Brief regering : Reactie op verzoek commissie over over de voortgang van de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel
35 334 Problematiek rondom stikstof en PFAS
33 576
Natuurbeleid
Nr. 357
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 maart 2025
In mijn brief van 14 februari1 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de aanpak van de Ministeriële Commissie Economie
en Natuurherstel. Met deze brief reageer ik op uw verzoek van 12 maart jl. (kenmerk
2025Z04559/2025D10555) om geïnformeerd te worden over de voortgang van deze Ministeriële Commissie (hierna:
MCE&N). Het verzoek om een reactie op de motie van lid Kostić (Kamerstuk 21 501-08, nr. 942) wordt in een separate brief aan de Kamer opgenomen. Deze brief bevat een update
over het proces waarlangs de MCE&N tot besluitvorming komt.
Voortgang MCE&N
In mijn brief van 14 februari heb ik aangekondigd dat het kabinet langs vier sporen
van de MCE&N tot besluitvorming zal komen over een beleidspakket om Nederland van
het slot te halen en perspectief te bieden aan de ondernemers en andere betrokkenen
in de sectoren die geraakt zijn.
Op dit moment wordt gewerkt aan een samenhangend pakket via de vier werksporen. Daarbij
worden drie achtereenvolgende fases doorlopen: een inventarisatiefase, een clusterfase
en daarna een besluitvormingsfase. Momenteel wordt geïnventariseerd welke elementen
onderdeel uit kunnen maken van een samenhangende en geborgde bundel van keuzes en
maatregelen waarmee Nederland weer vooruit kan. Deze fase van inventarisatie gaat
op dit moment richting afronding, waarbij er nog voorstellen door medeoverheden en
maatschappelijke partijen worden meegenomen. De komende weken vindt de verdere clustering
en besluitvorming plaats over die samenhangende, evenwichtige bundel van keuzes en
maatregelen, waarbij ook vormgeving en maatvoering aan de orde zullen zijn.
Spoor 1
Het kabinet vindt het van groot belang dat alle mogelijkheden verkend worden om te
komen tot een ander juridisch kader in brede zin voor zowel het verlenen van vergunningen
als voor het beheersen van stikstof omdat het huidige stelsel tot onzekerheden leidt
voor de rechtszekerheid van burgers, bedrijven en overheden. In spoor 1 wordt gewerkt
aan wat er juridisch kan om vergunningverlening mogelijk te maken. Daarbij wordt zowel
gekeken naar de vraag of een ander systeem van vergunningverlening mogelijkheden biedt,
als naar verbeteringen binnen het huidige systeem. Alle mogelijke routes die een (gedeeltelijke)
oplossing kunnen bieden voor het weer op gang krijgen van de vergunningverlening worden
belopen. Ook wordt in spoor 1 uitgezocht welke kansen er liggen omtrent een houdbaar
alternatief voor de KDW in de wet, de rekenkundige ondergrens, herijking van Natura
2000-gebieden en mogelijke alternatieven voor AERIUS, en mogelijke sectorspecifieke
vragen.
Spoor 2
Binnen spoor 2 brengen we in kaart welke mogelijke maatregelen kunnen bijdragen aan
stikstofreductie, aanpak van overige drukfactoren en natuurherstel. Deze maatregelen
zijn de afgelopen periode over de volle breedte geïnventariseerd. Ook is in dit spoor
aandacht voor de huidige inzet en de effecten. Verder zijn opties in beeld gebracht
voor ondersteunend en flankerend beleid. en is er aandacht voor de uitvoerbaarheid,
kosten, doelbereik, maatregelen voor de korte en lange termijn en maatschappelijke
impact van maatregelen en voor de wisselwerking met andere opgaven, zoals klimaat,
water (KRW) en luchtkwaliteit. Als inzichtelijk is welke maatregelen zijn en zullen
worden getroffen om behoud en verbetering van natuurwaarden in Natura 2000-gebieden
te borgen ontstaat er ook meer ruimte voor toestemmingverlening.
Spoor 3
Spoor 3 gaat over de aanpak en analyse van de impact van de «terugwerkende kracht»
uit de uitspraak van Raad van State. In dit spoor wordt gewerkt aan een impactanalyse
over de gevolgen van de uitspraken van de Raad van State voor de beleidsterreinen
van de ministeries, de impact voor de bevoegd gezagen voor natuurvergunningen en de
gevolgen voor bedrijven en maatschappelijke organisaties. Op basis van de impactanalyse
zullen voorstellen worden gedaan voor een hierbij passende aanpak (samen met mede-overheden).
Spoor 4
Spoor 4 gaat over de inzet richting Brussel en mogelijkheden in EU-wetgeving. In dit
spoor wordt in kaart gebracht welke stappen er mogelijk zijn in Brussel, zowel op
korte als op lange termijn. Momenteel vindt er een brede inventarisatie van knellende
wetgeving plaats. Ook wordt het aanpakken van «nationale koppen» geïdentificeerd,
en wordt er verkend welke mogelijke initiatieven er kunnen zijn ten aanzien van emissie
afkomstig uit buurlanden.
Gesprekken medeoverheden en maatschappelijke partijen
Het kabinet benut in de vier-sporen-aanpak de deskundigheid en ervaringen van medeoverheden
en maatschappelijke partijen, niet alleen vanuit hun kennis en betrokkenheid, maar
ook omdat zij een rol en verantwoordelijkheid hebben in de verdere vormgeving van
de aanpak en de succesvolle uitvoering daarvan. Het kabinet heeft diverse voorstellen
mogen ontvangen met maatregelen die bijdragen aan oplossingen voor de complexe problematiek.
Deze voorstellen betreffen zowel aanpassingen in wet- en regelgeving en vereenvoudiging
van vergunningverlening als maatregelen gericht op emissiereductie en natuurherstel.
De ontvangen voorstellen worden meegenomen in de inventarisatie en clustering van
mogelijke maatregelen en pakketten. Tegelijkertijd voert het kabinet gesprekken met
medeoverheden en diverse branche- en belangenorganisaties om te komen tot pakketten
die zijn getoetst op het interbestuurlijke en maatschappelijk draagvlak en het bieden
van perspectief.
In het kader hiervan heeft inmiddels een eerste ronde van zogenaamde Catshuissessies
plaatsgevonden. Op 5 maart jl. heeft het kabinet overleg gevoerd met een vertegenwoordiging
vanuit provincies, gemeenten en waterschappen (IPO, VNG en UvW). Tijdens deze sessie
is afgesproken dat de decentrale overheden en het Rijk samen blijven werken om de
opgaven effectief aan te pakken. Ook in de uitwerking van de pakketten zullen het
Rijk en de decentrale overheden goed samenwerken. Deze samenwerking heeft tot doel
om tot een aanpak van het kabinet te komen die ertoe leidt dat door de medeoverheden
vergunningverlening kan worden voortgezet.
Op 12 maart vond een tweede sessie plaats met een brede vertegenwoordiging van maatschappelijke
organisaties. Hierbij waren partijen uitgenodigd die het brede spectrum van belangen
vertegenwoordigen, waaronder landbouw, natuurorganisaties, wegen- en woningbouw, industrie,
water- en energiesector. Genodigde organisaties waren Agractie, Biohuis, Bouwend Nederland,
LTO, NAJK, Natuur & Milieu, Natuurmonumenten, NVDE, Vewin en VNO-NCW. Deze bijeenkomst
leidde tot een constructief gesprek over de aanpak van de MCE&N, waarbij er ruimte
was om de voorstellen van deze organisaties te bespreken.
Niet alleen de voorstellen van bovengenoemde organisaties worden zorgvuldig beoordeeld;
ook de plannen van andere organisaties die het kabinet heeft ontvangen, worden betrokken.
Het kabinet waardeert de constructieve opstelling van de verschillende organisaties
ten zeerste. Ook in het vervolgproces zal het kabinet het gesprek met medeoverheden
en maatschappelijke organisaties blijven voortzetten. In april staat een nieuwe ronde
van Catshuissessies gepland.
Voortgang naar Kamer
Het kabinet is in volle vaart bezig en de MCE&N heeft hoge prioriteit van het kabinet.
Ik verwacht uw Kamer zoals toegezegd bij brief van 14 februari jl. dit voorjaar inhoudelijk
te informeren over de verdere aanpak en inzet op dit dossier van de MCE&N. De inzet
is erop gericht dat de eerste contouren van een pakket over alle vier de beschreven
sporen heen tegelijkertijd met de voorjaarsbesluitvorming bekend kan worden gemaakt.
Ik verwacht uw Kamer daarom hierover dit voorjaar te kunnen informeren.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
Indieners
-
Indiener
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur