Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Sneller en Paulusma over de voorbereiding op het vaker opduiken van fentanyl in Nederland
Vragen van de leden Sneller en Paulusma (beiden D66) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de voorbereiding op het vaker opduiken van fentanyl in Nederland (ingezonden 22 oktober 2024).
Antwoord van Staatssecretaris Karremans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
3 december 2024). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 556.
Vraag 1
Bent u bekend met het feit dat fentanyl, een synthetische opioïde, in de Verenigde
Staten de voornaamste doodsoorzaak is voor jongvolwassenen? En dat in de leeftijdscategorie
18–45 jaar ongeveer evenveel mensen aan fentanyl overlijden als aan wapens en auto-ongelukken
bij elkaar opgeteld?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de zorgen van Nationale Drugscommissariaat in België over de opkomst van fentanyl?2 Zo nee, wat is uw inschatting ten aanzien van de kans dat deze drug ook in Nederland
grootschaliger, buiten het medische circuit, zal worden gesignaleerd en gebruikt?
Antwoord 2
Fentanyl is al geruime tijd beschikbaar en zien we zelden voorbijkomen op de Nederlandse
drugsmarkt. Er zijn vooral zorgen om de nieuwe synthetische opioïden. Dit zijn stoffen
afgeleid van fentanyl of de zogeheten nitazenen. Er zijn op dit moment geen signalen
dat deze nieuwe synthetische opioïden voet aan de grond krijgen in Nederland. Desalniettemin
is het belangrijk waakzaam te zijn en houden we de ontwikkelingen nauwlettend in de
gaten.
Vraag 3
Herkent u de signalen uit België dat fentanyl nog niet in pure vorm maar al wel vermengd
met andere drugs opduiken, «omdat criminele organisaties deze drug met andere drugs
vermengen zodat gebruikers sneller verslaafd geraken»?3 Zo nee, waarom niet? Kunt u hier ook recent cijfermatig inzicht in verschaffen?4
Antwoord 3
Ik weet dat dit gebeurt in het buitenland, met name in de VS, maar ook in bijvoorbeeld
Ierland en het Verenigd Koninkrijk. Er zijn geen signalen dat deze praktijk zich in
Nederland voordoet. Via de testservices van het Drugs Informatie en Monitoring Systeem
(DIMS) houden we dit in Nederland in de gaten.
Vraag 4
Herkent u de signalen dat met name gemarginaliseerde groepen, waaronder dak- en thuisloze
verslaafden die crack gebruiken, kwetsbaar zouden kunnen zijn?5 Zo ja, op welke wijze borgt u dat ontwikkelingen in deze moeilijk te bereiken groep
goed gemonitord worden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Deze gebruikersgroep is inderdaad kwetsbaar en is niet de groep die vaak drugs laat
testen. Om die reden gaan getrainde outreach werkers van het DIMS-netwerk het veld
in om monsters te zoeken van drugs die door gemarginaliseerde groepen worden gebruikt.
Ook verzamelt Mainline een keer per jaar in Amsterdam gebruikte spuiten die worden
geanalyseerd op de aanwezigheid van drugsresten. Als er monsters opduiken waar synthetische
opioïden in versneden zijn, zal snel kunnen worden gewaarschuwd.
Vraag 5 en 6
Kunt u een update geven van de inzichten die via het Europese projectStrengthening
health systems’ preparedness to timely and effectively respond to increases in prevalence,
use and harms of Synthetic Opioids (SO-PREP) zijn opgedaan?6
Kunt u uiteenzetten welke (concrete) voorbereidingen in Nederland reeds zijn getroffen
ter voorbereiding? Kunt u voor zover bij u bekend hierin ook lokale initiatieven benoemen?
Antwoord 5 en 6
Het EU-project SO-PREP liep van 2020 tot 2022 in vijf EU-lidstaten (Nederland, België,
Duitsland, Finland en Estland) onder leiding van het Trimbos-instituut. De belangrijkste
bevindingen uit het onderzoek waren dat er op dat moment geen grootschalige verspreiding
van synthetische opioïden in de EU was, maar dat er wel een toename was in de Baltische
regio en Scandinavië. Er werd ook een trend geconstateerd van een grotere aanwezigheid
van synthetische middelen op de gebruikersmarkt in Europa. Waakzaamheid en voorbereidingen
op deze toename zijn geboden. Er is een toolkit ontwikkeld voor de EU-lidstaten met
adviezen gericht op paraatheid en voorbereiding (preparedness). Landen kunnen deze
toolkit gebruiken om een nationaal preparedness plan op te stellen. Een belangrijk
inzicht uit het project is dat landen niet moeten wachten totdat er incidenten plaatsvinden,
maar proactief moeten zijn.
Ik deel dit inzicht, het is belangrijk is om goed voorbereid te zijn op de mogelijke
opkomst van nieuwe synthetische opioïden in ons land. Samen met het Ministerie van
Justitie en Veiligheid (JenV), het Trimbos-instituut en andere deskundigen beraad
ik ons op wat daarvoor nodig is. Het Trimbos-instituut heeft in dat kader opdracht
gekregen om te komen tot een preparedness-scan gericht op voorkoming van schadelijke
effecten van synthetische opioïden, zoals fentanyl (-achtigen) en de nitazenen die
nog vele malen potenter zijn. In deze scan worden de inzichten uit het SO-PREP-project
meegenomen. De voorlopige resultaten van dit onderzoek verwacht ik nog dit jaar. Ook
is recentelijk besloten dat de risicobeoordelingscommissie van het CAM (Coördinatiepunt
Assessment Monitoring nieuwe drugs) regulier expliciete aandacht besteedt aan het
risico van synthetische opioïden, waarbij (internationale) ontwikkelingen worden gevolgd
en signalen worden gedeeld over zowel de gebruikersmarkt als de illegale productie
en handel. Daarnaast is mij bekend dat de gemeente Amsterdam werkt aan een crisisplan
ter voorbereiding op een mogelijke opkomst van sterke synthetische opioïden. Ik volg
dergelijke lokale initiatieven met interesse.
Vraag 7
Deelt u de mening dat het verstandig is om ons goed voor te bereiden op de mogelijkheid
dat fentanyl veelvuldiger in Nederland gaat opduiken?
Antwoord 7
Ja, zoals reeds toegelicht vind ik dit verstandig en ben ik hiermee bezig, ook door
wetgeving. Het is van belang om het aanbod van fentanyl-achtigen (designer fentanyl)
tegen te gaan. Het wetsvoorstel dat ziet op een verbod op specifieke groepen risicovolle
nieuwe psychoactieve stoffen – waaronder de fentanyl-achtigen – maakt dit mogelijk.
Dit wetsvoorstel wordt binnenkort behandeld in de Eerste Kamer.
Vraag 8
Kunt u toelichten welke (infra)structuur, inclusief de organisaties die hierin een
sleutelrol vervullen, in Nederland verantwoordelijk is voor de preventie, voorlichting
en «harm reduction» als dit scenario zich voordoet?
Antwoord 8
Partijen die een belangrijke rol spelen op het gebied van preventie, voorlichting
en harm reduction zijn onder andere het Trimbos-instituut, de instellingen voor verslavingszorg,
gemeenten, GGD-en, Mainline en zorgprofessionals. Door middel van de 32 drugstestlocaties
in Nederland en door de monitoring van incidenten (Monitor Drugs Incidenten), kunnen
we goed volgen welke nieuwe drugs op de gebruikersmarkt verschijnen. Ook voert het
Trimbos-instituut een pilot uit voor het beter bereiken van meer kwetsbare groepen
en het testen van drugs zoals basecoke, heroïne en bepaalde nieuwe psychoactieve stoffen
(NPS) waar mogelijk nieuwe synthetische opioïden in kunnen opduiken. Als er zorgwekkende
ontwikkelingen zijn, wordt ingegrepen. Bijvoorbeeld door het afgeven van een waarschuwing,
een zogenoemde «Red Alert», en door het uitbrengen van nieuwsberichten.
Vraag 9
Hoe beoordeelt u de verhouding tussen het jaarlijks beschikbare publieke budget voor
preventie, verslavingszorg en harm reduction enerzijds en de repressieve aanpak anderzijds
in het licht van de primaire doelstelling van het drugsbeleid? Herkent u dat het om
ongeveer een factor 100 verschil gaat?
Antwoord 9
Het Nederlandse drugsbeleid richt zich zowel op de bescherming van de volksgezondheid
als de aanpak van drugscriminaliteit. Het reduceren van drugsgebruik is een doelstelling
die door het gehele kabinet wordt gedragen. Het doel is het zoveel mogelijk voorkomen,
dan wel beperken van schade voor de gezondheid en voor de omgeving. Het kabinet investeert
in voorlichting, preventie, verslavingszorg en harm reduction, wat maakt dat de gezondheidsproblematiek
als gevolg van drugsgebruik in Nederland – zeker in vergelijking met vele andere landen
-als overwegend beheersbaar of stabiel kan worden beschouwd. Tegelijkertijd blijft
de ambitie hoog om de schadelijke gezondheidsgevolgen door drugsgebruik zoveel mogelijk
te voorkomen en te verminderen.
De drugscriminaliteit ontwricht onze samenleving door liquidaties, explosies in woonwijken,
het ronselen van jongeren, het dumpen van drugsafval en de noodzaak tot beveiliging
van hoeders van de rechtsstaat. Het kabinet werkt hard aan het tegengaan van de georganiseerde
drugscriminaliteit wat vraagt om aanzienlijke investeringen en een lange adem. Het
klopt dus dat het budget voor de bestrijding van de georganiseerde drugscriminaliteit
veel hoger is dan het budget voor de bescherming van de volksgezondheid.
Vraag 10
Waarom kiest u ervoor om deze verhouding nog verder scheef te laten groeien met de
door u aangekondigde bezuinigingen op preventie en harm reduction, en de gelijktijdig
intensivering op de repressieve aanpak?7
Antwoord 10
Het mag duidelijk zijn dat ik deze bezuinigingen allesbehalve toejuich. Het Ministerie
van VWS heeft echter de opdracht om een aanzienlijke bezuiniging te realiseren waardoor
keuzes moeten worden gemaakt. Bij de invulling van de taakstelling heb ik er wel voor
gekozen om subsidies gericht op de gezondheid van bijvoorbeeld jongeren en kinderen
zoveel mogelijk behouden. Wel vraag ik organisaties die vanuit verschillende invalshoeken
vergelijkbaar werk doen, zoals de ondersteuning van gemeenten, meer samen te werken
om dit efficiëntievoordeel te realiseren. Ik ben van mening dat ook met deze bezuiniging
er voldoende budget beschikbaar blijft voor effectieve preventie en harm reduction.
Vraag 11
Kunt u toelichten hoe deze beleidskeuzes zich verhouden tot het streven om evidence
based beleid te maken, oftewel: uit welk onderzoek volgt dat deze verdere scheefgroei
effectief bijdraagt aan de door u beoogde doelstellingen van het drugsbeleid?
Antwoord 11
Zoals aangegeven is mijn standpunt dat er voldoende budget beschikbaar blijft om de
beoogde doelstellingen van het drugsbeleid te behalen.
Vraag 12
Wat is uw reactie in dit kader op de dringende oproep van meer dan 100 organisaties
en experts om «niet af te breken wat er de afgelopen jaren is opgebouwd, om de aangekondigde
bezuinigingen terug te draaien en echt in te zetten op de gezondheid van Nederland»?8
Antwoord 12
Met deze organisaties en experts erken ik het belang van preventie. Ik moet echter
ook een bijdrage leveren aan de kabinetsopgave om de overheidsfinanciën op orde te
houden. Daartoe heb ik pijnlijke keuzes moeten maken door te korten op subsidies.
Bij de invulling van de taakstelling heb ik er voor gekozen om subsidies gericht op
de gezondheid van bijvoorbeeld jongeren en kinderen zoveel mogelijk te behouden. Wel
vraag ik organisaties die vanuit verschillende invalshoeken vergelijkbaar werk doen,
zoals de ondersteuning van gemeenten, meer samen te werken om dit efficiëntievoordeel
te realiseren. In de samenhangende effectieve preventiestrategie zal ik nader ingaan
op mijn ambities die ik met de beschikbare middelen ga vormgeven. Deze strategie zal
ik in het eerste kwartaal van 2025 aan uw Kamer sturen.
Vraag 13
Welke gevolgen heeft het afbouwen van het budget voor Trimbos voor de kennispositie
van het rijk en gemeenten?
Antwoord 13
Het Trimbos-instituut is zowel voor het Rijk als gemeenten een belangrijk wetenschappelijk
kennisinstituut. Voor het Trimbos-instituut is er een beperkte korting die ik in samenspraak
met het instituut ga invullen. De korting is deels te realiseren door betere samenwerking
met andere instellingen die o.a. gemeenten ondersteunen. Voor mij is het bij de verdere
uitwerking van de korting belangrijk dat de kennisfunctie van het Trimbos fier overeind
blijft. De besparing die nu is ingeboekt brengt dit niet in gevaar.
Vraag 14
Deelt u de mening dat het in het licht van de mogelijke opkomst van synthetische opioïden
in Nederland, de überhaupt snel veranderende drugsmarkt en de overlast van personen
met onbegrepen of verward gedrag zeer onverstandig is om de subsidie van Stichting
Mainline, die al sinds 1990 gespecialiseerd zijn in het bevorderen van de gezondheid
van gemarginaliseerde groepen (zoals dak- en thuislozen) die drugs gebruiken en uitstekend
gepositioneerd zijn om ontwikkelingen in deze groepen te signaleren, volledig af te
bouwen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 14
In antwoord op vraag 8 heb ik reeds aangegeven welke partijen een belangrijke rol
spelen mocht er sprake zijn van opkomst van synthetische opioïden. De geleidelijke
bezuiniging van Mainline vanaf 2026 vind ik te verantwoorden. Zo bezie ik de stapsgewijze
afbouw van subsidie aan Mainline in het licht van de verantwoordelijkheid die gemeenten
hebben voor de ondersteuning van de groep verslaafden in hun eigen gemeente en die,
zoals bijvoorbeeld Amsterdam al doet, de expertise van Mainline benutten. Met de creativiteit
en kennis en kunde van Mainline spreek ik de verwachting uit dat Mainline erin slaagt
die verantwoordelijkheid van gemeenten aan te spreken.
Vraag 15
Bent u bereid deze vragen afzonderlijk en uiterlijk voor de behandeling van de ontwerp-begroting
Justitie en Veiligheid te beantwoorden?
Antwoord 15
Helaas is het niet mogelijk gebleken de antwoorden voorafgaand aan de begrotingsbehandeling
van het Ministerie van Justitie en Veiligheid te verzenden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.