Brief regering : Reactie op verzoek commissie over door de gemeenteraden aangenomen moties van de gemeenten Castricum, Heiloo en Uitgeest met betrekking tot de aanpak van vlieghinder door Schiphol
29 665 Evaluatie Schipholbeleid
Nr. 537
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 maart 2025
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft de door de gemeenteraden
aangenomen moties van de gemeenten Castricum, Heiloo en Uitgeest met betrekking tot
de aanpak van vlieghinder door Schiphol ontvangen. De commissie verzocht de Minister
van Infrastructuur en Waterstaat naar aanleiding van de procedurevergadering van 5 februari
2025 om een reactie op deze moties te ontvangen. Door middel van deze brief ontvangt
u deze reactie.
De moties
In de drie moties wordt de RBV-rechtszaak, het vonnis van de rechtbank Den Haag op
20 maart 2024 in deze zaak en het hoger beroep dat de Staat heeft aangetekend tegen
het vonnis aangehaald. Ook wordt een RIVM-onderzoek aangehaald waaruit blijkt dat
inwoners van de gemeenten aanzienlijke overlast en negatieve gezondheids- en welzijnseffecten
van vliegverkeer ondervinden, zowel overdag als in de nacht.
In de moties wordt onder andere overwogen dat Nederland een rechtsstaat is waarin
ook de regering en haar instanties zich dienen te houden aan rechterlijke uitspraken.
En dat de rechtbank de Staat heeft opgeroepen om effectief te handhaven op geluidsgrenzen
en de belangen van omwonenden serieus te nemen.
Vervolgens worden in de moties de drie colleges onder andere verzocht om de Minister
van Infrastructuur en Waterstaat dringend te verzoeken om de uitspraak van de rechtbank
van 20 maart 2024 direct en onverkort uit te voeren. Bovendien wordt de colleges verzocht
om binnen de Bestuurlijke Regie Schiphol (BRS) een proactieve rol aan te nemen bij
het bepleiten van een substantiële vermindering van de hinder van vliegverkeer, conform
de wettelijke en rechterlijke kaders.
Verder wordt het college van Heiloo bij motie verzocht te benadrukken dat de belangen
van de inwoners van Heiloo en omgeving in het Schipholdossier ook vertegenwoordigd
worden door de stichting Recht op Bescherming tegen Vliegtuighinder (RBV). Het college
van Uitgeest wordt verzocht te benadrukken dat de gemeenteraad de juridische procedure
van de Stichting onderschrijft en de raad verder ook contacten onderhoudt met de vertegenwoordiger
van de MRS.
Reactie
Het kabinet zet zich – conform het Regeerprogramma (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96) – in voor het op orde brengen van de rechtsbescherming van omwonenden met oog voor
geluidhinder en met behoud van de netwerkkwaliteit van Schiphol. Het kabinet wil de
rechtspositie van omwonenden van Schiphol zo snel mogelijk herstellen en het aantal
geluidgehinderden met 20% terugdringen. Hiervoor loopt op dit moment de Europese balanced
approach-procedure voor de eerste 15% en de resultaten worden in het luchthavenverkeerbesluit
(LVB) vastgelegd. Dit is volgens het kabinet ook nodig om te voldoen aan de uitspraak
van de rechter in de RBV-rechtszaak.
Het vorige kabinet heeft op 24 mei 2024 om redenen van uitvoerbaarheid (vonnis is
niet uitvoerbaar binnen 12 maanden) en de «mogelijk» juridische klem met een uitspraak
van de Hoge Raad besloten hoger beroep in te stellen en een verzoek te doen om schorsing
van het vonnis. Dit is destijds ook aan uw Kamer gemeld1. Dit hoger beroep is op 17 juni 2024 ingesteld. De juridische klem bestaat omdat
de Hoge Raad op 12 juli 2024 heeft geoordeeld dat pas na het doorlopen van de balanced
approach-procedure het anticiperend handhaven (gedogen) mag worden beëindigd, terwijl
de rechtbank in het RBV-vonnis heeft geoordeeld dat die procedure niet nodig is. De
uitspraken zijn op dit onderdeel tegenstrijdig.
Het Gerechtshof Den Haag heeft op 12 december 2024 het schorsingsverzoek van de Staat
en het verzoek tot tussenkomst/voeging van diverse luchtmaatschappijen, IATA, A4A
en Schiphol behandeld. Op 25 februari 2025 heeft het gerechtshof het schorsingsverzoek
van de Staat afgewezen. Dit omdat de Staat naar het oordeel van het hof hier geen
belang meer bij heeft door de toezegging van RBV dat zij gedurende de hoger beroepsprocedure
niet op uitvoering van het vonnis zal aandringen. Daarnaast heeft het hof toegestaan
dat luchtvaartmaatschappijen, A4A, IATA en Schiphol «tussen mogen komen» in de hoger
beroepsprocedure. Dat wil zeggen dat deze partijen zelfstandig deel mogen nemen aan
de hoger beroepsprocedure.
Ondertussen blijft het Ministerie van IenW doorwerken aan het beëindigen van de gedoogsituatie
(anticiperend handhaven) rond Schiphol. Dit gebeurt in het kader van het herstellen
van de rechtspositie van omwonenden. Daarnaast werkt het ministerie aan het afronden
van de balanced approach-procedure2, die is gericht op het verbeteren van de geluidssituatie rondom de luchthaven en
het verminderen van hinder. De resultaten hiervan worden vastgelegd in de wijziging
van het LVB. Hierin krijgt ook de rechtsbescherming voor individuen in de ruimere
omgeving van de luchthaven een plek, onder andere door het toevoegen van meer handhavingspunten
voor geluid in de ruimere omgeving van de luchthaven. Hiermee geeft het kabinet invulling
aan de twee bevelen die de rechter de Staat in het vonnis van de RBV-zaak opdraagt.
Een algehele wijziging van het LVB zal niet tijdig gereed zijn om per november 2025
het maximumaantal vliegtuigbewegingen dat volgt uit de balanced approach-procedure
vast te leggen. Het kabinet wil echter onverkort vasthouden aan deze datum voor de
inwerkingtreding van het volledige maatregelenpakket. Daarom wordt parallel aan de
algehele LVB-wijziging een versnelde wijziging van het LVB opgesteld. Op dinsdag 18 februari
2025 heeft het kabinet hiervoor een zienswijzenprocedure gestart. Hierin is het maximumaantal
vliegtuigbewegingen voortvloeiend uit de notificatie van de balanced approach-procedure
opgenomen (478.000, waarvan 27.000 in de nacht). Inmiddels is het versnelde LVB voorgehangen
bij beide Kamers3.
Met deze acties geeft het kabinet opvolging aan de RBV-uitspraak en worden de belangen
van omwonenden serieus genomen. Via de Bestuurlijke Regie Schiphol (BRS) blijf ik
graag met de bestuurlijke partijen in de regio Schiphol in gesprek over het beleid
en de daaruit voortvloeiende besluiten.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
B. Madlener
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
B. Madlener, minister van Infrastructuur en Waterstaat