Brief regering : Publieksmonitor seksueel grensoverschrijdend gedrag
34 843 Seksuele intimidatie en geweld
Nr. 119
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP EN VAN SOCIALE
ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 maart 2025
Seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld is een groot maatschappelijk
probleem. In 2024 waren 1,7 miljoen mensen in Nederland hier slachtoffer van.1 Dit is onacceptabel. Het kabinet is doordrongen van de ernst en urgentie van deze
problematiek en voert daarom het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend
gedrag en seksueel geweld (NAP) uit. Dit programma loopt tot eind 2026.
In het kader van het NAP voeren wij jaarlijks de publieksmonitor seksueel grensoverschrijdend
uit. Het doel van deze monitor is inzicht te krijgen in de (veranderende) houding
van Nederlanders ten opzichte van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Met deze brief
sturen wij u het rapport van de tweemeting.
De monitor is uitgevoerd door Ipsos I&O in opdracht van het Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap. In totaal vulden 2.510 mensen de vragenlijst in. De vragen
gingen over de mate waarin mensen seksueel grensoverschrijdend gedrag herkennen, bespreken
en tegengaan; de ervaring op het werk; het urgentiegevoel bij deze problematiek; en
wie verantwoordelijk zijn voor het aanpakken hiervan. In 2023 en 2024 heeft Ipsos
I&O een soortgelijke peiling gedaan. Dit rapport bevat de resultaten van de meting
van 2025 en laat de verschillen tussen 2025 en de vorige jaren zien.
De drie monitoren laten vergelijkbare resultaten zien. Op een aantal punten zien we
enkele (voorzichtige) bewegingen. Hieronder lichten we een aantal cijfers uit
– Een meerderheid van de respondenten blijft seksueel grensoverschrijdend gedrag als
een groot maatschappelijk probleem zien (55%) dat harder moet worden aangepakt (66%).
– Ook vindt een groot deel dat ze zelf een rol hebben in de aanpak van deze problematiek
(61%).
– Het beeld van wat als seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt gezien blijft grotendeels
stabiel.
– De groep die soms niet meer weet wat wel en niet mag of kan is kleiner geworden (van
51% naar 43%).
– Ongeveer driekwart (73%) van de Nederlanders vindt het belangrijk om na te denken
of het eigen gedrag binnen de grenzen van anderen blijft, maar ruim de helft (55%)
denkt niet na of hun eigen gedrag als grensoverschrijdend wordt gezien.
– Hoewel minder mensen het makkelijk vinden om over dit onderwerp te praten, wordt het
vaker op de werkvloer besproken.
Wij gebruiken de uitkomsten van de monitor om de effecten van het NAP te volgen en
evalueren. Ook helpen ze bij het verder ontwikkelen van publiekscommunicatie en effectief
beleid. De uitkomsten laten zien dat het nodig blijft om te werken aan de aanpak van
seksueel grensoverschrijdend gedrag en geweld. In april informeren wij uw Kamer over
de voortgang van de verschillende activiteiten van het NAP, zoals de activiteiten
gericht op bewustwording, deskundigheidsbevordering, de aanpak van seksueel grensoverschrijdend
gedrag op de werkvloer, de rol van omstanders en het toegankelijker maken van hulpverlening.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M.L.J. Paul
De Staatssecretaris Participatie en Integratie, J.N.J. Nobel
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.L.J. Paul, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid