Brief regering : Reactie op verzoek commissie over de petitie van Diagned waarin het belang wordt aangestipt van laboratoriumdiagnostiek
31 765 Kwaliteit van zorg
Nr. 910
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 maart 2025
De vaste commissie voor VWS heeft mij verzocht te reageren op de aangeboden petitie
van Diagned, waarin het belang wordt aangestipt van laboratoriumdiagnostiek. In deze brief reageer
ik hierop.
Goede (laboratorium)diagnostiek is onmisbaar voor het kunnen leveren van passende
zorg. Diagnostiek waarvan de effectiviteit is bewezen en waarbij duidelijk is in welke
situatie en bij welke indicatie deze passend is, draagt bij aan de kwaliteit en effectiviteit
van zorg. Daarnaast dient deze diagnostiek goed ingebed te zijn in de zorg rondom
de patiënt, om ervoor te zorgen dat dit ten goede komt van de toegankelijkheid en
betaalbaarheid van zorg. Inhoudelijk onderschrijf ik dus het belang van (laboratorium)diagnostiek.
Laboratoriumdiagnostiek is contextafhankelijk en toepassingen zijn divers. Zo is het
gebruik van diagnostiek in de eerstelijnszorg, die voornamelijk wordt uitgevoerd bij
grote regionale aanbieders, anders dan de diagnostiek in het ziekenhuis, waar in veel
gevallen een laboratorium ter plekke aanwezig is. Ook vinden steeds vaker zogenaamde
point-of-care toepassingen hun weg naar de markt, wat een geleidelijke beweging in
gang zet van uitvoering door specifiek opgeleide professionals in het laboratorium,
naar uitvoering door zorgprofessionals bij de spoedeisende hulp of de huisartsenpraktijk.
In het streven naar passende zorg is het daarom van belang om binnen de context van
deze sectoren te bepalen waar de diagnostiek een plaats zou moeten hebben.
Het kunnen bieden van goede en passende diagnostiek vereist daarbij een sterke samenwerking
in de gehele zorgketen, tussen de uitvoerend laboratoria, ziekenhuizen, huisartsen
en andere zorgverleners en/of aanvragers van diagnostiek. Het is belangrijk om vanuit
de keten ook samen te werken met de producenten van diagnostische oplossingen. Met
inbreng van hun kennis is het beter mogelijk om vraag en aanbod goed af te kunnen
stemmen.
Ik zet mij in om zorg zoveel mogelijk rond de patiënt te organiseren, of het nu gaat
om een bezoek aan de huisarts, een digitaal consult, of de zorg bij een chronische
ziekte. Diagnostiek speelt daarin een belangrijke rol, samen met alle andere onderdelen
binnen de zorg. Ik vind daarom dat je diagnostiek niet apart, maar als integraal onderdeel
van de zorg aan een patiënt moet zien.
Op veel fronten zet ik in op versterking van de samenwerking en betere organisatie
van de zorg. Dat komt tot uiting in de uitvoering van afspraken die met partijen zijn
gemaakt in het integraal zorgakkoord (IZA). Het is aan zorgaanbieders, in samenspraak
met verzekeraars, om de inzet van laboratoriumdiagnostiek te bepalen. Voor nu zie
ik geen aanleiding om verdere mogelijkheden nader te onderzoeken.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. Agema
Indieners
-
Indiener
M. Agema, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport