Brief regering : Reactie op verslag van een werkbezoek van Karimi als OVSE PA Speciaal Gezant Centraal-Azië
22 718 OVSE-Assemblée
Nr. 57 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 november 2024
Van 5 tot en met 12 april 2024 leidde senator Farah Karimi (Groenlinks-PvdA) een internationale
parlementaire delegatie naar Turkmenistan, Kazachstan en Oezbekistan. Zij deed dit
vanuit haar rol als Speciaal gezant voor Centraal-Azië van de Parlementaire Assemblée
van de OVSE. Op 6 september 2024 deed zij uw Kamer verslag toekomen (Kamerstuk 22 718, nr. 55). In de procedurevergadering van de Commissie voor Buitenlandse zaken van 26 september
jl. vroeg u om een kabinetsappreciatie. Deze appreciatie gaat in op de belangrijkste
onderwerpen en indrukken van het verslag.
Algemene appreciatie
De focus van het bezoek van mevrouw Karimi lag op het thema water in de regio, met
bijzondere aandacht voor het versterken van de regionale samenwerking, het bevorderen
van vrouwenemancipatie en het adresseren van de gevolgen van klimaatverandering en
waterschaarste in Centraal-Azië. De algehele impressie van het werkbezoek dat grensoverschrijdende
samenwerking inzake watermanagement cruciaal is en steeds beter verloopt, kan het
kabinet volmondig onderschrijven. Waterschaarste is een complexe en multidimensionale
kwestie met invloed op uiteenlopende onderwerpen als voedselzekerheid en regionale
stabiliteit. Het kabinet deelt voorts de zorgen zoals beschreven in het verslag over
het verdwijnen van het Aralmeer op de grens van Oezbekistan en Kazachstan, de aanleg
van het Qosh Tepa-kanaal in het noorden van Afghanistan als ook de recente daling
van de zeespiegel in de Kaspische zee.
Nederlandse inzet en inzet via de EU
Hoewel de bilaterale relaties met de landen van Centraal-Azië beperkt in omvang zijn,
neemt de relevantie van de Centraal-Aziatische regio toe als gevolg van geopolitieke
verschuivingen en regionale ontwikkelingen. Het kabinet zet in het bijzonder in op
de toegenomen politieke relatie, versterkte watersamenwerking en de economische banden,
waarin met name op landbouw de kansen zijn toegenomen. Aandacht voor de situatie met
betrekking tot rechtsorde en mensenrechten en inzet op het gebied van gendergelijkheid
zijn dwarsdoorsnijdende thema’s. Via de Nederlandse ambassade in Astana, geaccrediteerd
voor de hele Centraal-Aziatische regio en de in het verslag genoemde landen, worden
contacten onderhouden met de respectievelijke overheden, het bedrijfsleven en het
maatschappelijk middenveld.
Omdat de bilaterale relaties relatief beperkt zijn, is de inzet via de EU van extra
belang. De EU-Centraal-Aziëstrategie «New opportunities for a stronger partnership1 uit 2019 en de «Joint roadmap for deepening ties between the EU and Central Asia»2 uit 2023 zijn voor het kabinet richtinggevend en aanvullend voor het Nederlandse
beleid ten opzichte van de hele Centraal-Aziatische regio. Binnen de genoemde documenten
zijn het ondersteunen van regionale samenwerking, welvaart en weerbaarheid de belangrijkste
prioriteiten. Daarbij is er aandacht voor onder meer het versterken van connectiviteit,
het verminderen van waterproblematiek en de mensenrechtensituatie.
Inzet op water en regionale samenwerking
Watersamenwerking is een belangrijk onderwerp in zowel de Nederlandse als de Europese
inzet. De inzet van het Nederlandse Disaster Risk Reduction and Surge Support-team na de overstromingen in het noorden en westen van Kazachstan in april jl. en
de opvolging hiervan zijn een voorbeeld van de unieke en duurzame meerwaarde van Nederlandse
kennis en kunde op klimaatadaptatie en bescherming tegen overstromingen.
Het kabinet erkent het belang van de activiteiten van het Internationaal Fonds voor
het redden van het Aralmeer (IFAS) op zowel het aanvankelijke doel van het fonds als
op het versterken van regionale samenwerking. Het watergebruik in de katoenteelt en
de ongelijke verdeling van waterbronnen over de verschillende landen spelen een rol
bij de opdroging van het meer. Nederland steunt capaciteitsopbouw van regionale overheden
– ook binnen IFAS3 – middels de generieke bijdrage aan IHE Delft. Daarnaast draagt Nederland bij aan
versterkte regionale watersamenwerking en kennis van watermanagement in Centraal-Azië
specifiek.
Overigens noemt het kabinet graag de vruchtbare samenwerking met Centraal-Aziatische
landen, zoals bijvoorbeeld Tadzjikistan in het co-hosten van de VN-waterconferentie
op 22-24 maart 2023 in New York en bij de Third Dushanbe Water Action Decade Conference op 10–13 juni jl. in Doesjanbe.
Als gevolg van de historische en actuele situatie in Afghanistan is het land niet
bij regionale organisaties als het IFAS betrokken. Het kabinet herkent de – in het
verslag genoemde – zorgen die er bij de Centraal-Aziatische landen leven rondom de
bouw van het Qosh Tepa-kanaal door het Taliban-regime. De bouw van dit kanaal kan
leiden tot een vermindering in watertoevoer van de Amu Darya rivier naar Oezbekistan
en Turkmenistan, met mogelijk regionale spanningen tot gevolg. Verschillende Centraal-Aziatische
landen onderhouden pragmatische relaties met het Taliban-regime, gezien de grote belangen
als buurland van Afghanistan. Terwijl het kabinet zich hier rekenschap van geeft,
blijft het kabinet ook bij de buurlanden het belang van mensenrechten, specifiek van
vrouwen en meisjes, in Afghanistan benadrukken voor de stabiliteit van het land en
van de regio.
Inzet van de OVSE
De regionale rol van de OVSE, waarvan alle Centraal-Aziatische landen net als Nederland
lid zijn, wordt nadrukkelijk door het kabinet gesteund. Binnen de OVSE onderhoudt
Nederland reguliere contacten met Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan, Tadzjikistan
en Turkmenistan. In nauwe afstemming met de Centraal-Aziatische landen initieerde
de OVSE het zogenaamde Response to the Implications of Afghanistan for the OSCE Region (RIAOR) programma. De Office of the Co-ordinator of OSCE Economic and Environmental Activities (OCEEA) levert technische expertise aan OVSE-leden op gebied van klimaatverandering
en waterbeheer. Middels het project Strengthening Responses to Security Risks from Climate Change in South-Eastern Europe,
Eastern Europe, the South Caucasus and Central Asia adresseert de OCEEA onder meer kansen voor interstatelijke samenwerking en concrete
projectmogelijkheden. Hierbij is in het bijzonder aandacht voor de rol van gender.
Middels de veldkantoren in de verschillende landen faciliteert de OVSE onder meer
conferenties en workshops met betrekking tot dit thema. Nederland draagt hier mede
aan bij door middel van de algemene bijdrage aan de OVSE-begroting.
De Minister van Buitenlandse Zaken, C.C.J. Veldkamp
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C.C.J. Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken