Brief regering : Evaluaties Commissie Mijnbouwschade
32 849 Mijnbouw
Nr. 267 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 maart 2025
De diepe ondergrond speelt nu en in de toekomst een essentiële rol in de energievoorziening.
Veilig en verantwoord gebruik staat daarbij voorop. Als er desondanks toch schade
ontstaat, is het van belang dat er een adequate, toegankelijke en onafhankelijke schadeafhandeling
is. Dat is één van de belangrijke lessen als gevolg van de aardbevingen door de gaswinning
uit het Groningenveld. Daarom is er, naast het Instituut Mijnbouwschade Groningen
voor het Groningenveld en gasopslagen Norg en Grijpskerk, een landelijke Commissie
Mijnbouwschade (CM) ingesteld.
Sinds 1 juli 2020 neemt de Commissie Mijnbouwschade meldingen van bewoners en kleine
bedrijven in behandeling over mogelijke fysieke schade aan gebouwen door bodembeweging
als gevolg van activiteiten in de diepe ondergrond (hierna: schade door activiteiten
in de diepe ondergrond). De CM ondersteunt schademelders en bedrijven door onafhankelijk
advies te geven over de vraag of er sprake is van schade door activiteiten in de diepe
ondergrond en, zo ja, wat de hoogte van het schadebedrag is dat door het bedrijf aan
de schademelder moet worden vergoed. In artikel 7 van het Instellingsbesluit Commissie
Mijnbouwschade1 is bepaald dat er jaarlijks een evaluatie plaatsvindt van de behandeling van schademeldingen
door de CM.
De evaluaties voor de periodes juli 2021–juni 2022 en juli 2022–juni 2023 zijn uitgevoerd
door onderzoeksbureau Ecorys. Deze evaluaties gaan in op de vraag in hoeverre schademelders
door de landelijke aanpak via de CM ontzorgd zijn en wat het effect hiervan is op
het vertrouwen van bewoners in activiteiten in de diepe ondergrond. In lijn met het
instellingsbesluit en de eerdere evaluatie van de CM2 is aan de onderzoekers gevraagd om decentrale overheden te betrekken. Ook is aan
de onderzoekers gevraagd om, indachtig de motie van het lid Sienot c.s.3, de ervaringen van schademelders mee te nemen. Deze brief gaat in op de belangrijkste
uitkomsten en aanbevelingen uit de evaluaties en beschrijft hoe hier opvolging aan
wordt gegeven. Daarnaast gaat de brief in op de uitbreiding van de landelijke aanpak
naar de andere sectoren: opslag van stoffen in zoutcavernes, geothermie en de voormalige
steenkoolwinning.
Wat gaat er goed?
De onderzoekers concluderen dat het goed is dat er een onafhankelijke commissie is,
die de burgers bij mogelijke schade door activiteiten in de diepe ondergrond bijstaat
en hier een onafhankelijk advies over kan geven. Deze conclusie zien de onderzoekers
onderstreept in de gesprekken met bedrijven en de schademelders: bedrijven en bewoners
waarderen de onafhankelijkheid en de expertise van de CM. Schademelders schatten de
CM als deskundig in en geven aan dat de CM onderzoek gedegen uitvoert en verstand
heeft van de materie. Ook de bedrijven erkennen de expertise van de CM en waarderen
de snelheid en transparantie van de afhandeling. Uit de evaluatie komt verder naar
voren dat bewoners de ervaring hebben dat de CM de procedures helder, relatief snel
en overzichtelijk doorloopt. Deze positieve conclusies van de onderzoekers vormen
een waardevolle bevestiging van de onafhankelijkheid en deskundigheid van de CM.
Binnen de periode van de evaluaties hadden er echter nog geen bevingen plaatsgevonden
die tot het adviseren van een schadevergoeding hebben geleid. De onderzoekers concluderen
dat de CM weliswaar ook meerwaarde heeft als wordt geadviseerd geen vergoeding toe
te kennen, maar dat het niet adviseren van het toekennen van schadevergoedingen ook
doorwerkt in het vertrouwen en de beeldvorming van schademelders in activiteiten in
de diepe ondergrond en de rol van de CM als onafhankelijke partij bij de afhandeling
van schade. In deze context is het goed om te vermelden dat de CM in 2024 voor het
eerst sinds de oprichting heeft geadviseerd vergoedingen toe te kennen, als gevolg
van schade ontstaan door de beving bij het kleine gasveld bij Ekehaar. In 2024 is
in 14 gevallen een schadevergoeding geadviseerd. Het ging bij vrijwel alle gevallen
om al bestaande schade aan woningen die door de bevingen is verergerd. Verder zijn
de aanbevelingen uit de vorige evaluatie4 opgevolgd. Hierbij moet vermeld worden dat het voor de CM gecompliceerd is om meer
duidelijkheid te kunnen bieden bij gevallen waarin de schade is veroorzaakt door andere
oorzaken dan activiteiten in de diepe ondergrond. Dit punt wordt hieronder verder
toegelicht.
Wat zijn verbeterpunten?
De onderzoekers identificeren ook punten van verbetering voor de CM. Deze punten liggen
vooral op het terrein van communicatie. Uit de evaluatie komt naar voren dat schademelders
het soms onduidelijk vinden op basis van welke criteria hun schade wordt beoordeeld.
In het verlengde hiervan constateerden de onderzoekers ook dat een punt van onvrede
bij schademelders is dat zij verwachten dat er een expert bij hen thuis langskomt,
terwijl dit niet altijd het geval is. Daarnaast vinden schademelders het uiteindelijke
rapport van de Commissie lastig te begrijpen.
Bovenstaand onderstreept dat het belangrijk is dat de CM helder is over wat schademelders
kunnen verwachten van de Commissie. Zo is het wenselijk dat de CM open en voldoende
begrijpelijk communiceert over de punten op basis waarvan zij wel of niet over zal
gaan tot het adviseren van een schadevergoeding. In de evaluatie geven de onderzoekers
aan dat de CM op dit punt heeft aangegeven opener te zijn geworden en meer met de
buitenwereld te delen over de wijze van beoordeling en de afwegingen die zij hierbij
maken. Verder is het van belang dat de CM helderheid schept over het feit dat de Commissie
er niet altijd voor zal kiezen om een deskundige in te schakelen om de situatie ter
plaatse te beoordelen, omdat ook een eigen bureau-onderzoek kan volstaan om tot een
advies te komen. Bovenstaande punten zijn met de CM besproken. De CM heeft aangegeven
deze punten uit de evaluatie ter harte te nemen en onderschrijft het belang van heldere
en begrijpelijke communicatie hierover. Wat betreft het leesbaarder maken van de conceptadviezen
heeft de CM dit zelf ook in de evaluatie naar voren gebracht als verbeterpunt. Daarnaast
heb ik dit zelf, zoals toegezegd aan de Tweede Kamer en benoemd in de brief over de
verantwoorde afbouw van gaswinning op land van 6 december 20245, reeds met de CM besproken.
Verder constateerden de onderzoekers ook dat schademelders na een advies tot afwijzing
soms achterblijven met vragen over hoe de scheuren in hun huis zijn ontstaan. Terwijl
ze juist behoefte hebben aan duidelijkheid over de oorzaak van de scheuren in hun
huis. De CM kan hen hier echter niet altijd bij helpen, bijvoorbeeld omdat in sommige
gevallen bureau-onderzoek volstaat om te vast te stellen dat de gemelde schade niet
het gevolg is van activiteiten in de diepe ondergrond. Het is daarom van belang dat
de CM helder toelicht waarom geconstateerde schade volgens haar niet het gevolg is
van activiteiten in de diepe ondergrond en – indien mogelijk – welke andere oorzaak
ten grondslag aan de gemelde schade ligt. Dit draagt bij aan de acceptatie van het
oordeel van de CM door schademelders. Ook dit punt is met de CM besproken en wordt
door de Commissie onderschreven.
Naast punten van verbetering voor de CM op het terrein van communicatie signaleren
de onderzoekers dat de CM in haar werk geconfronteerd wordt met het feit dat schademelders
een groot wantrouwen hebben richting de overheid en partijen die zij hieraan gerelateerd
achten. Dit beeld zien schademelders bevestigd door het – in de jaren die geëvalueerd
zijn – niet adviseren van een financiële vergoeding voor hun schade. De onderzoekers
constateren in de evaluatie over de eerste periode dat de relatie die de CM met de
Rijksoverheid heeft voor wantrouwen bij schademelders zorgt. Tegelijkertijd is tussen
de verschillende evaluaties een voorzichtige verbetering op dit terrein te constateren.
Waar schademelders in de evaluatie over de periode juli 2021–juni 2022 in de gesprekken
aangeven dat zij de CM als deskundig inschatten, maar deze niet als geheel onafhankelijk
zien, merken de onderzoekers in de evaluatie over de periode juli 2022–juni 2023 op
dat de meeste schademelders van mening zijn dat de Commissie onafhankelijk opereert
en onderzoekt. Het is positief dat tekenen van het verder opbouwen van vertrouwen
door de CM zichtbaar zijn, tegelijkertijd is het belangrijk dat de CM zich voortdurend
inzet om dit vertrouwen verder te versterken. Vertrouwen bij burgers is en blijft
een belangrijk aandachtspunt dat essentieel is voor het werk van de CM.
Daarnaast bevelen de onderzoekers aan om de terugkijktermijn van twaalf maanden6 bij een beving van de CM te heroverwegen. Deze terugkijktermijn stuit volgens de
onderzoekers op veel onbegrip bij schademelders, omdat zij bijvoorbeeld de schade
pas recent hebben ontdekt terwijl deze er al langer zit, of dat zij zich hier niet
bewust van waren bij het indienen van de schademelding. In haar jaarverslag over 2023,
dat de CM op haar website7 gepubliceerd heeft, heeft de CM zelf ook aangegeven het lastig uit te leggen te vinden
richting een schademelder dat, als een melding meer dan twaalf maanden na de beving
ingediend wordt, deze in beginsel te laat is, en de betreffende burger alsnog een
procedure bij de burgerlijke rechter zou moeten voeren. Dit mede omdat het naar het
oordeel van de CM ook buiten de twaalf maanden periode mogelijk is om te beoordelen
of schade is veroorzaakt door activiteiten in de diepe ondergrond. Om de terugkijktermijn
van twaalf maanden aan te passen is een wijziging van het instellingsbesluit van de
CM nodig. Deze wijziging dient ook ter instemming voorgelegd te worden aan de bedrijven
die zich gecommitteerd hebben aan het opvolgen van de adviezen van de CM. Bovenstaande
aanbeveling en het signaal vanuit de CM zijn voldoende aanleiding om verder het gesprek
met de bedrijven te voeren over het verruimen van de terugkijktermijn.
Uitbreiding CM naar andere sectoren
Zoals eerder gemeld is het streven om de landelijke aanpak voor de afhandeling van
schade door activiteiten in de diepe ondergrond door de CM uit te breiden naar andere
sectoren.
In februari 2025 is met de bedrijven Nobian, Energiestock en Gasunie, die actief zijn
op het gebied van de opslag van stoffen (bijvoorbeeld aardgas en later waterstof)
in zoutcavernes overeenstemming bereikt over het uitbreiden van de landelijke aanpak
naar deze sector. Vanaf 15 maart 2025 kunnen woningeigenaren en kleine bedrijven die
mogelijk schade hebben als gevolg van de opslag van stoffen in zoutcavernes hier melding
van doen bij de CM.8
Met betrekking tot de schadeafhandeling bij geothermie lopen de gesprekken om ook
dit onder te brengen bij de CM al langer. Deze gesprekken bleken gecompliceerder dan
voorzien. Recent is besloten om eerst met een kopgroep van geothermieoperators overeenstemming
te bereiken over een schadeprotocol. Het streven is om dit op de kortst mogelijke
termijn te realiseren zodat ook woningeigenaren en kleine bedrijven die mogelijk schade
hebben als gevolg van geothermie zich kunnen melden bij de CM.
Op 31 januari heeft het kabinet de Tweede Kamer per brief9 geïnformeerd over de stand van zaken aangaande de afhandeling schade door de voormalige
steenkoolwinning in Zuid-Limburg. De CM is zich aan het voorbereiden op de advisering
omtrent deze schadeafhandeling die uiterlijk eind 2025 van start zal gaan. In de komende
maanden wordt een pilot uitgevoerd met 10 casussen van mogelijke schade door de voormalige
steenkoolwinning. Daarmee bekijkt de CM onder meer hoe het uitgangspunt voldoende
aannemelijkheid in de praktijk werkt. Gedurende het jaar zal de Limburg Kamer van
de CM worden uitgebreid met twee nieuwe leden.
Tot slot
De evaluaties bevestigen dat de CM van grote waarde is bij de onafhankelijke afhandeling
van schade door activiteiten in de diepe ondergrond. Het is positief dat eerdere aanbevelingen
zijn opgevolgd en dat de CM steeds meer als onafhankelijk wordt gezien. Tegelijkertijd
blijven er verbeterpunten, vooral op het gebied van communicatie. Het kabinet acht
het van belang dat de CM hierin verdere stappen zet en zo veel als mogelijk helderheid
biedt over beoordelingscriteria en schadeoorzaken. Dit om te zorgen dat verwachtingen
bij schademelders realistisch blijven en onterechte verwachtingen worden voorkomen.
De CM heeft toegezegd hiermee aan de slag te gaan. Binnenkort starten de jaarlijkse
evaluaties opnieuw. Daarbij zal specifiek worden gekeken in hoeverre de CM opvolging
heeft gegeven aan de aanbevelingen en hoe zij is omgegaan met de eerste schadegevallen
in Ekehaar. Ook de uitbreiding van de landelijke aanpak naar andere sectoren zal in
toekomstige evaluaties worden meegenomen. Het kabinet zal de Tweede Kamer uiterlijk
in maart 2026 informeren over de evaluaties over de periodes juli 2023–juni 2024 en
juli 2024–juni 2025.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.T.M. Hermans
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei