Brief regering : Evaluatie lage tarief in de vennootschapsbelasting en invoeringstoets
32 140 Herziening Belastingstelsel
Nr. 220
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 december 2024
Hierbij stuur ik u, mede namens de Minister van Economische Zaken, het evaluatierapport
van het lage tarief in de vennootschapsbelasting (Vpb), uitgevoerd door het Centraal
Planbureau (CPB) in opdracht van het Ministerie van Financiën. Daarnaast stuur ik
u de invoeringstoets «Vennootschapsbelasting verlaging schijfgrens naar € 200.000
en verhoging opstaptarief naar 19%» die is uitgevoerd door de Belastingdienst naar
aanleiding van enkele wijzigingen per 1 januari 20231 en het bijbehorende externe onderzoeksrapport.
Evaluatie
Het rapport geeft gevolg aan de periodieke evaluatieverplichting van de fiscale regelingen
op grond van de Regeling periodiek evaluatieonderzoek. Hierin is bepaald dat fiscale
regelingen minimaal elke vijf tot acht jaar getoetst moeten worden op doeltreffendheid
en doelmatigheid.2 Het lage Vpb-tarief is per 2022 aangemerkt als een fiscale regeling en dit is de
eerste keer dat de regeling wordt geëvalueerd.
In de Vpb geldt een verlaagd tarief van 19% voor de eerste € 200.000 aan belastbaar
bedrag. Het meerdere, boven de € 200.000, wordt belast tegen het algemene Vpb-tarief
van 25,8%. Het lage Vpb-tarief heeft in 2025 een geraamd budgettair beslag, vergeleken
met het algemene Vpb-tarief, van ruim € 3 miljard. Met de evaluatie is gekeken naar
legitimering voor overheidsingrijpen, alsmede naar doeltreffendheid en doelmatigheid
van dit lage tarief. Ook worden in de evaluatie de vragen in het Toetsingskader Fiscale
Regelingen beantwoord.
Het CPB concludeert dat legitimering voor overheidsingrijpen ontbreekt, mede omdat
de regeling geen duidelijke onderbouwing of probleemstelling kent. Het CPB beoordeelt
de regeling als beperkt doeltreffend en niet doelmatig.
Invoeringstoets
De invoeringstoets is een beknopt onderzoek naar de werking van reeds van kracht geworden
wet- en regelgeving in de praktijk, met bijzondere aandacht voor de gevolgen voor
de doelgroep en de uitvoering. De invoeringstoets wordt uitgevoerd op het vroegst
mogelijke moment waarop iets nuttigs gezegd kan worden over de werking van deze nieuwe
wet- en regelgeving in de praktijk. Ten opzichte van de evaluatie biedt de invoeringstoets
aanvullende, kwalitatieve inzichten ten aanzien van de betreffende wijzigingen.
De invoeringstoets ziet op de verlaging van de schijfgrens van € 395.000 naar € 200.000
en de verhoging van het lage Vpb-tarief van 15% naar 19% per 2023. Voor deze invoeringstoets
zijn door de Belastingdienst interne en externe signalen verzameld en is een extern
kwalitatief onderzoek uitgevoerd. De uitkomsten hiervan zijn beschreven in de bijgevoegde
invoeringstoets. Tevens is het extern uitgevoerde onderzoek als bijlage opgenomen.
Vervolg
De uitkomsten van deze onderzoeken worden de komende tijd gewogen. Zoals beschreven
in de begrotingsregels van dit kabinet geldt als uitgangspunt dat voor een negatief
geëvalueerde fiscale regeling moet worden bezien of de regeling wordt afgeschaft,
versoberd, hervormd of gemotiveerd gehandhaafd. In de eerste helft van 2025 volgt
een kabinetsreactie, waarbij ook de uitkomsten van de invoeringstoets worden meegenomen.
De Staatssecretaris van Financiën,
T. van Oostenbruggen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T. van Oostenbruggen, staatssecretaris van Financiën