillende groepen die zich bezig houden met het verbeteren van de beschikbaarheid
van geneesmiddelen hebben in het algemeen duidelijk omschreven taken en werkzaamheden
en een daarbij passende groepssamenstelling. Wel constateer ik dat er hier en daar
sprake is van overlap in werkzaamheden. Ook wordt de overlegdrukte door veldpartijen
als groot ervaren. Ik kijk daarom dit voorjaar hoe dat beter kan, bijvoorbeeld door
bepaalde groepen samen te voegen, door het mandaat te verhelderen en/of door de governance
te versterken. Ik betrek daarbij relevante partijen. Zo verwacht ik ook te voorkomen
dat groepen elkaar in de weg gaan zitten.
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister hoe zij hierin een afweging maakt om
overlap en vertraging te voorkomen.
Ik heb gekozen voor een methode waar binnen een week vele partijen die deelnemen aan
de overlegtafels zijn gevraagd wat er nodig is om het mandaat van de tafels te versterken,
de governance te verhelderen en waar mogelijk de overlegstructuur te stroomlijnen.
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister welke extra stappen zij kan nemen,
naast het faciliteren van gesprekken tussen zorgverzekeraars en apotheken, om het
aantrekkelijk te houden om magistraal te kunnen bereiden.
Er moet voldoende ruimte blijven om magistraal bereiden mogelijk te houden voor de
openbare en ziekenhuisapotheken die dit nog kunnen en willen. Daarbij blijft het uitgangspunt
dat de voorkeur ernaar uitgaat om geneesmiddelen te registreren, omdat deze vooraf
getoetst zijn op onder andere werkzaamheid en veiligheid. Op verzoek van mijn ambtsvoorganger
zijn knelpunten door de apotheken in kaart gebracht. Ik heb recent gesproken met de
zorgverzekeraars over deze ervaren knelpunten. In dit gesprek werd duidelijk dat een
eerste belangrijke vervolgstap is dat de zorgverzekeraars zelf in gesprek gaan met
de beroeps- en brancheorganisaties van (ziekenhuis)apothekers/apotheken om de knelpunten
te duiden. In dat gesprek kunnen gezamenlijk oplossingsrichtingen worden uitgewerkt.
Ik krijg een terugkoppeling van dit gesprek, en ga op basis daarvan bekijken in hoeverre
verdere stappen vanuit het Ministerie van VWS nodig zijn.
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister welke specifieke vraagstukken tijdens
de recente consultatiefase naar boven zijn gekomen die impact kunnen hebben op de
beleidsregel magistraal bereiden.
Het gaat om vraagstukken met betrekking tot de invulling en reikwijdte van het bestaande
beleid voor magistraal bereiden. Zo zijn bijvoorbeeld wisselende signalen ontvangen
over de toepassing in de praktijk van het huidige getalscriterium en de daaraan gekoppelde
aantallen. Het getalscriterium is de concretisering van één van de voorwaarden waaraan
magistrale bereidingen moeten voldoen, namelijk dat deze dienen voor «verstrekking
in het klein» (zie de Kamerbrief van 201942) en hoe dit uitpakt in de praktijk. Deze signalen moeten beter geduid worden. Daarnaast
is er casuïstiek naar boven gekomen waaruit vragen volgen over wanneer sprake is van
een «apotheekbereiding» en een «adequaat geregistreerd alternatief». De antwoorden
op deze vragen hebben impact op hoe het beleid uitpakt in de praktijk.
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister hoe het vervolgtraject voor de beleidsregel
magistraal bereiden eruitziet en binnen welk tijdsbestek de Minister verwacht hierop
voortgang te boeken.
Momenteel ben ik aan het verkennen hoe dit traject vorm te geven. Hierover wil ik
ook in gesprek met de koepels van bereidende apotheken. Ik zal uw Kamer voor de zomer
informeren over de vervolgstappen.
De leden van de CDA-fractie vragen de Minister hoe het staat met de uitvoering van
het tweede deel van de motie van de leden Dijk en Krul, waarin de regering wordt verzocht
een plan uit te werken om de productie van geneesmiddelen zo veel mogelijk in eigen
land of anders Europees te organiseren. Staat dit plan in de wacht gezien het Europese
overleg en kan de Minister hier een uitgebreide reactie op geven?
In de Voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen van 12 december jl.43 licht ik toe dat het, gezien de complexiteit van de productieketens, niet realistisch
is om alle productie van (kritieke) geneesmiddelen in Nederland of zelfs Europa te
laten plaatsvinden. Nederland werkt daarom actief mee aan het initiatief van de Europese
Commissie; de Critical Medicines Alliance (CMA). Via de CMA werk ik aan een gezamenlijk plan van aanpak voor meer productie
in Europa. Het is ook belangrijk te benadrukken dat het herinrichten van geneesmiddelenproductie
in Europa complex is en daarom niet op korte termijn gerealiseerd kan worden.
De CMA heeft onlangs, middels een strategisch rapport, aanbevelingen gegeven aan de
lidstaten en de Europese Commissie. Deze aanbevelingen kunnen meegenomen worden in
de nationale en Europese plannen om productie dichtbij huis te stimuleren. Ook zijn
deze aanbevelingen input voor aangekondigde nieuwe Europese wetgeving, namelijk de
Critical Medicines Act. Aangezien ik actief deelneem aan de CMA om het Nederlands belang te borgen staat
dit plan niet in de wacht, maar is het onderdeel van mijn aanpak in EU verband. Op
11 maart is het voorstel voor deze Critical Medicines Act gepubliceerd. Het kabinetstandpunt op de voorgestelde wetgeving wordt uw Kamer via
het gebruikelijke Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC)-proces voorgelegd.
Daarnaast ben ik zoals gezegd met het bedrijfsleven in gesprek over de knelpunten
voor productie in Nederland en Europa. Zoals in de eerdere genoemde Kamerbrief aangegeven
heb ik hiermee de motie van de leden Dijk (SP) en Krul (CDA) (Kamerstuk 29 477, nr. 871) gestand gedaan.
De leden van de CDA-fractie zien in de brief geen reactie op de motie-Inge van Dijk
over het onderzoeken van alternatieve bekostiging van farmaceutische zorg waarmee
«ontpillen» niet langer wordt ontmoedigd. Hoe wordt deze motie uitgevoerd en wanneer
krijgt de Kamer hier meer over te horen?
Goede apotheekzorg leidt tot optimaal geneesmiddelgebruik en dus ook tot minderen
en stoppen, ofwel, ontpillen bij patiënten bij wie dat mogelijk en nodig is. Ik ben
het met de Kamer eens dat ontpillen niet zou moeten worden ontmoedigd. Daarom wordt
de motie-Inge van Dijk al op verschillende manieren opgepakt. In het kader van het
traject Extramurale Farmaceutische Zorg worden afspraken gemaakt over het verbeteren
van apotheekzorg. Die gaan bijvoorbeeld over kwetsbare patiënten, een groep waarbij
ontpillen veel waarde kan hebben.
Technisch gezien kunnen zorgverzekeraars en apothekers meer afspraken maken over zorg
in hun onderhandelingen. Dat kan via prestaties die gericht zijn op zorg los van een verstrekking, namelijk medicatiebeoordelingen en facultatieve prestaties.44 In dit soort zorgprestaties wordt grondiger naar het (complete) medicijngebruik van
een patiënt gekeken, al dan niet samen met de voorschrijver.
Wat ik zie in de praktijk is dat die losse zorgprestaties amper worden gedeclareerd.
Daarom ga ik op korte termijn in gesprek met de koepels van apothekers en zorgverzekeraars
en andere relevante partijen over het passend inzetten van die facultatieve prestaties
en medicatiebeoordelingen. Ook de motie-Inge van Dijk is daar onderwerp van gesprek,
omdat ik met deze partijen wil verkennen welke ideeën en mogelijkheden zij nog meer
zien om ontpillen te stimuleren. We weten namelijk ook uit het Eindrapport Medicatiegebruik
bij ouderen45 dat er ruimte is om de (inzet van) interventies zoals medicatiebeoordelingen, minderen
en stoppen van medicatie, valpreventie en andere vormen van medicatie-evaluaties te
optimaliseren.
Overigens is het natuurlijk wel zo dat bij iedere verstrekking de apotheker een aantal
zaken checkt. Bijvoorbeeld of mensen het geneesmiddel veilig kunnen gebruiken en of
de dosering en hoeveelheid juist is. Die checks dragen bij aan het voorkomen van onnodig
gebruik en bevorderen veilig gebruik.
Ik verwacht dat het verkennen van de mogelijkheden wel enige tijd in beslag zal nemen.
Ik zal de Kamer daarover in het najaar berichten.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie vragen de Minister hoe zij op de langere termijn omgaat
met de uitspraak van de Raad van State die het verbiedt om schaarse medicijnen uit
het buitenland te importeren.
Zoals ik schreef in mijn eerdere brieven46, 47, zou ik onderzoeken of en hoe de Geneesmiddelenwet aangepast moest worden om de negatieve
gevolgen van de uitspraak van de Raad van State voor patiënten en zorgverleners zoveel
mogelijk te beperken. Mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet aan te passen en een structurele
grondslag te creëren voor het tekortenbesluit is opgenomen in de Verzamelwet VWS 2024,
die recent met uw Kamer is gedeeld48. Daarnaast bereid ik parallel ook de aanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwet
voor.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister hoe de IGJ heeft gereageerd op de oproep
om deze uitspraak niet te handhaven.
Als gevolg van de Aanwijzing die door de Minister aan de IGJ is gegeven, wordt er
door de IGJ niet handhavend opgetreden tegen een overtreding van artikel 40, eerste
of tweede lid van de Geneesmiddelenwet. De IGJ informeert de Minister over kritische
leveringsonderbrekingen die bij het Meldpunt zijn gemeld en niet anderszins kunnen
worden opgevangen dan met een buitenlands alternatief. De Minister stelt vervolgens
vast of het desbetreffende geneesmiddel onder de reikwijdte van de Aanwijzing valt.
Indien betrokken fabrikanten, groothandelaren of apotheekhoudenden voldoen aan de
voorwaarden zoals beschreven in de Aanwijzing, wordt niet handhavend opgetreden door
de IGJ. De IGJ houdt risico-gestuurd toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving
bij invoer van geneesmiddelen uit het buitenland. De IGJ vindt continuïteit van patiëntenzorg
van het grootste belang, waarbij zij nadrukkelijk let op kwaliteit en veiligheid,
zowel van geregistreerde, maar nog meer van ongeregistreerde, geneesmiddelen. Zodra
uw Kamer en de Eerste Kamer het wetsvoorstel voor een grondslag van het tekortenbesluit
hebben behandeld en het in werking is getreden, zal de IGJ weer handhavend optreden
tegen overtredingen van artikel 40, eerste of tweede lid van de Geneesmiddelenwet.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister hoe het staat met het aanpassen van
de Geneesmiddelenwet als onderdeel van de Verzamelwet VWS 2024 om het verbod ongedaan
te maken.
De Verzamelwet VWS 2024, met daarin mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet aan te passen
en een grondslag te creëren voor het tekortenbesluit, is recent met uw Kamer gedeeld49. Daarnaast bereid ik parallel ook de aanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwet
voor.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister wat de invloed van deze uitspraak na
25 februari zal zijn op artsen, die per patiënt moeten beargumenteren dat het medicijn
geïmporteerd moet worden door middel van een artsenverklaring. Hoe verhoudt deze extra
administratieve last zich tot de toenemende werkdruk voor artsen en apothekers en
welke maatregelen neemt de Minister om te voorkomen dat patiënten langer moeten wachten
op medicijnen, wat kan leiden tot ziekenhuisopnames of overlijden?
Om negatieve gevolgen van de uitspraak van de Raad van State over tekortenbesluiten
zoveel mogelijk te voorkomen voor zorgverleners én patiënten, heb ik de IGJ een Aanwijzing
gegeven om niet handhavend op te treden tegen een overtreding van de handelsvergunningsplicht
op grond van de Geneesmiddelenwet in het geval van een tekort. Er zijn mij geen signalen
bekend dat de situatie die de leden van de SP-fractie hierboven beschrijven, waarbij
een arts voor iedere patiënt een levering op artsenverklaring zou moeten aanvragen,
zou hebben plaatsgevonden. Dit heeft dus niet geleid tot een toename in administratieve
lasten voor zorgverleners en ook niet geleid tot het langer moeten wachten op een
medicijn voor patiënten.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister of het haar voornemen is om de beleidsregel
voor het melden van geneesmiddelentekorten enkel te verduidelijken, of ook zodanig
aan te passen dat tekorten eerder gemeld kunnen worden.
De beleidsregel meldplicht tijdelijke leveringsonderbreking betreft een verduidelijking
van de Geneesmiddelenwet en moet handelsvergunninghouders duidelijkere kaders bieden
over wanneer zij leveringsonderbrekingen moeten melden bij het Meldpunt Geneesmiddelentekorten
en -defecten. Zoals beschreven in artikel 49, zevende lid, onderdeel a, van de Geneesmiddelenwet
zijn handelsvergunninghouders nu al verplicht om onverwijld, maar in elk geval twee
maanden voordat het in de handel brengen van een geneesmiddel wordt onderbroken, een
melding te doen bij het Meldpunt. Met andere woorden, tekorten kunnen al vroegtijdig
gemeld worden.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister wanneer de Kamer het onderzoek van de
Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) kan verwachten over de inspanningen van zorgverzekeraars
om geneesmiddelentekorten te voorkomen.
De NZa streeft ernaar het onderzoek voor de zomer af te ronden. Het is niet gebruikelijk
dat de NZa een dergelijk toezichtsonderzoek openbaar maakt. De NZa geeft te zijner
tijd de zorgverzekeraars waarbij het onderzoek heeft plaatsgevonden een terugkoppeling
van het onderzoek. De NZa stelt daarnaast een nieuwsbericht op met daarin in ieder
geval wat haar is opgevallen in haar onderzoek bij de verzekeraars en mogelijk ook
wat zij van andere organisaties dan verzekeraars verwacht om geneesmiddelentekorten
te voorkomen en tekorten beheerst te laten verlopen.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister waarom in slechts 2% van de gevallen
een apotheekbereiding een oplossing bood voor geneesmiddelentekorten.
Dit heeft diverse oorzaken. Of een apotheek wel of niet de (snelste) oplossing kan
zijn voor een tekort hangt af van bijvoorbeeld de opstarttijd van het kunnen bereiden
van het geneesmiddel en de duur van het tekort. Bij een kortdurend tekort kan het
opstarten van de bereiding soms mogelijk te lang duren. Apotheken geven aan dat dit
tijdig inspringen vooral lastig is op het moment dat zij het geneesmiddel niet eerder
hebben gemaakt. Ze missen dan de benodigde expertise of faciliteiten om het specifieke
geneesmiddel te kunnen bereiden. Het is van belang dat de veiligheid daarbij altijd
voldoende geborgd is. Daarnaast speelt de beschikbaarheid van grondstoffen (zoals
de werkzame stof, maar ook hulpstoffen) een rol. Als er sprake is van een tekort aan
de benodigde grondstoffen, kan ook een apotheek het geneesmiddel niet maken.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister met welke regels en normen apotheekbereiders
te maken hebben voor apotheekbereidingen.
Voor magistraal bereiden betreft dit de Geneesmiddelenwet, waarbij een Kamerbrief
uit 2019 duidelijkheid heeft geboden over de definitie «op kleine schaal50». Voor collegiaal doorleveren betreft dit per 1 februari de recent gepubliceerde
beleidsregel collegiaal doorleveren51.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister of zij bereid is om beleid aan te passen
om het percentage magistrale apotheekbereidingen te verhogen.
Mijn inzet is gericht op het (waar mogelijk) voorkomen en beter opvangen van geneesmiddelentekorten.
Hierbij is het uitgangspunt dat de voorkeur ernaar uitgaat om tekorten op te lossen
met geregistreerde geneesmiddelen. Deze geneesmiddelen zijn vooraf getoetst op onder
andere werkzaamheid en veiligheid. Het is niet realistisch om te verwachten dat apotheekbereidingen
alle, of zelfs een groot deel, van de tekorten gaan opvangen. Wel blijf ik graag met
het veld in gesprek over passend beleid en het wegnemen van knelpunten.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister of zij bereid is om knelpunten zoals
niet-kostendekkende tarieven en declaratieonzekerheid op te lossen, en op welke manier.
Tevens vragen de leden de Minister of zij van plan is het gesprek over magistrale
bereidingen zo snel mogelijk te plannen in plaats van «ergens dit jaar».
Ik vind het belangrijk dat er geen onnodige belemmeringen zijn bij de vergoeding van
magistrale bereidingen. Duidelijkheid over declaratie en kostendekkende tarieven zijn
daarbij van groot belang.
Ik heb recent gesproken met de zorgverzekeraars. In dat gesprek werd duidelijk dat
het van belang is dat de zorgverzekeraars en beroeps-en brancheorganisaties van (ziekenhuis)apothekers/apotheken
eerst met elkaar in gesprek gaan om gezamenlijk de signalen te verhelderen en oplossingsrichtingen
uit te werken. Afhankelijk van de uitkomst van dat gesprek ga ik bekijken in hoeverre
verdere stappen vanuit het Ministerie van VWS nodig zijn.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister welke publieke en private partijen betrokken
zijn bij de gesprekken over de beschikbaarheid van geneesmiddelen op de kritieke middelenlijst.
Ik ben voortdurend en in verschillende overlegstructuren in gesprek met veldpartijen
over de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Naar aanleiding van het verschijnen van
de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen52 heb ik het veld gesproken. Ik heb hen gevraagd wat zij denken dat nodig is om de
beschikbaarheid van deze producten te verbeteren en/of te waarborgen. Ook heb ik met
hen gesproken over de mogelijkheden en de rol die deze partijen zelf kunnen spelen
om de beschikbaarheid van deze geneesmiddelen te verbeteren. Deze gesprekken heb ik
gevoerd met (koepels van) zorgpartijen uit de eerste- en tweedelijnszorg en met marktpartijen,
zoals leveranciers en groothandelaren.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister naar de stand van zaken rond de aanleg
van extra medicijnvoorraden.
De groothandels hebben mij geïnformeerd dat de aanleg van de extra voorraden van essentiële
antibiotica inmiddels van start is gegaan. Ik verwacht dat het gewenste streefpeil
van 4 weken extra voorraad in de loop van 2025 bereikt wordt. Voor de salbutamol aerosolen
is op dit moment geen voorraadopbouw mogelijk, omdat deze middelen geïmporteerd worden
uit het buitenland (de tekorten aan salbutamol vallen onder de Aanwijzing). Van geïmporteerde
middelen uit het buitenland is het verboden om voorraad aan te houden. Dit kan dus
ook niet onder de subsidie die ik heb verstrekt. Zodra er weer reguliere aanvoer van
in Nederland geregistreerde producten is, zal de voorraadopbouw van salbutamol aerosolen
van start gaan. Zoals ik uw Kamer heb geschreven53, overweeg ik daarnaast om de voorraad te verhogen voor bepaalde geneesmiddelen op
de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen. Bij deze verkenning zoek ik onder andere
uit voor welke geneesmiddelen dit meerwaarde heeft, hoe groot deze extra voorraad
zou moeten zijn en op welke manier de extra voorraad zou kunnen worden gerealiseerd.
Zoals uw Kamer zal begrijpen, kost deze verkenning tijd. Wanneer ik mijn verkenning
heb afgerond, zal ik uw Kamer vanzelfsprekend over de uitkomst hiervan informeren.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister waarom er tot nu toe alleen extra voorraden
zijn aangelegd voor essentiële antibiotica en salbutamol.
Vooruitlopend op de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen besloot mijn ambtsvoorganger
al om een extra voorraad van essentiële antibiotica en salbutamol aerosolen aan te leggen. Dit is besloten – mede op verzoek van
uw Kamer – omdat van deze middelen ernstige tekorten hadden plaatsgevonden met grote
impact op patiënten, waaronder veel kinderen. De opbouw van deze extra voorraad is
inmiddels gestart. Nu de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen is gepubliceerd,
onderzoek ik of het voor bepaalde groepen geneesmiddelen op die lijst wenselijk is
om een grotere voorraad aan te leggen en op welke wijze dat te doen. Zoals ik hierboven
aangeef loopt de verkenning hiernaar nog.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister of zij bereid is om de algemene voorraadverplichting
voor geneesmiddelen aan te passen, zodat er voor langere tijd een voorraad beschikbaar
is in plaats van alleen voor specifieke geneesmiddelen, zoals beoogd in de motie Dijk
(Kamerstuk 29 477, nr. 872).
Nee, dit ben ik niet bereid. Ik vind het niet kosteneffectief om van álle geneesmiddelen
een nog hogere voorraad aan te leggen dan de verplichting van de veiligheidsvoorraad
van acht weken die nu al geldt. Wel overweeg ik om de voorraad te verhogen voor bepaalde
groepen geneesmiddelen op de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen. Bij deze verkenning
zoek ik onder andere uit voor welke geneesmiddelen dit meerwaarde heeft, hoe groot
deze extra voorraad zou moeten zijn en op welke manier de extra voorraad zou kunnen
worden gerealiseerd.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister of kostenoverwegingen zwaarder wegen
dan het voorkomen van ziekenhuisopnames en sterfgevallen door medicijntekorten.
Nee, kostenoverwegingen wegen niet zwaarder dan het voorkomen van ziekenhuisopnames
en sterfgevallen door medicijntekorten. Ik zoek constant de balans tussen betaalbaarheid,
beschikbaarheid, kwaliteit en duurzaamheid. Het is niet kosteneffectief om van álle
geneesmiddelen een hogere voorraadverplichting op te leggen. Naar schatting zou dit
enkele honderden miljoenen euro’s kosten. Op het moment dat een geneesmiddel tijdelijk
in tekort is, wil dit zeker niet zeggen dat een patiënt hierdoor in het ziekenhuis
moet worden opgenomen, of zelfs komt te overlijden. Met de Nederlandse lijst kritieke
geneesmiddelen heb ik nu juist een overzicht van welke geneesmiddelen belangrijk zijn
voor het Nederlandse zorgveld om goede zorg aan patiënten te kunnen verlenen. Daarom
gebruik ik deze lijst bij mijn verkenning voor welke middelen het wenselijk is een
grotere voorraad aan te gaan leggen.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister of er bij de subsidies voor groothandels
rekening wordt gehouden met de financiële situatie van individuele bedrijven, zodat
er geen (extra) winst wordt gemaakt door grotere voorraden.
Hier wordt rekening mee gehouden. De afrekening van de subsidie vindt plaats op basis
van werkelijk gemaakte kosten voor het aanleggen en aanhouden van de extra voorraad,
waardoor eventuele overcompensatie wordt voorkomen.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister welke concrete maatregelen zij neemt
om meer geneesmiddelen te produceren in Nederland. Tevens vragen de leden de Minister
welke geneesmiddelen door haar inzet nu daadwerkelijk in grotere hoeveelheden of op
een betere manier in Nederland worden geproduceerd. Hoe wordt de aangenomen motie
van de leden Dijk en Krul over de productie van essentiële geneesmiddelen in Nederland
uitgevoerd?
Het versterken van de productieketens in Nederland gebeurt al door bijvoorbeeld subsidies
te verlenen voor innovaties in de productieketen van geneesmiddelen, zoals in het
kader van de Important Projects of Common European Interest Med4Cure (IPCEI Med4Cure) is gebeurd. Eén van de gesubsidieerde projecten zal met behulp van
nieuwe productieprocessen geneesmiddelen in Nederland gaan produceren. Deze geneesmiddelen
worden momenteel alleen nog maar buiten Europa gemaakt.
In de Voortgangsbrief beschikbaarheid geneesmiddelen van 12 december jl.54 licht ik toe dat het, gezien de complexiteit van de productieketens, niet realistisch
is om alle productie van (kritieke) geneesmiddelen in Nederland te laten plaatsvinden.
Ik neem actief deel aan Critical Medicines Alliance (CMA). Eén van de doelen van de CMA is om tot een gezamenlijk plan van aanpak te
komen voor meer productie dichtbij huis. De CMA heeft onlangs, middels een strategisch
rapport55, aanbevelingen gegeven aan de lidstaten en de Europese Commissie. Deze aanbevelingen
kunnen meegenomen worden in de nationale en Europese plannen om productie dichtbij
huis te stimuleren. Ook zijn deze aanbevelingen input voor aangekondigde nieuwe Europese
wetgeving, namelijk de Critical Medicines Act. Zoals in de eerdere genoemde Kamerbrief aangegeven heb ik hiermee de motie van de
leden Dijk (SP) en Krul (CDA) gestand gedaan.
Op 11 maart is het voorstel voor deze Critical Medicines Act gepubliceerd. Het kabinetstandpunt op de voorgestelde wetgeving wordt uw Kamer via
het gebruikelijke Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC)-proces voorgelegd.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister welke aanvullende stappen mogelijk zijn
om het preferentiebeleid sneller aan te passen en geneesmiddelentekorten te voorkomen.
Welke stappen kan de Minister wettelijk zetten?
Het sneller aanpassen van het preferentiebeleid bij (dreigende) tekorten is realiseerbaar
door veldpartijen zelf. De gesprekken hierover lopen al in de Werkgroep Gezonde Nederlandse
Geneesmiddelenmarkt en daarbuiten. In de verschillende werk- en taakgroepen bespreken
we ook andere opties, zoals het verlengen van uitverkooptermijnen.
Zelf ga ik de mogelijkheid onderzoeken om het preferentiebeleid los te laten voor
specifieke groepen producten, bijvoorbeeld toedieningsvormen speciaal voor kinderen,
producten op de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen, of middelen aan de zogenoemde
onderkant van de markt. Hiervoor voer ik nadere analyses uit en onderzoek ik of een
pilot mogelijk is.
De leden van de SP-fractie vragen de Minister waarom zij denkt dat het niet nodig
is om monopolisering van geneesmiddelenproductie te voorkomen.
De verbeteroptie waar de leden van de SP-fractie op lijken te doelen gaat specifiek
over de situatie waarin een monopolie ontstaat doordat alle zorgverzekeraars hetzelfde
product aanwijzen, een situatie die zich beperkt tot enkele tientallen producten per
jaar. Zorgverzekeraars hebben al de ruimte om dergelijke monopolies te voorkomen,
namelijk door tenders dakpansgewijs uit te schrijven.
Onder mijn regie hebben zorgverzekeraars in 2024 met leveranciers afspraken gemaakt
om met ingang van 2025 hun tenders dakpansgewijs uit te schrijven, dus niet allemaal
tegelijk. Leveranciers krijgen zo bij de meeste producten jaarlijks de kans om aangewezen
te worden als preferent en het voorkeursgeneesmiddel te leveren. Met deze afspraak
kunnen zorgverzekeraars en leveranciers voorkomen dat de zorgverzekeraars hetzelfde
middel bij één leverancier inkopen. Overigens zal ook in de toekomst niet altijd te
voorkomen zijn dat zorgverzekeraars allemaal hetzelfde geneesmiddel aanwijzen, aangezien
er soms maar één (of een beperkt aantal) variant(en) van een geneesmiddel op de markt
is.
Aangezien het weinig voorkomt dat alle (of de grote vier) zorgverzekeraars hetzelfde
middel bij één leverancier inkopen, en onderzoek laat zien dat minder fabrikanten
per geneesmiddel niet per definitie bijdraagt aan tekorten, verwacht ik dat verdere
maatregelen om dergelijke monopolies te voorkomen weinig zouden bijdragen.
Daarnaast zet ik in op de diversificatie van de toeleveringsketens zodat er meerdere
aanbieders van geneesmiddelen zijn. Hiermee wordt de leveringszekerheid vergroot.
Dit doe ik onder andere actieve deelname aan de Critical Medicines Alliance (CMA).
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie vragen de Minister of, gezien de aanwijzing aan de IGJ
om niet handhavend op te treden bij een overtreding van de handelsvergunningsplicht,
inmiddels duidelijk is of de Geneesmiddelenwet aangepast moet en kan worden, en of
het lukt om deze wetswijziging in het eerste kwartaal van 2025 bij de Kamer in te
dienen.
Dit is inmiddels duidelijk. Mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet aan te passen en
een grondslag te creëren voor het tekortenbesluit is opgenomen in de Verzamelwet VWS
2024, die recent met uw Kamer is gedeeld56. Daarnaast bereid ik parallel ook de aanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwet
voor.
De leden van de SGP-fractie vragen de Minister welke andere oplossingsrichtingen zij
verkent naast de wijziging van de Geneesmiddelenwet, met name voor de periode tot
deze wetswijziging.
Om de periode tot de wijziging van de Geneesmiddelenwet te overbruggen, heb ik de
IGJ een Aanwijzing gegeven om niet handhavend op te treden tegen een overtreding van
de handelsvergunningsplicht op grond van de Geneesmiddelenwet in het geval van een
tekort.
De leden van de SGP-fractie vragen de Minister wanneer het RIVM-onderzoek naar tekortenbesluiten
en de effecten op de beschikbaarheid van geneesmiddelen wordt afgerond.
Het RIVM-onderzoek «Tekortenbesluiten en het effect op de beschikbaarheid van geneesmiddelen»,
dat het RIVM in opdracht van de IGJ heeft uitgevoerd, is inmiddels afgerond en op
20 februari 2025 gepubliceerd.57
Ik ben blij om te lezen dat het RIVM in haar onderzoek concludeert dat tekortenbesluiten
een positief effect hebben op de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Het blijkt dus
een belangrijk instrument in het oplossen van tekorten wanneer er in Nederland (tijdelijk)
geen alternatieven beschikbaar zijn. Vanwege dit belang voor patiënten heb ik na de
uitspraak van de Raad van State (waardoor er geen tekortenbesluiten meer konden worden
afgegeven) de IGJ een Aanwijzing gegeven en reparatiewetgeving gemaakt voor een wettelijke
grondslag voor tekortenbesluiten. Mijn voorstel om de Geneesmiddelenwet aan te passen
en een grondslag te creëren voor het tekortenbesluit is opgenomen in de Verzamelwet
VWS 2024, die recent met uw Kamer is gedeeld58. Daarnaast bereid ik parallel ook de aanpassing van de Regeling Geneesmiddelenwet
voor.
De leden van de SGP-fractie vragen de Minister hoe zij de inzichten uit andere EU-landen
over parallelimport en -export meeneemt in aanvullende maatregelen om geneesmiddelentekorten
te voorkomen.
Inzichten uit andere landen over parallelimport en -export worden de komende weken
besproken met partijen binnen de Werkgroep Gezonde Nederlandse Geneesmiddelenmarkt.
Deze inzichten neem ik mee in mijn verkenning welke aanvullende maatregelen effectief
en wenselijk zijn om tekorten te voorkomen. Zo verken ik of er afspraken gemaakt kunnen
worden over parallelimport -en export ten tijde van tekorten.
De leden van de SGP-fractie vragen de Minister of parallelhandelaren een rol kunnen
spelen in het verminderen van geneesmiddelentekorten en zo ja, op welke manier.
Parallelimport kan een bijdrage leveren aan de beschikbaarheid van geneesmiddelen.
Tegelijkertijd moet, in het licht van solidariteit, parallelimport niet ten kosten
gaan van de beschikbaarheid van geneesmiddelen in andere landen.
De leden van de SGP-fractie vragen de Minister om toe te lichten in hoeverre de zorgplicht
van zorgverzekeraars zich beperkt tot preferente geneesmiddelen, of dat deze zorgplicht
verder gaat.
De zorgplicht beperkt zich niet tot door zorgverzekeraars als preferent aangewezen
geneesmiddelen. De zorgplicht geldt voor alle (geneesmiddelen)zorg die onder de Zorgverzekeringswet
valt.
De leden van de SGP-fractie vragen de Minister hoe wordt toegezien op de naleving
van de zorgplicht door zorgverzekeraars en of zij hen hierop aanspreekt.
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houdt toezicht op dat zorgverzekeraars (i.e.,
de onder haar toezicht gestelden) zich aan de wettelijke zorgplicht houden. De NZa
toetst of de onder toezicht gestelden aan de gestelde verwachtingen voldoen. Zo niet,
dan kijkt de NZa wat er in haar ogen nodig is om houding of gedrag van de onder toezicht
gestelden te beïnvloeden.
Op dit moment voert de NZa gesprekken met zorgverzekeraars om te bezien welk gedrag
mogelijk aandacht behoeft, en welke minder of niet. Met de zo opgedane kennis zal
de NZa zorgverzekeraars terugkoppelen wat mogelijk anders moet, en zal de NZa de onder
toezicht gestelden tijd geven om te verbeteren waar nodig. Als een onder toezicht
gestelde partij dat niet voor elkaar krijgt, bepaalt de NZa wat passend vervolgtoezicht
is.
Ik zie het als mijn rol als stelselverantwoordelijke om daarnaast ook bestuurlijk
de zorgverzekeraars regelmatig om aandacht te vragen voor de zorgplicht en hun verantwoordelijkheid
daarin.
De leden van de SGP-fractie vragen de Minister of de zorgplicht van zorgverzekeraars
onderdeel zal zijn van de bestuurlijke afspraken die zij wil maken met alle partijen
over de beschikbaarheid van geneesmiddelen.
De zorgplicht is een wettelijke verplichting van zorgverzekeraars en kan dus van zichzelf
geen onderdeel zijn van bestuurlijke afspraken. Het is wel mogelijk dat zorgverzekeraars
zich in het geval van een bestuurlijke afspraak committeren aan bepaalde aanvullende
inspanningen om tekorten te voorkomen of beheersbaar te houden om zo negatieve gevolgen
van tekorten voor patiënten zoveel als mogelijk te voorkomen. Met dergelijke inspanningen
kunnen zorgverzekeraars mede invulling geven aan hun zorgplicht.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
E.M. Sjerp, adjunct-griffier