Brief regering : Appreciaties moties en amendementen pakket Belastingplan 2025
36 602 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2025)
Nr. 144
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 november 2024
Zoals gebruikelijk, stuur ik u voorafgaand aan de stemmingen van het pakket Belastingplan
met deze brief een totaaloverzicht met de appreciaties van het kabinet over de ingediende
moties en amendementen.
Op 11 november 2025, voorafgaand aan de plenaire behandeling van het pakket Belastingplan,
heb ik uw Kamer tevens een uitgebreide brief met appreciaties van de op dat moment
ingediende amendementen doen toekomen.
Over amendementen die na publicatie van deze brief nog worden ingediend kan ik uw
Kamer geen nadere informatie meegeven. Er zullen voor deze amendementen geen quickscans
meer volgen over de uitvoerbaarheid en ik kan u ook niet informeren over eventuele
wetstechnische onvolkomenheden.
In deze brief wil ik ook stilstaan bij de btw-maatregelen. De leden van uw Kamer hebben
zorgen geuit over de verhoging van de btw-tarieven, met name ten aanzien van de verhogingen
van sport, cultuur en media. Ik heb goed gehoord wat uw Kamer hierover heeft gezegd,
specifiek ten aanzien van de motie Van Dijk c.s. Het kabinet ziet de motie Van Dijk
c.s. als een verplichting om in samenspraak met de partijen in de Kamer te komen tot
een alternatief voor de btw-verhoging op sport, cultuur en media.
Voorts heb ik nog toegezegd schriftelijk terug te komen op een aantal appreciaties.
Amendement 36 602, nr. 75
Mevrouw Maatoug heeft mij gevraagd om schriftelijk toe te lichten waarom het amendement
36 602, nr. 75, wordt ontraden. Het uitgangspunt voor de heffing van dividendbelasting is om het
rendement op aandelen te belasten (kortgezegd: dividenden). Terugbetaling van kapitaal
is echter geen dividend aangezien dit kapitaal door de aandeelhouders op een eerder
moment is ingebracht. Bij een terugbetaling van kapitaal gaat er dus geen dividendbelastingclaim
verloren. Het wel belasten van teruggaaf van kapitaal raakt daarom de uitgangspunten
van de dividendbelasting.
Amendement 36 610, nr. 11
Mevrouw Maatoug vraagt hoe het het kabinetsvoorstel om toegang tot de BOR en DSR ab
te beperken tot gewone aandelen met ten minste 5% belang zich verhoudt tot appreciatie
van amendement 11 op het wetsvoorstel BOR «oordeel Kamer». Het kabinetsvoorstel is
om de toegang tot de BOR en DSR ab te beperken tot gewone aandelen met ten minste
5% belang gelet op het doel van de BOR en DSR ab, namelijk om een reële bedrijfsopvolging
mogelijk te maken zonder dat de continuïteit van de onderneming in gevaar komt. Bij
een belang dat kleiner is dan 5% van het geplaatste kapitaal is het niet waarschijnlijk
dat de continuïteit van ondernemingen als gevolg van de belastingheffing in gevaar
komt. Amendement 11 houdt in dat deze maatregel pas ingaat zodra de verruiming van
de verwateringsregeling voor de BOR en DSR ab en de familietoetsmaatregel voor de
BOR in werking treden. De maatregelen zien grosso modo op dezelfde groepen. Er zijn
geen budgettaire gevolgen. Daarom heeft het kabinet geen grote bezwaren hiertegen.
Amendement 36 604 nr. 10
Met betrekking tot amendement 36 604, nr. 10, geldt het volgende. De identificatieplicht leidt bij invoering eenmalig tot een
hogere administratieve last voor de werkgever. Omdat de meeste werkgevers de identiteit
van hun werknemers bij indiensttreding al hebben vastgesteld, is de verwachting dat
deze eenmalig hogere administratieve last beperkt is. Dat is niet anders bij invoering
van deze maatregel per 1 april 2025. Een ingangsdatum van 1 april 2025 zou het des
te ingewikkelder maken omdat dan over een gedeelte van het jaar wel het anoniementarief
moet worden toegepast en over een gedeelte niet. Invoering op een ander moment dan
1 januari verhoogt het risico op onduidelijkheid bij werkgevers en werknemers. Daarom
ontraadt het kabinet dit amendement.
Amendement 36 604 nr. 11
Voor wat betreft amendement 36 604, nr. 11, merk ik het volgende op. Het Belastingplan BES-eilanden 2025 is een gebalanceerd
pakket waarin maatregelen zijn opgenomen die er juist voor zorgen dat minimuminkomens
fiscaal niet worden afgeroomd en waarbij beter wordt geheven naar draagkracht.
Bij de aanpassing van de belastingschijven en tarieven op de BES-eilanden is rekening
gehouden met de parameters die de Commissie Sociaal Minimum Caribisch Nederland (Commissie
Thodé) heeft aangedragen voor de bepaling van een sociaal minimum. Hierover is in
2024 meerdere malen met de openbare lichamen en vertegenwoordigers van belangenorganisaties
overlegd.
Ik heb begrip voor het amendement van de heer Grinswis en waardeer zijn inzet voor
de BES-eilanden. Het amendement dat de heer Grinwis c.s. heeft ingediend zorgt er
echter voor dat de minimuminkomens op de BES-eilanden nu wel weer belasting gaan betalen;
het wettelijk minimumloon wordt immers hoger dan de belastingvrije som. Dat betekent
dat enkele duizenden belastingplichtigen op de BES-eilanden met een miniminkomen tussen
de USD 100 en USD 200 extra belasting moeten betalen. Dit zorgt ook voor zeer grote
uitvoeringslasten bij de Belastingdienst Caribisch Nederland en een grotere administratieve
last bij inwoners die het minimuminkomen verdienen en de werkgevers. De minima (die
nu niet aangifteplichtig zijn) moeten juist weer wel belastingaangifte doen. Deze
gevolgen acht het kabinet ongewenst en moet het amendement daarom helaas ontraden.
Motie Vermeer en Van Dijk
Verder wil ik graag nog een verduidelijking geven ten aanzien van het oordeel van
motie 21 van de leden Vermeer (BBB) en Van Dijk (CDA). Ik interpreteer de motie zo
dat ik graag in gesprek ga met de sector over eventuele knelpunten. Of dit ook tot
concrete maatregelen leidt zal ik dan aan de hand van deze gesprekken bezien. Tevens
zal dit punt worden meegenomen in de evaluatie van de kavelruilvrijstelling in de
overdrachtsbelasting die volgend jaar wordt uitgevoerd.
Motie Koekkoek
Tijdens het apprecieren van de moties heb ik per abuis de Motie Koekkoek (nr. 29)
ontraden. Dit was gebaseerd op een eerdere versie van de motie. Zoals mevrouw Koekkoek
de motie heeft aangepast kan ik de motie «oordeel Kamer» geven.
Daarnaast stuur ik u met deze brief de uitvoeringstoets op de tweede nota van wijziging
van het Belastingplan die ziet op de wijziging van het Eurovignetverdrag. Deze is
niet meegestuurd met de originele stukken naar uw kamer.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Heinen, minister van Financiën