Plenair verslag Tweede Kamer, 91e vergadering
Donderdag 22 juni 2017

  • Begin
    10:15 uur
  • Sluiting
    15:25 uur
  • Status
    Gecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Lodders

Aanwezig zijn 129 leden der Kamer, te weten:

Van Aalst, Agema, Amhaouch, Arissen, Van Ark, Azarkan, Azmani, Baudet, Becker, Beckerman, Beertema, Belhaj, J.A.M.J. van den Berg, Bergkamp, Bisschop, Martin Bosma, Bosman, Bouali, Van Brenk, Ten Broeke, Bruins, Bruins Slot, Buitenweg, Van Dam, Diertens, Tony van Dijck, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Dijkgraaf, Dijkhoff, Dijksma, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Diks, Duisenberg, Van Eijs, El Yassini, Ellemeet, Van Engelshoven, Fritsma, Futselaar, Gerbrands, Geurts, De Graaf, Grashoff, Graus, De Groot, Groothuizen, Harbers, Pieter Heerma, Helder, Van Helvert, Hermans, Hijink, Van den Hul, Jetten, De Jong, Keijzer, Klaver, Knops, Koerhuis, Kooiman, Koolmees, Koopmans, Kops, Kröger, Krol, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laçin, Van der Lee, Lodders, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Agnes Mulder, Edgar Mulder, Nijboer, Nijkerken-de Haan, Van Nispen, Van Ojik, Omtzigt, Van Oosten, Ouwehand, Özdil, Öztürk, Paternotte, Peters, Popken, Van Raan, Raemakers, Roemer, Rog, Ronnes, Van Rooijen, Arno Rutte, Sazias, Schouten, Segers, Sjoerdsma, Snels, Van der Staaij, Tellegen, Van Toorenburg, Van Veldhoven, Verhoeven, Visser, Voordewind, Voortman, Aukje de Vries, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Wilders, Wörsdörfer, Van 't Wout, Yeşilgöz-Zegerius, Ziengs en Zijlstra,

en mevrouw Dijksma, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, en mevrouw Schippers, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.


Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Psychiatrische patiënten naar Levenseindekliniek

Psychiatrische patiënten naar Levenseindekliniek

Aan de orde is het dertigledendebat over het te snel doorverwijzen van psychiatrische patiënten naar de Levenseindekliniek.


Termijn inbreng

De voorzitter:
Ik heet de minister van harte welkom, ik heet de leden van harte welkom en uiteraard heet ik ook de mensen die het debat op de publieke tribune of op een andere manier volgen hartelijk welkom. Dit is een dertigledendebat, wat betekent dat we een spreektijd van drie minuten hanteren.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Voorzitter. Vrijwillige levensbeëindiging bij mensen met psychische problemen is een gevoelige kwestie. Dat schrijft het Landelijk Platform Psychische Gezondheid. Ik had het niet beter kunnen zeggen. Iedereen beseft dat dit een groep kwetsbare mensen is waarop zorgvuldigheid in de behandeling van hun wens tot vrijwillige levensbeëindiging tot in de overtreffende trap van toepassing is. Deze groep mensen is divers. In sommige gevallen is een vrijwillig levenseinde de beste uitkomst voor de persoon om wie het gaat, in andere gevallen niet. De juiste weging van deze problematiek is ontzettend belangrijk om een goede behandeling te kunnen bieden. Alle mensen met een complexe psychische aandoening moeten de professionele aandacht krijgen die ze nodig hebben. Het is van belang dat de psychiater de patiënt goed kent om de stervenswens van de patiënt goed te kunnen wegen.

Uit een artikel in Trouw van 2 juni blijkt dat de Levenseindekliniek het te druk heeft met psychiatrische patiënten. Patiënten hebben te maken met lange wachttijden. De toename van mensen met complexe psychische problemen bij de Levenseindekliniek lijkt een aantal oorzaken te hebben. Psychiaters gaan gebukt onder een grote administratieve lastendruk die moeilijk te combineren is met het doorlopen van de complexe en tijdrovende euthanasiewens. Dit geeft de urgentie aan van het verlagen van de administratieve lastendruk. Sinds vorig jaar zijn al enkele verbeteringen ingezet in de aanpak van bureaucratie. Kan de minister aangeven hoe het overleg tussen de ggz, VWS, de LHV en ZN hierover verloopt? Ziet de minister nog nieuwe mogelijkheden om de werkdruk voor psychiaters te verminderen? Welke verbeteringen kunnen we op welke termijn verwachten?

Niet alle psychiaters werken mee aan euthanasie. Als een psychiater dat niet wil, moet hij of zij een patiënt kunnen overdragen aan een collega in de regio. Om deze overdracht goed te laten verlopen, is het van belang dat psychiaters in een regio op de hoogte zijn van elkaars positie hieromtrent. In de evaluatie van de Euthanasiewet wordt geadviseerd een netwerk van psychiaters te faciliteren dat openstaat voor euthanasieverzoeken. Graag hoor ik van de minister hoe zij hier tegenover staat.

Daarnaast is het van belang dat psychiaters met vragen of twijfels bij de behandeling van een patiënt met een stervenswens een beroep kunnen doen op externe expertise. De Levenseindekliniek is bezig met het ontwikkelen van informatiemodules om kennistekorten op te lossen. Ziet de minister een rol voor zichzelf weggelegd om de ontwikkeling van kennis over euthanasie onder psychiaters te bevorderen? Ziet zij mogelijkheden om in de opleiding tot psychiater meer aandacht te besteden aan ethiek en euthanasie?

Ik hoop dat we deze kwestie ook hier met alle zorgvuldigheid kunnen bespreken.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):
Voorzitter. De indrukwekkende verhalen en complexe keuzes rondom het thema euthanasie bij psychiatrie werden tijdens een hoorzitting in 2014 hier in deze Kamer soms pijnlijk duidelijk. Ik noem het verhaal van Elena Lindemans, die de documentaire Moeders springen niet van flats maakte. Het verzoek van haar moeder om euthanasie was niet in behandeling genomen, waarna ze geen andere uitweg meer zag. Of de verhalen van de Stichting Euthanasie in de Psychiatrie, opgericht door moeders voor wie de doodswens van hun kind invoelbaar werd, maar die geen hulp kregen. Het is een pleidooi om, hoe ingewikkeld ook, de doodswens serieus te nemen.

Euthanasie bij psychiatrie is onderwerp van maatschappelijke discussie. Daarom is hieraan in de derde evaluatie van de Euthanasiewet specifieke aandacht besteed. Daarover gaan we het nog hebben. Uit die evaluatie komt naar voren dat het draagvlak voor euthanasie bij psychiatrische patiënten is afgenomen: 63% acht het ondenkbaar. Kan de minister hierop reflecteren?

Wel blijkt het absolute aantal verzoeken bij de Levenseindekliniek toe te nemen — let wel: het absolute aantal verzoeken — waardoor lange wachttijden van zes tot negen maanden ontstaan. Een psychiater van de Levenseindekliniek noemt deze wachttijden "frustrerend" en merkt ook op dat de behandelend arts de patiënt het beste kent. Is de minister ook van mening dat de voorkeur ernaar uitgaat dat de eigen arts het verzoek in behandeling neemt? Hoe zou dit bevorderd kunnen worden? En hoe kunnen kennis en expertise worden gedeeld?

Een verzoek om euthanasie van een psychiatrisch patiënt is heel complex, zoals al is gezegd. Het vraagt grote behoedzaamheid en komt niet vaak voor. Denkt de minister dat het steunpunt momenteel voldoende ondersteuning biedt? De voorzitter van het steunpunt denkt dat psychiaters momenteel misschien te gemakkelijk naar de Levenseindekliniek verwijzen, omdat de procedure zeer veel tijd in beslag neemt en de administratieve lasten zijn toegenomen. De minister geeft in haar reactie aan dat als dit zo is, zij dit zorgwekkend vindt. Ik deel die mening. We moeten dat natuurlijk achterhalen. Speelt dit inderdaad een grote rol? En kan de minister aangeven wat zij doet, naast de maatregelen die al zijn genomen, om de administratieve lasten te verlichten?

Een andere reden die psychiaters noemen om geen euthanasie te willen toepassen in de psychiatrie, is het suboptimaal functioneren van de ggz, de geestelijke gezondheidszorg. Ook dat is zorgelijk. Als een psychiater van mening is dat iemand nog onvoldoende behandeling heeft gehad, kan niet worden voldaan aan de zorgvuldigheidsvoorwaarden voor uitzichtloos lijden. Dat is een van de voorwaarden. Er kan niet worden nagegaan of daadwerkelijk alles is gedaan en dat is onderdeel van de afweging. Dat zou echter geen reden hoeven zijn om bij voorbaat niet bereid te zijn om levensbeëindiging bij psychiatrische patiënten te beoordelen. Hoe denkt de minister hierover?

De heer Van der Staaij (SGP):
Voorzitter. De SGP-fractie is zeer bezorgd over de toename van het aantal gevallen van euthanasie bij psychiatrische patiënten. Onze zorg is vooral: biedt de huidige euthanasiewet in de praktijk voldoende bescherming aan kwetsbare psychiatrische patiënten? Wij merken dat dit ook het thema is waarover veel psychiaters zich in toenemende mate zorgen maken. Psychiater Chabot, die pas weer in het nieuws was, gaf aan dat hij er aanvankelijk veel positiever in stond, maar nu ook bezorgd is over de effecten die dit kan hebben.

Ik wil een concreet en belangrijk item hier neerleggen. Ik schrok van de persoonlijke verhalen die ons in de afgelopen tijd bereikten, waaruit bleek dat het initiatief soms ook vanuit het personeel van de instelling zelf kan komen. Er wordt tegen een psychiatrische patiënt gezegd: u hebt heel ernstige problematiek; is u bekend dat ook de Levenseindekliniek in dit soort gevallen uitkomst kan bieden? Er wordt een directe koppeling gemaakt met de Levenseindekliniek — "dat is het loket waar je terechtkunt" — los van een behandelrelatie. Als dit als behandelmogelijkheid wordt aangereikt, geeft dat druk op een patiënt. Het gebeurt ongetwijfeld vanuit heel positieve intenties, omdat men iemand daarmee wil en denkt te helpen. Maar ik vraag mij toch af hoe de protocollen in dat opzicht zijn, ook binnen de psychiatrie. Mag en kan het initiatief op deze manier van buiten de patiënt komen?

Drie minuten is natuurlijk veel te kort voor de ingewikkelde problematiek die hier aan de orde is. Het is heel belangrijk dat we hierover nog een goed rondetafelgesprek voeren, waartoe de Kamercommissie voor VWS al heeft besloten, ook naar aanleiding van de evaluatie van de euthanasieregelgeving. Dat zal na de zomer plaatsvinden. Maar het punt dat ik zo-even verwoorde, wil ik in ieder geval nadrukkelijk naar voren brengen als een signaal vanuit de praktijk. Ik wil ook graag een reactie op het feit dat psychiater Boudewijn Chabot naar voren brengt, namelijk dat de fundering van de euthanasiewet ten aanzien van psychiatrische patiënten geruisloos wordt uitgehold. Een uitholling die Den Hartogh kernachtig verwoordde als: de patiënt lijdt ondraaglijk als hij zegt dat hij ondraaglijk lijdt en een alternatief is geen redelijk alternatief als de patiënt het afwijst. Wordt daarmee in feite niet de bescherming die de euthanasiewet nog biedt, door deze ontwikkeling in de praktijk onderuitgehaald? Op die zorg krijg ik ook graag een reactie van de minister.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
Voorzitter. Het leven in deze tijd van social media met perfecte Facebookprofielen valt niet mee, vooral niet voor jongeren die nog bezig zijn om hun leven vorm te geven. Als je niet Facebookperfect bent, dan val je buiten de boot. Dan heb je het gevoel dat je er niet toe doet. Dat is funest voor iemands zelfbeeld. Eigenlijk is het bijna niet verwonderlijk dat er tegenwoordig zo veel mensen depressief zijn. We lazen in Trouw dat de Levenseindekliniek zo'n grote toeloop heeft van psychiatrische patiënten dat zij het niet aankan.

Wat moeten we doen om deze problemen op te lossen? We hoorden al een paar dingen. Moeten we de capaciteit van de Levenseindekliniek vergroten of moeten we bekijken wat de oorzaak is van deze grote toeloop? Het meest verontrustende signaal in het artikel in Trouw is dat er een koppeling lijkt te zijn tussen de problemen in de ggz en verzoeken tot euthanasie. Mensen voelen zich gemangeld in het systeem. Ze zien talloze hulpverleners en voelen zich niet gehoord. Jim van Os, hoogleraar in de psychiatrische epidemiologie bij het UMC, formuleert het als volgt: "De zorg sluit vaak niet aan bij de problemen van mensen. De ggz is een diagnose-behandel-productiebedrijf waarin weinig aandacht is voor hoop, herstel en identiteit." Ik denk dat hij de spijker op zijn kop slaat.

We hebben het gisteren al uitgebreid gehad over het tekort aan goede plaatsen in de jeugd-ggz. De beddenafbouw in de ggz gaat veel te snel, terwijl de ambulante zorg nog helemaal niet op orde is. Mensen met psychische problemen zitten zo lang zonder hulp, waardoor hun problemen alleen maar groter worden. Mensen met dementie en chronische psychiatrische ziekten worden vaak niet meer beter, maar kunnen toch geholpen worden om het leven beter aan te kunnen. Juist bij deze groep heeft de financiële uitkleding van de zorg de kwaliteit van leven aangetast.

Uit de evaluatie van de euthanasiewet, die enkele weken geleden verscheen, bleek dat zes op de tien psychiaters bedenkingen heeft bij de huidige euthanasiewet. Dat staat waarschijnlijk in verband met de grote toename van aanvragen. De eerste concrete aanbeveling uit die evaluatie van de toetsingscommissie is dan ook: laat onderzoek uitvoeren naar de achterliggende oorzaak van het stijgende aantal euthanasiegevallen. Precies! Dat iemand euthanasie vraagt omdat hij onvoldoende hulp ervaart, is werkelijk onacceptabel en onwaardig. Voor 50PLUS is het dan ook heel begrijpelijk dat psychiaters hier in toenemende mate moeite mee hebben. Dit is een signaal dat niet genegeerd mag worden. Stel orde op zaken in de ggz. Regel dat voldoende en toegesneden psychiatrische hulp beschikbaar is. Laten we vooral meteen beginnen met te onderzoeken wat de achterliggende oorzaak is. Dan kunnen we daar wat aan doen. Graag krijg ik hierop een reactie van de staatssecretaris.

De voorzitter:
Van de minister, bedoelt u. Dan is nu het woord aan mevrouw Marijnissen namens de SP-fractie.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Voorzitter. Graag zou ik dit debat willen beginnen met een citaat uit de evaluatie van de euthanasiewet. "Door psychiaters genoemde argumenten tegen levensbeëindiging op verzoek bij psychiatrische patiënten is onder meer (…) de vraag of er wel meegewerkt moet worden aan levensbeëindiging op verzoek als de kwaliteit van de geestelijke gezondheidszorg niet voldoende is. Psychiaters weigeren verzoeken om hulp bij zelfdoding veelal wegens persoonlijke redenen en/of omdat niet aan de zorgvuldigheidseisen kan worden voldaan. In de meeste gevallen waarin het verzoek wordt geweigerd, wordt er naar de Levenseindekliniek doorverwezen." Het onderwerp waar wij vandaag over spreken, is heel complex. Ik voel eigenlijk wel met de heer Van der Staaij mee. Hij gaf aan dat het wel enigszins lastig is — om het maar zacht uit te drukken — om dit in drie minuten goed en zorgvuldig te doen. We hebben het namelijk over mensen in de meest kwetsbare fase van hun leven, namelijk de fase in het leven waarin je twijfelt aan het perspectief van het leven. Dat zijn heel kwetsbare mensen. Het gaat ook over de vraag over leven en dood. En wat is er wezenlijker dan dat?

In deze drie minuten wil de SP één punt neerzetten waarvan zij denkt dat het enorm belangrijk is en waarvan zij eigenlijk ook vindt dat het onacceptabel is. Dat is het punt dat de hulpverleners en de psychiaters op dit moment aangeven dat ze twijfelen aan de zorgvuldigheid die zij in acht kunnen nemen bij het beoordelen van de verzoeken tot vrijwillige levensbeëindiging, euthanasie. Zij betwijfelen of ze zorgvuldigheid in acht kunnen nemen, omdat zij twijfelen aan de kwaliteit van het werk, dus van de zorg die ze kunnen leveren. Wij vinden dat onacceptabel in een rijk land als dat van ons.

Afgelopen week gaf Chabot in het NRC ook weer zo'n signaal af. Hulpverleners, de mensen die verantwoordelijk zijn en het dagelijkse werk doen, geven zelf aan dat ze twijfels hebben over de kwaliteit van het werk dat zij kunnen leveren. Daardoor twijfelen zij aan de kwaliteit van de zorgvuldigheid, terwijl zij vinden dat ze die wel in acht moeten nemen. Dat vinden wij heel zorgelijk.

Voor de SP staat de behandelrelatie tussen de hulpverlener en de patiënt voorop. Dat is waar wij het meest in geloven. Het valt ons dan ook zwaar dat deze behandelrelatie bij de Levenseindekliniek juist doorbroken wordt. Wij kunnen ons voorstellen dat het met een behandelrelatie al heel complex is om in dit soort gevallen een goede weging te kunnen maken. Daar heb ik net wat over gezegd. Maar hoe moet dat zijn zonder die behandelrelatie? Maakt dat het niet nog veel meer complex?

Tot slot. Het is duidelijk dat de problemen in de geestelijke gezondheidszorg groot zijn. Gisteravond hebben wij hier nog een uitgebreid debat gevoerd over onze jeugd in dat verband, over de Emma's van deze wereld. Hoe lang vindt de minister dat dit nog door moet gaan? Op dit moment zien wij dit eigenlijk wekelijks in de kranten en horen wij op de radio ook voorbeelden daarvan. Wij willen de minister vragen hoe zij dit denkt op te lossen.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):
Voorzitter. Volgens de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding hoeft er voor euthanasie geen sprake te zijn van een lichamelijke ziekte. De euthanasiewet ziet daarom ook op ondraaglijk en uitzichtloos lijden van psychiatrische patiënten. De Hoge Raad heeft in het Chabot-arrest van 1993 uitzonderlijk grote behoedzaamheid als voorwaarde bij psychiatrische patiënten gesteld. De wens om te sterven is niet zelden onderdeel van het ziektebeeld, waardoor de eis van een weloverwogen verzoek nog zwaarder geldt. Het CDA deelt de opvatting van de Hoge Raad dat daarom bij psychiatrische patiënten altijd extra doorgevraagd moet worden.

In het artikel dat in het nieuws was, stond dat de Levenseindekliniek onder andere verwijst naar de afnemende bereidheid van psychiaters om euthanasie te verlenen. Daarvoor verwijzen ze naar de cijfers uit de derde evaluatie van de Wet toetsing levensbeëindiging, die onlangs naar de Kamer is gestuurd. Meerdere collega's hebben al verwezen naar die evaluatie. Dat is een lijvig rapport van meer dan 300 pagina's, waarover wij hopelijk snel met een nieuwe minister komen te spreken. Ik heb in dit verband nog een vraag aan deze minister. Is de minister het met het CDA eens dat het geen zin heeft om over enkele selectief gekozen cijfers uit die evaluatie te praten, zonder alle gegevens en ontwikkelingen in samenhang te bekijken? Ik noem een paar complicaties. Hoe verhouden deze cijfers zich tot het feit dat het aantal gevallen van euthanasie bij psychiatrie in dezelfde periode juist sterk gestegen is? De minister geeft in haar brief aan dat het aantal doorverwijzingen van psychiatrische patiënten naar de Levenseindekliniek in absolute zin wel toeneemt, maar niet in relatieve zin. Dat komt dan weer doordat het totale aantal euthanasiegevallen, somatisch en psychiatrisch, de afgelopen tien jaar enorm is gestegen.

Dit roept weer andere vragen op waarop wij op dit moment niet snel en simpelweg een antwoord kunnen geven. Wij kunnen daar alleen achter komen als wij alle gegevens uitgebreid en in samenhang bespreken. Wat ons betreft is een kort dertigledendebat daarvoor niet de plaats.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Gerbrands. Zij spreekt namens de fractie van de PVV.

Mevrouw Gerbrands (PVV):
Voorzitter. De onderdelen van dit debat, te weten de ggz en de euthanasie, zijn controversieel verklaard. Wat de PVV-fractie betreft hadden wij hier dan ook niet gestaan vandaag, laat staan dat wij dit gevoelige onderwerp in een dertigledendebat zouden bespreken. Ik heb dan ook een korte inbreng.

Kijkend naar de feiten is er geen significante stijging van het aantal psychiatrische patiënten dat bij de Levenseindekliniek aanklopt. Die stijging is in lijn met de toename van het aantal patiënten met andere aandoeningen. De Regionale Toetsingscommissies melden wel een lichte stijging van het aantal uitgevoerde verzoeken van euthanasie bij psychiatrische patiënten. Dat is echter al een aantal jaren het geval en niet de aanleiding voor dit debat.

Mijn fractie betreurt de weerstand onder psychiaters om een verzoek tot euthanasie in te willigen. Zij zijn daartoe niet verplicht, maar ik vraag me af waar die weerstand vandaan komt. Wij hebben een wet die waarborgt dat verzoeken om euthanasie zorgvuldig worden vastgesteld en dat er eerst aan allerlei criteria wordt voldaan. Als de wet wordt nageleefd, dient het verzoek dan ook te worden opgevolgd ongeacht de aandoening van de patiënt.

Of er een samenhang is met andere problemen in de ggz, financieel of organisatorisch, zoals dit artikel suggereert, moet wat mij betreft nader worden onderzocht. Uiteraard mogen tijd- of geldgebrek nooit een rol spelen bij euthanasieverzoeken.

Ook psychiatrische patiënten kunnen op een gegeven moment uitbehandeld zijn en ondraaglijk en uitzichtloos leiden. Laten wij voorkomen dat deze mensen uit wanhoop voor de trein springen. Hun verzoek om euthanasie dient opgevolgd te worden binnen de regels van de wet. Over die wet en over de derde evaluatie van de wet spreken wij op een later moment. Wij zullen dan alle aspecten van psychiatrie en euthanasie meenemen en zorgvuldig afwegen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Rutte. Hij spreekt namens de fractie van de VVD.

De heer Arno Rutte (VVD):
Voorzitter. Euthanasie is een gevoelig onderwerp. Euthanasie voor mensen met een psychische stoornis is in het bijzonder gevoelig en complex. Onlangs is de derde evaluatie van de Euthanasiewet verschenen, net als het jaarverslag van de Regionale Toetsingscommissies. Dat zijn belangwekkende rapporten die de VVD-fractie uitgebreid wil bespreken met een missionaire minister. Zoals de heer Van der Staaij al zei, gaat daar dan ook nog een uitgebreid rondetafelgesprek over dit gevoelige onderwerp aan vooraf. Zo moeten wij het doen.

Vandaag hebben wij echter op stel en sprong ineens een dertigledendebat over dit uiterst gevoelige onderwerp. Dat is er gekomen met het bijna minimale aantal van dertig leden dat het verzoek om een debat heeft gesteund. Dit dertigledendebat is er gekomen dankzij de steun van de Partij voor de Dieren. Vijf leden, maar ze zijn er vandaag niet. Voorzitter. Ik verzoek u om dit in het Presidium bespreekbaar te maken. Ik vind het echt niet kunnen dat wij dit soort uiterst gevoelige debatten voeren met steun van partijen die niet eens de moeite nemen erbij aanwezig te zijn. Het is eigenlijk onacceptabel. Ik moest dit even kwijt.

Het zal duidelijk zijn dat de VVD-fractie van mening is dat een dertigledendebat niet het geschikte middel is voor dit complexe onderwerp. Daarom zal ik vandaag een uiterst beperkte inbreng leveren.

Ik dank de minister voor haar brief. Zij zet helder uiteen wat haar inzet is en blijft voor het verbeteren van de kwaliteit van de ggz en het bestrijden van het stigma dat helaas nog aan psychische aandoeningen kleeft. Ook is het goed om te lezen dat van de gesuggereerde enorme toename van euthanasieaanvragen bij de Levenseindekliniek vanwege psychisch lijden, geen sprake lijkt te zijn.

Een patiënt die tijdens een behandeling in de ggz een stervenswens kenbaar maakt, moet kunnen rekenen op goede zorg. Het kenbaar maken van de stervenswens is namelijk een verzoek om hulp, om zorg. Het is daarom van groot belang dat in de ggz op zo'n moment geen stap terug wordt gezet bij patiënten maar juist een stap vooruit, naar goed onderzoek, naar een goede behandeling. Als die echt geen soelaas meer biedt, is er ondersteuning bij een euthanasieverzoek.

Er is in ons land een organisatie die op dit gebied al grote stappen heeft gezet en waar veel kennis aanwezig is. Ik heb het over 113 Zelfmoordpreventie. Daar is echt heel veel kennis aanwezig over mensen die psychisch lijden en een stervenswens hebben. Deze organisatie kan en wil kennis overdragen over de wijze waarop mensen het beste begeleid en behandeld kunnen worden. Is de minister bereid om in overleg te treden met 113 Zelfmoordpreventie om te kijken hoe deze kennis, misschien nog wel beter dan nu het geval is, ter beschikking kan worden gesteld aan de reguliere geestelijke gezondheidszorg?

Voorzitter, daar wil ik het voor vandaag bij laten. We gaan dit op een later tijdstip uitgebreider bespreken.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee is een einde gekomen aan de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik geef graag de minister de gelegenheid voor haar beantwoording in eerste termijn. Het woord is aan de minister.


Termijn antwoord

Minister Schippers:
Voorzitter. We zijn hier bijeen omdat de Kamer gevraagd heeft om een debat over euthanasie bij mensen met psychische aandoeningen. In de aanloop naar dit debat heb ik de Kamer een brief hierover gestuurd. Ik ben het met die leden eens die zeggen dat een dertigledendebat niet de meest geëigende manier is om deze complexe materie te bespreken, ook omdat je, zoals mevrouw Bruins Slot al zei, hiermee inzoomt op één aspect dat je uit de evaluatie haalt, waardoor je het bredere perspectief dreigt te missen. Daarom wil ik, en bij voorbaat excuses daarvoor, wel een aantal feiten noemen om een en ander een beetje in perspectief te krijgen.

Het aantal euthanasieverzoeken van psychiatrische patiënten bij de Levenseindekliniek is in verhouding ongeveer evenveel gestegen als het aantal verzoeken van patiënten met andere aandoeningen. Er is sprake van een absolute stijging, maar niet van een stijging in relatieve zin. Wellicht is het goed om in dit debat nog eens goed vast te stellen waar we het precies over hebben. Ik gebruik daarvoor de cijfers van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie. In 2016 hebben deze toetsingscommissies 6.091 meldingen van euthanasie ontvangen, 4% van het totaal aantal mensen dat in Nederland in 2016 is overleden. In 2015 ging het om 3,75% van het totale sterftecijfer. De stijging van het aantal meldingen van euthanasie in 2016 blijft dus relatief klein. Deze beperkte stijging is ook niet terug te voeren op het aantal ingewilligde euthanasieverzoeken van mensen met een psychiatrische aandoening.

Laten we daar specifieker naar kijken. In 2015 waren er 56 meldingen. In 2016 waren er 60 meldingen. Van 56 naar 60: dan hebben we het dus over vier meldingen meer. Ter vergelijking: het totaal aantal meldingen is met 575 gestegen, naar ruim 6.000. In verhouding tot het totaal aantal meldingen van euthanasie is het aantal meldingen van euthanasie bij mensen met een psychiatrische aandoening nog steeds ongeveer 1%. De Levenseindekliniek was in 2015 betrokken bij 36 uitgevoerde euthanasiezaken waarbij psychiatrische problematiek de belangrijkste reden was voor het verlenen van hulp. In 2016 ging het om 46 gevallen. Dat is dus inderdaad een behoorlijke stijging, ook relatief. Dat is echter op zichzelf niet gek, omdat de Levenseindekliniek zich als expertisecentrum met name richt op complexe euthanasieproblematiek.

De derde evaluatie van de euthanasiewet laat zien dat het aantal uitdrukkelijke verzoeken aan psychiaters om hulp bij zelfdoding is opgelopen tot 1.100 in 2016. Het is waar dat 46% van de psychiaters daarmee te maken kreeg. Het rapport stelt verder dat het aantal psychiaters dat het ondenkbaar vindt om hulp bij zelfdoding te verlenen, ook in 1995 al heel hoog was, namelijk 53%. Psychiaters zijn dus altijd heel terughoudend, wat natuurlijk niet gek is. Een aantal van u zei het al. Het kan natuurlijk ook onderdeel van de ziekte zijn dat je een doodswens hebt. Het aantal psychiaters dat wel aan een verzoek meewerkt, is ook gestegen. Het was altijd een heel klein aantal, 2% in 1995 — dat is echt heel laag — en het is nu 4%, wat nog steeds laag is.

De heer Van der Staaij (SGP):
De minister laat een aantal cijfers horen waar een beetje de conclusie uit zou kunnen spreken dat het eigenlijk wel meevalt met die toename en dat het allemaal niet zo heel spectaculair is. Cijfers zijn natuurlijk geduldig. Ten opzichte van 2010, dus zeven jaar geleden, waren het er 2 en nu zijn het 60 meldingen, wat 30 keer zoveel is in zeven jaar tijd. Cijfers zeggen wat dat betreft allemaal niet zo heel veel, maar wel is duidelijk dat er sprake is van een gedurige stijging die steeds meer verontrusting oproept in de samenleving. Is dat niet gewoon een feit waar wij en ook artsen mee te maken hebben?

Minister Schippers:
Die stijging is er ook in het totale aantal euthanasieverzoeken. We hebben ook te maken met een totaal andere patiëntenpopulatie dan 30 jaar geleden. Toen speelde het ook heel anders. Mensen denken veel meer na over hoe ze willen overlijden. In het kader van deze problematiek heb ikzelf met ontzettend veel mensen hierover gesproken. Ik hoorde daarbij bijvoorbeeld heel vaak: ik heb gezien hoe mijn vader doodging. Mensen zoeken naar kennis, staan zelfbewuster in het leven en denken veel meer na over de tijd en over wat zij voor zichzelf wensen. Dat neemt niet weg dat dit een heel precair onderwerp is. Natuurlijk kun je met cijfers van alles zeggen, maar ik heb niet gevraagd om een dertigledendebat. Dan ben je gebonden aan de korte termijn, waarbij je toch iets duidelijk wilt maken. Over het geheel genomen is er een stijging en stijgt het aantal psychiatrische patiënten daarin mee. Bij dementie is het heel anders. De discussie daar is van een veel recentere datum, maar ook daar is sprake van een heel andere kijk op de vraag: hoe kijk ik naar mijzelf als ik die diagnose heb gekregen en wat betekent dat? Deze mensen denken er dus anders over dan twintig jaar geleden. Dat is waar.

De heer Van der Staaij (SGP):
Ik denk dat bij dementie en psychiatrie een steeds verdergaande stijging waarneembaar is, evenals een verontrusting bij de beroepsgroep en in de samenleving over of dit wel helemaal goed gaat. Dit debat is weliswaar niet helemaal geschikt om dat helemaal uit te spinnen — we komen er later zeker nog wel op terug — maar er is nog wel een feitje waarop ik nog graag de reactie van de minister hoor. Als bij zo'n hoog percentage psychiatrische patiënten euthanasie plaatsvindt door de Levenseindekliniek, bijna driekwart van het aantal, en er ook de filosofie is dat er in principe geen behandelrelatie wordt aangegaan, is dat in de ogen van de minister dan niet een zorgwekkende cocktail, een zorgwekkende combinatie?

Minister Schippers:
Voor mij niet. Het expertisecentrum Levenseindekliniek wordt ingeroepen bij complexe zaken en daar is hier sprake van. Ik zou overigens niet willen zeggen dat dit iets is waarbij we een punt zetten en er vervolgens niet meer naar kijken. Ik heb de Kamer de derde evaluatie aangeboden zonder standpunt, omdat ik demissionair ben. Ik wil van harte een reactie schrijven maar ik zou mij kunnen voorstellen dat de SGP-fractie zegt: nou, laat dat maar over aan een nieuw kabinet want u bent demissionair. Ik ken dus mijn plaats. Bijvoorbeeld met betrekking tot dementie heb ik een aantal jaren geleden samen met het ministerie van Veiligheid en Justitie en de KNMG een handreiking geschreven, omdat het natuurlijk uiterst complex is. Als mensen nog zelfbewust zijn en helemaal zelf kunnen beoordelen wat zij willen, dan is dat een andere situatie dan wanneer mensen zo vergevorderd zijn in het ziekteproces dat ze het op dat moment niet meer kunnen aangeven maar het wel van tevoren uitdrukkelijk hebben aangegeven. Dat was het moment waarover ik met Els Borst heb gesproken. Die zei: het kan niet zo zijn dat wij deze mensen helemaal geen ruimte geven. Het parlement in Nederland heeft besloten dat het wel zo kan. Dat is de reden waarom ik een juridische analyse en een praktijkanalyse heb laten doen. Ik ben niet over één nacht ijs gegaan; ik geloof dat we een jaar, anderhalf jaar ermee bezig zijn geweest. Daar is heel zorgvuldig een handreiking op gestart. Denk ik daardoor dat het heel makkelijk en zomaar iets is? Nee, het is uiterst complex en moeilijk. Ik vind het ook goed dat wij in het parlement de vinger aan de pols houden, heel scherp volgen wat er gebeurt en ons afvragen wat wij daarvan vinden.

Euthanasie is complex, het is een heel complex proces. Als de aanleiding somatisch is, geldt dit al helemaal, maar bij mensen met een psychische aandoening is het nog veel complexer. Dat weten wij allemaal. Voordat een verzoek wordt ingewilligd, moet zorgvuldig worden vastgesteld dat is voldaan aan alle wettelijke criteria. Bij mensen met een psychiatrische aandoening zal daarbij extra aandacht uitgaan naar de behandelmogelijkheden, de weloverwogenheid van het verzoek en de ondraaglijkheid en uitzichtloosheid van het lijden. Van belang is dat euthanasie bijzondere zorg is, waartoe een patiënt een verzoek kan doen. Het is aan de arts om voor zichzelf te bepalen of hij op dat verzoek wil ingaan. Zo niet, dan kan deze de patiënt doorverwijzen naar een arts die de euthanasie mogelijk wel wil uitvoeren. Maar ook dan zal aan alle zorgvuldigheidseisen moeten zijn voldaan, wil het verzoek legitiem ingewilligd kunnen worden.

Als ik verder naar de cijfers kijk, zie ik dat in de afgelopen vijf jaar slechts een keer een melding van euthanasie bij een persoon met een psychiatrische aandoening als onzorgvuldig is beoordeeld. In 2014 hebben wij daar ook uitgebreid over gesproken in deze Kamer. Op basis van deze casus en het evaluatierapport van 2012 zijn diverse acties ondernomen. Zo heeft de Levenseindekliniek haar protocol aangepast, is de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie in 2015 een werkgroep gestart tot herziening van haar richtlijn inzake euthanasie bij patiënten met een psychiatrische aandoening en heeft de KNMG een gewijzigd factsheet opgesteld. Ook de regionale toetsingscommissies hebben hun code of practice aangepast en er is een psychiater in de regionale toetsingscommissies benoemd. Sindsdien is er geen een van de meer dan 100 meldingen van euthanasie bij een patiënt met een psychiatrische aandoening als onzorgvuldig beoordeeld.

Voorzitter. Ik vind dat wij heel erg moeten oppassen met relaties leggen naar zaken die wij niet kunnen onderbouwen. Je kunt altijd relaties leggen en zeggen dat het ligt aan de zorg, aan eenzaamheid of aan het feit dat wij ons niets van elkaar aantrekken. Ik vind dat echt te gemakkelijk. Ik vind het ook een gevaar om deze debatten met elkaar te vermengen. Ik wil dan ook absoluut afstand van die redenering nemen. Ik denk dat het ook belangrijk is dat wij in het parlement blijven scheiden. Euthanasie is namelijk een precaire, medisch heel bijzondere handeling. Bijna altijd droevig, soms een bevrijding en altijd moeilijk. Wij gaan daarbij niet over één nacht ijs, niet als beleidsmakers, niet als medisch professionals en niet als toezichthouders. Wij moeten er ook voor waken om al te lichtzinnig en snel conclusies te trekken of verbanden te leggen. Dat doet geen recht aan de zorgvuldigheid waarmee deze wet is gemaakt en waarmee deze wet wordt toegepast.

Euthanasie bij psychiatrische patiënten of bij demente patiënten is mogelijk, maar vergt nog meer van iedereen. Dat dit mogelijk is — ik zei het al — is hier, in dit parlement, beslist. Ik heb over euthanasie bij dementerenden niet voor niets een handreiking geschreven, samen met onze partners. Ik kan mij ook voorstellen, ook wetend hoe de beroepsgroep erover denkt — niet alleen nu maar eigenlijk al decennia — dat wij ten aanzien van euthanasie bij psychiatrische patiënten en niet alleen bij dementerenden verdieping zoeken en kijken hoe het beter kan, of specifiek onderzoek kan worden gedaan hoe wij psychiaters beter kunnen helpen. Maar goed, ik loop dan een beetje vooruit op mijn opvolger. Kunnen wij — een heel goede suggestie — de kennis bij 113Online, waar dat elkaar kan helpen, delen met de dagelijkse praktijk? Ik denk dat dat een heel intelligente manier is om naar deze problematiek te kijken, en ook te kijken naar wat er in de praktijk gebeurt en hoe wij dat beter kunnen verbinden. De derde evaluatie gaat nog besproken worden. Wij hebben bij dementie de handreiking geschreven, omdat daartoe echt noodzaak was, aangegeven door artsen en aangegeven door de praktijk. Bij de psychiatrie hebben we al maatregelen genomen. Vroeger werd hierbij niet automatisch een psychiater geconsulteerd. Nu is dat wel zo. Ik kan mij voorstellen dat ook hier weer nieuwe stappen worden gezet om het te verbeteren.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):
Ik ben heel blij met het antwoord van de minister. Ook ben ik blij dat ze meedenkt over de wijze waarop we hiernaar zouden kunnen kijken als we de derde evaluatie bespreken. Een toevoeging van mijn zijde is dat de Levenseindekliniek ook een kennis- en expertisecentrum is waar juist op dit gebied heel veel wordt opgebouwd. Ziet ook de minister de toegevoegde waarde hiervan?

Minister Schippers:
Dat vond ik al evident. De Levenseindekliniek is uitgegroeid tot ons kenniscentrum. Je moet de kennis daar versterken. De Levenseindekliniek is nu bezig om doctoren te helpen die zeggen dat euthanasie een mogelijkheid zou kunnen zijn voor mensen met dementie die dat expliciet, weloverwogen en in volle bewustzijn hebben aangegeven, het goed met artsen en hun omgeving hebben besproken en een euthanasieverklaring hebben vastgelegd bij hun huisarts of zelfs bij de notaris. De Levenseindekliniek wil artsen helpen die hiervoor openstaan en zeggen: ik kan invoelen wat mijn patiënt wilde en dat kan ik inwilligen. Daar is een handreiking voor geschreven. Ik kan me voorstellen dat de Levenseindekliniek, waar de expertise zit, samen met psychiaters gaat bekijken hoe deze psychiaters kunnen worden geholpen. Dit geldt dus niet voor alle psychiaters. Er zullen altijd psychiaters zijn die zeggen: ik wil dit niet. Dat is een gerechtvaardigde beslissing. Dat kan in Nederland. Iedere arts kan dat, ook een psychiater. Er zijn echter psychiaters die meer steun nodig hebben of die meer behoefte hebben om te helpen. Ik vind dat we daarvoor open moeten staan en moeten bekijken hoe we dat beter kunnen doen.

De voorzitter:
Voor mevrouw Dijkstra is dit voldoende. Er is nog een vraag van mevrouw Ellemeet.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
In aansluiting op de vraag van mevrouw Dijkstra: ziet ook de minister de noodzaak om bij de psychiatrische opleidingen meer aandacht te besteden aan dit gevoelige onderwerp? Ziet de minister een rol weggelegd voor de Levenseindekliniek om haar kennis te delen in de opleidingen?

Minister Schippers:
Het is altijd een beetje vervelend dat ik moet zeggen dat de psychiaters natuurlijk de inhoud en het curriculum van hun eigen opleidingen bepalen. Ik kan mij, gezien de praktijk en gezien wat hier speelt, wel het volgende voorstellen. In het gesprek dat wordt aangegaan tussen de Levenseindekliniek en de psychiaters over de vraag hoe we dit beter kunnen doen, kan wellicht ook worden besproken hoe dit onderwerp in de opleiding wordt behandeld. Wordt het überhaupt behandeld? Wordt het op de goede manier behandeld? Wellicht kan dit onderwerp worden meegenomen in het heel complexe veld van hoe je die afwegingen nu eigenlijk goed moet maken.

De voorzitter:
De minister vervolgt.

Minister Schippers:
Ik heb een aantal vragen gekregen waarover het interessant filosoferen is, maar waarvan ik me echt afvraag wat de toegevoegde waarde ervan is. Ik voelde mij geroepen om dit te zeggen, omdat ik echt denk dat als we dit doen … We zijn de afgelopen jaren heel serieus met deze materie bezig geweest. Hoe kunnen we dit verder ontwikkelen? Hoe kunnen we artsen helpen? Hoe kunnen we patiënten helpen? Van de handreiking euthanasie bij dementerenden is ook een publieksversie gemaakt voor patiënten: stel het betreft mij; waar moet ik dan op letten? Bij psychiatrische patiënten zouden we dit ook moeten doorontwikkelen. Een heleboel vragen gaan eigenlijk over de derde evaluatie. Ik vraag me af of ik daar nu op moet ingaan. Het netwerk van psychiaters is natuurlijk ook belangrijk. Bij deze materie zul je ook bijvoorbeeld de volgende vragen moeten betrekken. Hoe kunnen wij het beter doen? Hoe kunnen we het steunpunt beter uitrusten? Wat kunnen wij eigenlijk nog meer voor elkaar betekenen?

Vervolgens werd gevraagd hoe het gaat met het overleg tussen Zorgverzekeraars Nederland, LHV, GGZ Nederland en het ministerie van VWS om de administratievelastendruk te verminderen. Wij hebben er ongelofelijk veel tijd aan besteed. Tegelijkertijd ben ik heel bescheiden over wat dat betekent. Ik ben, geloof ik, in 1993 begonnen met werken bij de VVD-fractie. Vanaf die tijd ben ik bezig met zwartboeken, actieplannen en overleggen over de vraag hoe wij de administratieve lasten daadwerkelijk kunnen verminderen. Bij de metingen die wij op nationaal niveau doen, komt de zorg er altijd behoorlijk goed uit, en als die er niet goed uitkomt, nemen we maatregelen. Maar mijn persoonlijke conclusie is dat al die metingen maar tot op betrekkelijke hoogte iets zeggen over wat de mensen die echt in het veld werken, daarvan voelen. Zij kunnen heel andere zaken voelen dan wij hier abstract meten. Wij kunnen op grond van de metingen wel vinden dat we het goed doen, maar ondertussen voelen professionals zich tot de nek in de formulieren zitten.

Dat is de reden waarom ik het initiatief van de huisartsen heb omarmd toen zij "Het Roer Moet Om" startten. Ik dacht namelijk: ja, eindelijk van onderop. Dat is de manier waarop je het moet doen. Wij hebben een intensief traject gehad. Daarbij zijn heel veel administratieve lasten weggehaald. Tegelijkertijd heb ik gezegd: dat is fijn, we hebben gemeten; huisartsen zeggen ook dat ze het voelen, maar als we niet opletten, groeit het net zo snel weer dicht. Bij huisartsen is het dan nog makkelijker dan als je het in het ziekenhuis wilt doen. De oncologen hebben weer andere administratieve lasten dan de kinderartsen, en die weer andere dan andere specialisten. Maar je moet het van onderop met elkaar doen. Van bovenaf werkt het niet. Wij hebben heel veel acties ingesteld. De leden kunnen in de voortgangsrapportages terugvinden wat we er al op die manier aan hebben gedaan. Maar ik ben ervan overtuigd dat wij er niet mee klaar zijn. Dit is echt iets waar de politiek verder mee moet. Wij moeten echt professionals helpen om die administratievelastendruk verder terug te dringen.

Aan de andere kant vind ik het te gemakkelijk om te zeggen: door administratieve lasten komen we aan de euthanasieverzoeken niet toe. Die conclusie is mij veel te snel getrokken. De link tussen wat er in de ggz gebeurt en de euthanasiediscussie is mij wat al te gemakkelijk en te oppervlakkig.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Ik deel de mening van de minister dat wij er heel erg voor moeten uitkijken om een oorzakelijk verband te leggen tussen problemen in een sector en de hele euthanasiekwestie. Tegelijkertijd neemt dat niet weg dat psychiaters het signaal geven dat zij zo veel tijd kwijt zijn aan administratieve lasten en dat dat ten koste gaat van een goede behandelrelatie met patiënten. Zeker bij patiënten met een complexe zorgvraag is het ingewikkeld. Dit speelt mogelijk mee bij het doorverwijzen naar de levenseindekliniek. Het is ingewikkeld — dat deel ik met de minister — maar dat neemt niet weg dat wij dit goed moeten onderzoeken en dat er hoe dan ook iets gedaan moet worden aan de administratievelastendruk bij psychiaters. Inderdaad, het gaat werken als het van onderop komt. Dat hebben de huisartsen laten zien. Daar moet blijvend aan gewerkt worden. Ziet de minister wel een rol voor zich om dit ook bij de vereniging van psychiaters onder de aandacht te brengen? Wordt er al gekeken naar het initiatief van de huisartsen en kan dat als goed voorbeeld dienen voor de psychiaters?

Minister Schippers:
Wij hebben eenzelfde traject met hen gedaan in het afgelopen jaar. Wij hebben eenzelfde traject gedaan voor lastenvermindering in de ggz, met de psychiaters, met de patiënten, met de instellingen en met de zorgverzekeraars. Dat is exact hetzelfde traject. Er is dus veel gebeurd, maar nog niet genoeg. Maar de administratieve lasten in relatie tot euthanasie zou ik ervan willen loskoppelen. Euthanasie zal administratieve lasten met zich meebrengen. Waarom? Wij hebben een toetsingscommissie. Die moet toch precies kunnen nagaan wat er daarbij is gebeurd? Er zijn dus aan de ene kant administratieve lasten in de dagelijkse praktijk van een psychiater, waarvoor geldt dat we er alles aan moeten doen om die te verminderen. Aan de andere kant zijn er de administratieve lasten van de euthanasie. Ik ben er niet van overtuigd dat we daar nu heel veel aan kunnen doen. Een psychiater zal zodanig aantoonbaar moeten maken en moeten opschrijven dat hij een zorgvuldige procedure heeft gevolgd dat de regionale toetsingscommissie uiteindelijk kan nagaan of dat is gebeurd. Die administratieve lasten zullen er altijd blijven, maar die heeft een huisarts ook. Een huisarts moet ook allemaal precies opschrijven waarom hij kan invoelen dat er sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden, of er nog behandelingsopties waren en of er een euthanasieverklaring was. Ik ben echt niet van plan om aan die administratieve lasten iets te doen. Wij moeten dat immers wel kunnen nagaan en blijven nagaan.

De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Ellemeet.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
De zorgvuldigheid staat voorop. Dat brengt ook administratieve lasten met zich mee. Onnodige administratieve moeten worden weggenomen. Toch geven psychiaters aan dat ze aan zo'n intensief traject met een patiënt met een doodswens juist niet toekomen. Ik vind dit toch wel een punt van gesprek met psychiaters. Het mag niet zo zijn dat een beroepsgroep niet kan ingaan op een hulpvraag van een patiënt met een complexe psychische aandoening. Dat wordt duidelijk gemaakt in dat artikel en wat mij betreft is dat de kern van dit debat. Het mag niet zo zijn dat er in de geestelijke gezondheidszorg onvoldoende aandacht is voor groepen met een complexe zorgvraag. Dat is toch iets wat opgelost moet worden. Dat kan de minister niet in haar eentje, maar ik zie het wel als een taak van de politiek en het veld om te bekijken hoe we dit probleem kunnen oplossen, zodat deze patiënten de zorg krijgen die ze nodig hebben.

Minister Schippers:
Ik ben het daarmee eens. Tegelijkertijd zullen de administratieve lasten altijd zwaar blijven als het gaat om euthanasie, omdat je het op de een of andere manier moet registreren. Ik kan me wel voorstellen dat we in gesprek gaan. Dat is ook mijn advies: ga bekijken hoe je dit complexe onderwerp kunt aanpakken. Want dit is nog veel complexer dan somatische problematiek; daar hoef ik niemand van te overtuigen. Tegelijkertijd moet die complexiteit, als je het zorgvuldig wilt doen, ook achteraf invoelbaar zijn. Dan heb je dus niet alleen te maken met een complex zorgtraject, dat al heel veel vraagt van een psychiater, maar ook nog eens met een heel zorgvuldige vastlegging van dat traject. Daardoor kan een RTE, of eventueel een rechter als een RTE zegt dat het niet zorgvuldig verliep, later nagaan wat er is gebeurd. Zo hebben we het hier ook afgesproken, en niet onterecht, want dit moet toetsbaar blijven. Als het makkelijker kan, moeten we het uiteraard makkelijker doen. Maar makkelijk zal het nooit worden. Als er vanuit de Kamer en een nieuwe bewindspersoon een traject gestart wordt à la dementie, zou ik me kunnen voorstellen dat je aandacht besteedt aan de vraag: hoe kunnen we het beter doen, maar wel zodanig dat het nog wel zorgvuldig gebeurt en nazoekbaar is?

Volgens de SGP kan het initiatief ook van buiten een patiënt komen, namelijk vanuit behandelaren. Ik heb die signalen niet gekregen. Misschien bedoelt de heer Van der Staaij dat behandelaren zeggen: goh, u hebt zo'n ernstige ziekte; hebt u weleens nagedacht over euthanasie? Ik weet niet of hij dat bedoelde, maar dat herken ik niet. Ik heb daar nooit van gehoord. Het kan in gesprekken op een gegeven moment natuurlijk wel blijken dat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Dan kan de levenseindekliniek in dat gesprek naar voren komen. We hebben er in ieder geval voor gezorgd dat de RTE's een code of practice hebben waarin staat dat in het geval van psychiatrische patiënten een psychiater geconsulteerd moet worden. Dat is heel belangrijk. Dat hebben we ingevoerd na 2014. Eerder hoefde dat geen psychiater te zijn; nu is dat wel zo. Uiteindelijk moet er immers wel getoetst worden of het intrinsiek vanuit patiënten zelf komt, of zij het zelf willen en of het niet van buitenaf is opgelegd. Die toets moet altijd worden uitgevoerd. Ook de NVvP heeft in een richtlijn staan dat er een extra psychiater moet worden geconsulteerd. Aan de toetsingscommissie euthanasie is ook psychiatrische deskundigheid toegevoegd. We hebben de psychiatrische poot in de hele procesgang dus wel heel erg versterkt.

De heer Van der Staaij (SGP):
Ik zou graag een nadere toelichting geven over de casus waar ik op doelde. Ik weet niet of het vaker voorkomt, maar ik heb begrepen dat in ieder geval in één geval niet zozeer de psychiater, maar vooral het zorgpersoneel in een instelling tegen een jonge psychiatrische patiënte heeft gezegd: weet u wel dat er ook de mogelijkheid is om u in de Levenseindekliniek te laten helpen? Ik maakte me daar best zorgen over. Als zoiets in een kwetsbare omgeving op deze manier als een suggestie op tafel wordt gelegd, kan dat een eigen leven gaan leiden en ook druk leggen op patiënten. Ik vroeg mij simpelweg af of er codes zijn die bepalen hoe zorgpersoneel hiermee moet omgaan, want goedbedoelde adviezen kunnen toch heel riskant uitpakken.

Minister Schippers:
Dat is altijd het lastige aan een individuele casus, want ik weet niet wat er daarvoor is voorgevallen. Is dit gezegd naar aanleiding van het feit dat een psychiater zei: uw wens kan ik niet vervullen? Is het daarna ter sprake gekomen? Dat kan ik als minister in zo'n individuele casus niet beoordelen. Ik weet wel dat we het allemaal heel strak geregeld hebben. De intrinsieke motivatie voor die wens moet vanuit iemand zelf komen. We hebben de toetsing daarop op allerlei manieren versterkt. Natuurlijk vindt er vervolgens in de samenleving discussie plaats over dit soort onderwerpen, die zo ingrijpend en belangrijk zijn. Ik denk dat dat alleen maar goed is. Natuurlijk heb ik het artikel, de mening en de standpunten van de heer Chabot in de NRC ook gelezen, net als die van de heer Jacob Kohnstamm. De één zal zeggen dat Chabot wel gelijk heeft, terwijl ikzelf wel blij was met het interview met de heer Jacob Kohnstamm, die zich hierover heel zorgvuldig uitliet en zich er op die manier in verdiepte. Het hangt ook van je eigen standpunt af hoe je dat beoordeelt. Dat er debat is, vind ik overigens heel belangrijk en heel erg goed. Het debat over euthanasie is niet geëindigd met het instellen van een wet.

Mevrouw Marijnissen (SP):
De minister vergelijkt eigenlijk twee krantenartikelen en zegt dat het afhankelijk is van je eigen blik op de zaak hoe je naar die artikelen kijkt, maar ik ben dat absoluut niet met haar eens en heb daar een vraag over. Het was nu Chabot, maar je kunt ook elke andere hulpverlener noemen die er dagelijks in de praktijk mee te maken heeft. Zou de politiek juist niet vertrouwen moeten hebben in die mensen, los van de opvattingen van u, mij of anderen over een vrijwillig levenseinde? Zou je niet het signaal van mensen die dagelijks in de praktijk werken heel serieus moeten nemen? Moet je nou niet juist die dingen los zien van elkaar?

Minister Schippers:
Chabot is niet een hulpverlener die nu dagelijks in de praktijk werkt maar wel een opiniemaker en een belangrijk iemand in dit debat. Het is heel erg belangrijk om ten aanzien van euthanasie goed te luisteren naar mensen die er dagelijks in de praktijk mee werken. Als je luistert naar mensen die er dagelijks in de praktijk mee werken, krijg je overigens ook heel verschillende opvattingen te horen. Ik heb het afgelopen jaar heel veel gesproken met mensen die in de dagelijkse praktijk werken, over euthanasie en over voltooid leven. Er leven daar heel verschillende opvattingen. Ik denk dat in heel veel partijen — in ieder geval in de mijne al 20 of 30 jaar — een uiterst fel debat wordt gevoerd over deze problematiek, waar artsen, verpleegkundigen en patiënten zich heel actief in roeren. Ik kan u vertellen dat zij het heel vaak niet met elkaar eens zijn. Wel belangrijk is — dat is ook gedaan bij dementie — dat de signalen van de artsen, hulpverleners en patiënten aanleiding geven voor dat hele, zorgvuldige, traject van de handreiking. Precies daarom zeg ik hier dat die derde evaluatie, en wat daarin te lezen is, een aanleiding daartoe zou kunnen zijn. Dat is ook hetgeen artsen, patiënten en nabestaanden van patiënten die suïcide hebben gepleegd omdat ze geen gehoor kregen bij de zorg, hebben gezegd. Het zou aanleiding moeten zijn om misschien ook zo'n soort traject te volgen, waarbij je zegt: we hebben het over een heel bijzondere groep die heel bijzondere en precaire medische hulpverlening vergt, dus moeten we wat meer inzoomen en met patiënten en zorgverleners kijken naar een manier waarop we de situatie kunnen verbeteren.

De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Marijnisssen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik begon mijn eerste termijn met een citaat uit de evaluatie waaruit heel duidelijk bleek dat het zeker niet alleen een verhaal is van opiniemaker Chabot, maar juist van hulpverleners zelf, de psychiaters. Zij geven aan dat doordat zij in hun afweging twijfels hebben bij de kwaliteit die zij kunnen leveren, zij ook twijfels hebben bij de zorgvuldigheidstoets die zij in acht wensen te nemen. Dat is toch iets wat wij niet in de wind kunnen slaan omdat wij wellicht een andere opvatting hebben over hoe wij naar de zaak an sich kijken?

Minister Schippers:
Ja, maar ik vind het ook te gemakkelijk om hier een relatie te gaan leggen met knelpunten die wij momenteel ervaren in de ggz, zeker als je dit vergelijkt met 30 jaar geleden. Je ziet eigenlijk dat wat dat betreft de situatie rond psychiatrische patiënten altijd precair is geweest, maar dat hiervoor in deze Kamer geen uitzondering is gemaakt omdat blijkbaar de overtuiging van de meerderheid van de Kamer is dat het wel moet kunnen. Wordt het daarmee gemakkelijk? Nee. Is het daarmee de afgelopen 30 jaar gemakkelijk geweest? Nee. Het blijft uiterst complex. Daarom moeten we de praktijk stap voor stap verbeteren. De derde evaluatie is aanleiding om kennis te vermeerderen en beter te verspreiden, en om te kijken hoe wij wat meer kunnen inzoomen op de psychiaters die zeggen: ik wil daar in principe wel aan voldoen maar ik heb hier last van of ik zie daar een belemmering. En de evaluatie is aanleiding om de mensen die er wel bereid toe zijn, te helpen; te helpen in het nemen van een beslissing en te helpen in de dilemma's die zij ervaren. Zo is dat ook gebeurd door die hele kleine groep artsen die bereid is tot euthanasie bij dementerende patiënten in een vergevorderd stadium. Dat zijn er ook een paar. Er zijn heel veel patiënten en politici die zeggen: wij vinden wel dat die weg open moet blijven. Wordt die er gemakkelijk van? Nee, ik denk dat het nooit gemakkelijk gaat worden.

De voorzitter:
Dank u wel. Hiermee is de minister aan het einde van haar eerste termijn. Ik kijk rond of er behoefte is aan een tweede termijn van de zijde van de Kamer. Dat is het geval. Het woord is aan mevrouw Sazias.


Termijn inbreng

Mevrouw Sazias (50PLUS):
Voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording, al heb ik de indruk dat zij vindt dat de cijfers en de toename enorm meevallen, terwijl er in de evaluatie toch duidelijk aandacht voor wordt gevraagd.

Ik krijg graag een reactie van de minister, die ik in eerste termijn al heb gevraagd, op de eerste aanbeveling in de evaluatie om onderzoek te laten uitvoeren naar de achterliggende oorzaken van het stijgende aantal euthanasiegevallen. Ik vind dat onderzoek vooral belangrijk, omdat we er in een later stadium veel uitgebreider over zullen spreken. Dat is goed. Overigens ben ik ervan overtuigd dat alle zorgvuldigheid rondom dit onderwerp nodig is en dat de intenties van iedereen in principe goed zijn. Ik vind wel dat die eerste aanbeveling heel belangrijk is. Als wij er in de toekomst uitgebreid over spreken, hebben we een onderliggend stuk.

De voorzitter:
Ik kijk verder of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet het geval, dus ik geef graag het woord aan de minister.


Termijn antwoord

Minister Schippers:
Voorzitter. Ik vind het in die zin complex dat euthanasie controversieel is verklaard door de Kamer en dat ik demissionair ben en een heleboel rapporten die ik krijg zonder reactie doorstuur naar de Kamer. Natuurlijk kan ik zeggen: het is wel controversieel verklaard en ik ben wel demissionair, maar ik ga gewoon doorregeren, nieuw beleid maken en besluiten nemen. Dat zou ik doen, want ik denk dat je heel goed naar de aanbevelingen moet kijken. Ik denk helemaal niet dat we klaar zijn en dat we tevreden achterover kunnen leunen naar aanleiding van de derde evaluatie. Ik kan u zo al zeggen dat het goed is om onderzoek te doen. Ik heb dat echter niet gedaan, omdat ik als demissionair minister gehouden ben om geen oordeel te hebben over stukken die nu binnenkomen, omdat ik daar dan nieuw beleid op maak. Het wordt complex als ik dan zeg dat ik de eerste aanbeveling ga doen en de tweede en derde niet. Dat is de reden waarom ik ook niet inga op de aanbevelingen twee en drie, niet omdat ik denk dat het onverstandig is. Ik denk dat het heel verstandig is voor een ingrijpend onderwerp als euthanasie. Je kunt beter te veel onderzoek doen dan te weinig. Het is ontzettend belangrijk om de mensen te steunen die voor die moeilijke dilemma's staan. Ik heb nog niet zo lang geleden zelf met een huisarts meegeleefd over een heel traject van euthanasie. Het ging niet om een psychiatrisch patiënt, maar het was wel zo zwaar voor een hulpverlener om dat te moeten doen. Als je die kunt steunen, moet je dat doen. Ik ben daar dan ook een groot voorstander van. Ik heb dat alleen maar niet gedaan omdat ik demissionair ben.

De voorzitter:
Dat roept nog een vraag op van mevrouw Sazias.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
Als u onderzoek laat doen naar de achterliggende oorzaak, maakt u nog geen beleid. Dan helpt u de Kamer bij haar oordeelsvorming. We kunnen toch ook afspreken dat u dat onderzoek laat doen en dat het volgende kabinet daar vervolgens beleid op maakt?

Minister Schippers:
Dat kan, maar ik heb heel vaak te maken met dit soort besluiten. Dan doe ik geen onderzoek. Als ik onderzoek doe, besluit ik toch waar de onderzoeksgelden naartoe gaan. Ik vind het allemaal prima, maar deze Kamer heeft zo'n beetje 80% van de zorg controversieel verklaard. De vorige keer dat ik demissionair was — ik zei het net tegen een aantal Kamerleden — ging 80% door. Nu gaat 80% niet door. Dat is niet mijn keuze. U kunt niet van mij verwachten dat ik een beetje selectief ga shoppen, want dan sta ik hier morgen weer en dan zegt u: minister, u gaat nu alleen maar uw eigen hobby's doen. Dat vind ik overigens heel leuk. Dat zou ik best wel willen in de laatste maanden. Het is toch duidelijk waar de redenering vandaan komt? Er zijn wel meer dingen in de zorg waarnaar we onderzoek moeten doen, en waarover ik nu ook geen beslissing neem. Dat doe ik niet omdat ik dat zelf niet wil; dat doe ik niet omdat deze Kamer naar mijn mening terecht zegt: beste minister, u zit in uw laatste weken; ga ons de komende tijd niet opzadelen met dingen die u zo belangrijk vindt; wacht maar even. Ik ken mijn plaats; dat is eigenlijk waar het over gaat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar aanwezigheid en haar bijdrage aan dit debat. Dat geldt uiteraard ook voor de Kamerleden en de mensen die dit debat gevolgd hebben, hier in de zaal dan wel op een andere plek.

De vergadering wordt van 11.22 uur tot 13.15 uur geschorst.

Voorzitter: Harbers

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Ik stel voor, dinsdag a.s. ook te stemmen over:

  • de brief van de vaste commissie voor Europese Zaken (34719, nr. 4);
  • de brief van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie over het opmaken van een voordracht van vier kandidaten voor een vacature van raadsheer in de strafkamer van de Hoge Raad (33785, nr. 16);
  • de moties ingediend bij de wetgevingsoverleggen over de jaarverslagen 2016 van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van de Kamer:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten op het terrein van accountantsorganisaties en het accountantsberoep in verband met het versterken van de governance van accountantsorganisaties (Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties) (34677).

Op verzoek van de PvdA-fractie benoem ik:

  • in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken het lid Van den Hul tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Kuiken.

Ik deel mee dat de aangehouden motie op stuk nr. 22 (34548) is vervallen.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda:

  • het VAO Armoede en schuldenbeleid, met als eerste spreker het lid Peters;
  • het VAO Water, met als eerste spreker het lid Van Eijs;
  • het VAO Tbs en forensische zorg, met als eerste spreker het lid Van Nispen.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Agema van de PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
Voorzitter. Toen ik gisteren het bericht doorgestuurd kreeg over de spoedeisende hulpposten die vol liggen met ouderen die eigenlijk zouden moeten herstellen in een verzorgingshuis, dacht ik dat het een oud bericht van twee jaar geleden was. Maar dat bleek niet zo te zijn. Niet alleen is er dus een groot tekort aan plekken waar die ouderen terechtkunnen, maar nu — dat is de actualiteit — komt ook de spoedeisende zorg in gevaar. Ik zou dus graag op korte termijn een debat hierover willen voeren met de minister en de staatssecretaris van VWS.

De heer Arno Rutte (VVD):
Dat er problemen bestaan met te volle spoedeisende hulpposten, met name ook rondom ouderen, is een bekend fenomeen. Het nieuwsbericht van deze week kwam nu juist naar aanleiding van een brief van de minister waarin ze aangeeft heel intensief met alle betrokkenen op zoek te zijn naar allerhande oplossingen, die ze ook gevonden heeft. Dat is werk in uitvoering. Daar moeten de professionals mee aan de slag. Als iets niet helpt, dan is het dat wij daar nu over gaan debatteren. Dus geen steun.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Wij steunen het verzoek en bij voorkeur nog voor het zomerreces alstublieft.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ook wij delen de zorg en het gevoel van urgentie, dus wij steunen het verzoek.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Wij kunnen ons vinden in het betoog van de VVD. Er is net een brief van de minister verschenen met heel veel acties. Het is nu heel belangrijk dat die acties zo spoedig mogelijk worden ingevoerd.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
50PLUS steunt het verzoek.

Mevrouw Keijzer (CDA):
Het is correct. Ik heb hier de brief die twee dagen geleden is verstuurd. Daarin staan allerlei maatregelen die de minister gaat nemen om dit probleem op te lossen. Je kunt dit kabinet verwijten dat dit het gevolg is van veel te snel allerlei taken over de schutting gooien. Dat doe ik ook. Ik vind het wel van belang om met de minister nog even door te praten over hoe dit dan in de praktijk gaat uitvallen. Daarom steun ik dit verzoek.

De voorzitter:
Mevrouw Agema, u hebt geen meerderheid voor het verzoek.

Mevrouw Agema (PVV):
Zeker, maar wel voor het houden van een dertigledendebat. Die brief is ook niet voldoende. De enige belangrijke oplossing die zou moeten worden doorgevoerd, staat er niet in. De verzorgingstehuizen hadden namelijk niet gesloten mogen worden, en die nog open zijn hadden de afgelopen twee jaar opengehouden moeten worden. Dat staat niet in die brief! Daarom wil ik graag zo snel mogelijk een debat, om de staatssecretaris en de minister daartoe op te roepen.

De voorzitter:
U stelt een dertigledendebat voor.

Mevrouw Keijzer, nog aanvullend op dit punt?

Mevrouw Keijzer (CDA):
Ik hecht er wel aan om even duidelijk te zijn. In deze brief staat dat er 55 miljoen bij komt. In deze brief staat dat er gekeken gaat worden hoe de plekken in het eerstelijnsverblijf, de plekken dus waar mensen naartoe moeten, ingekocht gaan worden. Daar wil ik het graag over hebben met de minister, want daar liggen ook absoluut de problemen, met als gevolg overvolle eerstehulpposten.

De voorzitter:
U hebt geen meerderheid, dus we zullen het verzoek toevoegen aan de lijst met dertigledendebatten. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Mevrouw Agema (PVV):
Ik weet niet waarom mevrouw Keijzer die toevoeging doet. Ik gaf alleen maar aan dat ik dit debat met de minister en de staatssecretaris wil, omdat ik het verkeerd beleid vind dat de verzorgingshuizen gesloten worden.

De voorzitter:
Dat gaat u allemaal waarschijnlijk in het debat bespreken. Het is toegevoegd aan de lijst. Dank u wel.

Ik geef het woord aan mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Vanmorgen verscheen in Trouw een artikel waarin staat dat woningcorporaties de energiedoelen die zij met elkaar hebben afgesproken, niet gaan halen. Gisteren verscheen er al een artikel op Follow the Money waarin wordt aangegeven dat huurders verduurzaming zogenaamd zouden bemoeilijken. Ik denk dat over dit onderwerp veel te zeggen valt. Daarom wil ik hierover een debat aanvragen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ik doe dit verzoek mede namens mevrouw Voortman van GroenLinks.

De heer Koerhuis (VVD):
Oud nieuws. Geen steun voor het debat.

De heer Kops (PVV):
Dat het niet zo wil lukken met die peperdure duurzaamheidsdoelen is natuurlijk juist goed nieuws. Wij zien het probleem niet, dus geen steun voor een debat.

De heer Öztürk (DENK):
Steun voor het verzoek.

Mevrouw Van Eijs (D66):
Verduurzaming van woningen is heel belangrijk. We hebben het daar al eerder over gehad. Eigenlijk staat er weinig nieuws in het artikel. Ik was in ieder geval niet verbaasd. Aedes heeft eerder ook al aangegeven dat het moeilijk zou worden om de doelen te halen. Ik zou liever eerst een brief willen en steun het verzoek om een debat niet.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):
Steun voor het verzoek. Graag krijgen we een brief van tevoren.

De heer Ronnes (CDA):
Wij hebben in een eerdere fase uitgebreid met de minister besproken dat de doelen voor 2020 niet gehaald gingen worden. Op dit moment lijkt het niet handig om dat over te doen. Geen steun voor het debat dus.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
50PLUS vindt juist dat dit onderwerp blijvend aandacht verdient. We willen graag een brief en steunen het debat.

De voorzitter:
U hebt geen meerderheid voor uw verzoek, mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):
Maar ik heb wel genoeg steun voor een dertigledendebat. Ik zou het graag als een dertigledendebat willen doen.

De voorzitter:
Dan zet ik het op de lijst van dertigledendebatten. Er is ook om een brief gevraagd. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Jasper van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Voorzitter. De commissie voor Sociale Zaken heeft net een indringende hoorzitting gehad over problemen met de Participatiewet, het vinden van werk voor arbeidsbeperkten en de sociale werkvoorzieningen. De centrale boodschap was eigenlijk dat een aantal zaken geregeld moet worden voordat de formatie is afgerond. Die zijn zo acuut dat ik graag met spoed een debat wil aanvragen.

De heer Peters (CDA):
Volgens mij is in de procedurevergadering na goed overleg en met goede afwegingen bedacht dat we dit controversieel verklaren. Dat zou ik graag zo willen houden. Geen steun voor het debat dus.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
De GroenLinks-fractie steunt het verzoek wel.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
50PLUS steunt het debat ook, zeg ik mede namens mevrouw Corrie van Brenk.

Mevrouw Nijkerken-de Haan (VVD):
Ik sluit me graag aan bij de woorden van het CDA. Geen steun voor dit debat.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):
Dit is volgens mij geen nieuw beleid. Dat hebben we in de rondetafel met elkaar besproken. Ik zou graag van de staatssecretaris willen horen of er licht zit tussen de budgetten en of er te weinig budget is gezien de doelstellingen. Ik ontvang dus graag eerst een brief en dan steun voor een debat.

De voorzitter:
Dus u steunt het debat? Ja, dus. Oké.

De heer Raemakers (D66):
We komen net uit die hoorzitting. Die was heel nuttig. We nemen het ook zeker mee op de formatietafel, maar geven geen steun voor het debat.

De heer Öztürk (DENK):
Wel steun voor het debat.

De heer De Jong (PVV):
Er is helemaal niets mis mee om over de puinhopen van dit kabinet te spreken. Alvorens we een debat voeren, krijg ik wel graag een brief.

De voorzitter:
U hebt geen steun voor een debat, mijnheer Van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Nee, maar ik heb wel de steun van meer dan 30 leden. Ik vraag dus graag een dertigledendebat aan en hoop dat het voor het zomerreces gepland kan worden.

De voorzitter:
Dat laatste moeten we bezien. Ik zet het op de lijst met dertigledendebatten. Er is gevraagd om een brief, dus ik stel voor het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daarmee zijn we aan het eind van de regeling van werkzaamheden gekomen.

De vergadering wordt van 13.24 uur tot 13.30 uur geschorst.

Voornemen Amerikaanse president tot opzegging klimaatakkoord

Voornemen Amerikaanse president tot opzegging klimaatakkoord

Aan de orde is het debat over het voornemen van de Amerikaanse president om het klimaatakkoord op te zeggen.


Termijn inbreng

De voorzitter:
Ik heet de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu welkom. De spreektijden zijn vier minuten per fractie. Ik geef als eerste het woord aan de heer Van Aalst namens de PVV.

De heer Van Aalst (PVV):
Voorzitter. Begin deze maand maakte president Trump bekend dat de Verenigde Staten het klimaatakkoord van Parijs opzeggen. Dit besluit werd door de staatssecretaris en de meeste Kamerleden als een historische vergissing bestempeld. Sommige leden hielden het zelfs nog maar nauwelijks droog. Ook de linkse media waren hierdoor dagenlang van slag. In de berichtgeving werd vooral benadrukt wat voor gitzwarte dag het was en bij de staatspropaganda van de NOS maakte men het helemaal bont. Daar werd bericht dat deze actie van Trump zal leiden tot steeds extremer weer met misoogsten tot gevolg, het uitsterven van dieren- en plantensoorten en een stijgende zeespiegel door het smelten van de ijskappen, waardoor steden en landen kunnen overstromen. Gelukkig neemt door de netflixisering bijna niemand de staatspropaganda op PvdA-1 nog serieus. Steeds meer mensen zien in dat dit pure nonsens is.

Wat is er nu concreet afgesproken in dat Parijsakkoord en wat zijn de consequenties van die afspraken? Dit wordt in de mainstreammedia constant verzwegen en als je daarover een prijswinnende documentaire maakt, mag die niet worden uitgezonden. In het Parijsakkoord is afgesproken dat de aarde in 2100 met maximaal twee graden mag zijn opgewarmd. Met wie, zou mijn eerste vraag zijn. Met Onze-Lieve-Heer, met moeder natuur? Nee, met het IPCC. U weet wel, die frauduleuze klimaatclub, waarvan al eerder is vastgesteld dat de klimaatmodellen niet deugden.

Waardoor wordt dit veroorzaakt? Dit komt doordat het Parijsakkoord landen specifieke restricties aan de CO2-uitstoot oplegt. Dat leidt tot bizarre taferelen. Zo kwam het bericht over het terugtreden van Trump uit het klimaatakkoord op dezelfde dag dat de Europese staalindustrie een brandbrief verstuurde over de nieuwe, veel te strenge milieunormen. Het gevolg zal zijn dat hier fabrieken en banen in de staalindustrie verdwijnen doordat goedkoper staal uit China, dat nota bene op veel vervuilender wijze is gefabriceerd, wordt geïmporteerd. De vraag naar staal blijft immers onveranderd. Sterker nog, die zal alleen maar toenemen, want die windmolens van jullie worden niet van ecologisch verantwoord duurzaam papier gebouwd maar van tonnen staal en beton.

Kortom, het klimaatakkoord zorgt ervoor dat wij onze eigen industrie en bevolking hogere lasten gaan opleggen, terwijl hun banen verdwijnen naar landen als China waar men zeker tot 2030 volop mag doorgaan met uitstoten. Dat doen ze dan ook volop, want samen met India en Indonesië worden daar de komende jaren 1.736 nieuwe kolencentrales gebouwd. 1.736 nieuwe centrales terwijl er al duizenden staan! Bovendien krijgt onze bevolking daardoor hogere lasten opgelegd, ook doordat er vanaf 2020 ieder jaar 100 miljard aan ontwikkelingshulp moet worden overgemaakt in het kader van het klimaatfonds.

De staatssecretaris kon niet wachten met symbolisch meteen de bijdrage aan het IPPC te verdubbelen. Maar hoe zit het met de bijdrage aan de jaarlijkse 100 miljard van het klimaatfonds? Zal Nederland het gat dat Amerika laat vallen, ook opvullen? Zo ja, met hoeveel? Hoe lang blijft Nederland nog doorgaan met deze symboolpolitiek terwijl het weet dat de waarheid, hoe ongemakkelijk ook, is dat klimaatverandering van alle tijden is en dat het huidige klimaatbeleid van het subsidiëren van verouderde technieken en lastenverhogingen voor vervuilende industrieën in ontwikkelde landen zoals Nederland en de VS, niets zal doen om de veronderstelde opwarming van de aarde in de komende 83 jaar tegen te gaan?

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Voorzitter. President Trump trekt zich terug uit het Parijsakkoord. Een hoogst onverstandige beslissing. Klimaatverandering schaf je niet per decreet af, ook niet als je Trump heet en president van Amerika bent. De klimaatverandering is al aan de gang. We zien niet alleen smeltende gletsjers op de Noordpool of grote scheuren in het Arctisch gebied, maar ook grote droogtes in Afrika en het Midden-Oosten en overstromingen van de kustgebieden. "Nederland deltaland" zal de stijgende zeespiegel ook zeker gaan merken, dus je kop in het zand steken, verandert de feiten niet. Dat geldt voor de PVV, die het akkoord graag in de prullenbak wil gooien en dat geldt zeker voor Trump. Dat hij zich terugtrekt, is natuurlijk een tegenslag, maar het klimaatakkoord begint niet en houdt ook niet op bij de VS. Ruim 190 landen hebben het Parijsakkoord getekend, waaronder ook China en Rusland. Deze landen deden dat vanwege het maatschappelijk doel, maar natuurlijk ook vanwege heel erg welbegrepen eigenbelang. Groene groei schept nieuwe kansen, voor economie, innovatie en banen. Er werken in de VS al meer mensen in de schone sector dan in de hele olie- en gasindustrie bij elkaar. Het is nu van belang dat Europa samen met China en India het voortouw neemt. Dat betekent niet alleen een goede samenwerking, maar ook dat Europa ambitie moet tonen. Zal bijvoorbeeld in aanloop naar Bonn de knoop zijn doorgehakt over national contributions, vraag ik de staatssecretaris.

D66 is blij dat Nederland en Europa heel snel en heel duidelijk hebben laten weten dat zij achter het Parijsakkoord staan en dat er dus geen sprake van kan zijn dat je opnieuw gaat onderhandelen over het akkoord of dat afspraken verzwakt worden. Voorlopig zullen de VS gewoon lid zijn van het akkoord. Ze kunnen er pas over een paar jaar echt uitstappen. Wat D66 betreft, betekent dit dat ze zich gewoon aan de afspraken houden zolang ze nog lid zijn, bijvoorbeeld die over klimaatfinanciering. Welke ontwikkelingen ziet de staatssecretaris hierbij? Hoe kunnen ook de andere ondertekenende lidstaten helpen om de VS op dit punt bij de les te houden?

Het betekent ook dat de VS voorlopig nog aan tafel zullen blijven bij de klimaatconferenties. Ik ben benieuwd welke rol zij daar gaan spelen. Zij mogen in ieder geval geen blokkerende factor gaan vormen. Op welke manier kunnen we dat voorkomen?

Veel staten, steden, bedrijven en burgers in de VS staan vierkant achter het klimaatakkoord. De staatssecretaris zal dat zelf gezien hebben toen zij er was. Het is heel mooi dat wij hen goed aangesloten houden. Daarom vind ik het ontzettend positief dat de staatssecretaris zo snel de verbinding met Californië heeft gezocht. De "We Are Still In"-coalitie uit de VS heeft zich ook gemeld bij het IPCC. Trump zei: ik doe dit niet voor Parijs maar voor Pittsburgh. Pittsburgh heeft laten weten: doe mij maar het Parijsakkoord. Ik heb daarom een vraag aan de staatssecretaris. In hoeverre is het mogelijk om een permanente of officiële samenwerking te zoeken tussen Europa en deze coalitie?

Nederland heeft volgend jaar een mooi icoon: Nijmegen is verkozen tot European Green Capital. Hoe kunnen we dat inzetten? Binnen Europa wordt al volop aan kennisuitwisseling gedaan. Kunnen we ook een verbinding leggen met de steden in de VS die verder willen gaan?

De VS hebben een schat aan wetenschappelijke kennis over klimaatverandering en de gevolgen ervan. Trump heeft laten zien dat hij die informatie liever kwijt dan rijk is. Dat kan een bedreiging vormen voor het continueren van onderzoek. Ziet de staatssecretaris mogelijkheden om de samenwerking tussen de Nederlandse en Amerikaanse wetenschap op klimaatgebied te versterken, misschien ook via de gelden die er in Europa zijn voor onderzoek? Welke rol zou het nieuwe klimaatinstituut daarbij kunnen spelen?

Nu Amerika zich op het wereldtoneel terugtrekt, moet Europa samen met China en India het voortouw nemen om de opwarming van de aarde tegen te gaan, samen met alle landen en met de regio's, steden en bedrijven in de VS die de kans op groene groei wél willen benutten.

De heer Van Aalst (PVV):
Ik hoor de collega van D66 heel vaak de samenwerking tussen Europa en China noemen. Zij heeft de brandbrief van de staalindustrie ook ontvangen. Ik heb net geschetst wat met die staalindustrie gaat gebeuren. Die verplaatst zich naar China, een van de landen die tot 2030 helemaal niets hoeven te doen en vervolgens volop put uit de 100 miljard subsidie uit het fonds. Lijkt het de collega van D66 wel een goede partner? Het kost ons onze banen, maar zij zegt: wij gaan het gat even vullen. Hoe ziet zij dat voor zich?

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
China is een van de landen met de hoogste CO2-uitstoot. Ik ben blij dat de heer Van Aalst via zijn vraag indirect erkent dat er iets aan de hand is. Als we het willen aanpakken, zullen we moeten samenwerken met landen als China waar nog heel veel groei gaat plaatsvinden. We zullen ervoor moeten zorgen dat die groei in China op een klimaatneutralere manier plaatsvindt dan dat hij nu plaatsvindt. Dat gaat China natuurlijk alleen maar doen als wij zelf ook het goede voorbeeld geven. Wij kunnen niet tegen de Chinezen zeggen: u moet het allemaal maar oplossen, wij doen niets. Betekent dit dat je dan maar maatregelen moet nemen waardoor je vervuiling alleen maar verplaatst? Nee. Daarom hebben wij in het Europese handelssysteem speciale afspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat je bij de sectoren die echt onderhevig zijn aan internationale concurrentie, zoals de staalsector, niet alleen naar een verplaatsing van vervuiling gaat. Daar is niemand mee gebaat, ook het milieu niet. Dus daar is D66 geen voorstander van.

De heer Van Aalst (PVV):
Ik wil nogmaals benadrukken dat China tot 2030 helemaal niets gaat doen. Het enige wat wij doen, is met ons klimaatakkoord onnodig de mensen in Nederland belasten, met extra belastingen overal maar weer, om de staalsector in China te financieren. Vervolgens laten we onze eigen sector hier kapot gaan ten koste van allerlei banen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Sorry, maar dat is echt een fabeltje. In het Europese handelssysteem worden een aantal sectoren heel specifiek uitgezonderd. Die krijgen gratis rechten en hebben allerlei specifieke regelingen, juist om ervoor te zorgen dat het staal dat hier inderdaad relatief milieuefficiënt geproduceerd wordt, niet zomaar verplaatst wordt. Daar schiet namelijk niemand iets mee op. De PVV schetst hier echt een fabeltje, want dat is totaal niet aan de hand. Sterker nog: in het ETS zijn telkens allerlei voorzieningen. Die zijn zelfs zo ruim dat je je kunt afvragen of ze niet veel te ruim zijn en of dit wel zo nodig is. De CO2-prijs in het ETS is hartstikke laag. Dat komt doordat er heel erg veel gratis rechten zijn uitgedeeld om maar te voorkomen dat de situatie die de PVV schetst en die natuurlijk niemand wil, zou plaatsvinden. Laten wij ervoor zorgen dat wij blijven investeren in innovatie in die sectoren, zodat die concurrerend blijven. Dat China niets doet, daar herken ik me totaal niet in. China heeft 1.000 kolenmijnen gesloten. China investeert 400 miljard in hernieuwbare energie. China doet dus ook een hoop. En terecht, want China stoot ook veel uit en groeit nog veel. Daarvoor is juist die samenwerking enorm van belang in plaats van op deze manier een beetje fabeltjes de wereld in te helpen.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Van Raan namens de Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter. Trump heeft gekozen, gekozen om de VS uit het klimaatverdrag te laten stappen. Dat is zijn goed recht, maar een grote vergissing. Het is een schending van internationale afspraken. Het is goed nieuws dat het kabinet nogmaals bevestigt dat de Parijse doelstellingen wel gehaald dienen te worden. Maar de adviseurs van het kabinet, de WRR en de Raad van State, bevestigen nogmaals dat wij het met het huidige beleid niet gaan halen. Dat is een heel rare tegenspraak.

Laten wij niet ons eigen inspanning vertragen of verminderen door naar anderen te wijzen, maar juist vermeerderen. Dat is alleen al omdat Europese landen niet veel beter lijken te zijn dan Amerika. Ook Europa komt de klimaatafspraken niet na. Kijk onze eigen Europese inspanningen voor het terugbrengen van de extra reductie van 77 miljoen ton CO2 in 2030 er maar op na. Het gaat naar 7,7 miljoen ton. Laten wij dus vooral kijken naar wat wij als Nederland wel kunnen doen. Nederland heeft als grootverbruiker van energie en grondstoffen een belangrijke voortrekkersrol te nemen in de strijd tegen klimaatverandering. Maar wat zien we? Onze overheid ondersteunt nog steeds de fossiele en zwaarvervuilende industrie, hetzij door lage btw-tarieven, hetzij door grootverbruikerskortingen voor energie hetzij door directe subsidies die bestaan uit het niet in rekening gebracht zijn van externe kosten. Dit alles ingegeven door economische kortetermijnbelangen. Nederland moet zelf aan de bak, maar dat is geen bedreiging voor onze economie. Integendeel, het rondetafelgesprek circulaire economie gaf aan dat er voldoende mogelijkheden zijn. De transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten biedt een geweldige kans. Nederland is koploper solar energy volgens TU Delft.

Voorzitter. Het klimaat is meer dan alleen CO2-besparing en energiebeleid. Klimaatbeleid dient onze aarde leefbaar te houden en gaat daarom ook over herstel van biodiversiteit, natuur, zorgvuldig omgaan met onze grondstoffen, recycling en onze consumptie. We kunnen dus niet langer heilige huisjes overeind houden. Ik kom daar zo meteen op terug.

Laten we dus meer doen en de VS laten merken dat uitstappen gevolgen heeft. Als de VS gaan produceren zonder Parijse uitgangspunten in de prijs van hun producten te verrekenen, hebben Amerikaanse producenten de facto immers een enorm kostenvoordeel en dus een concurrentievoordeel. Dat kan niet de bedoeling zijn: én vervuilender zijn én goedkoper. We kunnen dus bekijken of we de Amerikaanse producten kunnen belasten met een klimaatheffing via border adjustment taxes. Dat is een instrument van de WTO, de World Trade Organization. Ironisch genoeg — misschien is dat wel een stimulans — is het ook het instrument dat Trump wil inzetten tegen bijvoorbeeld Mexico. Met dit instrument van de WTO kunnen we heel gericht tarieven heffen over vervuilende producten uit de VS om het speelveld zo weer gelijk te maken. "Good taxes" noemen republikeinen dat.

Het uitstappen van de VS maakt nog één ding heel duidelijk. Doordat de VS zichzelf een vrijbrief verschaffen om door te gaan met destructieve fossiele industrieën, blijkt eens te meer dat het internationale recht hoognodig versterkt dient te worden. Een van de manieren om dat te doen, is grootschalige vernietiging van de leefomgeving strafbaar stellen als misdaad tegen de mensheid, kortweg "ecocide" genaamd.

Ik rond af. Wij willen de staatssecretaris drie dingen vragen. Ten eerste: is zij bereid om te onderzoeken hoe Nederland border adjustment taxes kan inzetten om het gelijke speelveld, dat nu duidelijk op de tocht staat, te behouden? Ten tweede: is zij bereid te onderzoeken hoe Nederland kan helpen om ecocide in een juridisch kader te zetten? Mijn partij heeft daar eerder moties over ingediend. Tot slot heeft het PBL een rapport gepubliceerd genaamd "Wat betekent het Parijsakkoord voor het Nederlands langetermijnklimaatbeleid?" Is de staatssecretaris bereid het planbureau ook te laten bekijken wat we nu concreet moeten doen in de komende 12 en 24 maanden en dan een rapport te publiceren genaamd "Wat betekent het Parijsakkoord voor het Nederlands kortetermijnklimaatbeleid?" We overwegen moties in te dienen op deze drie punten.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorzitter. Ook al betreur ik de aanleiding, ik vind het wel bijzonder dat de Kamer voor de derde keer op rij discussieert over de vraag hoe het klimaatbeleid beter kan worden. Dat geeft wel de urgentie en noodzaak aan.

Het nieuws dat de Verenigde Staten zich dankzij president Trump hebben teruggetrokken uit het klimaatakkoord van Parijs leverde een storm van verontwaardiging op. Het feit dat Trump zich niets lijkt aan te trekken van de schade die klimaatverandering veroorzaakt en zal veroorzaken, is schandalig. Maar nu we zijn bekomen van de schrik en onze woede hebben geuit richting Trump, wordt het tijd om weer naar onszelf te kijken. Ik stel nu liever de vraag: wat doen Nederland en de EU zelf om de doelstellingen van Parijs te halen? Ik kan u het antwoord geven: helaas nog lang niet genoeg. Als we vanaf nu wereldwijd 400 gigaton CO2 uitstoten, is de concentratie in de lucht al zo hoog dat we 50% kans hebben om over de 1,5°C heen te gaan. De wereld stoot per jaar ongeveer 40 gigaton CO2 uit. Als we op dezelfde manier doorgaan, gebeurt dat dus al over tien jaar. Is de staatssecretaris het ermee eens dat Nederland en de EU nog niet genoeg doen en meer zullen moeten doen om het gat dat de VS hebben achtergelaten op te vullen?

De tijd van vrijblijvendheid is voorbij. Gisteren kwam het bericht dat we de 6.000 MW windenergie op land hoogstwaarschijnlijk niet gaan halen en is gebleken dat de woningcorporaties hun doelen voor 2020 misschien pas in 2030 gaan halen. Er zijn op korte termijn bindende maatregelen nodig, anders halen we ook de doelen die voortkomen uit het Urgendavonnis niet. De onlangs bijgewerkte visie van Urgenda voor 100% duurzame energie in 2030 laat zien dat het wel kan, als we maar lef en ambitie tonen.

De voorzitter:
Er is een interruptie. Ik zocht even naar een geschikt punt in uw betoog.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Dat komt bijna, voorzitter.

Het rapport laat ook zien dat het ons veel banen oplevert. Wij zijn benieuwd was de staatssecretaris van dit rapport van Urgenda vindt.

De heer Van Aalst (PVV):
Dit klimaatakkoord brengt voor 1 biljard aan lastenverzwaringen met zich mee, met als resultaat 0,15°C. Nu hoor ik mijn collega van GroenLinks zeggen dat zij het gat van Trump wil gaan opvullen. Hoeveel miljarden aan lastenverzwaring is GroenLinks nog bereid om te offeren voor dit klimaatsprookje?

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik heb eerder in een debat een interruptie op de heer Van Aalst gepleegd over de kosten die klimaatverandering veroorzaakt. Het rapport van Stern laat zien hoeveel miljarden het kost als klimaatverandering doorzet. Ik raad de heer Van Aalst nogmaals aan om dit rapport te bekijken en die kosten in dat licht te zien.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
In de brief van de staatssecretaris staat dat er geen indicaties zijn dat andere landen het voorbeeld van de VS zullen volgen. Dat is goed om te lezen, maar is dat werkelijk zo? Rusland lijkt bijvoorbeeld bereid te zijn om het akkoord te heronderhandelen. Kan Nederland alles op alles zetten om elk land op proactieve wijze via diplomatie binnen het klimaatakkoord te houden?

De VS zullen niet meer bijdragen aan het Green Climate Fund. Dit baart ons zorgen. Zo wordt het voor ontwikkelingslanden namelijk een stuk lastiger om hun klimaatdoelen te behalen. Als daar een gat valt, zullen ontwikkelingslanden misschien ook twijfelen over deelname aan het klimaatakkoord. Kan Nederland inspringen om dit gat te dichten en andere landen aansporen om hetzelfde te doen?

In reactie op de terugtrekking van Trump heeft de staatssecretaris een mooi en belangrijk gebaar gemaakt door het IPCC financieel extra te ondersteunen. Het is van groot belang dat zijn belangrijke werk door kan gaan. Complimenten voor deze snelle actie! Ik denk echter wel dat er nog meer ruimte is voor meer actie. De letter of intent samen met Californië zie ik als een mooie beginstap. Kan Nederland ook met andere staten of steden dit soort deals sluiten? Verder wijst de staatssecretaris op het samenwerkingsverband Under2 Coalition. Kan zij een aantal concrete successen van deze coalitie noemen? En hoe zouden deze verder opgeschaald kunnen worden?

Het is ontzettend jammer en kwalijk dat Trump het klimaatakkoord heeft opgezegd, maar dat is voor mij slechts een aanmoediging om met nog meer ambitie aan de slag te gaan. Ik weet zeker dat de staatssecretaris het hiermee eens is.

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Zonder klimaatverandering waren wij misschien nog wel holbewoners geweest. Hoewel, als archeoloog spreek ik liever van "jager-verzamelaars". Klimaatverandering heeft in het verleden veel ellende gebracht, maar soms ook heel veel goeds veroorzaakt. Zo was het klimaatverandering in het gebied van de Vruchtbare Halvemaan die ervoor zorgde dat er meer granen groeiden. Langzaam kwamen jager-verzamelaars erachter dat ze die granen ook zelf konden gaan zaaien. Op die manier werd de landbouw geboren. 99% van de tijd dat we als mensheid hier op aarde zijn, hebben we geleefd van jagen en verzamelen, maar doordat we landbouw gingen bedrijven, hadden mensen langzamerhand meer tijd over voor nieuwe uitvindingen.

Klimaatverandering heeft dus veel goeds gebracht, maar ook veel ellende. Beschavingen die zijn weggevaagd doordat hun leefgebied verdroogde of juist extreem vernatte. Oorlogen, honger, heel veel geweld; ze ontstaan door klimaatverandering. Klimaatveranderng kan dus zowel veel goeds als heel veel slechts veroorzaken, heeft voor bloei gezorgd, maar ook voor ondergang. Het Romeinse rijk kende in de derde eeuw na Christus ongelooflijk veel droogte waardoor er veel spanningen ontstonden. Juist de meest arme en kwetsbare groepen waren daar vaak de dupe van.

Gelukkig zijn wij geen holbewoners meer. Gelukkig kunnen we nu afspraken maken over hoe we nu omgaan met klimaatverandering die dit keer voor een deel ook door de mensen zelf is veroorzaakt. Gelukkig zijn wij geen holbewoners meer en kunnen we afspraken maken over hoe we de gevolgen van de klimaatverandering, die zeer ingrijpend zullen zijn voor grote groepen mensen en juist voor de kwetsbare groepen, zo goed mogelijk gaan opvangen. Helaas worden die afspraken nu door Trump niet nageleefd. De SP is er voorstander van dat we ervoor gaan zorgen dat we deze klimaatverandering tot bloei laten komen, zoals eerder is gebeurd als mensen ingingen op klimaatverandering. Laten we ervoor zorgen dat de mensen die nu waarschijnlijk het hardst geraakt worden, in Nederland maar juist ook internationaal, niet de dupe worden. Daarom willen wij nationaal en internationaal solidariteit. Er zijn al vragen gesteld over het Klimaatfonds. Dat gaat meer over de internationale kant: hoe zorgen we ervoor dat mensen die als eerste de dupe gaan worden van de klimaatverandering dat niet worden? Wij willen dat echter ook heel graag nationaal. Ik zie een vraag aankomen dus misschien is dit het moment om even te pauzeren.

De voorzitter:
Uitstekend.

De heer Van Aalst (PVV):
Ik zit even na te denken. Ik heb mevrouw Beckerman laatst ook in een debat gezien. Toen ging het inderdaad met name over de mensen in Nederland die zwaar getroffen werden door dit Klimaatfonds. We hadden het net over die 100 miljard in dit Klimaatfonds. Hoor ik mevrouw Beckerman nu zeggen dat zij met name inzet op solidariteit met mensen in China in plaats van met onze mensen die dat bedrag bij elkaar moeten gaan brengen?

Mevrouw Beckerman (SP):
Volgens mij had ik het over nationale en internationale solidariteit. Vorige week debatteerde deze Kamer op mijn initiatief over de lusten en lasten van het klimaatbeleid. De SP heeft toen gezegd: wij vinden dat die lasten niet eenzijdig mogen komen te liggen bij huishoudens, dat die lasten eerlijk moeten worden verdeeld. Wij vinden dat ook de lusten — klimaatverandering kan ook zorgen voor lusten — eerlijk moeten worden verdeeld. Ik heb toen voorbeelden gegeven van hoe dat nu niet zo is maar wel zou kunnen. Dus inderdaad, wij kiezen in Nederland voor solidariteit.

De heer Van Aalst (PVV):
Ik hoor mijn collega zeggen dat we het er de vorige week over gehad hebben en geconstateerd hebben dat de lasten onevenredig terechtkomen bij dezelfde groep mensen. Als wij nu die 100 miljard, het gat van Trump, moeten gaan vullen, hoe denkt mevrouw Beckerman dan dat straks haar kinderen en kleinkinderen erbij staan? Die zijn platzak.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dit komt nou weer hartstikke mooi uit, want ik heb voor de tweede termijn een motie in voorbereiding waarmee we er juist voor willen zorgen dat we die energiearmoede gaan voorkomen of gaan verhelpen waar die al is. Het is mooi om te zien dat we daar nu al steun voor krijgen van de PVV. De heer Van Aalst lacht. Het is mooi dat ik hem toch nog vrolijk heb kunnen maken.

Dit is mijn belangrijkste punt. We kunnen kiezen. We zijn geen holbewoners meer. We kunnen kiezen hoe we omgaan met klimaatverandering. We kunnen kiezen of we mensen gaan helpen die in de problemen komen of ze laten stikken. We kunnen kiezen om de lusten eerlijk te verdelen of de lusten scheef te verdelen. De SP kiest voor eerlijke verdeling. Ik zou graag de visie van de staatssecretaris willen horen.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Voorzitter. De wereld staat voor grote uitdagingen. Wij gaan van 7 miljard naar 10 miljard mensen. Er komt meer welvaart. Er is behoefte aan goed voedsel, meer water, schoon water. De energiebehoefte gaat toenemen. En dan is er ook nog eens opwarming. Al die uitdagingen doen ons beseffen dat wij met elkaar op één aardbol zitten. We moeten het dus samen doen.

Het besluit van president Trump om zich terug te trekken uit het klimaatakkoord kwam niet uit de lucht vallen, maar het blijft wel een grote tegenvaller voor internationaal klimaatbeleid. De bijdrage van de VS, als een van de grootste uitstoters van de wereld, is van groot belang. De VVD heeft altijd het belang onderstreept van een mondiale aanpak van klimaatverandering. Wij staan nog steeds achter het akkoord, juist omdat alle landen ter wereld het verdrag hebben getekend en ook bedrijven en kennisinstellingen een grote rol spelen. De VVD vindt dan ook dat wij op een slimme wijze moeten doorgaan met ambitieus en verstandig klimaatbeleid, met of zonder Trump. Het besluit van Trump betekent bovendien niet dat de VS direct stoppen met allerlei maatregelen, want bedrijven, en ook staten, hebben al aangegeven dat ze doorgaan met hun innovaties en plannen. Dat is veelzeggend.

De VVD wil geen aanscherping van ambities alleen om de reden dat de VS nu niet meer meedoen. Het is niet alleen lastig maar ook compleet onrealistisch om dat gat te vullen. Onze doelen voor CO2-beperking zijn de meest ambitieuze ter wereld: met minimaal 40% in 2030 en minimaal 80% in 2050. Dat gaat Nederland veel inzet en geld kosten, maar hopelijk levert het ook kansen op voor nieuwe welvaart en bedrijvigheid. De transitie die wij doormaken, is nodig. Tegelijkertijd moeten wij altijd de balans bewaken.

De VVD wil welvaart en duurzaamheid laten samengaan, hand in hand, maar wel voorkomen dat een verslechtering van de welvaart plaatsvindt zonder dat er milieuwinst wordt behaald. Het behoud en het versterken van onze concurrentiekracht is een belangrijke factor, net als draagvlak en betaalbaarheid.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
De heer Dijkstra spreekt over de noodzaak van ambitieus klimaatbeleid. Mijn vraag is: is hij van mening dat de 40% CO2-reductie in 2030 genoeg is om de doelstellingen van Parijs te halen?

De heer Remco Dijkstra (VVD):
40% is de afspraak die wij in Europees verband hebben gemaakt. Dat is de meest ambitieuze doelstelling waar dan ook ter wereld. Nederland doet dat in Europees verband. Is het voldoende om het Parijsakkoord te halen? Alle bijdragen die zijn ingeleverd in de aanloop naar 2015, naar het Parijsakkoord, waren niet voldoende voor de 2°C in 2100, maar kwamen uit op rond de 2,7°C.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Als de heer Dijkstra het duidelijke antwoord geeft dat die 40% in 2030 niet genoeg is om het Parijsakkoord te halen, welke conclusies verbindt hij daar dan aan voor de inzet van de VVD voor de ambities in Nederland en Europa?

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ten eerste dat wij in Europa de meest ambitieuze doelstelling hebben van waar dan ook ter wereld. Nederland doet daaraan mee. Ten tweede dat wij betrouwbaarheid moeten tonen richting al die bedrijven die het uitvoeren. Ten derde dat wij mondiaal leider zijn. Dat is iets wat Europa ook graag benadrukt. En ten vierde dat wij de afspraken die wij zelf hebben gemaakt, ook als het gaat om aanscherping, gewoon netjes moeten volgen. Dat betekent dat wij pas in 2018 kijken of er aanvullende maatregelen nodig zijn.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Het klimaatbeleid doen wij niet als land individueel maar zo veel mogelijk gezamenlijk. Wij doen het gezamenlijk in mondiaal verband — denk aan de scheepvaart en luchtvaart — en gezamenlijk in Europees verband; ik had het er net over. Wij doen het in Nederland ook gezamenlijk met partners in het veld; denk aan het energieakkoord. De VVD wil onze bedrijven langdurige investeringszekerheden bieden en onze inwoners niet opzadelen met acute of torenhoge lasten als gevolg van klimaatdoelen waarbij onze samenleving in een onrealistisch tempo moet vergroenen. Geen verplichtingen of beperkingen als het kan. Hoe creëren wij dan gelijke kansen en vooral nieuwe kansen voor onze bedrijven? In de brief van het kabinet staat dat de Nederlandse bijdrage aan het Groene Klimaatfonds 100 miljoen is. Ik heb daar eerder een motie over ingediend. Hoe kunnen wij, onze bedrijven, daarvan profiteren? Is het geld al overgemaakt? Hoe profiteren onze bedrijven van deze klimaatfondsen?

De heer Van Raan (PvdD):
Is de VVD het met de Partij voor de Dieren eens dat landen die niet meedoen aan het klimaatverdrag van Parijs, mogelijk een oneerlijk concurrentievoordeel hebben ten opzichte van landen die daar wel aan meedoen, omdat bedrijven zich niet hoeven te houden aan allerlei reductiedoelstellingen, waardoor ze goedkoper kunnen produceren?

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Het Parijse akkoord is een soort grabbelton geweest waarin iedereen zijn eigen bijdrage als land, of in ons geval als Europa, heeft ingediend. Die bijdrages zijn helaas, ook al zouden we het willen, heel slecht vergelijkbaar. Er zullen dus altijd verschillen zijn tussen partijen die daarvan profiteren en partijen die dat niet doen. De VVD wil graag dat we de milieuwinst en de welvaartswinst hand in hand laten gaan. We moeten dus heel goed bekijken dat onze bedrijven en onze inwoners daar geen schade van ondervinden. Als er verschillen zijn, moeten we goed gaan bekijken hoe we daarmee omgaan. Het liefst doen we dat natuurlijk in Europees verband.

De heer Van Raan (PvdD):
Ik constateer dat u het dus niet uitsluit.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik heb in uw bijdrage gehoord over allerlei adjustment taxes. U hebt de vraag ook aan de staatssecretaris gesteld. Je ziet nu dat de staten en bedrijven in Amerika zeggen: wij willen een CO2-prijs en wij gaan door met innovatie en vernieuwing, omdat wij gewoon op een mondiaal speelveld moeten concurreren. Wat schieten die bedrijven en goedwillende partijen in Amerika ermee op als wij hen extra gaan belasten? Dan pakken we hen dubbel en dat is ook niet helemaal fair.

Er zijn nu nog geen signalen dat meer landen zich aan het akkoord gaan onttrekken. Maar als meerdere landen het akkoord opzeggen of afboeken op hun ambities, hoe gaan we daar dan mee om? Hoe zeker is de staatssecretaris ervan dat deze signalen er nog niet zijn? Welke garanties kan zij geven?

De geopolitieke verhoudingen worden door het eenzijdige besluit van Trump echt door elkaar geschud. Daarbij lonkt de EU, en ook deze staatssecretaris, heel actief naar de Chinezen. De Chinezen binnenhalen als waren zij de redders van het klimaat, dat gaat de VVD echt te ver. Laten we wel wezen: China heeft een enorm eigenbelang. Het land richt zich voornamelijk op groei van de bevolking, en wat is daar mis mee? Bovendien geeft de eigen bijdrage van China aan dat het tot 2030 meer mag uitstoten voordat het pas aan een daling gaat werken. Dat hebben de Chinezen zelf zo ingediend. Dus hoezo heeft China een voorbeeldfunctie? Nederland en vooral deze staatssecretaris moeten niet naïef zijn als het gaat om China. Hoe ziet de staatssecretaris de versterking van de samenwerking tussen Europa en China voor zich? Welke rol ziet ze dan voor China?

Voor de VVD staat vast dat de huidige reductiedoelen zoals die in de EU zijn vastgesteld, moeten worden nagekomen. Maar we moeten ook kijken naar de procedures en ook de afspraken die we daar hebben, moeten we nakomen. We moeten geen noodverband aanleggen of overcompensatie suggereren en in het gat springen dat de VS achterlaten. Laten we niet naïef zijn.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. De Amerikaanse president Trump heeft besloten dat de VS zich terugtrekken uit het klimaatakkoord. Hij wil zich niet aan het akkoord binden. Dat is een zorgelijke gebeurtenis, die grote gevolgen kan hebben voor onze toekomst en die van onze kinderen. Als we de leefbaarheid van onze planeet in stand willen houden, is het van levensbelang dat we wereldwijd de handen ineenslaan. De VS hebben hun handen nu teruggetrokken met als argument "American jobs" en een "bad deal for the USA". Maar met welke gevolgen? Overigens vallen die nog te bezien. In een groeiende duurzame-energiesector zullen immers ook steeds meer banen ontstaan.

Hoopgevend is dat veel Amerikaanse staten, waaronder Californië, hebben aangegeven door te gaan met hun progressieve en succesvolle klimaatbeleid. Het is een signaal van de verdeeldheid in de VS over dit onderwerp. De staatssecretaris is recentelijk op een milieuconferentie bij een van die staten geweest. Wij vinden het heel goed om te horen dat die ervaring positief was. We vinden het ook fantastisch dat de staatssecretaris dit soort initiatieven neemt. Op welke wijze kunnen wij de samenwerking en uitwisseling van kennis met deze staten structureel verbeteren en intensiveren?

50PLUS zet vraagtekens bij het feit dat de Amerikaanse president heeft geopperd opnieuw te willen onderhandelen over de voorwaarden voor de VS. De voorzitter van de Europese Commissie heeft al gesteld dat dit niet aan de orde is: het akkoord moet worden uitgevoerd en niet worden heronderhandeld. 50PLUS is het met hem eens. In de brief stelt de staatssecretaris dat alle lidstaten dat ook zo vinden. Er werd net ook al gevraagd: hoe zeker is dit? Worden alle diplomatieke kanalen hierover gesproken? Blijft de situatie nog werkbaar?

De staatssecretaris heeft inzake de terugtrekkingsprocedure gesteld dat de VS formeel niet eerder dan 4 november 2020 volledig vrij zal zijn van verplichtingen. Maar wat betekent dit nou precies? Dat een volgende president de terugtrekking nog net ongedaan kan maken? Of worden vanaf nu al stappen gezet om af te bouwen en wordt het op deze datum definitief? Is het niet krom dat de VS nu nog wel kan meepraten over de implementatie van het Parijsakkoord? Welke invloed kan de opstelling van de VS in dezen hebben op aangesloten landen? Ik krijg graag een toelichting van de staatssecretaris.

50PLUS gaat ervan uit dat deze ontwikkeling de Nederlandse regering en bevolking zo mogelijk nog meer motiveert om de doelen te bereiken. Wij staan er in ieder geval voor.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Voorzitter. Het is de tweede keer dat we in deze Tweede Kamer met de staatssecretaris debatteren over de beslissing van de VS, van president Trump, om uit het klimaatakkoord te treden. Zoals eerder gezegd, betreurt het CDA de stap van de Verenigde Staten om dat ook te gaan doen. Het CDA wil dat we als Europese Unie namelijk verder gaan met het klimaatakkoord.

De Milieuraad is inmiddels geweest en we hebben ook een brief van de staatssecretaris ontvangen, maar kan zij hier toch nog even kort aangeven hoe hier door de collega's in de Milieuraad over werd gedacht? Want dat horen we natuurlijk wel allemaal graag terug.

De voorzitter van de Europese Commissie heeft aangegeven bij de G20 in juli met een krachtig signaal over het klimaatakkoord te willen komen. Nederland neemt deel aan deze bijeenkomst. Is de Nederlandse regering bij de voorbereiding van de voorzitter van de Europese Commissie betrokken? Zal Nederland bij de G20 inzetten op een sterk signaal dat we wereldwijd doorgaan met het klimaatakkoord, ook zonder president Trump?

Het CDA maakt zich zorgen over de gevolgen van deze beslissing van de VS. Zo vernemen wij van de staatssecretaris dat zij €100.000 heeft vrijgemaakt voor het Intergovernmental Panel on Climate Change, omdat het IPCC een acuut gat in zijn financiën zou hebben. Hoe zit dat nou eigenlijk precies? Tijdens het debat over de inbreng in de Milieuraad heb ik aangegeven dat Nederland en Europa onmogelijk de hele inbreng van de VS naar zich toe konden trekken. De staatssecretaris heeft toen ook aangegeven dat dit beslist niet haar inzet was. Daar was ik ook heel erg blij mee. Maar wat is dan wel haar inzet? Dat is nu de vraag. Hoeveel tekort heeft het IPCC en speelt dat al langer? Klopt het dat juist ook meer wetenschappelijke detachering nodig is voor landen buiten de Europese Unie? Hoe werkt dit dan precies? In hoeverre zijn hier onafhankelijke fondsen voor? Het CDA zou graag zien dat niet alleen de staatssecretaris en de Europese Unie meebetalen, maar ook landen buiten de Europese Unie. Is hier al contact over met landen buiten de Europese Unie?

Als we kijken naar de Verenigde Staten en de animo die daar is onder inwoners, bedrijven, staten en steden om mee te helpen, is mijn vraag: wat gaan ze dan precies financieren? Waar bestaat hun inbreng uit? In eerste instantie lijkt het besluit van de staatssecretaris heel sympathiek om toch ergens een gat op te willen vullen. Maar geven we daarmee de VS zelf wel ruimte genoeg om ook zelf stappen te zetten? Wat gaan ze doen? Of springen wij direct in een gat, en hoe doordacht is dat dan?

In het kader van de verdere uitwerking van het klimaatakkoord vraag ik de staatssecretaris hoe het wegvallen van de financiële bijdrage van de VS voor het klimaatfonds een plek zal krijgen. Hoe zit het überhaupt met de financiering? Is het mogelijk om het totaalbedrag voor het klimaatbedrag te verminderen met de bijdrage van de VS? Of ziet de staatssecretaris dat nou weer anders?

Ook de collega van de VVD gaf al aan dat geopolitiek hier ook beslist het een en ander speelt. Hoe gaan we om met China? Ook het CDA heeft in de voorbereiding op dit debat schriftelijke vragen gesteld aan de staatssecretaris. Zij gaat daar ook op in, maar zou er nog wel wat uitgebreider op kunnen ingaan. Wij horen ook graag hoe hierover in Europees verband wordt gedacht. De staatssecretaris tipte dat even aan in haar brief over de Milieuraad. Ik hoor er graag wat meer over.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik ben benieuwd wat het CDA vindt van al die stoere geluiden van sommige partijen dat er niet valt te heronderhandelen en dat Trump dat niet kan eisen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
In mijn beleving is er ook niet te heronderhandelen. Amerika moet met een eigen bod komen van wat de inwoners, de bedrijven, de staten en de steden wel willen doen. Daar wacht ik op. Ik zie dat niet als heronderhandelen. Het zou natuurlijk ideaal zijn als de bijdrage een-op-een zou worden overgenomen door de VS. Dan hoeven wij dat niet bij te plussen. Ik vind het nogal wat om dat van onze belastingbetalers te gaan vragen.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Dus die stoere taal is wat u betreft onnodig, omdat u net als ik weet dat er helemaal niet heronderhandeld hoeft te worden. Uitsluiten is ook niet nodig, omdat Amerika, inclusief de staten en de bedrijven, gewoon zelf kan zeggen wat men gaat doen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
De staatssecretaris heeft tijdens het AO Milieuraad ook al duidelijk aangegeven dat er niet wordt heronderhandeld. In de brief aan de Tweede Kamer geeft de staatssecretaris expliciet aan dat het beslist niet de bedoeling is dat er heronderhandeld wordt. Zo heb ik het in ieder geval gelezen. Dat lijkt mij ook niet nodig. Een symbolische stap door €100.000 over te maken — dat is misschien één onderzoeker, dus waar hebben we het over? — mag niet staan voor: we gaan alles overnemen van de VS. Dan zijn we echt op het verkeerde pad beland. Het is niet het pad dat het CDA zou willen bewandelen. Laten wij de VS uitnodigen en uitdagen — de staatssecretaris is daar in Californië al mee begonnen — om het eigen pakket op te pakken en daarmee aan de slag te gaan. Ze roepen in alle media dat ze dat willen gaan doen. Laat ze water bij de wijn doen en ons laten zien dat het ze menens en serieus is.

De voorzitter:
Daarmee zijn wij gekomen aan het eind van de eerste termijn van de zijde van de Kamer.

De vergadering wordt van 14.14 uur tot 14.21 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef voor haar beantwoording in eerste termijn het woord aan de staatssecretaris.


Termijn antwoord

Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Laat ik er niet omheen draaien: net als velen van u ben ik buitengewoon teleurgesteld over het besluit van president Trump om de overeenkomst van Parijs op te zeggen. Ik zou dat willen kwalificeren als een historische vergissing. De overeenkomst van Parijs is op 4 november vorig jaar in werking getreden. Dat is elf maanden nadat wij in Parijs een onderhandelingsresultaat behaalden waarmee iedereen uit de voeten kon, ook de VS. Het is een akkoord waarin alle ruimte wordt gelaten aan de deelnemende landen om op hun eigen manier invulling te geven aan de doelen en waarin voorzien is dat de landen steeds meer gaan doen, zodat het behalen van die doelen binnen bereik blijft. Het is een akkoord dat zijn doel dient, waarin rekening is gehouden met de VS en waarover wij — ik kan dat klip-en-klaar zeggen tegen mevrouw Kröger en anderen die daarover gesproken hebben — niet gaan heronderhandelen.

Zoals ook in de brief staat die de Kamer een paar uur geleden van mij heeft gekregen, is dat ook de conclusie van de Milieuraad van afgelopen maandag. Daar hebben alle Europese lidstaten en de Commissie heel helder gezegd dat dat niet aan de orde is. Het is soms juist beter om duidelijkheid te geven over iets wat je niet van plan bent.

De voorzitter:
De staatssecretaris is net begonnen. Wilt u nu al interrumperen, mijnheer Dijkstra?

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ja. Heronderhandelen hoeft niet. Dat wordt dan stoer zo gezegd, maar dat is helemaal niet aan de orde, want ieder land heeft zelf ingediend wat nodig was. Destijds heeft mijnheer Obama gezegd: dit zijn de Amerikaanse doelstellingen. Nu zegt mijnheer Trump: die wil ik niet. Maar als hij wel wat indient, dan moet hij daar vrij en open in zijn. Het heeft geen zin om alleen maar stoere taal uit te slaan en te zeggen: u bent slecht. Nee, dan moet je zeggen: komt u dan maar met iets anders en alles is welkom.

Staatssecretaris Dijksma:
Nee, dat zeggen wij niet. Wij houden de VS vanuit onze positie aan wat eerder is afgesproken. Wij zijn zeer teleurgesteld over het feit dat men dat niet doet. Wat wij niet gaan doen is het akkoord van Parijs openbreken om opnieuw te gaan onderhandelen. Dat lag wel voor. Het zal de heer Dijkstra niet ontgaan zijn dat dat ook in de verklaring van de Amerikaanse president naar voren is gekomen. Diezelfde avond nog, na die verklaring, heb ik contact gehad met de premier, de minister van Buitenlandse Zaken en de Commissaris om mij ervan te vergewissen dat de positie van Europa en Nederland niet zou zijn dat wij zouden zeggen: ja, laten wij dat hele akkoord nu in de prullenbak gooien en opnieuw gaan onderhandelen. Dat doen wij dus niet. Daar is niks stoers aan. Dat is vooral duidelijk.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik vraag ook helemaal niet om het akkoord in de prullenbak te gooien, maar het is helemaal niet nodig om te heronderhandelen, want Amerika kan gewoon zelf zeggen: dit is wat wij doen. Als zij zeggen dat ze nu iets minder doen en een volgende president weer wat meer doet, dan is dat gewoon een feit. Dat betekent verder niks voor het klimaatakkoord. Het is gewoon een kwestie van: doen ze mee of niet? En waardeer gewoon iedere bijdrage die er is, ook al komt die dan nu niet van de heer Trump maar wel van die staten en al die mensen die wel vooruit willen.

Staatssecretaris Dijksma:
Ik heb het gevoel dat ik in een soort schijngevecht beland ben. Ik weet gewoon niet zo goed wat het verschil is tussen wat ik zeg en wat de heer Dijkstra zegt, namelijk: apprecieer de bijdrage van iedereen die wel wil. Ik doe niet anders. Ik ben naar de VS gegaan om mensen te ontmoeten die ons laten weten dat ze dat doen. Als ik dan mijn teleurstelling uitspreek over degenen die dingen niet meer doen nadat ze eerder hadden toegezegd die dingen wel te doen, dan is daar toch niks verkeerds aan?

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Het lijkt alsof de heer Dijkstra verwarring aan het zaaien is over hoe het Parijsakkoord werkt. Je bent als land in eerste instantie vrij om je eigen bijdrage aan te leveren, maar als je dat eenmaal hebt gedaan, zegt het akkoord, mag je het daarna alleen nog maar naar boven bijstellen. Als de VS nu alsnog de ruimte zou krijgen om het naar beneden bij te stellen, zou dat wel degelijk een heronderhandeling van het Parijsakkoord betekenen. Is de staatssecretaris het over die interpretatie met mij eens?

Staatssecretaris Dijksma:
Ja, en dat gaan we dus niet doen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
En dat ben ik dan weer helemaal met haar eens. Hartelijk dank!

De voorzitter:
De staatssecretaris vervolgt haar betoog.

Staatssecretaris Dijksma:
De mist is opgeklaard.

Dat juist de Verenigde Staten …

De voorzitter:
Mevrouw Mulder nog even op dit punt.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
De staatssecretaris zei dat de mist is opgetrokken. Misschien gaat de staatssecretaris daar later nog op in, maar ik zou graag willen weten wat het precies betekent als de staten, de inwoners van de VS, die daar nog iets aan zouden kunnen doen, gewoon een-op-een de pledge van de VS overnemen. Het is echt niet onze bedoeling dat Europa dat even gaat bijplussen. Hoe kunnen we de staatssecretaris ertoe uitdagen om dat op het bordje van de VS te laten liggen, en daar niets van over te nemen?

Staatssecretaris Dijksma:
Daar zal ik zo meteen uitgebreid op ingaan, maar het is niet zo dat Europa de nationale bijdrage van de VS gaat overnemen. Als dat mistig is, dan kunnen we dat nu ook meteen ophelderen. Dat gaat niet en dat kan ook niet. De VS moeten zich juist aan hun verantwoordelijkheid houden, omdat ze nu eenmaal de tweede vervuiler wereldwijd zijn. De vervuiling die daar plaatsvindt, kan niet via Europa weggenomen worden. Dat is helder. Ik ben blij met het feit dat een heel aantal staten, namelijk negen, en nog veel meer steden, universiteiten en bedrijven onder het motto "We Are Still in" hebben vastgesteld dat zij doorgaan. Daardoor is in de praktijk de klap, die wordt uitgedeeld op het moment dat de Amerikaanse bijdrage zou worden teruggetrokken, misschien toch minder hevig, omdat die via de staten en anderen voor een deel opgevangen zal worden. Dat kan niet via Europa.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Ik vraag dat omdat het symbolische gebaar ter sprake kwam tijdens de AO Milieuraad om een extra bijdrage aan het IPCC te doen. Had dat niet aan de staten en steden in de VS zelf gevraagd kunnen worden? Nu plussen wij het even bij. Het gaat niet om wereldschokkende bedragen, maar het gaat wel om de symboliek die hiervan uitgaat. Dan wil ik zeker weten dat dat niet allemaal op ons bordje terechtkomt, maar dat wij de verantwoordelijkheid daar laten liggen waar zij thuishoort, namelijk in de VS.

Staatssecretaris Dijksma:
Ik zal daar zo meteen uitgebreid op ingaan. Ik sta echt achter wat ik daar gedaan heb. Als mevrouw Mulder het daar niet mee eens is, dan zijn we het inderdaad oneens met elkaar. Het verhogen van de bijdrage aan het IPCC zie ik inderdaad als een acute oplossing voor een probleem. Als het IPCC zijn werk niet meer kan doen, komt de wetenschappelijke motor van het akkoord van Parijs in één klap stil te vallen. Ik vind dat we dat niet mogen laten gebeuren. Dat is echt iets anders dan de vraag of Europa bijvoorbeeld het aandeel van de VS in de klimaatfinanciering — daarvoor is wereldwijd 100 miljard dollar toegezegd — zou gaan overnemen. Daar kom ik zo meteen op. Ik zal ook uitleggen dat dat overigens niet zomaar aan de orde is, want de VS kennen zeker in de huidige constellatie nog verplichtingen waaraan ze zullen moeten voldoen. Dat zijn echt verschillende grootheden. Laten we met elkaar blij zijn dat het afgelopen maandag is gelukt om dat kleine maar toch zo betekenisvolle radertje van het IPCC te helpen zijn werk te kunnen voortzetten. Ik vind het dan ook jammer dat we net nú in het Nederlandse parlement een discussie voeren over de vraag waarom wij dit moeten doen, en of niet een ander dat kan doen. Dat vind ik best wel zonde.

De voorzitter:
De staatssecretaris vervolgt haar betoog. Ik stel voor dat zij eerst op gang komt met de beantwoording.

Staatssecretaris Dijksma:
Maar ik heb mijn teleurstelling al verwerkt; dat gaat snel.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Ik heb een punt van orde. Er wordt nu gedaan alsof ik niet voor die bijdrage aan het IPCC zou zijn. Dat heb ik niet gezegd. Maar ik vind wel dat dat op het juiste bord moet komen te liggen. Het kan niet zo zijn dat de VS nu achterover kunnen gaan leunen omdat andere landen wel zullen gaan bijplussen. Dat is het punt dat ik vandaag wilde maken; als dat maar helder is overgekomen.

De voorzitter:
Volgens mij was dat een persoonlijk feit, en geen punt van orde. We nemen er akte van.

Staatssecretaris Dijksma:
Ik ben heel blij met het feit dat ik het verkeerd heb begrepen. Dat is alleen maar goed. Ik was nog maar net begonnen met mijn beantwoording. Zoveel emotie, tjonge.

De teller staat inmiddels op 148 ratificaties van de 195 landen die de overeenkomst hebben ondertekend. Ik hoop dat volgende week ook Nederland zich daarbij kan voegen. Alle landen die partij zijn bij de overeenkomst zijn verenigd in hun streven om de doelen van Parijs te halen. Geen enkel land heeft aangegeven het voorbeeld van de VS te zullen volgen of de eigen reductieafspraken af te zullen zwakken. Dat is belangrijk. En bij de niet-statelijke actoren in de VS zien we juist een versterkte ambitie. Mevrouw Van Veldhoven gaf dat zonet ook al aan. Staten en steden hebben zich onder leiding van Michael Bloomberg verenigd in een "We Are Still In"-alliantie. Zij komen ook met een zogenaamde America's Pledge: het gekwantificeerde totaal van hun individuele klimaatmaatregelen die in lijn zijn met de doelen van Parijs. De gouverneur van Californië, Jerry Brown, met wie ik in mei in San Francisco een klimaatconferentie heb georganiseerd, is door de VN benoemd tot speciaal adviseur voor staten en regio's. De samenwerking die hij bijvoorbeeld met China opzoekt, is zeer bemoedigend. Ik kom zo meteen nog over China te spreken.

De Europese Unie en haar lidstaten, inclusief Nederland, staan pal achter de overeenkomst van Parijs.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Ik hoorde een soort tussenzinnetje, maar als ik dat tussenzinnetje goed geïnterpreteerd heb, vind ik het eigenlijk een hoofdpunt. Daarom vraag ik het nog even na. Zei de staatssecretaris nou zonet dat de leden van de "We Are Still In"-coalitie, als zij hun bijdragen bij elkaar optellen, tot een bijdrage komen waarmee de VS in lijn zou komen met de oorspronkelijke doelstellingen van Parijs?

Staatssecretaris Dijksma:
Nee.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Heb ik die hoopvolle zin helaas te veel geïnterpreteerd?

Staatssecretaris Dijksma:
Ja, dat is iets te royaal. Zij laten zien wat hun bijdragen gekwantificeerd zou kunnen zijn in lijn met de doelstelling. Maar dat betekent niet dat ze er daarmee zijn.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Dat leek mij ook al, maar ik dacht: ik vraag het toch even na, anders rekenen we ons rijk of hebben we het niet voldoende onderstreept. Het zou wel interessant zijn om te zien wat het autonome reductiepad van de VS is, bijvoorbeeld door de switch van kolen naar gas, en wat zo'n coalitie daar nog bovenop zet. Dan weten we wat we in totaal alsnog mogen verwachten dat er in de VS gebeurt. Het is ook een hoopvol signaal naar al die andere landen die eraan blijven trekken.

Staatssecretaris Dijksma:
Dat zullen we ook nauwgezet volgen, maar uiteindelijk is het wel aan deze coalitie om dat zo veel mogelijk in beeld te gaan brengen. Zij zijn dus bezig om dat ook gekwantificeerd te doen. Daarmee krijg je uiteindelijk inderdaad een reëler beeld van het precieze effect "op de grond" van het terugtrekken van de federale overheid.

We hebben in Nederland in de afgelopen maanden een aantal ambitieuze activiteiten in gang gezet om naast de Europese afspraken ook een wezenlijke bijdrage te leveren aan de aanpak van klimaatverandering. Ik noem de klimaattop in oktober vorig jaar, de publicatie van de Energieagenda en het initiatief om een Global Centre of Excellence on Climate Adaptation op te richten. Dat laatste gebeurt overigens met het UNEP en Japan, dus ook buiten Europa. Dat zijn maar een paar voorbeelden. Met het recente besluit van president Trump verloor het IPCC, de motor achter de overeenkomst, zijn grootste donor. Die bijdrage zit ongeveer op een kleine 2 miljoen euro per jaar. Uit mijn hoofd is het 1,8 miljoen. Het ontstane tekort moest dus opgevangen worden. Om die reden verdubbelt Nederland dit jaar en komend jaar zijn donatie tot €100.000. Ik heb deze week in de Milieuraad ook andere landen opgeroepen om dit initiatief te volgen. Met al die crowdfunding hebben we al een heel deel van het probleem verholpen, maar daarmee zijn we er nog niet. Het klimaatpanel kan nu zijn werk doen, maar er komt steeds meer werk op het klimaatpanel af. Dus zijn ook bijdragen van anderen, buiten Europa, van harte welkom. Mijn indruk is ook dat er bijvoorbeeld uit de VS wel degelijk financiële bijdragen komen om het klimaatakkoord van Parijs verder vorm te geven. Ook hierin staan we dus zeker niet alleen. Binnen Europa hebben bijvoorbeeld Luxemburg, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Commissie aan onze oproep gehoor gegeven.

Is het werkelijk zo dat andere landen hun steun aan het akkoord niet heroverwegen? Dat vroeg onder anderen mevrouw Van Brenk. Wij hebben op dit moment inderdaad geen indicaties dat andere landen overwegen om de VS te volgen. We zien juist in deze dagen steeds meer landen ratificeren. Ja, we zetten er in onze contacten alles op in om iedereen aan boord te houden. Maar eigenlijk zie je eerder bijna een beweging andersom. Deze stap heeft een heleboel landen verenigd in hun vastberadenheid. Dat vind ik wel heel mooi om te zien.

Er is ook gevraagd in hoeverre permanente samenwerking tussen de Europese Unie en de niet-statelijk coalities in de VS mogelijk is. Daar zullen Commissaris Cañete en de Commissie naar kijken. Ik heb daar al eerder bij hem op aangedrongen. Die samenwerking is inderdaad vooral gericht op kennisdeling.

De heer Dijkstra vroeg wat er voor Nederlandse bedrijven in zit. Goed punt. Ik heb sinds mijn aantreden twee klimaathandelsmissies georganiseerd. Ik geef het gratis advies dat het best een goede gedachte zou zijn om daarmee door te gaan in de toekomst. Je kunt dat natuurlijk ook binnen Europa breder organiseren. Het kan ook met andere landen. We hebben Canada in het vizier. Er zijn natuurlijk ook landen in Latijns-Amerika die heel erg zitten te springen om nieuwe technologieën en innovaties. Er zijn echt heel veel mogelijkheden om ook op die manier verder samen te werken. Dat doen we meestal via de Under2 MOU Coalition en de Zero-Emission Vehicle Alliance.

Mevrouw Kröger vroeg of er een letter of intent met andere staten kan worden afgesproken. Dat zou geweldig zijn. We zijn een samenwerking met Californië aangegaan. Dat is voor ons een natuurlijke partner omdat Californië op het terrein van zero emission vehicles net als Nederland echt een voorloper is. Het is best fijn om ook eens te kunnen zeggen dat wij daarin voorloper zijn. Ik sluit echt niet uit dat we dit ook met andere staten of steden gaan doen, of in een wat meer multilateraal verband. Ook Canadese gouverneurs hebben zich inmiddels gemeld bij mij omdat ze het heel interessant vinden om in dit type samenwerkingen mee te werken.

Mevrouw Van Veldhoven vroeg of de samenwerking ook op wetenschappelijk terrein met de VS kan worden versterkt, bijvoorbeeld via het Global Centre of Excellence on Climate Adaptation. We werken al samen met veel andere landen, waaronder de VS. Het Global Centre of Excellence on Climate Adaptation moet dat inderdaad gaan versterken. Verder is het van belang dat wetenschappers met name via het IPCC de komende tijd goed samenwerken, zodat de verdere implementatie van het Parijsakkoord kan bouwen op een breed gedeelde wetenschappelijke uitwisseling van gegevens. We hebben natuurlijk ook onze eigen geweldige mensen van het KNMI, die ook heel veel kennis hebben en veel kunnen doen.

Welke ontwikkelingen zien we internationaal en hoe kunnen we bijvoorbeeld een blokkerende rol van de VS voorkomen? Tot de VS daadwerkelijk geen partij meer zijn bij het Parijsakkoord kunnen zij volwaardig deelnemen aan de onderhandelingen over de uitwerking van de overeenkomst. We zullen nu gewoon eerst moeten afwachten welke positie de onderhandelaars gaan innemen. Er bestaat een risico dat de VS zich niet meer aan de afspraken van Parijs willen committeren en een drempel opwerpen om te komen tot gemeenschappelijke verklaringen. Dat zou natuurlijk kunnen. Daar lijkt vooralsnog een modus voor gevonden te zijn. Die was voor het eerst te zien bij de top van de G7, waarbij er gewoon een verklaring kwam waarin kon worden gelezen dat de VS zich niet konden aansluiten bij de consensus over de klimaatparagraaf. De overige leiders bevestigden hun snelle commitment aan een snelle implementatie van de overeenkomst van Parijs.

Mevrouw Van Veldhoven vroeg of Europa voor Bonn de knoop over de nationale bijdrage gaat doorhakken. Nee, want bij de komende klimaattop in Bonn staat de verhoging van de ambitie namelijk niet op de agenda. Dat zal in 2018 gaan gebeuren. Dan vindt namelijk de zogenaamde facilitaire dialoog plaats. Daar gaan alle landen gezamenlijk bekijken hoe hun ambitie zich verhoudt tot de noodzakelijke actie om de doelen te halen. Dan komt ook het speciale IPCC-rapport over de gevolgen en paden voor het bereiken van 1,5°C in 2018. Dat is overigens een rapport waaraan wij een eenmalige bijdrage leveren. Via de universiteit van Nijmegen hebben wij €50.000 in dat onderzoek gestopt, omdat dit voor de wereld een cruciaal onderzoek is.

De heer Dijkstra en mevrouw Mulder vroegen naar de versterkte samenwerking met China. De heer Dijkstra heeft mij nog een hartenkreet meegegeven: wees niet naïef. Ik zal dat zeker goed in mijn oren knopen, maar overigens heb ik niet de indruk dat ik daarvan kan worden beticht. Je ziet dat China de afgelopen jaren echt meters heeft gemaakt. Dat komt vooral doordat er een enorme maatschappelijke druk van de bevolking is op het terrein van luchtverontreiniging en gezondheid. China staat voor uitdagingen die wij hier al eerder hebben gehad, omdat het met de enorme groei van de bevolking en een versnelde industrialisatie zijn economie nu ziet veranderen.

Het is goed dat wij met elkaar delen hoe wij invulling geven aan Parijs, waar wij tegenaan lopen en wat wij van elkaar nodig hebben. De politieke samenwerking is er niet alleen op gericht om met elkaar in gesprek te gaan en te bezien waar over en weer kansen liggen, ook voor het wederzijdse bedrijfsleven als het om innovaties gaat. Wij zien ook dat China op dit moment bijvoorbeeld bezig is met het zelfstandig introduceren van een soort ETS-systeem. Daarmee is in zeven regio's geëxperimenteerd en vorig jaar vertelde de Chinese klimaatgezant mij in Marrakesh dat China dit het liefst nog dit jaar over het hele land uitrolt. Dat is fundamenteel. Je ziet enerzijds dat de energiebehoefte in China groeit, doordat mensen rijker worden en er heel veel mensen bij komen en daarin moet worden voorzien. Dat zie je ook in de nationale bijdrage. Anderzijds is er tegelijkertijd de noodzaak om die bijdrage versneld nog weer verdergaand te vergroenen. Daarover wordt flink nagedacht en dat bleek ook tijdens de recente EU-China Top. Het is nodig dat daarover wordt verder gesproken. De druk op China moet groot blijven, want het is de grootste vervuiler, overigens niet naar rato per hoofd van de bevolking en inkomen, maar wel in aantallen.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik denk dat deze analyse van de staatssecretaris helder en goed is. Ieder land heeft natuurlijk zijn eigen overwegingen waarom hij het doet. Dit geldt zeker voor China met een groeiende middenklasse en luchtvervuiling. Ik sprak over "naïef" in de zin … Ik was een beetje boos namelijk over de berichten die ik ook uit Europa en het Europees Parlement hoorde: Trump deugt niet meer, dat was een beetje de trend, en China is het beloofde land want daar gebeurt zo veel. Ik vind dat wij daarin wat genuanceerder moeten zijn en ik beluister dat de staatssecretaris dat met mij deelt.

Staatssecretaris Dijksma:
Dat deel ik, want China staat voor een enorme opgave en die moet worden waargemaakt. Het is belangrijk dat wij dat als een kans zien. Het optimisme dat de heer Dijkstra bij sommigen proeft, is misschien gevolg van het feit dat China jaren terug altijd werd gezien als de grootste hindermacht om tot het akkoord van Parijs te komen, samen met bijvoorbeeld India. Ik stel vast dat het, overigens met dank aan de Amerikaanse diplomatie van bijvoorbeeld president Obama en Secretary Kerry, gelukt is om China en India aan boord te krijgen. Gelukkig blijven zij aan boord, in tegenstelling tot de nieuwe federale overheid van de VS. Ik denk dat dit het optimisme is dat de heer Dijkstra proeft in de opmerkingen over China. Het land had heel lang een heel andere positie, namelijk een positie waarin het eigenlijk leek te zeggen: deze beker gaat even aan ons voorbij. Ik juich het met al die mensen die blij zijn, toe, maar er moet nog wel heel veel gebeuren.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Zij komen van ver, zij doen mee en dat is welkom, maar wij moeten inderdaad niet naïef zijn. Ik beluister dat gelukkig nu ook niet meer bij de staatssecretaris. Ik vraag nu hoe zij daartegen aankijkt. Ieder land heeft in de aanloop naar de Top van Parijs aangegeven wat het wil doen, Nederland in Europees verband. China heeft gezegd: tot 2030 blijven wij uitstoten want wij zijn niet schuldig, wij willen groeien en wij hebben een grote middenklasse die zich moet ontwikkelen. Hoe kijkt de staatssecretaris naar de bijdrage die China heeft ingediend versus de restricties die de Amerikanen voor zichzelf zagen?

Staatssecretaris Dijksma:
Ik weet niet hoeveel tijd we hebben, want nu gaan we echt de afdeling wereldpolitiek in. Als je kijkt naar de bijdrage van China, zie je dat men voorzichtig was en rekening wilde houden met de achterstand die men ook in economisch opzicht heeft. Op zichzelf moest daarin bij het Parijse akkoord voortdurend een balans gevonden worden. Aan de ene kant heb je die geweldige uitstoot die absoluut moet veranderen, maar aan de andere kant zijn er grote verschillen in positie van de landen die meededen, ook in de financiële positie van die landen. Daar is rekening mee gehouden, maar tegelijkertijd moet er wel opwaartse druk blijven. Mevrouw Van Veldhoven zei terecht dat het uitgangspunt bij elke ronde niet is wat je minder kunt doen maar wat je meer kunt doen. Dat zal voor China, voor ons en voor de VS betekenis hebben. De ironie wil dat pas de dag voordat de nieuwe president of dezelfde president — dat is aan het Amerikaanse volk, dat weten wij niet — aantreedt, het feitelijk uittreden uit het Parijse akkoord geëffectueerd is. Je hoeft er geen wiskundige voor te zijn om te voorspellen dat de volgende verkiezingen in de VS gedomineerd worden door onder andere dit thema.

Volgens mij is een les over wat er aan de hand is, dat een deel van de Amerikaanse bevolking het gevoel had dat hun waarden en hun banen op het spel staan door de overgang van de fossiele industrie naar de nieuwe economie en dat die banen wegvliegen naar bijvoorbeeld China. Als je naar de feiten kijkt, en alle factcheckers hebben zich daaraan verlustigd, zie je dat de meeste banengroei in de VS in de afgelopen decennia is voorgekomen in de nieuwe, duurzame economische sectoren. Daar zit de groeipotentie. Dat heeft niet zozeer te maken met het verdwijnen van banen naar lagelonenlanden als wel met een veranderende vraag, dus het ligt echt een slag complexer.

Dit is een van de redenen voor de regering om aan de SER te vragen om een sociaal verhaal, om in beeld te brengen wat er allemaal op Nederland afkomt als sociale transitie. Als je kijkt naar berekeningen in de rapporten van McKinsey, blijkt dat we met een gestage economische groei van 2% jaarlijks en een betaalbare bijdrage van het bedrijfsleven en de overheid de omslag naar de doelstellingen in het akkoord voor 2050 gewoon kunnen maken. Dat zal op termijn ook leiden tot meer banen. Ik geloof dat er 40.000 werden genoemd. Maar dat gaat niet allemaal vanzelf.

Dan kun je twee houdingen aannemen. De ene is om het allemaal aan de markt over te laten; je ziet wel. De andere is om na te denken over mensen die in een bepaalde industrie werken die minder te doen krijgt of wellicht zelfs langzamerhand verdwijnt. Hoe kun je perspectief bieden in industrieën waarin juist veel meer werk komt? In de bebouwde omgeving zal de grootste klimaatwinst te pakken zijn voor ons land. Die zouden we echt kunnen aanpakken, met een groot plan, waarbij je innoveert en investeert in de leefbaarheid van wijken en deze duurzaam maakt. Dan gaat de energierekening van de mensen die in die huizen wonen, vanzelf omlaag, naar nul op de meter, voor zover dat kan. Dat zal in de branche van alles wat met installatietechniek te maken heeft, en in de bouw een enorme opleving kunnen bewerkstelligen. Het is wel handig om erover na te denken hoe we die processen kunnen begeleiden, bijvoorbeeld met scholingstrajecten en investeren in een leven lang leren.

Uit de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen heb ik zelf de les getrokken dat wanneer de heer Van Aalst vraagt wat we doen met de staalindustrie, ik hem op de feiten zal wijzen en zal zeggen: het is niet zomaar een verplaatsing en alle industrie verdwijnt niet zomaar, maar het is ook te gemakkelijk om het weg te wuiven en niet serieus te nemen. Ik vind het dus een terecht punt. Daarom moet je met elkaar in Europa afspreken hoe we die transitie zo gaan organiseren dat de mensen haar gaan meemaken. Ik heb niet de illusie dat de heer Van Aalst aan het einde van dit debat, maar misschien wel als hij er iets langer over nadenkt, tot de conclusie komt dat wat we doen verstandig is. Maar ik wil aan de andere kant de mensen in het land niet het gevoel geven dat deze verandering over hun hoofden heen wordt uitgerold. Dat draagvlak is wel heel belangrijk.

De heer Van Aalst (PVV):
Ik wil nog iets helder hebben. Ik heb daarstraks inderdaad de staalsector genoemd. Vanuit Europa wordt een extra milieunorm opgelegd, die hoger ligt dan in andere landen. Volgens mij hoorde ik de staatssecretaris net een klein beetje zeggen dat dit soort sectoren daardoor verdwijnen. Klopt dat?

Staatssecretaris Dijksma:
Nederland zal op enig moment zijn fossiele verslaving moeten beëindigen. Dat is ontegenzeggelijk waar. We weten ook dat een aantal vormen van met name de chemische industrie dat niet op deze manier zomaar kunnen meemaken. Daar moet dus gewoon een plan voor komen: ofwel we gaan innoveren, ofwel we gaan zorgen dat er een nieuwe transitie komt in die sectoren naar bijvoorbeeld ander werk. De heer Van Aalst heeft gelijk dat ook in de toekomst bijvoorbeeld staal nog wel nodig zal zijn. Je moet goed bekijken hoe we het gaan doen. Ik ben er niet voor om de paarse krokodil die ergens in de hoek van de kamer staat, onaangeraakt te laten. Heb ik nu meteen de ultieme oplossing? Nee. Helpt het als de staalindustrie zegt: dit maken wij niet mee? Nee, dat is echt de slechtst denkbare positie. Het is dus beter als ze met ons om tafel gaan om te praten over wat ze wel kunnen, in plaats van alleen maar brandbrieven te schrijven over wat ze niet kunnen.

De heer Van Aalst (PVV):
Nogmaals, begrijp ik het nu goed dat de staatssecretaris het met mij eens is dat de staalsector extra belast gaat worden en dat, zoals men in de brandbrief laat weten, het staal daardoor uit China zal komen omdat het goedkoper is? Dat gaat toch ten koste van de sector? Daar kunnen we heel moeilijk over doen, maar volgens mij heb ik het de staatssecretaris net horen zeggen.

Staatssecretaris Dijksma:
Nee, dat heb ik niet zo gezegd. In Nederland en Europa hebben wij immers het ETS, waarmee we een gelijk speelveld hebben gecreëerd voor juist dit type belasting: iedereen betaalt hetzelfde. Overigens betalen we nu te weinig, wat zoals mevrouw Van Veldhoven terecht aangaf misschien het grootste probleem is. En overigens gaan ze in China hetzelfde doen. Ze blijven dus niet achter. Zij gaan dat ook veranderen. Beter is het om met de staalindustrie te bespreken welke innovaties er mogelijk zijn om de belasting die ze op het milieu legt, ook met haar CO2-uitstoot, te verminderen, wat daarvoor nodig is en welke innovaties we samen zouden kunnen aanjagen. Dat zou een veel vruchtbaarder gesprek zijn dan het gesprek dat we nu voeren.

De heer Van Aalst (PVV):
Voorzitter ...

De voorzitter:
Mijnheer Van Aalst, u hebt al twee keer geïnterrumpeerd, dus de staatssecretaris vervolgt eerst haar beantwoording.

Staatssecretaris Dijksma:
De vraag was of Nederland meer gaat doen nu de VS uit het akkoord gestapt zijn. Niet nu. Ik heb gezegd: in 2018 gaat de wereld, wij allemaal, bekijken wat er nodig is om beter te voldoen aan het akkoord. Ik ben het met de heer Dijkstra eens — dat moeten we tegen elkaar blijven zeggen — dat Europa de meest ambitieuze bijdrage heeft ingeleverd. Wij lopen wat dat betreft echt niet achteraan. Ik ben ervan overtuigd dat onze bijdrage, en wat dat betekent in Nederland, veel groter is dan menigeen nu denkt.

Over de importheffingen is in een eerder debat al uitgebreid gesproken. Volgens mij had ik het daar toen met mevrouw Kröger over en nu met de heer Van Raan. Ik ben daar huiverig voor. Even los van hoe technisch ingewikkeld dat is: je wilt ook niet de verkeerde treffen. De heer Dijkstra gaf dat heel terecht aan. Er zijn staten en bedrijven die volop gecommitteerd zijn en blijven aan Parijs. Je wilt juist die bedrijven en staten niet met zo'n maatregel raken. De heer Dijkstra heeft er gelijk in dat ze dan twee keer een klap krijgen, namelijk van hun eigen overheid die ze niet steunt en van Europa, waarvan ze dachten dat het hun vriend was.

Dan is nog gevraagd of ik bereid ben om te onderzoeken hoe grootschalige …

De voorzitter:
Pardon, de heer Van Raan wil nog interrumperen op dit punt.

De heer Van Raan (PvdD):
Ik heb nog twee interrupties, die ik dan maar meteen zal plaatsen. De eerste gaat specifiek over de beantwoording van de vraag over het instrument. De staatssecretaris zei: je moet het eigenlijk niet doen, want misschien raak je daarmee de goeden wel. Mutatis mutandis betekent dit dat zij accepteert dat het ook een instrument is waarmee je juist de slechten kunt raken. Erkent de staatssecretaris dat dit instrument wel degelijk effectief kan zijn, als je het maar nauwkeurig genoeg kunt richten? Ik ben het met haar eens dat een instrument dat niet goed gericht kan worden, geen goed instrument is.

Staatssecretaris Dijksma:
Ik betwijfel dus of het binnen de Europese Unie mogelijk is om op zo'n niveau, bijna tot op het product aan toe, dit type afspraak te maken. Als ik mijn energie — die is altijd schaars — ergens voor mag inzetten, richt ik die liever op de positieve kant en het steunen van de positieve krachten, omdat ik denk dat dat op de korte termijn veel effectiever is.

De heer Van Raan (PvdD):
Ik zal de staatssecretaris daarover graag bijpraten, om haar daarvan te overtuigen.

Mag ik een tweede vraag stellen?

De voorzitter:
Ja, een korte vervolgvraag mag.

De heer Van Raan (PvdD):
De staatssecretaris noemde wat Trump gedaan heeft een "historische vergissing", namens het kabinet. Dat zijn wij met haar eens. Zowel de wetenschap als het bedrijfsleven zegt dat het eigenlijk veel sneller moet. De politiek is de laatst overgebleven grote speler die niet snel genoeg gaat. De staatssecretaris loopt al veel langer mee dan ik in dit huis. Kan zij benoemen welke partijen de vertragers van het proces zijn en wat wetenschap, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven vinden? Wat zijn de versnellende en vertragende partijen in de Kamer?

Staatssecretaris Dijksma:
Weet u wat? Ik ben hier altijd degene die door de Kamer wordt beoordeeld, en niet andersom. Ik kan het ook niet helpen. Dat zijn gewoon de verhoudingen.

Voorzitter. Er is gevraagd of ik bereid ben om grootschalige milieuvervuiling strafbaar te stellen. Als vervuiling door onrechtmatige activiteiten wordt veroorzaakt, is die al strafbaar. Nederland is ook echt voorstander van een robuuste handhaving van het Europees milieubeleid.

Een ander verhaal is de uitstoot van broeikasgassen. Die worden voor een belangrijk deel geproduceerd bij activiteiten die niet strafbaar zijn. Daar hebben wij het ETS voor, al zijn wij het niet eens over de functionaliteit daarvan. Daarover hebben wij in die zin een andere opinie.

Mevrouw Kröger heeft een vraag gesteld over het rapport van Urgenda waaruit blijkt dat een doel van 100% duurzame energie in 2030 haalbaar is. Ook het rapport van Urgenda laat zien dat er dan grote inspanningen nodig zijn om klimaatverandering te voorkomen. Die constatering deel ik. Op korte termijn betekent dat voor het kabinet het halen van de doelen uit het energieakkoord. Voor de periode na het energieakkoord heeft het kabinet in december de Energieagenda aan de Kamer aangeboden. Wij sturen op CO2, want dat is het meest effectief; wij sturen bijvoorbeeld niet op het bereiken van 100% duurzame energie. Het naar beneden brengen van de CO2-uitstoot is een middel om het doel te bereiken.

Er zijn nog een paar vragen gesteld over klimaatfinanciering; dan ben ik aan het einde van mijn bijdrage. Mevrouw Mulder wilde weten hoe acuut het probleem van het IPCC is. Het IPCC kampt sinds de economische crisis al met verminderde donaties van landen en teert in op zijn reserves. Het heeft dus structureel meer geld nodig. Het stoppen van de bijdrage van de VS vergroot het probleem, omdat die bijdrage ongeveer 40% is van de inkomsten waar men jaarlijks op rekent. Een verhoging van de Nederlandse bijdrage is op zichzelf niet toereikend om dat helemaal goed te maken, maar die verhoging binnen de EU is wel gelukt. De Commissie gaat ook fors extra bijdragen.

Men moet zich voorstellen dat de financiële problemen van het IPCC daarmee voor nu wel opgelost zijn, maar de rol en de taak van het IPCC zullen in de toekomst alleen maar sterker worden. Er zal dus een noodzaak zijn, ook voor andere donoren en misschien vermogende anderen, om daar ook in te springen. Dat kunnen we dus niet allemaal alleen doen, maar we hebben het panel nu wel even gered. En dat moest ook!

Welke ontwikkelingen zien we op het terrein van klimaatfinanciering? Dat is het terrein van mijn collega Ploumen, maar ik zal proberen om daar naar eer en geweten antwoord op te geven. De verplichting om bij te dragen aan klimaatfinanciering is al voor Parijs afgesproken. Dat is wel belangrijk, want de VS blijft dus een verplichting houden om bij te dragen aan klimaatfinanciering en wij, Nederland en de andere donoren, zullen de VS daar ook op blijven aanspreken in internationale fora. President Trump heeft aangekondigd dat hij niet meer gaat bijdragen aan het Groene Klimaatfonds. Dat is overigens niet de enige bron van klimaatfinanciering. Voor zover wij nu weten, blijft de VS bijvoorbeeld wel bijdragen aan de Global Environment Facility. Een deel daarvan telt overigens ook mee als klimaatfinanciering. Die druk zal blijven.

Hoe gaat dat gat gedicht worden? Nederland draagt 100 miljoen euro bij aan het Groene Klimaatfonds. En pas in 2018 zal een nieuw kabinet moeten spreken over middelenaanvulling van het fonds. Op dit moment, tot die periode in 2018, zal Nederland niet meer gaan bijdragen aan het fonds. Voorts moet ook de private sector een belangrijk deel leveren. Nederland zet in op het betrekken van bedrijven bij het investeren in het tegengaan van klimaatverandering in ontwikkelingslanden. Er zijn ook bedrijven bijvoorbeeld in de VS opgestaan die hebben toegezegd om direct financieel te gaan bijdragen. Tot nu toe hebben we elk jaar meer klimaatfinanciering gemobiliseerd. Dat was 45 miljoen in 2010 en dat is een voorgenomen 660 miljoen dit jaar.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik wil nog even ingaan op een punt uit het vorige blokje. Dat blok ging in een rap tempo voorbij en vervolgens gaf de staatssecretaris aan dat ze bijna klaar was met de beantwoording van de vragen. Ik heb twee vragen. Ten eerste, deelt de staatssecretaris de analyse dat de weliswaar relatief ambitieuze doelen van 40% CO2-reductie in 2030 die gesteld zijn voor het klimaatakkoord van Parijs, onvoldoende zijn om het Parijse akkoord te halen? Mijn tweede vraag heeft betrekking op het nieuws over de doelen van wind op land en de woningcorporaties. De staatssecretaris hield een warm pleidooi over prachtige plannen hoe woningcorporaties energieneutraal gemaakt kunnen worden. Dat waren doelen van het afgelopen kabinet. Dat is geen toekomstmuziek. Dat waren doelen van hier en nu. Die doelen worden niet gehaald. In hoeverre is de staatssecretaris het ermee eens dat er bindende maatregelen nodig zijn om de Urgendadoelen te halen?

Staatssecretaris Dijksma:
Mevrouw Kröger zegt dat de doelen niet gehaald worden. Kan zij even verklaren waarop zij dat baseert? Welke doelen worden door wie precies niet gehaald?

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
De doelen die in het energieakkoord zijn gesteld voor zowel wind op land als de energiebesparing door de woningcorporaties lijken niet gehaald te worden.

Staatssecretaris Dijksma:
Dat is dan nieuws voor mij.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorts is er een discussie over de vraag of de Urgendadoelen gehaald zullen worden. Er zijn indicaties dat die ook niet gehaald zouden worden.

Staatssecretaris Dijksma:
Ik weet niet welke glazen bol mevrouw Kröger heeft, maar dan wil ik dan wel even in kijken. Dit is fundamenteel. Mevrouw Kröger zegt dat de energieakkoorddoelstellingen niet gehaald worden. Ik heb die aanwijzing nog niet. Volgens mij krijgen we namelijk ergens dit najaar pas voor het eerst in beeld of dat gaat gebeuren. Dat weet mevrouw Kröger ook, want dat heeft het kabinet de Kamer verschillende malen laten weten. Mevrouw Kröger heeft ook kunnen lezen dat als we het niet zouden halen, we een aanvullende maatregel moeten nemen, namelijk het sluiten van een kolencentrale die … En dan komt er een hele bezweringsformule en dan komt het erop neer is die we er één in het vizier hebben, zal ik maar zeggen.

De voorzitter:
Mevrouw Kröger, tot slot.

Staatssecretaris Dijksma:
Dus ja, u zegt nu iets, maar u maakt het niet waar. U zegt dat we iets niet halen maar …

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik heb het specifiek over de doelstellingen van wind op land en de doelstellingen van de woningbouwcorporaties, die van 2020 naar 2030 zouden verschuiven. Ik zal mijn vraag daarover specificeren: zouden er dan zoals bij de energie-intensieve industrie bindende maatregelen genomen moeten worden om ervoor te zorgen dat we de doelen van het energieakkoord daadwerkelijk halen?

Staatssecretaris Dijksma:
Nu komen we terecht in een debat waar normaal minister Kamp voor aan de lat staat. Wat ik weet — ik volg dat gewoon macro — is dat de afspraken over de doelen die we dit jaar moeten halen, via de NEa naar ons toe komen. Bij mijn weten gaan we die doelen gewoon halen. Als we die niet halen, gaan we iets doen. Dat is de deal en dat is een goede deal, want dan komt het uiteindelijk altijd goed. Wij hebben als kabinet ook gezegd dat wij in die zin gewoon gaan voldoen aan het Urgendavonnis. Dus dat doen we allemaal.

We hebben het energieakkoord en minister Kamp zit als een bok op de haverkist om ervoor te zorgen dat dat wordt uitgevoerd. Als sectoren achterblijven, zoals we recent zagen bij de industrie, dan grijpt hij in. Dan schuwt hij ook niet om, indien dat noodzakelijk is, met een maatregel te komen. Dat is de houding van het kabinet. Bij mijn weten marcheert dat. Meer weet ik nu ook niet, want u gaat nu in op een onderdeel waarover ik de cijfers niet paraat heb. Het is ook in eerste instantie niet mijn portefeuille, zal ik maar zeggen.

De voorzitter:
De staatssecretaris rondt haar beantwoording af.

Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Mijn laatste opmerking betreft een vraag van de heer Dijkstra. Hij vroeg hoe bedrijven profiteren van de klimaatfondsen. Er is een speciale financiering voor de private sector onder het Groene Klimaatfonds. Bedrijven kunnen dus toegang krijgen tot dat fonds. Het voornemen is, zoals ik al zei, om dit jaar 660 miljoen klimaatfinanciering te mobiliseren, waarvan 300 miljoen private klimaatfinanciering. Dat doen we door bedrijven te betrekken bij klimaatinvesteringen. Nederland draagt bijvoorbeeld bij aan Climate Investor One van FMO. Dit fonds heeft tot doel te investeren in hernieuwbare energie en om die voorziening, samen met de private sector, te stimuleren. Wij zijn eigenlijk vooral bezig met publiek-private samenwerking om ook kansen voor bedrijven te creëren om te investeren in het verduurzamen van de economie. Ik noemde net al de handelsmissies. Wij doen echt heel veel om onze innovaties wereldwijd aan de mens te brengen.

De voorzitter:
Daarmee zijn we gekomen aan het eind van de eerste termijn van de zijde van het kabinet. We gaan over tot de tweede termijn en daarin geef ik als eerste het woord aan de heer Van Aalst namens de PVV.


Termijn inbreng

De heer Van Aalst (PVV):
Voorzitter. Ik begin even met de opmerking van de staatssecretaris dat de fossiele industrie het einde nadert. Ik wil dan in ieder geval alle mensen in de chemische industrie en de staalindustrie heel veel sterkte wensen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Verenigde Staten het klimaatakkoord hebben opgezegd en dus ook niet langer aan de reductiedoelstellingen en financiële verplichtingen hoeven te voldoen;

overwegende dat dit van invloed is op de 2°C-doelstelling die Parijsakkoord is afgesproken en de jaarlijkse 100 miljard voor het klimaatfonds;

overwegende dat de staatssecretaris en de EU inzetten op een versterking oftewel verhoogde inzet, om aan deze doelstellingen te voldoen;

verzoekt de regering, inzichtelijk te maken wat de totale kosten voor Nederland zijn om aan het klimaatakkoord van Parijs en diens 2°C-doelstelling te voldoen en daarbij ook in kaart te brengen wat de meerkosten voor Nederland zijn van de door de EU aangekondigde versterking,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 165 (31793).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het klimaatakkoord van Parijs ontwikkelde landen zoals Nederland verplicht om jaarlijks 100 miljard over te maken naar ontwikkelingslanden welke bovendien voorlopig ongebreideld door mogen gaan met het uitstoten van CO2;

overwegende dat daardoor zelfs volgens de klimaatmodellen van het IPCC de klimaatafspraken van het Parijsakkoord resulteren in 0,15°C minder opwarming in 2100;

overwegende dat daardoor onze burgers en bedrijven worden opgezadeld met hogere lasten terwijl onze banen verdwijnen richting ontwikkelingslanden waar ze nota bene op veel vervuilendere wijze produceren;

verzoekt de regering, het klimaatakkoord van Parijs per direct op te zeggen en alle daaruit voortvloeiende lastenverzwaringen voor Nederlandse burgers en bedrijven te stoppen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 166 (31793).

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Voorzitter. Ik vond het mooi dat de staatssecretaris de sociale kant van deze hele transitie aanhaalde, want het is natuurlijk waar: er komen banen bij op de ene plaats, er verdwijnen banen op de andere plaats en het is heel belangrijk ervoor te zorgen dat er ook in de toekomstige economie voor iedereen in Nederland een baan is. Dat gaan we niet bereiken door alles bij het oude te houden, want dan heeft er straks niemand meer een baan, om het maar even gechargeerd te zeggen. We zullen die transitie vorm moeten geven, ook samen met de sectoren waarvoor dat lastiger is en waar er veel te doen is.

De VS stapt dan misschien als land uit het klimaatakkoord, maar wij zijn heel erg blij met al die staten, met al die steden en met al die bedrijven die zeggen: wij gaan door. Wij zijn ook heel erg blij met de staatssecretaris die zegt: ik wil met hen gaan samenwerken. Ik zou het heel erg mooi vinden als we Nijmegen als Green Capital van Europa volgend jaar echt konden gaan benutten als een soort van icon en als een vehikel om die samenwerking verder te versterken en om ook te kijken naar Europese fondsen. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veel staten en steden in de VS verder willen met het uitvoeren van het klimaatakkoord van Parijs, ondanks het besluit van de president om uit het akkoord terug te treden;

verzoekt de regering om door te gaan met de verdere versterking van de samenwerking op klimaatgebied met de Amerikaanse staten en steden die het klimaatakkoord willen uitvoeren, en om daarbij onder meer te kijken naar de mogelijkheden die Nijmegen als Europese Green Capital biedt, alsook om de kansen van Europese onderzoeksbudgetten te benutten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 167 (31793).

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter. Het spijt ons dat wij niet de staatssecretaris hebben kunnen overtuigen van het feit dat een onderzoek naar ecocide in het belang is ook van de staatssecretaris zelf en van regeringen. Daarom de volgende motie:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe zij kan bijdragen, ecocide toe te voegen aan het Statuut van Rome,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 168 (31793).

De heer Van Raan (PvdD):
Mijn tweede motie:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat door de opzegging van Amerika van het klimaatakkoord van Parijs Amerikaanse bedrijven voor sommige producten een oneerlijk concurrentievoordeel krijgen;

overwegende dat hierdoor het level playing field ernstig verstoord kan raken;

constaterende dat binnen de WTO-richtlijnen een instrument bestaat dat op zeer selectieve wijze heffingen kan opleggen, de zogeheten Border Adjustment Tax;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe — binnen de WTO-richtlijnen — via het instrument van de Border Adjustment Tax deze onbalans kan worden opgeheven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 169 (31793).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor wederom een goede discussie over klimaatbeleid. Het zal niet de laatste zijn, gelukkig, ook al zullen sommige klimaatontkenners daar anders over denken. Klimaatbeleid zal de komende jaren fundamenteel zijn en we zullen er in dit huis nog vaak over spreken. Ik dien een motie in ter ondersteuning van het huidige beleid en van het verder uitbouwen van dat beleid om er juist voor te zorgen dat het klimaatverdrag van Parijs leidend blijft.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het van groot belang is dat landen en steden betrokken blijven bij het klimaatakkoord van Parijs, zodat klimaatverandering voorkomen kan worden;

verzoekt de regering, alle mogelijke diplomatieke middelen in te zetten om ervoor te zorgen dat landen binnen het klimaatakkoord van Parijs blijven;

verzoekt de regering tevens, er alles aan te doen om steden en regionale overheden wereldwijd betrokken te houden bij het klimaatakkoord van Parijs,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 170 (31793).

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Ik wilde eigenlijk alleen een motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de meest vervuilende bedrijven relatief het minst bijdragen aan de kosten voor klimaatbeleid;

constaterende dat de zwaarste lasten van klimaatbeleid terechtkomen bij de laagste inkomens;

constaterende dat de terugtrekking van de VS uit het klimaatakkoord van Parijs een gat slaat in het klimaatfonds bedoeld als ondersteuning van de meest kwetsbare groepen ter wereld;

constaterende dat wereldwijd nu al vele mensen in energiearmoede leven;

verzoekt de regering, te komen tot een actieplan aanpak energiearmoede, waarbij zowel nationaal als waar mogelijk ook internationaal wordt gekeken naar een eerlijke verdeling van klimaatkosten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 171 (31793).

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Voorzitter. Het klimaatakkoord is een feit, met of zonder Trump. Het is ook een feit dat we maar één aardbol hebben. Daar wil de VVD zuinig op zijn; volgens mij wil iedereen dat. Daarom is verstandig, nuchter en ook slim beleid nodig. Daarbij nemen we onze verantwoordelijkheid en hebben we ambities. Die mogen we laten zien. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Europa heeft afgesproken voor 2030 en 2050 de uitstoot van broeikasgassen te reduceren als bijdrage aan het bereiken van het klimaatakkoord van Parijs;

overwegende dat Nederland als EU-lidstaat verbonden is aan deze doelen en in Europees verband zijn klimaatbeleid voert;

verzoekt de regering, de Europese reductiedoelen voor de jaren 2030 en 2050 te volgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Remco Dijkstra en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 172 (31793).

Mevrouw Van Brenk ziet af van een tweede termijn.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor haar beantwoording. De bijdrage aan het IPCC heeft ons wat verrast, want we hadden voorafgaand aan de Milieuraad natuurlijk nog een debat met de staatssecretaris, en daarin kwam het niet zo expliciet naar voren. Dat had zij natuurlijk gewoon eerder kunnen melden. Dat was netjes geweest. Maar goed, ik ben blij dat de acute situatie bij het IPCC is opgelost en dat het verder kan. Ik waardeer de inspanning van de staatssecretaris om ervoor te zorgen dat de pot in de toekomst ook mede door andere landen gevuld gaat worden, en niet alleen door Nederland, en mogelijk ook door externe fondsen. Onze waardering daarvoor.

De voorzitter:
Dan zijn we aan het eind gekomen van de inbreng van de Kamer in tweede termijn. Ik schors de vergadering enkele ogenblikken totdat de staatssecretaris beschikt over alle moties.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de staatssecretaris het woord voor de beantwoording in tweede termijn.


Termijn antwoord

Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Ik zal het oordeel van het kabinet over de acht moties geven.

De motie van de heer Van Aalst op stuk nr. 165 wil dat wij de kosten in beeld brengen. Dat zullen wij doen bij het uitwerken van de Energieagenda, maar de heer Van Aalst wil eigenlijk dat we het op voorhand doen. Dat is lastig als je niet precies weet welke maatregelen daarachter wegkomen. Om die reden moet ik deze motie ontraden, maar uiteraard wordt later in de tijd helder wat de kosten zullen zijn. Zoals ik al gezegd heb, heeft McKinsey al eens berekend wat de verwachte kosten en investeringen tot 2050, de daarbij behorende economische groei en de toename van het aantal banen zullen zijn.

De motie op stuk nr. 166 verzoekt mij om het klimaatakkoord op te zeggen. Dat ga ik natuurlijk niet doen, dus deze motie moet ik ontraden.

Ik kom bij de motie op stuk nr. 167 van mevrouw Van Veldhoven. In het kader van Green Capital ontplooien we allerlei activiteiten. Het ministerie heeft dus contact met Nijmegen. Ik heb samen met de directeur Klimaatbeleid ook een keer gesproken met mensen uit Nijmegen. We zijn dus in gesprek over manieren om van alles te kunnen doen rondom die bijzondere positie van Nijmegen. De ingediende motie kan gewoon aan het oordeel van de Kamer worden overgelaten, met een positief stemadvies van mij erbij.

De motie op stuk nr. 168 van Van Raan en Beckerman vraagt om het strafbaar stellen van ecocide. Deze motie moet ik ontraden. Klimaatverandering is een complexe opgave waar een breed pakket aan instrumenten voor nodig is. Als er wetteloze vervuiling plaatsvindt, moeten we dat absoluut straffen, maar gebruik van fossiele energie is diepgeworteld in de economie en de samenleving. Daar moeten we inderdaad vanaf, maar dat kun je niet via het strafrecht bewerkstelligen. Dat gaat op een andere wijze. Ik moet de motie dus ontraden.

De motie op stuk nr. 169 vraagt mij om border adjustment taxes te onderzoeken. In het debat bleek al dat dit niet het pad is dat ik wil volgen, want dit is technisch, praktisch en juridisch zeer complex. Ik zou me liever richten op positieve energie. Om die reden ontraad ik de motie.

Ik kom bij de motie op stuk nr. 170. Daarin vraagt mevrouw Kröger mij om alles te doen om steden en regionale overheden wereldwijd betrokken te houden bij het klimaatakkoord en om alle mogelijke diplomatieke middelen in te zetten. Ik ervaar deze motie als ondersteuning van mijn beleid en laat het oordeel heel graag aan de Kamer over.

In de motie op stuk nr. 171 van de leden Beckerman en Van Raan wordt verzocht om te komen tot een actieplan aanpak energiearmoede. Ik kan mij vergissen, maar ik meen dat de Kamer heel recentelijk een uitgebreid debat over dit hele onderwerp heeft gehad. Ik had verwacht dat deze motie daar misschien ingediend had kunnen worden, maar dat kan aan mij liggen, hoor; ik ben heel ouderwets daarin. In ieder geval ga ik deze motie wel ontraden, omdat de SER al door het kabinet gevraagd is om met een advies te komen over de effecten van het klimaat- en energiebeleid, ook voor bijvoorbeeld werkgelegenheid. Nu al een actieplan lijkt mij dan eerlijk gezegd te vroeg, want we kunnen beter eerst bekijken waar de SER mee komt.

Mevrouw Beckerman (SP):
Misschien even ter verduidelijking: er is inderdaad een heel debat over geweest en daar heeft mijn partij een voorstel gedaan om een Kamercommissie te starten die een onderzoek zou doen en met voorstellen zou komen. Heel veel partijen hebben daar voorgestemd. Heel veel andere partijen hebben aangegeven: dat vinden we sympathiek maar meer iets voor het kabinet. Wij dachten dus: wij doen een sympathiek voorstel dat het kabinet dan kan uitwerken. Ik dacht: dat is dan koren op uw molen!

Staatssecretaris Dijksma:
Ja, maar op dit punt draait deze molen nog even niet. Dus dan ligt dat koren daar maar en dat is zonde. We wachten eerst op het SER-advies. Dat lijkt mij echt het meest logisch. Het onderwerp hebben we wel bij de kop gepakt. Mevrouw Beckerman heeft namelijk gewoon een terecht punt. Ik noemde het al de sociale transitie, en die is heel belangrijk.

Ik kom op de motie op stuk nr. 172. In de Energieagenda heeft minister Kamp geconcludeerd, en daarmee wij als kabinet, dat versnelling in Nederland waarschijnlijk de beste optie is om op een economisch slim transitiepad naar 2050 te gaan. Ik weet niet zo goed of de heer Dijkstra het met die wat mij betreft onweerlegbare argumentatie van minister Kamp oneens is. Dat blijkt wel uit deze motie. Maar ik sta als één vrouw achter de minister van EZ hier en moet deze motie dus ontraden.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Economisch verstandig, daar ben ik altijd voor. Het gaat mij om de reductiedoelen, met name om de percentages.

Staatssecretaris Dijksma:
We hebben een Europese afspraak. Daar voldoen we aan. Vervolgens gaan we in de Energieagenda wel met elkaar bekijken in welk tempo wij die afspraak gaan nakomen. Ik kan niet anders dan uw motie zo lezen dan dat u die exercitie op slot zet. Dat moet u echt niet willen. Voor de zekerheid, better be safe than sorry, moet ik de motie dus ontraden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor haar komst naar de Kamer. Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd.

Sluiting

Sluiting 15.25 uur.