Brief regering : Opvolging moties en toezeggingen wetgevingsoverleg Cultuur
36 600 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025
Nr. 154
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2024
Hierbij informeer ik u over de uitvoering van twee moties, aangenomen tijdens het
wetgevingsoverleg Cultuur dd. 11 november 2024. Tevens benut ik deze brief voor de
opvolging van een aantal toezeggingen.
Motie onderzoeken geografische spreiding cultuursubsidies
Uw Kamer heeft een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht te onderzoeken
waarom geografische spreiding van cultuursubsidies achterblijft.1 Ik deel het belang van een toegankelijk cultuuraanbod in elke regio, waarbij oog
is voor de regionale en lokale situatie. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd
voor Rijk, provincies en gemeenten. Zij dragen gezamenlijk zorg voor een gezonde culturele
infrastructuur. In de voorbereiding van de volgende subsidieperiode zal ik dan ook
een analyse van de geografische spreiding van cultuursubsidies uitvoeren, waarbij
ik zowel naar het aandeel van het Rijk als het totale beeld zal kijken. De uitkomsten
van deze analyse neem ik mee in de voorbereiding van de volgende subsidieperiode.
Uw Kamer wordt voor het eind van 2025 geïnformeerd over het vervolg.
Motie onderzoek effecten stapeling armere gemeenten en lagere inkomens
Uw Kamer heeft een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht een onderzoek
te doen naar de effecten van de stapeling van maatregelen op kunst en cultuur voor
armere gemeenten en lagere inkomens.2 Ik ben aan het onderzoeken hoe ik uitvoering kan geven aan deze motie. Ik zal uw
Kamer hier begin 2025 over informeren.
Impuls verbreding en vernieuwing
Bij het wetgevingsoverleg Cultuur heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over het
vervolg van de tijdelijke impuls voor de culturele infrastructuur in zes provincies
waar die extra kwetsbaar is.3 Ik heb besloten deze impuls te verlengen in de komende subsidieperiode. Dat betekent
dat ik in de periode 2025–2028 € 2 mln. per jaar beschikbaar stel aan de provincies
Drenthe, Flevoland, Fryslân, Limburg, Overijssel en Zeeland om de regionale culturele
infrastructuur te versterken en te ondersteunen. De zes provincies ontvangen elk een
zesde deel van de impuls. De middelen worden als decentralisatie-uitkering via het
Provinciefonds ter beschikking gesteld aan deze provincies (onder voorbehoud van goedkeuring
van de fondsbeheerders bij voorjaarsloket).
Internationale toeslag ITA
Bij het wetgevingsoverleg Cultuur heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over de
toeslag voor internationale excellentie voor ITA.4 In lijn met het advies van de Raad voor Cultuur5 ben ik voornemens ITA een bedrag van € 354.832 per jaar toe te kennen gedurende de
periode 2025–2028 voor de uitvoering van haar internationale activiteiten.
Provinciale musea basisinfrastructuur 2025–2028
Op 17 september 2024 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van de besluitvorming
over de culturele basisinfrastructuur 2025–2028.6 Twee regionale musea kregen een negatief advies van de Raad voor Cultuur. In het
belang van de regiofunctie heb ik de twee betreffende provincies in de gelegenheid
gesteld een hernieuwde voordracht te doen. De Raad voor Cultuur heeft mij nu geadviseerd
de twee nieuwe aanvragen te honoreren.7 Hierbij informeer ik u dat ik voornemens ben dit advies te volgen.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
E.E.W. Bruins
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E.E.W. Bruins, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap