Brief regering : Kinderrechten en Digitalisering
26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
Nr. 1258
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 december 2024
Op verzoek van uw Kamer1 stuur ik u, voorafgaand aan het commissiedebat online kinderrechten op 19 december
a.s., mede namens de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, mijn visie op het
online kinderrechtenbeleid. Voor een overzicht van alle beleidsacties en tijdlijnen
op het gebied van online kinderrechten, verwijs ik u naar de tabel in bijlage 1. Deze
tabel bevat een update van de tabel die ik op 8 november aan uw Kamer heb verzonden.2
Kinderrechten in de digitale wereld
Tijdens het WGO van 11 november vroeg uw Kamer naar mijn visie op sociale media en
kinderrechten. Belangrijk is dat sociale media zowel kansen als risico´s voor minderjarigen
bieden. Sociale media geven minderjarigen toegang tot informatie, helpen hen contacten
te onderhouden en bieden hen ontspanning. Tegelijkertijd zie ik dat er belangrijke
risico´s zijn, zoals het in aanraking komen met schadelijke content, lange schermtijden
en gevaarlijke contacten.
In verschillende landen zie je dat een verbod op het gebruik van sociale media onder
een bepaalde leeftijd wordt verkend. Zo is in Australië een wet aangenomen om sociale
media voor kinderen onder de 16 verbieden. Hierbij zoekt de regering van Australië
nog naar manieren waarop leeftijdsverificatie goed kan plaatsvinden. Ik hou deze ontwikkelingen
in Australië nauwlettend in de gaten. Uitgangspunt van het Nederlandse kabinet is
om het gebruik van sociale media niet voor leeftijdsgroepen te verbieden, maar om
ervoor te zorgen dat sociale media veilig zijn voor minderjarigen. Ik wil dat minderjarigen
sociale media kunnen gebruiken zonder schadelijke content, zonder verleidingstechnieken
en zonder dat zij geprofileerd worden voor reclamedoeleinden. Dit wil ik niet alleen
bereiken voor sociale media, maar voor alle digitale diensten. Denk bijvoorbeeld ook
aan games en streamingdiensten. Minderjarigen hebben het recht om de kansen van digitalisering
te benutten, zonder dat zij gevaar lopen. Hieronder beschrijf ik hoe ik ervoor wil
zorgen dat bedrijven veilige digitale diensten maken en hoe ik ouders wil helpen om
hun kinderen beter te begeleiden.
Veilige digitale diensten door bedrijven
Uitgangspunt is dus dat digitale diensten voor minderjarigen veilig moeten zijn.
Bedrijven zorgen hier niet automatisch zelf voor. De overheid moet dit borgen via
onder meer wetgeving en toezicht. In de offline wereld bestaan er al lange tijd uitgebreide
eisen waaraan producten voor minderjarigen moeten voldoen, zoals speelgoed voor kinderen.
Er is Europese wetgeving (denk aan de Europese Speelgoedrichtlijn), er is certificering
(denk aan CE-markering) en er is toezicht (denk aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit).
Dit systeem zorgt ervoor dat speelgoed dat in Nederland op de markt komt veilig is.
Voor digitale diensten is dat de afgelopen jaren in ontwikkeling gekomen. Belangrijke
wetgeving die bedrijven verplicht om veilige digitale diensten aan minderjarigen aan
te bieden is de digitale dienstenverordening (DSA). De DSA verplicht online platforms
om minderjarigen een hoog niveau van privacy, veiligheid en beveiliging te bieden.
Zeer grote online platforms, zoals SnapChat, TikTok en Instagram, moeten risico´s
voor minderjarigen jaarlijks in kaart brengen en maatregelen nemen om deze weg te
nemen. Voorbeelden van risico´s zijn het in aanraking komen met schadelijke content,
ontwerp dat verslaving veroorzaakt, intimidatie, pesten en desinformatie. Als platforms
er redelijk zeker van zijn dat een gebruiker minderjarig is, mogen zij geen advertenties
op basis van profilering tonen.
De DSA is begin dit jaar geheel van toepassing geworden. Voor zeer grote online platforms
(meer dan 45 miljoen gebruikers in de EU) ligt het toezicht bij de Europese Commissie
(EC). Als toezichthouder onderzoekt de EC momenteel al de platforms TikTok, Instagram
en Facebook.3 In februari 2024 is de EC een procedure gestart om te beoordelen of TikTok inbreuk
maakt op de waarborgen van de DSA. Hierbij kijkt de EC onder meer naar de vraag of
de dienst niet te verslavend is en of persoonsgegevens van minderjarigen voldoende
worden beschermd. Ook kijkt de EC of het gebruik van reclame voldoende transparant
is voor minderjarigen. In mei 2024 is de EC daarnaast een procedure gestart tegen
Meta, waarbij onder meer wordt gekeken naar schadelijke content, verslavende elementen
en het missen van adequate leeftijdsverificatie op Instagram en Facebook. Wanneer
online platforms de DSA niet nakomen, riskeren zij een boete tot 6% van de wereldwijde
jaaromzet.
De DSA biedt een stevig kader om minderjarigen beter te beschermen. Samen met effectief
toezicht moeten digitale diensten voor minderjarigen hierdoor veilig worden. Ik houd
deze ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Zoals de motie van het lid Van Nispen
verzoekt, zal ik daarbij optrekken met gelijkgestemde landen in de Europese Unie.4
Goede begeleiding door ouders
Naast dat bedrijven hun digitale diensten voor minderjarigen veilig moeten maken,
moeten ouders hun kinderen goed begeleiden bij het gebruik van digitale diensten.
Ik zie dat ouders vaak niet goed weten wat digitale diensten precies inhouden. De
meeste ouders gebruiken apps als SnapChat of Roblox zelf niet en weten daardoor niet
goed wat de risico´s zijn. Betere informatie hierover is van belang. In de paragraaf
¨Beeldmerk¨ hieronder ga ik daarop in. Daarnaast zie ik dat veel ouders algemene vragen hebben
over smartphone- en schermgebruik. Bijvoorbeeld, wanneer geef ik mijn kind zijn eerste
smartphone en hoe lang laat ik mijn kind op een scherm? Ouders hebben behoefte aan
duidelijk richtlijnen, zoals uw Kamer ook al constateerde. In de volgende paragraaf
ga ik hierop in.
Meerjarige multimediale publiekscampagne
Met diverse partners werken we aan een multimediale meerjarige publiekscampagne om
ouders bewuster te maken over verantwoord smartphone gebruik door kinderen. Deze zal
na de zomer van 2025 van start gaan. De campagne moet ouders praktische tips geven,
bijvoorbeeld over hoe ze afspraken kunnen maken over schermtijd, hoe ze apps zo kunnen
instellen dat hun kinderen zo veilig mogelijk zijn en hoe ze met hun kind kunnen praten
over risico’s. Hierbij wil ik ouders een duidelijke richtlijn geven over gezond smartphone-
en schermgebruik.
Het bieden van handvatten aan opvoeders en kinderen over gezond smartphonegebruik
vraagt om een rijksbrede aanpak. De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport voert
momenteel een onderzoek uit naar handvatten voor opvoeders van kinderen die hun eerste
smartphone krijgen en naar maatregelen die landen nemen voor het gezond opgroeien
van kinderen in de digitale wereld. De uitkomsten hiervan moeten leiden tot het aanscherpen
en samenbrengen van bestaande richtlijnen en adviezen voor opvoeders. Dit doet hij
samen met de bewindspersonen van OCW en mijzelf en zal input zijn voor de publiekscampagne.
Zoals de motie van de leden Kathmann en Van der Werf verzoekt, zullen hierbij ouders,
jongeren en experts betrokken worden en zal zoveel mogelijk gestreefd worden naar
één eenduidige richtlijn (Kamerstuk 36 600 VII, nr. 72).5 Ook zal gekeken worden hoe deze richtlijn zo goed mogelijk ondersteund kan worden
in bestaande normen, wetten en regelgeving.
Om alle doelgroepen goed te bereiken, maakt de Nederlandse multimediale campagne gebruik
van diverse communicatiemiddelen. Daarbij kan het gaan om radio en televisie, maar
ook om flyers bij consultatiebureaus, abri’s bij de bushalte en voorlichting via netwerkpartners
zoals scholen en ziekenhuizen. Posters met de richtlijnen in scholen en bijsluiters
bij devices, zoals verzocht in de motie van de leden Van der Werf en Kathmann (Kamerstuk
36 600 VII, nr. 72)6, zijn interessante ideeën die wij zullen meenemen tijdens het ontwikkelen van de
communicatiestrategie.
Beeldmerk
Zoals hierboven aangegeven is het voor ouders vaak niet duidelijk wat een bepaalde
digitale dienst precies is en wat de risico´s zijn. Daarom heeft mijn ministerie vorig
jaar een verkenning naar een beeldmerk laten uitvoeren. Het doel van een beeldmerk
is om met duidelijke icoontjes aan te geven wat de risico´s van een digitale dienst
zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Kijkwijzer. Uitkomst van de verkenning is dat
duidelijke icoontjes ouders en kinderen beter kunnen informeren over risico´s. Afgelopen
jaar is mijn ministerie gestart met het verder uitwerken van een beeldmerk voor verleidingstechnieken
in games, de GameCheck. De GameCheck moet met icoontjes bij games voor ouders duidelijk
maken welke verleidingstechnieken er in een game zitten. Deze GameCheck wordt begin
2025 opgeleverd. Gekeken zal worden hoe die geïmplementeerd kan worden en of en hoe
een beeldmerk voor andere digitale diensten opgezet kan worden.
Hierbij zal onder meer worden gekeken naar een transparant en onafhankelijk classificatiesysteem
voor sociale media en mogelijkheden om te komen tot een Europese classificatieplicht
(Kamerstuk 36 600 VII, nr. 71)7, zoals de motie van de leden Kathmann en Van der Werf verzoekt.
Slotwoord
Tot slot wil ik benadrukken dat de bescherming van kinderen in de digitale wereld
een doorlopende en gezamenlijke inspanning vereist. Alleen door samen te werken met
alle betrokken partijen, ouders, scholen, bedrijven, overheid en de kinderen zelf,
kunnen we een veilige en stimulerende digitale omgeving waarborgen. Ik blijf me samen
met de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport en andere collega-bewindslieden,
nationaal en internationaal, inzetten om het beleid continu te verbeteren en aan te
passen aan de snel veranderende technologische ontwikkelingen. Dit om onze kinderen
de best mogelijke bescherming en kansen te kunnen bieden in de digitale wereld.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
F.Z. Szabó
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F.Z. Szabó, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.