Brief regering : Uitkomst onderzoek Regioplan vestigingskeuze kennismigranten
30 573 Migratiebeleid
Nr. 222 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 december 2024
Op 5 september heeft het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC)
het Regioplan-rapport van het onderzoek naar de vestigingskeuze van kennismigranten
gepubliceerd. Wij danken de onderzoekers voor dit onderzoek. Mede namens de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Economische Zaken bied ik
uw Kamer de beleidsreactie aan, alsmede het rapport in de bijlage.
Zoals het regeerprogramma benadrukt is kennismigratie van essentieel belang voor de
kenniseconomie, innovatiekracht en het vestigingsklimaat in Nederland. De omvang moet
echter in verhouding staan tot wat gemeenten, onderwijs, zorg, de woningmarkt en andere
voorzieningen kunnen dragen. Het kabinet streeft ernaar om de komst van internationaal
talent dat een bijdrage levert aan het innovatief vermogen te blijven faciliteren.
Tegelijkertijd is het nodig om het beleid toe te spitsen op kennismigranten die echt
nodig zijn voor de Nederlandse kenniseconomie en om misbruik tegen te gaan. Daarnaast
blijft het kabinet ongewenste kennis- en technologieoverdracht onverminderd tegengaan.
In §1 neem ik u mee in de resultaten die uit het onderzoek voortvloeien en §2 geeft
een overzicht van de aanbevelingen van de onderzoekers. Paragraaf 3 beschrijft of
en hoe de aanbevelingen worden uitgewerkt.
§1. Resultaten onderzoek
Om de Nederlandse kenniseconomie, innovatiekracht en het vestigingsklimaat te kunnen
versterken en het beleid hieromtrent goed te kunnen vormgeven is kennis over de (doorslaggevende)
factoren die de vestigingskeuze van kenniswerkers bepalen, inclusief het Nederlandse
beleid, van belang. Eerder onderzoek heeft een breed scala aan factoren belicht die
de vestigingskeuze van kenniswerkers beïnvloeden. In het onderzoek van Regioplan wordt
gekeken naar de samenhang tussen verschillende factoren en de mate waarin de verschillende
factoren meewegen.
De methodologische benadering van het onderzoek kent beperkingen: zo is het aantal
geïnterviewde personen beperkt, werkt de methode waarop deze personen geselecteerd
zijn mogelijk een bias in de hand en er is beperkt inzicht op de karakteristieken
van de geïnterviewde personen (wat is bijvoorbeeld het land van herkomst?). Desondanks
bevestigen en onderbouwen de resultaten het bestaande beeld.
Volgens de onderzoekers spelen voornamelijk I) professionele en economische factoren,
II) sociale factoren en III) cultureel-maatschappelijke factoren een belangrijke rol,
of een obstakel, bij het vormen van de vestigingskeuze. Het gaat dan specifiek om
de keuze voor een EU-bestemmingsland en/of de specifieke keuze voor Nederland als
bestemmingsland en de factoren die de blijfkans vergroten.
I): Wat betreft de professionele en economische factoren blijkt uit het onderzoek dat
persoonlijke carrièremogelijkheden van groot belang zijn voor de vestigingskeuze.
De aantrekkelijkheid van de werkgever, de hoogte van het inkomen, de mogelijkheden
tot het zetten van carrièrestappen en loopbaanmogelijkheden van gezinsleden blijken
belangrijke elementen voor kenniswerkers om zich in een land te vestigen. Uit gehouden
interviews blijkt dat Nederland daarom een aantrekkelijk land is, maar hierin niet
uniek is (dit geldt voor de EU in algemene zin).
II): Voor wat betreft sociale factoren kan worden geconcludeerd dat deze factoren, in tegenstelling
tot eerder onderzoek, een grote rol spelen in de keuze van kenniswerkers. De sociale
factoren, zoals de aanwezigheid van andere kenniswerkers of de mogelijkheid tot het
opbouwen van een sociaal netwerk, vormen aanleiding voor kenniswerkers om zich te
verdiepen in onder meer Nederland als realistische vestigingsoptie. Sociale factoren
wegen relatief zwaar als het gaat om de keuze om in een land te blijven.
III): Uit het onderzoek blijkt dat verschillende cultureel-maatschappelijke factoren van
belang zijn voor kenniswerkers, maar niet alle factoren van toepassing zijn bij ieders
keuze. Een factor die wel altijd een rol speelt bij de vestigingskeuze is de reputatie
van Nederland als een veilig en tolerant land met een cultuur van gelijkwaardigheid.
Ook bevestigt het onderzoek hoe belangrijk het voor kenniswerkers is dat Engels als
voertaal kan worden gebruikt in Nederland, de Nederlandse taal wordt namelijk als
drempel ervaren om nauwe sociale banden in Nederland te vormen. Tenslotte blijkt ook
dat barrières bij huisvesting voor velen een van de grootste twijfels veroorzaken
om voor Nederland als vestigingsland te kiezen.
Uit het onderzoek blijkt dat de 30%-regeling door kennismigranten als aantrekkelijke
regeling wordt gezien. Deze regeling blijkt eerder een reden te zijn om in Nederland
te blijven dan om in eerste instantie naar Nederland te komen. Daarnaast wegen, bijvoorbeeld,
de mogelijkheid om relatief gemakkelijk een partner mee te nemen naar Nederland, de
aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden in Nederland en het gemakkelijk verkrijgen van een
hypotheek ook mee in de vestigingskeuze.
Voor zelfstandige ondernemers en start-ups blijkt dat toegang tot talent, toegang
tot kapitaal en toegang tot de (internationale) markt kenmerken zijn van het ondernemersklimaat
die de aantrekkelijkheid van een land of regio vergroten. De respondenten die naar
Nederland zijn gekomen als zelfstandig ondernemer of start-up eigenaar benoemen de
ondernemerscultuur als een aantrekkelijk aspect van Nederland en men ziet Nederland
dan ook als een land waar een groot kennisnetwerk is met veel ruimte en kansen voor
ondernemers en een land dat start-ups expliciet faciliteert.
§2. Conclusie onderzoek
Het onderzoek concludeert dat een samenhang van verschillende, bovengenoemde factoren
een rol spelen in de vestigingskeuze en de keuze voor Nederland. De keuze voor een
vestigingsland blijft complex, maar de belangrijkste beweegredenen voor de keuze voor
Nederland als vestigingsland zijn de loopbaanmogelijkheden en kennisinfrastructuur,
de financiële overwegingen en de kwaliteit van het leefklimaat (veiligheid, cultuur,
manier van leven). Nederland wordt, gebaseerd op de gesprekken met respondenten, als
aantrekkelijk vestigingsland gezien. Ons land biedt talloze mogelijkheden om je op
professioneel vlak te ontwikkelen en is een koploper in een aantal sleutelsectoren
in de kenniseconomie, of vrede en recht.
Er blijft volgens het onderzoek ook ruimte voor verbetering in hoe Nederland de aanwezigheid
en kwaliteit van verschillende factoren verder kan bevorderen Onder kenniswerkers
is behoefte aan structurele ondersteuning bij het leven in Nederland, bijvoorbeeld
als het gaat om huisvesting, het leren van de Nederlandse taal of nauwe sociale banden
opbouwen met de lokale bevolking. Met name huisvesting is het grootste struikelblok.
Verder concluderen de onderzoekers dat Nederland vooral winst kan boeken door in te
zetten op branding. Het onderzoek concludeert dat Nederland voor kenniswerkers een aantrekkelijk vestigingsland
is maar dat de manier waarop Nederland in het vizier komt van deze kenniswerkers vaak
per toeval verloopt. Op basis van de gesprekken met de respondenten blijkt Nederland
niet heel bekend te staan als een sterke kennisbestemming, met uitzondering van zeer
specifieke sectoren.
§3. Opvolging
Zoals in de inleiding van deze brief aangegeven, benadrukt het regeerprogramma het
essentieel belang van kennismigratie voor de kenniseconomie, innovatiekracht en het
vestigingsklimaat in Nederland. Het kabinet streeft ernaar om de komst van internationaal
talent dat een bijdrage levert aan het innovatief vermogen te blijven faciliteren.
Tegelijkertijd moet kennismigratie in verhouding staan tot de beschikbare publieke
voorzieningen, waaronder zorg, onderwijs en huisvesting.
Het kabinet onderzoekt in dat kader ook de effectiviteit en uitvoerbaarheid van verschillende
varianten om de eisen van de kennismigrantenregeling te verhogen of aan te scherpen.
Het doel hiervan is dat het kabinet gerichter kennismigranten kan aantrekken. De resultaten
van dit onderzoek zullen voor zover relevant en mogelijk hierin worden meegenomen.
Wat betreft de 30%-regeling, uit de recent verschenen evaluatie van SEO Economisch
Onderzoek bleek dat de 30%-regeling doeltreffend en doelmatig is1. In de brief «Kabinetsreactie evaluaties fiscale regelingen» van 17 oktober jl.2 en in het Belastingplan 2025 is vermeld dat de versobering van de zogenoemde expatregeling
(30-20-10-regeling) daarom deels wordt hersteld3.
Tot slot voert het kabinet een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) arbeidsmigratie
uit met als doel het beantwoorden van de vraag «hoe kan Nederland de grip op de omvang,
samenstelling en omstandigheden van arbeidsmigratie vergroten, en wat zijn hiervan
de economische en maatschappelijke gevolgen?» Het IBO presenteert verder concrete
beleidsopties.
Uw Kamer zal voor de zomer 2025 nader worden geïnformeerd over (de voortgang van)
de uitwerking van het regeerprogramma tot concrete (beleids)maatregelen op het gebied
van kennismigratie.
De Minister van Asiel en Migratie, M.H.M. Faber-van de Klashorst
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.H.M. Faber-van de Klashorst, minister van Asiel en Migratie